Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:76

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
30-03-2020
Datum publicatie
08-04-2020
Zaaknummer
CUR201803511
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschadiging prieeltje, Vaststelling schadebedrag door deskundige of schatting door gerecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISERES],

wonend te Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. O.A. Martina,

tegen

ELUX TECHNOLOGIES N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. C.A. Peterson.

1 Het procesverloop

Eiseres heeft op 23 oktober 2018 een verzoekschrift ingediend. Daarna is tot en met dupliek geconcludeerd. Vonnis is bepaald op vandaag.

2 Het geschil

2.1

Eind september 2017 is met een aan gedaagde in eigendom toebehorende vrachtauto schade toegebracht aan een aan eiseres in eigendom toebehorend prieel (hierna: ‘de gazebo’). De vrachtauto werd bestuurd door een werknemer van gedaagde. De gazebo stond aan de Dokweg te Curaçao. In 2019 heeft eiseres de gazebo verwijderd. Vanuit de gazebo verkocht eiseres onder meer frisdrank en broodjes aan personeel van Aqualectra en de dokmaatschappij.

2.2

Eiseres stelt dat gedaagde aansprakelijk is voor de door haar als gevolg van de aanrijding geleden schade. Met verwijzing naar een overgelegde begroting raamt eiseres de herstelkosten van de gazebo op NAf 4.924,16. Daarnaast stelt eiseres inkomsten te derven. Ter verzekering van haar vordering heeft eiseres conservatoire beslagen gelegd ten laste van gedaagde.

2.3

Eiseres vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

i. gedaagde te veroordelen aan haar te betalen NAf 4.924,80, vermeerderd met 15% incassokosten en met de wettelijke rente;

ii. voor recht te verklaren dat eiseres door het ongeval schade heeft geleden in de vorm van inkomstenderving en dat gedaagde gehouden is die schade te vergoeden, op te maken bij staat;

iii. gedaagde te veroordelen in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen.

3 De beoordeling

3.1

Gedaagde bestrijdt niet dat zij aansprakelijk is voor de als gevolg van de aanrijding door eiseres geleden schade. Van die aansprakelijkheid zal dan ook worden uitgegaan.

3.2

Wel in geschil is de hoogte van de schade. Gedaagde wijst erop dat de gazebo blijkens de overgelegde foto’s bestond uit een metalen geraamte, zonder vloer, met een dak van cementplaat en shingles, terwijl eiseres aanspraak maakt op vergoeding van allerlei houten onderdelen en een houten vloer. Volgens gedaagde had een smid de verbogen metalen buizen voor een gering bedrag kunnen herstellen. Gedaagde betwist voorts dat eiseres inkomensschade heeft geleden. In de eerste plaats zou het slechts om gederfde winst kunnen gaan, niet om gederfde omzet. Bovendien kon eiseres volgens gedaagde haar gazebo gewoon blijven gebruiken en heeft zij dat ook gedaan, totdat zij de gazebo in 2019 heeft weggehaald en haar verkoop ter plaatse heeft gestaakt. Gedaagde verzet zich ook tegen de door eiseres opgevoerde kosten van onder meer exploten en beslagen. Die kosten waren volgens gedaagde nodeloos en disproportioneel.

3.3

De vordering van eiseres terzake gevolgschade - inkomstensderving – is niet toewijsbaar. Tegenover de gemotiveerde betwisting door gedaagde heeft eiseres deze schadepost onvoldoende onderbouwd. In het bijzonder de omstandigheid dat eiseres niet heeft bestreden dat zij ook na de aanrijding haar verkoop heeft voortgezet en de omstandigheid dat elke cijfermatige onderbouwing van de door eiseres gestelde inkomstenderving ontbreekt, maken dat de door eiseres onder ii. gevraagde verklaring voor recht niet kan worden gegeven.

3.4

Uit de stellingen van partijen blijkt dat zij de zaakschade - schade aan de gazebo - gezamenlijk hebben opgenomen, naar het gerecht begrijpt in het bijzijn van de persoon van wie de door eiseres als productie 2 overgelegde begroting afkomstig is. Die begroting betreft, zoals de projectbeschrijving ook luidt, een ‘houten gazebo’. Het betreft duidelijk niet het herstel van de (overwegend) metalen gazebo van eiseres. Kennelijk ziet de begroting op een vervangende gazebo. Dat zou op zijn plaats kunnen zijn indien de gazebo van eisers als ‘total loss’ moest worden aangemerkt, maar dat is niet gesteld en blijkt ook niet uit de door partijen overgelegde foto’s. De overgelegde begroting kan dan ook niet zonder meer dienen als onderbouwing van de vordering. Bovendien is het begrote bedrag voor ongeveer een kwart toe te schrijven aan een houten vloer, terwijl gelet op de betwisting door gedaagde en de overgelegde foto’s niet aannemelijk is dat de beschadigde gazebo een (houten) vloer had.

3.5

De door eiseres geleden zaakschade is te stellen op het bedrag dat eiseres zou hebben moeten betalen om de gazebo in de oude staat te herstellen. Dat de gazebo inmiddels is verwijderd (en wellicht gesloopt) doet daaraan niet af. Bij gebreke van overeenstemming tussen partijen over de hoogte van de herstelkosten, is deskundig advies benodigd. De deskundige zal de gazebo moeten bekijken (indien nog ergens aanwezig). Als dat niet kan, zal de deskundige zich moeten baseren op de overgelegde foto’s en eventuele nadere door partijen te verstrekken gegevens. Partijen zullen bij akte kunnen voorstellen wie als deskundige kan worden benoemd. Het voorschot voor de deskundige, dat zal worden bepaald op NAf 2.500, zal door partijen gezamenlijk, ieder voor de helft, moeten worden voldaan.

3.6

Op basis van de eigen ervaringen op het terrein van las- en smeedwerk, zou het gerecht de herstelkosten (uitzagen van verbogen delen, die vervangen door nieuw, in te lassen materiaal, herstel dakbeplating, schilderwerk) begroten op NAf 2.500 inclusief OB. Als beide partijen zich bij dat bedrag kunnen neerleggen, zal een deskundigenbericht achterwege kunnen blijven en zal dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2017. In dat geval zullen de proceskosten aldus worden gecompenseerd dat de beslagkosten, griffierechten en oproepingskosten bij helfte door partijen worden gedragen en dat partijen ieder hun eigen overige (ook buitengerechtelijke) kosten draagt. Partijen kunnen zich hierover desgewenst met elkaar verstaan en, indien zij het eens zijn, dat in hun akte vermelden.

4 Beslissing

Het gerecht

4.1

verwijst de zaak naar de rolzitting van maandag 4 mei 2020 voor akte uitlating als bedoeld onder 3.5 en 3.6 zijdens beide partijen;

4.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier op 30 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.