Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2021:103

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
01-06-2021
Zaaknummer
CUR202100695
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bewindvoerders nalatenschap vs. weduwe en twee kinderen. Onvoldoende belang bij gevraagde maatregelen m.b.t. het door de weduwe bewoond huis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202100695

Vonnis in kort geding d.d. 26 mei 2021

inzake

1 [BEWINDVOERDER 1],

wonend in Curaçao,

2. [BEWINDVOERDER 2],

wonend in Curaçao,

beiden in hun hoedanigheid van bewindvoerders in de nalatenschap van wijlen [ERFLATER],

eisers in conventie, gedaagden in reconventie,

gemachtigden: mr. H.W. Braam en Y. de Groot-Amtari,

tegen

1 [DE WEDUWE],

zowel pro se als in haar hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordigster van:
2. [KIND 1], geboren op […] 2006, en van:
3. [KIND 2], geboren op […] 2007,

allen wonend in Curaçao,

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. M.F. Murray.

Partijen zullen hierna de bewindvoerders en [de weduwe] worden genoemd.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure is als volgt:

  • -

    het verzoekschrift van 3 maart 2021, met producties;

  • -

    de behandeling ter zitting van hedenmorgen en de daarbij overgelegde pleitaantekeningen van de gemachtigden.

1.2.

Vonnis is bepaald om 14.00 uur.

2 De feiten

2.1.

Op […] 2017 is in Curaçao overleden [erflater], geboren op […] 1959 op Curaçao (hierna: erflater). Erflater was gehuwd met [de weduwe]. [Kind 1 en kind 2] zijn de nog minderjarige kinderen van erflater en [de weduwe].

2.2.

Uit een eerdere relatie heeft erflater nog een zoon: [kind 3] (geboren op […] 1999).

2.3.

Erflater heeft bij uiterste wilsbeschikking beschikt over zijn nalatenschap bij door zijn overlijden bekrachtigd testament van 15 april 2009. Daarin is het volgende opgenomen:

[…]

III. LEGATEN

[…]

B. Ik legateer, vrij van rechten en kosten, af te geven binnen drie maanden na mijn overlijden aan: [kind 1, 2 en 3], hierna tezamen ook te noemen de “blote eigenaren”, tezamen en voor gelijke delen: de blote eigendom van een perceel grond, gelegen in het tweede district van Curaçao, bekend als kavel nummer […] van het verkavelingsplan “[…]”, […], met het daarop gebouwde plaatselijk bekend als […]

C. Ik legateer, vrij van rechten en kosten af te geven binnen drie maanden na mijn overlijden aan [de weduwe]: het levenslang zakelijk recht van vruchtgebruik van voormeld perceel grond, […], plaatselijk bekend als […]
Ten aanzien van het recht van vruchtgebruik bepaal ik als volgt:

a. Het zakelijk recht van vruchtgebruik gaat in op de dag van mijn overlijden en eindigt op de dag van overlijden van [de weduwe], hierna ook te noemen de "vruchtgebruikster".
Het vruchtgebruik eindigt eveneens:

1. bij haar (her)trouwen of indien zij gaat samenwonen als ware zij gehuwd;

2. indien zij vrijwillig afstand doet van haar recht van vruchtgebruik;

3. indien zij tezamen met de blote eigenaren, in overleg met en medewerking van de hierna genoemde bewindvoerders overgaat tot de verkoop van […].

Het recht van vruchtgebruik dient binnen drie maanden na mijn overlijden bij notariële akte te worden gevestigd.

De vruchtgebruikster is verplicht voor eigen rekening het aan het gebruik onderworpen registergoed bij een solide verzekeringsmaatschappij te verzekeren en verzekerd te houden tegen alle risico's waartegen deze goederen gebruikelijk worden verzekerd, en de vruchtgebruikster dient telkens wanneer de mede-eigenaar dit wenst het bewijs van de verzekering te tonen. Doet zich schade voor aan het aan het recht van vruchtgebruik onderworpen registergoed, dan is de vruchtgebruikster verplicht dit registergoed te herstellen respectievelijk te herbouwen, tenzij de hoofdgerechtigde(n) haar van die verplichting ontslaat/ontslaan.

De kosten terzake van het onderhoud van het registergoed, alsmede de zakelijke eigenaarskosten, waaronder begrepen grondbelasting, komen volledig en alleen voor rekening van de vruchtgebruikster.

[…]

IV. ERFSTELLING

Onder de last van voormelde legaten benoem ik tot mijn enige erfgenamen van de overige niet genoemde bezittingen, tezamen en voor gelijke delen, met inachtneming van plaatsvervulling zoals geregeld in het Burgerlijk wetboek voor erfopvolging bij versterf: mijn kinderen, tezamen en voor gelijke delen, […]

VI. BEWIND

Ik bepaal dat hetgeen door mijn erfgenamen bij versterf wordt verkregen, dan wel hetgeen door de kinderen van [de erflater] wordt verkregen, hierna ieder ook te noemen de “rechthebbende”, onder bewind van twee bewindvoerders zal worden gesteld totdat de betreffende erfgenaam/erfgename/legataris de leeftijd van dertig (30) jaar heeft bereikt, en bepaal ik ten aanzien van het bewind als volgt:

1. Strekking van het bewind

Het bewind is uitsluitend ingesteld in het belang van de rechthebbende

2. Duur

Het bewind vangt aan op de dag van mijn overlijden. […]

X. BENOEMING UITVOERSTER

Ik benoem [de weduwe] tot uitvoerster van mijn uiterste wilsbeschikking en beredderaarster van mijn begrafenis of crematie en van mijn boedel, onder toekenning van alle daartoe benodigde macht, […].

[…]

2.4. [

De weduwe] is benoemd tot executeur. [Bewindvoerder 1 en bewindvoerder 2] zijn thans als bewindvoerders aangesteld.

2.5.

Tot op heden is geen recht op vruchtgebruik op de woning aan de […] gevestigd.

2.6.

In de zomer van 2018 is [de weduwe] met de kinderen verhuisd naar een andere woning in dezelfde straat. […] bleef daarna onbewoond. [De weduwe] is de tuin en het zwembad blijven onderhouden.

2.7.

Bij vonnis van 28 september 2020 dit gerecht in kort geding beslist dat de bewindvoerders vanuit het vermogen van de nalatenschap van erflater de maandelijkse utiliteitskosten en de kosten van zwembad- en tuinonderhoud dienen te betalen, na ontvangst van de daartoe strekkende facturen. Dit in afwachting van een beslissing in de bodemzaak over het al dan niet alsnog kunnen vestigen van het vruchtgebruik en de vraag voor wiens rekening de onderhoudskosten komen. In de bodemzaak, waarin onder meer deze vragen aan de orde komen, wordt hedenmiddag pleidooi gehouden.

2.8. [

De weduwe] heeft begin dit jaar (bouw)werkzaamheden aan de woning aan de […] laten uitvoeren. Zij woont sinds ongeveer een maand weer in de woning, met [kind 1 en kind 2].

3 Het geschil

In conventie

3.1. [

Bewindvoerder 1 en bewindvoerder 2] vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [de weduwe] om:

I. primair: binnen twee dagen na betekening van het vonnis alle werkzaamheden aan /in/om en bij de woning aan de […] te (laten) staken en gestaakt te houden;

subsidiair: direct na betekening van het vonnis alle werkzaamheden aan/in en bij de woning aan de […] in overleg en met schriftelijke goedkeuring van de bewindvoerders te laten geschieden;

II. binnen twee dagen na betekening van het vonnis alle informatie in verband met de werkzaamheden aan/in en bij de woning aan de […] te verstrekken aan de bewindvoerders, waaronder kopieën van de verstrekte opdrachten, de opgevraagde offertes met vermelding van de kosten en overige bescheiden dienaangaande;

III. binnen twee dagen na betekening van het vonnis de bewindvoerders de toegang tot de woning aan de […] te verstrekken en de sleutel(s) te verstrekken;

IV. een en ander op straffe van het persoonlijk - aldus uitdrukkelijk niet in hoedanigheid van executeur om daarmee de nalatenschap niet te belasten - verbeuren van een dwangsom ten gunste van de nalatenschap.

3.2. [

De weduwe voert verweer.

In reconventie

3.3. [

De weduwe] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad om haar, voor zover nodig, toestemming te verlenen om namens haar minderjarige kinderen te procederen en vordert namens haar minderjarige kinderen de bewindvoerders te veroordelen om binnen één week na betekening van dit vonnis aan [naam school] te voldoen de schoolbijdragen voor [kind 1 en kind 2] over het schooljaar 2021/2022 ad NAf 31.450 ter zake [kind 1] en NAf 31.400 ter zake [kind 2], een en ander kosten rechtens.

3.4.

De bewindvoerders voeren verweer.

4 De beoordeling

4.1.

Evenmin als in het vorige kort geding, zal in dit kort geding een oordeel worden gegeven over het geschilpunt van partijen met betrekking tot de vraag of [de weduwe] nog aanspraak kan maken op vestiging van het recht van vruchtgebruik met betrekking tot […]. Over die kwestie zal (als de bewindvoerders hun standpunt terzake handhaven niettegenstaande de ter zitting gebleken omstandigheid dat [de weduwe], [kind 1 en kind 2] sinds kort weer hun intrek in de woning hebben genomen) kunnen worden beslist in de bodemprocedure.

4.2.

Bij de in dit kort geding gevraagde voorzieningen hebben de bewindvoerders, mede gelet op het feit dat [de weduwe], [kind 1 en kind 2] de woning thans weer bewonen, onvoldoende belang.

4.3.

Op zichzelf is juist het standpunt van de bewindvoerders dat (substantiële) verbouwings- en onderhoudswerkzaamheden aan de woning dienen plaats te vinden in samenspraak met de bewindvoerders. De woning behoort immers tot de nalatenschap. De bewindvoerders kunnen zich tegen dergelijke werkzaamheden verzetten indien de belangen van de gerechtigden tot de nalatenschap - dus [kind 3. kind 1 en/of kind 2] - daardoor worden geschaad. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als de waarde van de woning door de werkzaamheden zou verminderen, hetgeen hier niet aan de orde lijkt. Wellicht zou dit ook het geval kunnen zijn als de kosten van de werkzaamheden ten laste van de nalatenschap zouden komen, zonder dat daar voor de nalatenschap een vermeerdering of behoud van waarde tegenover staat. Die situatie is nu (nog) niet aan de orde, aangezien [de weduwe] (nog) geen verhaal op de bewindvoerders heeft gezocht van de door haar betaalde kosten (door haar geschat op NAf 140.000 à NAf 150.000).

4.4.

Als [de weduwe] tekort zou schieten in de informatieverstrekking aan de bewindvoerders met betrekking tot de woning en met voorbijgaan aan hun taak en bevoegdheden eigenmachtig beslissingen zou nemen en kosten zou maken - hetgeen volgens de bewindvoerders wel en volgens [de weduwe] niet het geval is - zou haar dat uiteraard kunnen worden tegengeworpen als zij bepaalde kosten op de nalatenschap zou willen verhalen. Dat speelt nu (nog) niet. Een voldoende belang bij een veroordeling van [de weduwe] in dit kort geding tot informatieverstrekking ontbreekt dan ook, nog daargelaten dat namens de bewindvoerders niet concreet is aangeduid welke gegevens zij naast de reeds door [de weduwe] gestuurde e-mails missen.

4.5.

Een voldoende belang bij onder III gevorderde toegang tot de woning en verstrekking van sleutels ontbreekt eveneens. Deze vordering zal de bewindvoerders zijn ingegeven door de leegstand van de woning en door de bij de bewindvoerders ontstane indruk dat [de weduwe] geen aanspraak meer zou (kunnen) maken op bewoning en vruchtgebruik. Die situatie is inmiddels achterhaald. Bovendien heeft [de weduwe] onbetwist gesteld dat [bewindvoerder 2] de woning in november 2020 enkele malen heeft bezichtigd en heeft zij gesteld dat wat haar betreft een afspraak kan worden gemaakt voor een periodieke, bijvoorbeeld halfjaarlijkse, inspectie door de bewindvoerders.

4.6.

De tegenvordering van [de weduwe] kan ook niet slagen. Onweersproken is dat de facturen van de school waarvan [de weduwe] betaling verlangt niet eerder dan gisteren naar de bewindvoerders zijn gestuurd. De bewindvoerders hebben verklaard tot betaling van die facturen bereid te zijn. Er bestaat onvoldoende aanleiding aan te nemen dat zij die toezegging niet zullen nakomen. Een voldoende belang bij hun veroordeling ontbreekt dan ook.

4.7.

Gelet op de familierelatie van partijen en het tot op zekere hoogte vestzak-broekzak-karakter van de zaak, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5 De beslissing

Het Gerecht:

rechtdoende in kort geding:

In conventie

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

In reconventie

5.3.

wijst de vordering af;

5.4.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 26 mei 2021 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.