Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2021:101

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
31-05-2021
Datum publicatie
01-06-2021
Zaaknummer
555.00161/20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rellen in het centrum van Willemstad op 24 juni 2020. De verdachte wordt beschuldigd van (i) openlijk geweld tegen goederen, van (ii) opruiing, en van (iii) het versperren van de openbare weg. Vrijspraak voor opruiing, ovar voor het versperren van de openbare weg, veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken voor openlijk geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 555.00161/20

Uitspraak: 31 mei 2021 Verstek

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [datum] in Curaçao,

wonende in Nederland.

Onderzoek van de zaak

Waar het in deze zaak om gaat

Sociale onrust in Curaçao leidde eind juni 2020 tot rellen en plunderingen in het centrum van Willemstad. Volgens het openbaar ministerie heeft de verdachte mensen in zijn omgeving opgehitst en heeft de verdachte daarmee een belangrijke bijdrage aan deze onlusten geleverd. Hierom wordt de verdachte beschuldigd van (i) openlijk geweld tegen de hoofdingangspoort van het regeringscentrum in Fort Amsterdam, van (ii) opruiing, en van (iii) het versperren van de openbare weg.

Verdachte niet verschenen, verstekbehandeling

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 mei 2021. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. De raadsvrouw van de verdachte, mr. A. Sulvaran, heeft ter terechtzitting namens de verdachte verdediging gevoerd.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie mr. E. de Groot heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met een proeftijd van 2 jaren.

Pleidooi verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van de gehele tenlastelegging bepleit en heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

Openlijk geweld gepleegd op 24 juni 2020

hij op of omstreeks 24 juni 2020, althans in of omstreeks de maand juni 2020 te Curaçao, openlijk, te weten op of aan de openbare weg te weten, de Plaza Piar, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op/in de voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, te weten de regeringscentrum te Fort Amsterdam, in elk geval op/in een voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) goed(eren), te weten de hoofdingangspoort van de Fort Amsterdam,

welk geweld bestond uit

 het (met kracht) duwen en/of openbreken en/of vernielen van de

ijzeren hoofdingangspoort van de Fort Amsterdam;

(artikel 2:82 lid 1-2a/b Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair: medeplegen van vernieling gepleegd op 24 juni 2020

hij op of omstreeks 24 juni 2020, althans in of omstreeks de maand juni 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk de ijzeren hoofdingangspoort van de Fort Amsterdam, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de overheid van Curaçao, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

(artikel 2:334 Wetboek van Strafrecht)

Feit 2

Opruiing

hij in of omstreeks de periode van 14 juni t/m 24 juni 2020, althans in of omstreeks de maand juni 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk in het openbaar mondeling en/of bij geschrift en/of door middel van een afbeelding of van gegevens uit (een) geautomatiseerd(e) werk(en), tot enig misdrijf of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

op of omstreeks 14 juni 2020

 de volgende uitlatingen op Facebook gedaan: " Awel si pueblo no ke uni ta bai obliga Pueblo uni". "Be pending akshon ta konta basta ku papiamento awo: (" Als het yolk met wit verenigen zullen ze gedwongen worden") ("Wees gereed, actie is wat telt, stop nu met praten") "Rabia bo ta tog awel dia bo mira mi riba kaya join mi demonstra kon rabia bo ta ku akshon i no na kas via telefon" (je bent toch kwaad? Op de dag dat je me op straat zal zien, sluit je aan en laat zien hoe kwaad je bent door middel van acties en met thuis via de telefoon")

op of omstreeks 17 juni 2020

 tijdens een live interview op de brug anderen aangemoedigd om zich bij hem en/of zijn groep actievoerders te voegen om een eenheid te vormen en/of contact met hem op te nemen via facebook en/of,

 aangekondigd dat er nog meer acties zullen volgen en/of,

 opzettelijk personen en/of actievoerders aangezet tot en/of opgestookt en/of aangemoedigd tot het opzettelijk aan beide kanten versperren van enige openbare landweg, te weten de Julianabrug door wegblokkades te plaatsen en/of het verkeer te belemmeren en/of verhinderen en/of,

op of omstreeks 18 juni 2020

 de volgende uitlatingen op Facebook gedaan: " Durante 3 ania nan aki gobierno no a respeta ami ni mi pais pa kiko ami si tin ku bai respeta bosnan" ("Gedurende 3 jaar lang heeft de regering mij en/of mijn land niet gerespecteerd, dus waarom moet ik hen wel gaan respecteren) en/of "Donder op hom" ("Donder op man") en/of "Ku bosnan ke of no mi ta bai obliga e pueblo aki lanta un dia" ("Of jullie willen of niet ik zal de bevolking gaan dwingen om op een dag op te komen") en/of "Bosnan kuenta ku si bosnan no gusta"( "Jullie probleem als jullie het niet leuk vinden") en/of "Shonan ready siiii??("Mensen zijn jullie klaar ervoor ???") en/of,

op of omstreeks 22 juni 2020

 de volgende uitlatingen middels een live uitzending op Facebook gedaan: "Komt manifesteren zonder de angst dat je je werk zal verliezen daar jij je werk toch zal verliezen

 "Wanneer wij laten we zeggen passief zouden manifesteren zou ik sowieso twee en/of drie banden in de fik laten steken." "lk ben begonnen sommige personen te activeren om dit te doen". "Voor diegenen die kwaad worden op het moment dat het verkeer wordt geblokkeerd, het kan me niet schelen". "Wordt woedend, stap uit je auto en sluit je aan bij ons".

op of omstreeks 24 juni 2020

 de volgende uitlatingen middels een live uitzending op Facebook gedaan:

 "Lihe, lihe" ("Snel, snel"). "Iedereen kom nu naar het Waaigat". "Het is nu of nooit". "Laat de politie maar komen". "Ik kan het niet alleen doen, ik heb het volk nodig". "Het volk moet zich verenigen en als hij dat niet wil dan zal hij gedwongen worden"

Feit 3

Culpoze vernieling (lucht)verkeerswerken

hij op of omstreeks de periode van 17 juni 2020 en/of 18 juni 2020, althans in of omstreeks de maand juni 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, enig werk dienende voor het openbaar verkeer of het luchtverkeer heeft vernield en/of onbruikbaar gemaakt en/of beschadigd en/of enige openbare land en/of waterweg versperd en/of een zodanig werk en/of zodanige weg genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

opzettelijk personen en/of actievoerders aangezet tot en/of opgestookt en/of aangemoedigd tot het aan beide kanten versperren van enige openbare landweg, te weten de weg leidende naar de Julianabrug door wegblokkades te plaatsen en/of het verkeer te belemmeren en/of verhinderen en/of brand te stichten en/of steenbrokken op het wegdek te gooien en/of plaatsen en/of tot het in brand steken van autobanden en/ of het opzettelijk versperren van enige openbare landweg, te weten de kruising van wegen van de Caracasbaaiweg/weg leidende naar woonwijk Rooi Santoe door wegblokkades te plaatsen en/of het verkeer te belemmeren en/of verhinderen en/of op de grond te gaan zitten voor een voertuig;

(artikel 2:111 lid I Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 2

Rellen brandstichtingen en plunderingen: op 24 juni 2020 liep een protest tegen de regering van Curaçao volledig uit de hand. Aan dat protest deden werknemers van het afvalverwerkingsbedrijf mee omdat zij het niet eens waren met een door de regering aangekondigde korting op hun salaris. Ook de verdachte, die zichzelf opwierp als spreekbuis voor de jongeren van Curaçao, spoorde zijn achterban die dag en de dagen ervoor aan om actie te voeren tegen de regering. Hij richtte zich vaak via Facebook tot zijn achterban. Zo zou de verdachte op 22 juni 2020 tijdens een live uitzending op Facebook zijn achterban hebben toegesproken en in het Papiaments onder meer hebben gezegd (vertaling door verbalisant):

“(…) Wanneer wij, laten we zeggen passief zouden manifesteren zou ik sowieso 2 a 3 banden in de fik laten steken. Ik ben begonnen om sommige personen te activeren om dit te doen. Dit met als doel om het volk te activeren. (…)”

Dit citaat is in de dagvaarding opgenomen. Tijdens de terechtzitting is evenwel gebleken dat de zojuist weergegeven uitspraak van de verdachte berust op een onjuiste vertaling. De door de tolk ter terechtzitting gegeven vertaling luidt:

“(…) Om te beginnen laten we het passief doen. Er is niks kapot gemaakt. Sowieso zijn er een paar dingen in de fik gestoken op een paar plekken. Ik snap dat ik een paar mensen heb getriggerd. Er waren brandstichtingen, maar dat is niet wat ik wilde. Wat ik wilde is eenheid. Het doel was om het volk wakker te maken, dat ze op een gegeven moment door hebben wat er gaande is. (…)”

De verdachte wordt beschuldigd van opruiing. Het Gerecht is van oordeel dat daarvoor onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Daartoe overweegt het Gerecht als volgt.

Schuldig aan opruiing is hij die in het openbaar, mondeling, tot enig misdrijf of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit (zie artikel 2:49 van het Wetboek van Strafrecht). De opruier spoort anderen opzettelijk aan tot strafbaar gedrag.

Onder feit 2 is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van 14 juni tot en met 24 juni 2020 anderen heeft aangezet tot enig misdrijf of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag door, kort gezegd, hem te steunen in zijn protesten tegen de overheid, door zijn boosheid op de regering uit te spreken, door wegen te versperren, door anderen op te roepen met hem te gaan demonstreren, en door te stellen dat hij autobanden in de brand zal laten steken.

Dit laatste verwijt (het in de brand laten steken van autobanden) kan niet worden bewezen nu ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte dat in werkelijkheid niet heeft gezegd. Hij heeft gezegd dat hij anderen daartoe heeft bewogen maar dat dat niet zijn bedoeling was, dat hij geen opzet had op die brandstichtingen. Deze opmerking over brandende autobanden zag niet op toekomstige acties maar op een moment in het verleden. Een oproep om bij een volgende actie weer autobanden te laten branden, valt in de uitspraak van de verdachte niet te ontdekken. In zoverre is er geen sprake van een oproep aan de achterban tot strafbaar handelen.

Het aansporen van anderen tot protest en deelname aan demonstraties tegen het regeringsbeleid, en door woede over het regeringsbeleid te uiten, valt niet onder opruiing zolang dat niet gepaard gaat met opzettelijke aansporingen tot strafbaar gedrag. Nu van dat laatste niet blijkt, is ook in zoverre geen sprake van opruiing.

De verdachte heeft ten slotte nog opgeroepen tot actie door bij wijze van maatschappelijk protest met hem een openbare verkeersweg te versperren. Het versperren van een openbare weg kan strafbaar zijn als daardoor een onveilige verkeerssituatie ontstaat. De keuze viel op deze wijze van actievoeren omdat dat volgens verwachting meer aandacht in de media zou krijgen. Dat de verdachte met opzet gevaarlijke verkeerssituaties heeft willen creëren, kan niet uit het dossier worden afgeleid.

De slotsom is dan ook dat de verdachte van opruiing zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 en onder feit 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

Feit 1

Openlijk geweld gepleegd op 24 juni 2020

hij op of omstreeks 24 juni 2020, althans in of omstreeks de maand juni 2020 te Curaçao, openlijk, te weten op of aan de openbare weg te weten de Plaza Piar, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op/in de voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, te weten de regeringscentrum te Fort Amsterdam, in elk geval op/ in een voor het publiek toegankelijke plaats/ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) goed(eren), te weten de hoofdingangspoort van de Fort Amsterdam,

welk geweld bestond uit

 het (met kracht) duwen en/of openbreken en/of vernielen van de

ijzeren hoofdingangspoort van de Fort Amsterdam;

Feit 3

Culpoze vernieling (lucht)verkeerswerken

hij op of omstreeks de periode van 17 juni 2020 en/of 18 juni 2020, althans in of omstreeks de maand juni 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, enig werk dienende voor het openbaar verkeer of het luchtverkeer heeft vernield en/of onbruikbaar gemaakt en/of beschadigd en/of enige openbare land en/of waterweg [heeft] versperd en/of een zodanig werk en/of zodanige weg genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

opzettelijk personen en/of actievoerders aangezet tot en/of opgestookt en/of aangemoedigd tot het aan beide kanten versperren van enige openbare landweg, te weten de weg leidende naar de Julianabrug door wegblokkades te plaatsen en/of het verkeer te belemmeren en/of verhinderen en/of brand te stichten en/of steenbrokken op het wegdek te gooien en/of plaatsen en/of tot het in brand steken van autobanden en/ of het opzettelijk versperren van enige openbare landweg, te weten de kruising van wegen van de Caracasbaaiweg/weg leidende naar woonwijk Rooi Santoe door wegblokkades te plaatsen en/of het verkeer te belemmeren en/of verhinderen en/of op de grond te gaan zitten voor een voertuig;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het onder feit 1 ten laste gelegde openlijke geweld zal worden vrijgesproken.

Het Gerecht stelt het volgende vast.

De verdachte heeft zijn achterban opgetrommeld bij Post 5 van de Isla waar luidkeels werd geroepen om de minister president van Curaçao die moest komen luisteren naar de wensen en onvrede van de demonstranten. De regeringsleider kwam echter niet opdagen. Daarop spoorde de verdachte zijn achterban aan om het protest voort te zetten bij Fort Amsterdam, het regeringsgebouw. Op camerabeelden is te zien dat de demonstratie daar aangekomen niet langer vreedzaam verliep. Te zien is dat de verdachte vooraan in de menigte aan de hoofdingang van het regeringsgebouw staat te schudden. Het dossier bevat foto’s die kort na de onlusten zijn gemaakt van de vernielde ijzeren poort die toegang geeft tot Fort Amsterdam.

Het Gerecht komt tot de volgende beoordeling.

Een groep demonstranten heeft de ijzeren toegangspoort tot het regeringscentrum vernield en de verdachte heeft daarbij een initiërende rol gehad. Hij heeft zijn aanhang aangespoord om de regeringsleider persoonlijk ter verantwoording te roepen voor de sociaaleconomische situatie in het land. Toen de regeringsleider niet op die uitnodiging inging, heeft een meute demonstranten die mede door de verdachte werd aangevoerd hem in het regeringsgebouw willen opzoeken. De verdachte stond vooraan toen de meute zich toegang tot het regeringsgebouw probeerde te verschaffen. De verdachte heeft zelf aan de ijzeren toegangspoort staan schudden en zo een significante bijdrage geleverd aan het geweld waaronder de toegangspoort is bezweken. Als leider van zijn achterban ging de verdachte voorop in de strijd, in plaats van verantwoord burgerlijk leiderschap te tonen en zich te distantiëren van het geweld toen de manifestatie uit de hand liep. Aldus heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld in vereniging tegen een goed.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder feit 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:82 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Er zijn in zoverre geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Het Gerecht is van oordeel dat het onder feit 3, zoals het is ten laste gelegd, niet strafbaar is.

Volgens artikel 2:111, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Wetboek van strafrecht is het hierboven bewezen verklaarde slechts strafbaar, indien daardoor het verkeer onveilig wordt.

Dat in het voorliggende geval sprake was van een onveilige situatie in het verkeer is niet ten laste gelegd. In de tenlastelegging en in de bewezenverklaring ontbreekt een delictsbestanddeel, en het bewezen verklaarde kan dan niet als een strafbaar feit worden gekwalificeerd. Hierdoor moet de verdachte ten aanzien van feit 3 op de tenlastelegging worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde openlijke geweld.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bewezen is verklaard dat de verdachte zich op 24 juni 2020 tijdens een demonstratie tegen de regering van Curaçao schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld tegen de hoofdingangspoort van het regeringscentrum in Fort Amsterdam.

Het oproer bij het regeringscentrum was een bijzonder ernstige schending van de openbare orde en de verdachte heeft daarin een belangrijke initiërende rol gehad. Als hoofdman van een groep volgelingen heeft hij volkswoede gemobiliseerd in de richting van het centrum van de macht van Curaçao. Hierdoor is het openbare leven een aantal dagen plat komen te liggen. Dat leidde tot economische schade voor het land en haar bewoners, tot angst bij een deel van de bevolking, en tot schade aan het imago van Curaçao als rustige en zonnige bestemming voor een onbezorgde vakantie.

Die dag hebben meerdere zeer ernstige schendingen van de openbare orde plaatsgehad. Anderen dan de verdachte hebben op die dag nog meer vernielingen gepleegd in het centrum van Willemstad, winkels geplunderd en een politieauto in de brand gestoken. Uitdrukkelijk wordt overwogen dat die reeks van incidenten niet meeweegt bij het opleggen van straf aan de verdachte.

Op openlijk geweld staat een gevangenisstraf van maximaal 6 jaren. Daarmee heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat deze vorm van schending van de openbare orde als een zeer ernstig verwijt wordt beschouwd.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Na dit een en ander te hebben afgewogen is het Gerecht tot de slotsom gekomen dat een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken, zoals gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Voor de daarnaast gevorderde taakstraf ziet het Gerecht geen aanleiding. De gevorderde straf zag op drie strafbare feiten, terwijl het Gerecht maar tot veroordeling voor één strafbaar feit komt. Dat rechtvaardigt een lagere straf dan de gevorderde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19 (voorwaardelijke straf) en 1:20 (proeftijd) van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem/haar daarvan vrij;

verklaart het onder 3 bewezen verklaarde niet strafbaar;

ontslaat de verdachte ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde van alle rechtsvervolging;

kwalificeert het onder feit 1 bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het onder feit 1 bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Snitker, bijgestaan door mr. A. Jansen-Poulo, (zittingsgriffier), en op 31 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier: