Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:68

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
09-03-2020
Datum publicatie
03-04-2020
Zaaknummer
CUR201900932
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft een pickup gekocht waarop beslag van de fiscus lag. Maar gedaagde was niet de verkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISER],

wonende te Curaçao,

eiser,

procederend in persoon,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. N.B. Louisa.

1 Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift van eiser van 14 maart 2019

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de akte uitlating producties van eiser

- de akte uitlating producties van gedaagde.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Eiser stelt dat hij begin 2018 een Isuzu-pick-up uit 1994 van gedaagde heeft gekocht voor NAf 3.300. Volgens eiser heeft hij de pick-up niet op zijn naam kunnen overschrijven. Eiser stelt dat sprake is van dwaling en wanprestatie. Hij wil de koopsom terug, vermeerderd met door hem gemaakte kosten.

2.2.

Eiser vordert:

a. a) de koopovereenkomst te vernietigen, althans nietig te verklaren, althans te ontbinden, althans voor ontbonden te verklaren;

b) gedaagde te veroordelen om aan eiser NAf 3.814,29 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente.

c) gedaagde te veroordelen in de gedingkosten en incassokosten.

2.3.

Gedaagde heeft uitgelegd wat er volgens hem is gebeurd. Eiser heeft die uitleg niet tegengesproken. Daaruit concludeert het gerecht dat het niet gedaagde is geweest die de pick-up aan eiser heeft verkocht.

2.4.

Het gerecht gaat ervan uit dat het zo is gegaan: Gedaagde was eigenaar van de pick-up. Omdat gedaagde een belastingschuld had, heeft de belastingdienst beslag op de pick-up gelegd. Gedaagde heeft de pick-up toen - in 2016 - aan [naam 1] verkocht, de eigenaar van ‘Big Papi” Carwash in […]. [naam 1] was bekend met het beslag. Hij heeft de pick-up overgespoten en er zijn bedrijfsnaam op gezet. Vervolgens heeft [naam 1] de pick-up met een automonteur geruild tegen een andere auto. De monteur heeft de pick-up verkocht aan “Payo”. Er is een schriftelijke verklaring van [naam 1] waarin hij bevestigt dat dit de gang van zaken is geweest. Payo heeft de pick-up begin 2018 aan eiser verkocht. Uit de overgelegde kwitantie blijkt de door eiser aan Payo betaalde koopprijs van NAf 3.300. Op die kwitantie staat als ontvanger van het bedrag vermeld “[naam 2]” en staat een stempel met de woorden “Payo”, “as is where is” en een telefoonnummer. Tussen eiser en gedaagde is er al die tijd nooit enig contact geweest. Gedaagde kende Payo niet. Gedaagde heeft er wel steeds aan meegewerkt dat de motorijtuigenbelastingkaart en de autoverzekering op zijn naam bleven staan.

2.5.

Er is dus geen overeenkomst gesloten tussen eiser en gedaagde. Gedaagde kan eiser daarom niet verkeerd hebben voorgelicht voor het sluiten van zo’n overeenkomst. En gedaagde kan ook niet zijn tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen tegenover eiser. Daarom moeten de vorderingen van eiser worden afgewezen. De andere verweren van gedaagde, waaronder het verweer dat Payo eiser heeft aangeboden de pick-up weer terug te kopen, hoeven niet te worden besproken.

2.6.

Artikel 60 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat de in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten. Dat zal gebeuren.

2.7.

Gedaagde heeft een bewijs van onvermogen overgelegd. Hem zal toestemming worden verleend kosteloos te procederen.

3 Beslissing

Het gerecht

3.1.

wijst af het gevorderde;

3.2.

verleent gedaagde toestemming kosteloos te procederen;

3.3.

veroordeelt eiser in gedaagdes proceskosten, tot aan deze uitspraak begroot op NAf 500 voor gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier op 9 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.