Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2021:106

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
31-05-2021
Datum publicatie
04-06-2021
Zaaknummer
555.00224/20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het GEA veroordeelt een lid van het Korps Politie Curaçao voor (i) zware mishandeling en (ii) openlijke geweldpleging tegen personen met strafverzwarende gevolgen. Gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden (5 voorwaardelijk), bijkomende straf (ontzetting uit het recht op het bekleden van het ambt van politiefunctionaris), toewijzing vordering benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 500.00224/20

Uitspraak : 31 mei 2021 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [datum] op Curaçao,

wonende op Curaçao, adres [adres],

thans gedetineerd uit andere hoofde in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Waar het in deze zaak om gaat

Een politiepatrouille besluit om een voertuig te laten stoppen voor een controle en geeft een stopteken. Dat voertuig minderde daarop vaart maar ging er plots met hoge snelheid vandoor, om na een achtervolging van enkele minuten op het erf van een woning tot stilstand te komen. Even later zit de bestuurder van het voertuig geboeid in de patrouillewagen met vijf gebroken ribben en een kaakluxatie. Twee politieagenten waaronder de verdachte, worden vervolgd voor zware mishandeling en openlijk geweld.

Onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 maart 2021 (pro forma) en op 10 mei 2021. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.C. Larmonie, advocaat in Curaçao.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [naam benadeelde partij] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding voor een bedrag van ANG 29.316 (dat is inclusief kosten juridische bijstand ad ANG 1.166).

Vordering officier van justitie

De officier van justitie mr. H. Leepel heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Haar vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van ANG 29.316 en de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel; en de ontzetting uit het ambt van politiefunctionaris voor de duur van 2 jaar en 5 maanden.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2, heeft een strafmaatverweer gevoerd, en heeft verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is na een toegelaten wijziging ten laste gelegd dat:

Feit 1

primair

dat hij op of omstreeks 18 januari 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen aan een persoon, te weten [naam benadeelde partij] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten vijf gebroken ribben en/of een verschoven rib en/of een kaakfractuur, heeft toegebracht, door deze opzettelijk

- te schoppen/slaan tegen/in de ribbenkast, althans het lichaam, en/of

- te slaan met zijn vuisten in/tegen de buik, althans het lichaam, en/of

- vast te grijpen met zijn vingers, althans hand aan/tegen/in zijn strottenhoofd, (waardoor hij niet goed meer kon ademen), en/of

- een of meerdere keren te slaan met zijn vuisten, althans (vlakke) handen tegen zijn gezicht, althans hoofd, en/of

- te schoppen/ stampen tegen/ op de rug van [naam benadeelde partij], met zijn (geschoeide) voeten;

subsidiair

dat hij op of omstreeks 18 januari 2020 te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon, te weten [naam benadeelde partij], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [naam benadeelde partij] met dat opzet

-een of meerdere keren in/ tegen de ribbenkast, althans het lichaam heeft geschopt/geslagen, en/of

-een of meerdere keren in/ tegen zijn buik, althans lichaam met zijn vuisten, althans handen heeft geslagen, en/of

- met zijn vingers, althans hand bij zijn strottenhoofd heeft vastgegrepen, (waardoor hij niet goed meer kon ademen), en/of

- een of meerdere keren met zijn vuisten, althans (vlakke) handen tegen zijn gezicht, althans hoofd heeft geslagen, en/of

- een of meerder keren op/tegen zijn rug heeft gestampt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat door hem ,verdachte, en/ of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

dat hij op of omstreeks 18 januari 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam benadeelde partij] heeft mishandeld door, voornoemde [naam benadeelde partij],

- te schoppen/slaan met zijn (geschoeide) voeten tegen/ in de ribbenkast, althans het lichaam, en/of

- te slaan met zijn vuisten in/tegen de buik, althans het lichaam, en/of

- vast te grijpen met zijn vingers, althans hand aan/tegen/ in zijn strottenhoofd, (waardoor hij niet goed meer kon ademen), en/of

- een of meerdere keren te slaan met zijn vuisten, althans (vlakke) handen tegen zijn gezicht, althans hoofd, en/of

- te stampen/ schoppen tegen/ op de rug, met zijn (geschoeide) voeten, tengevolge waarvan die [naam benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel, te weten vijf gebroken ribben en/of een verschoven rib en/of een kaakfractuur, in elk geval letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Feit 2

dat hij op of omstreeks 18 januari 2020 te Curaçao, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, op het erf van perceel [adres], in elk geval op of aan een openbare weg en/of op/in de voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, te weten op het erf van perceel [adres], in elk geval op/in een voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [naam benadeelde partij], door voornoemde [naam benadeelde partij]:

- te schoppen/ slaan met (geschoeide) voeten tegen/ in de ribbenkast, althans het lichaam, en/of

- te slaan met zijn vuisten in/ tegen de buik, althans het lichaam, en/of

- vast te grijpen met zijn vingers, althans hand aan/ tegen/ in zijn strottenhoofd, (waardoor hij niet goed meer kon ademen), en/of

- een of meerdere keren te slaan met zijn vuisten, althans (vlakke) handen tegen zijn gezicht, althans hoofd, en/of

- te schoppen/ stampen tegen/ op de rug, met zijn (geschoeide) voeten, waarbij het door hem verdachte gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, te weten vijf gebroken ribben en/of een verschoven rib en/of een kaakfractuur, althans enig lichamelijk letsel voor [naam benadeelde partij] ten gevolg heeft gehad;

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna vermelde redengevende feiten en omstandigheden, de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

primair

dat hij op of omstreeks 18 januari 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen aan een persoon, te weten [naam benadeelde partij], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten vijf gebroken ribben en/of een verschoven rib en/of een kaak[luxatie], heeft toegebracht, door deze [persoon] opzettelijk

- te schoppen/slaan tegen/in de ribbenkast, althans het lichaam, en/of

- te slaan met zijn vuisten in/tegen de buik, althans het lichaam, en/of

- vast te grijpen met zijn vingers, althans hand aan/tegen/in zijn strottenhoofd, (waardoor hij niet goed meer kon ademen), en/of

- een of meerdere keren te slaan met zijn vuisten, althans (vlakke) handen tegen zijn gezicht, althans hoofd, en/of

- te schoppen/stampen tegen/ op de rug van [naam benadeelde partij], met zijn (geschoeide) voeten;

Feit 2

dat hij op of omstreeks 18 januari 2020 te Curacao, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, op het erf van perceel [adres], in elk geval op of aan een openbare weg en/of op/in de voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, te weten op het erf van perceel [adres], in elk geval op/in een voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [naam benadeelde partij], door voornoemde [naam benadeelde partij]:

- te schoppen/ slaan met (geschoeide) voeten tegen/ in de ribbenkast, althans het lichaam, en/of

- te slaan met zijn vuisten in/ tegen de buik, althans het lichaam, en/of

- vast te grijpen met zijn vingers, althans hand aan/ tegen/ in zijn strottenhoofd, (waardoor hij niet goed meer kon ademen), en/of

- een of meerdere keren te slaan met zijn vuisten, althans (vlakke) handen tegen zijn gezicht, althans hoofd, en/of

- te schoppen/ stampen tegen/ op de rug, met zijn (geschoeide) voeten,

waarbij het door hem verdachte gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, te weten vijf gebroken ribben, en/of een verschoven rib en/of een kaak[luxatie], althans enig lichamelijk letsel voor [naam benadeelde partij] ten gevolg heeft gehad.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

1. naam benadeelde partij] deed op 19 januari 2020 aangifte van mishandeling. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

“Op 18 januari 2020 reed ik op de Cadushistraat richting van de zaak Imperial. De patrouille begon achter mij met zwaailicht en sirene te rijden. Ik bleef doorrijden. Toen ik mijn personenauto stopte, stapte de Jamaicaan die samen met mij in de personenauto zat direct uit en rende weg in de richting van perceel Kaya Libertadora nummer [nummer]. Drie politieambtenaren stapten uit de patrouillewagen. Een politieambtenaar kort van gestalte, bruine huidskleur, kaalgeschoren hoofd en fors van postuur begon achter de Jamaicaan te rennen. De twee andere politieambtenaren liepen naar mij toe.

Politieambtenaar B liep eerst naar mij toe. Hij zei tegen mij om uit de personenauto te stappen. Toen ik uit mijn personenauto stapte, sloeg hij mij met zijn vlakke hand hard tegen mijn gezicht en maande mij op de grond te zitten. Ik ging direct op de grond zitten. Direct hierna schopte hij mij met zijn geschoeide voet aan mijn linkerzijde van mijn rug ter hoogte van mijn ribbenkast, waardoor ik veel pijn voelde. Door vorenvermelde schop ging mijn hoofd naar achteren, waardoor mijn hoofd tegen de personenauto sloeg. De andere politieambtenaar, die ik zal aanduiden met C, stond op dat moment ook voor mij. Hij sloeg mij met zijn tot vuisten gebalde hand in mijn buik. Ik voelde daardoor hevige pijn in de buik. Daarna hield hij mij met zijn twee vingers aan mij strottenhoofd vast. Ik kon op dat moment niet goed ademhalen. Ik greep zijn hand met mijn beide handen vast, zodat hij mij niet harder kon vastgrijpen. Politieagent B sloeg mij op dat moment met zijn tot vuisten gebalde hand hard tegen mijn linker gezicht aan. Daarna zei hij tegen mij om met mijn buik op de grond te gaan liggen. Toen ik dat deed, zette hij een van zijn geschoeide voeten hard op mijn rug net iets hoger waar hij mij had geschopt. Daarna haalde hij zijn voet van mijn rug af en maande mij aan om op te staan. Op dat moment sloeg politieagent B mij weer met zijn vlakke hand aan beide kanten van mijn gezicht en zei weer tegen mij dat ik een flikker ben.”

2. De chirurg, P.H. Haarbrink, heeft [naam benadeelde partij] onderzocht op 17 februari 2020 en de volgende medische verklaring opgesteld:

“Verslag - Ribdetail li - 17-02-2020 12:12:00:

17-02-2020, 07:43, Thorax pa/lat

Lymfeklieren: mediastinaal en hilair geen lymfadenopathie.

Cor: niet vergroot.

Longen: geen infiltraat, geen RIP, geen pneumothorax of andere afwijking.

Pleura: geen afwijkingen.

Pleuravocht: niet aanwezig.

Thorax skelet: fractuur rib 7, 8, 9,10 en 11 links”

3. De chirurg, M.L. Ponte Da Costa, heeft [naam benadeelde partij] onderzocht op 18 januari 2020 en de volgende medische verklaring opgesteld:

“Diagnose:

Keelklachten bij grijpen in de keel

Contusie linkerflank met hematoom en schoenafdruk aan linkerflank.

Hematoom linker wang.”

4.R.L. Martina, kaakchirurg, zag de aangever op 3 maart 2020. Hij schreef daarover:

“De klachten zouden zijn ontstaan ten gevolge van een doorgemaakt geweldtrauma. Ik constateerde een luxatie met reductie van de rechter discus articularis. (…) Hij kreeg het advies een collega tandarts te consulteren voor het aanmeten van een relaxatiesplint voor de nacht en hij kreeg de instructie het kauwstelsel zo veel mogelijk te ontzien.”

5 De getuige [1] heeft bij de politie het volgende verklaard:

“Ik woon samen met mijn man en kind van zes jaar. Wij stonden op 19 januari 2020 (het Gerecht begrijpt: 18 januari 2020) buiten op het erf. Ik hoorde een auto die met een beetje hoge snelheid mijn woning voorbij reed. Direct daarna zag ik een auto die op het erf van mijn buurvrouw opreed. Achter die auto reed een politiepatrouille. Achter vorenvermelde auto’s zag ik ook een grijsgelakte Hyundai voorbij rijden. Richie bleef in de auto zitten. Een politieagent, een beetje dik van postuur, liep naar hem toe. Daarna trok hij Richie uit de auto en duwde hem op de grond. Toen Richie op de grond lag, zette hij zijn been met kracht op Richie en twee andere politieagenten schopte Richie met hun geschoeide voeten die hem hard raakten.”

6 De getuige [2] heeft bij de politie het volgende verklaard:

“Op 19 januari 2020 (het Gerecht begrijpt: 18 januari 2020) stonden mijn vrouw [getuige 1] en ik buiten op het erf. Ik zag een grijze personenauto onze woning voorbij rijden. Achter die auto reed een politiepatrouillewagen. Vorenvermelde auto’s reden het erf van de woning gelegen drie woningen ten oosten van onze woning op. Ik zag hoe twee andere politieambtenaren de man die in de auto zat, verschillende schoppen met hun geschoeide voeten en ook met hun tot vuisten gebalde handen toediende.

7. Proces-verbaal van bevindingen bij meerkeuze fotoconfrontatie met de aangever [naam benadeelde partij]:

Op woensdag, 22 januari 2020 werd een meerkeuze fotoconfrontatie met de man genaamd [naam benadeelde partij]. Hij wees zonder te aarzelen op de fotosheet A, de politieagent onder nummer zeven (7) aan, als de politieagent die hij in zijn aangifte d.d. 19 januari 2020 aanduidt als de politieagent B, die hem het meest had mishandeld. Toen hij de politieagent onder nummer zeven (7) aanwees, werd hij een beetje emotioneel.

[naam benadeelde partij] wees op de fotosheet B de politieagent onder nummer tien (10) aan, als de politieagent die hij in zijn aangifte d.d. 19 januari 2020 aanduidt als de politieagent A, die de illegale man achterna rende.

[naam benadeelde partij] wees op de fotosheet C de politieagent onder nummer vier (4) aan, als de politieagent die hij in zijn aangifte d.d. 19 januari 2020 aanduidt als de politieagent C, die hem aan zijn strottenhoofd had vastgehouden.

Wij, verbalisanten, verklaren dat

Op bedoeld fotosheet A onder foto nummer zeven (7), de politieagent genaamd [verdachte], geboren op [datum] op Curaçao, staat afgebeeld.

Op bedoeld fotosheet B onder foto nummer tien (10), de politieagent genaamd [], geboren op [datum] op Curaçao, staat afgebeeld.

Op bedoeld fotosheet C onder foto nummer vier (4), de politieagent genaamd [medeverdachte], geboren op [datum] op Curacao, staat afgebeeld.”

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de aangever kennelijk leugenachtig heeft verklaard over het incident en het letsel, dat zijn cliënt is aangevallen door de verdachte en fysiek niet in staat was de tenlastegelegde feiten te plegen.

Het Gerecht overweegt dat de standpunten van de verdediging worden weerlegd door de hierboven opgenomen bewijsmiddelen.

De verklaring van de aangever vindt steun in ander bewijs zoals verklaringen van getuigen die het incident hebben waargenomen, en in het door de aangever opgelopen letsel.

Voor de verklaring van de verdachte dat hij zich heeft moeten verweren tegen een aanval van de aangever is in het dossier geen steun te vinden. Ook het verweer dat de verdachte door zijn fysieke gesteldheid de gepleegde handelingen niet zou kunnen hebben begaan is niet aannemelijk geworden.

Uit de medische stukken blijkt dat de aangever op de dag van het incident is onderzocht en er toen op zijn ribbenkast een schoenafdruk was te zien. Later bleek dat hij vijf ribben had gebroken en een ontwrichte kaak had. Tot in ieder geval 1 maart 2021 had hij nog steeds last had van zijn gebroken ribben. Daarnaast draagt hij dagelijks een kaaksplint in verband met zijn kaakgewrichtsklachten na een kaakluxatie.

Het Gerecht is van oordeel dat gelet op de aard van het hierboven beschreven letsel, de duur van herstel en de noodzaak en aard van het medisch ingrijpen, het letsel naar normaal spraakgebruik dient te worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.

De verdachte heeft de aangever geschopt en geslagen toen hij op de grond lag, vervolgens kwam de medeverdachte erbij die de aangever ook heeft mishandeld. Daarna is de verdachte de aangever wederom gaan slaan. Al deze handelingen werden door de beide verdachten gepleegd binnen enkele minuten. Gelet op het voorgaande staat vast dat door de verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachte geweld tegen de aangever is toegepast. Dat evenbedoeld geweld openlijk is verricht blijkt alleen al uit de omstandigheid dat buurtbewoners het geweld hebben kunnen waarnemen en daarover als getuigen hebben verklaard.

Overweging ten aanzien van de strafbaarheid

Ambtshalve beantwoordt het Gerecht de vraag of de verdachte een beroep toekomt op artikel 1:114, eerste lid onder c van het Wetboek van Strafrecht. Volgens dat artikelonderdeel is een gedraging niet strafbaar als zij is gepleegd in de uitvoering van een wettelijk voorschrift.

Vooropgesteld wordt dat van politieagenten wordt verwacht dat zij, gelet op hun geweldsmonopolie, handelend optreden in situaties waar burgers kunnen weglopen.

Naar luid van artikel 13 van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is de ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bevoegd in de rechtmatige uitoefening van zijn taak geweld te gebruiken tegen personen, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet op de hieraan verbonden gevaren, rechtvaardigt en dat doel niet op andere wijze kan worden bereikt.

In dit geval is de noodzaak om tegen de aangever geweld te gebruiken niet aannemelijk geworden. De aangever heeft nadat hij zijn voertuig tot stilstand had gebracht niet geprobeerd te vluchten en heeft zich vanaf dat moment tegenover de politie meewerkend opgesteld. Toch is de aangever, die geen kant op kon, geschopt tegen zijn rug en ribben en geslagen terwijl hij al op de grond lag. Voor dat geweld bestaat geen enkele rechtvaardiging, het voldoet niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:275 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Zware mishandeling.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:82 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Openlijke geweldpleging tegen personen, terwijl dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De verdachte heeft de aangever, die geen kant op kon, dusdanig geschopt en geslagen dat hij hierdoor vijf gebroken ribben en een ontwrichte kaak heeft opgelopen. Hij heeft dit samen met een medeverdachte gedaan. Dat een politieagent dit heeft gedaan met een collega en dat zij elkaar de hand boven het hoofd lijken te houden, neemt het Gerecht de verdachten zeer kwalijk.

De verdachte heeft door zijn handelen onrechtmatig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangever. De ervaring leert dat dergelijke gebeurtenissen voor slachtoffers traumatisch zijn. In dit geval is bovendien het vertrouwen in de politie ernstig aangetast. Om deze reden en vanwege de ernst van de feiten wordt ook de bijkomende straf van ontzetting uit het ambt van politiefunctionaris opgelegd.

Het Gerecht houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij is, zo blijkt uit zijn strafkaart, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en ontzetting uit het ambt van politiefunctionaris voor de duur van 2 jaren en 5 maanden, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Schadevergoeding

De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Het schadebedrag beloopt ANG 29.316. De verdediging heeft de vordering betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [naam benadeelde partij] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van ANG 20.150, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2020.

Dit bedrag bestaat uit de volgende posten (in ANG):

Omschrijving ANG

materiële schade (gederfd inkomen, bezoek artsen) “ 18.150

immateriële schade 2.000 +

Totaal ANG 20.150

De verdachte is hoofdelijk tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak. De benadeelde partij kan daarom in zoverre niet worden ontvangen en dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.

Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

Het Gerecht beslist over de proceskosten als hierna te melden.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op ANG 1.166.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:64, 1:78, 1:123, 1:133 en 2:281, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 8 (acht) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

ontzet de verdachte uit het recht op het bekleden van het ambt van politiefunctionaris voor een periode van 2 jaar en 3 maanden (twee jaar en drie maanden);

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [naam benadeelde partij] geleden schade toe tot een bedrag van ANG 20.150 (zegge: twintigduizend honderdvijftig gulden), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 januari 2020 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde partij] gemaakt, tot op heden begroot op ANG 1.166, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van ANG 20.150 (zegge: twintigduizend honderdvijftig gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 135 (honderdvijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2020 tot aan de dag van de voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;

bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Snitker, bijgestaan door mr. I.M. Sinon, (zittingsgriffier), en op 31 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier: