Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:57

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
27-03-2020
Zaaknummer
CUR201902083
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft het bezwaarschrift buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend. Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. De Inspecteur had het bezwaar dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren. Ten overvloede overweegt het Gerecht nog dat belanghebbende als ingezetene van Curaçao verzekerd en premieplichtig is voor de AOV/AWW 2018. Tot en met 2013 was in de Gezamenlijke Beschikking bepaald dat geen aanslag premieheffing AOV/AWW wordt vastgesteld als op een aanslag inkomstenbelasting achterwege blijft. Deze bepaling is vanaf 2014 niet langer van toepassing, zodat sindsdien ook premie AOV/AWW verschuldigd is als geen aanslag inkomstenbelasting is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 16 maart 2020

BBZ nr. CUR201902083

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is met dagtekening 1 oktober 2018 een voorlopige aanslag premie AOV/AWW voor het jaar 2018 opgelegd van NAf 5.732.

1.2

Belanghebbende heeft op 12 december 2018 bezwaar gemaakt tegen de voorlopige aanslag.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 24 mei 2019 de voorlopige aanslag gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende heeft op 11 juni 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.

1.5

Belanghebbende heeft op 17 februari 2020 een nader stuk ingediend.

1.6

De Inspecteur heeft op 25 februari 2020 een verweerschrift ingediend.

1.7

De zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2020 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B].

2 BEOORDELING VAN HET BEROEP

Ontvankelijkheid bezwaar

2.1

In artikel 29, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.

2.2

Het onderhavige aanslagbiljet is gedagtekend op 1 oktober 2018. Het bezwaarschrift met dagtekening 10 december 2018 is op 12 december 2018 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.

2.3

Een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar op grond van termijnoverschrijding blijft echter achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest.

2.4

Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. De Inspecteur had het bezwaar dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren.

2.5

Gelet op het vorenstaande overweegt het Gerecht het hiernavolgende ten overvloede.

Premieheffing AOV/AWW

2.6

Belanghebbende is als ingezetene van Curaçao verzekerd en premieplichtig voor de AOV/AWW. De verschuldigde premie worden geheven over het door belanghebbende genoten premie-inkomen. Onder het premie-inkomen wordt verstaan het belastbaar inkomen in de zin van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (hierna: LIB).

2.7

Tot en met 2013 was in artikel 12a Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 (hierna: Gezamenlijke beschikking) bepaald dat geen aanslag premieheffing AOV/AWW wordt vastgesteld als op grond van artikel 41B LIB een aanslag inkomstenbelasting achterwege blijft. Deze bepaling is vanaf 2014 niet langer van toepassing, zodat sindsdien ook premie AOV/AWW verschuldigd is als geen aanslag inkomstenbelasting is opgelegd (vgl. GEA 7 oktober 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:230).

Slotsom

2.8

Ter voorlichting van belanghebbende merkt het Gerecht op dat de uitspraak op bezwaar van de Inspecteur om procedurele redenen wordt vernietigd, maar dat belanghebbende inhoudelijk geen gelijk krijgt. Het bezwaar van belanghebbende is immers ongegrond verklaard, terwijl dit niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden. Wel moet de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende vergoeden.

3 PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

3.1

Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

3.2

In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, nr. CUR2016H00008, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

3.3

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf 350 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 0,25 (ambtshalve gegrond beroep: bezwaar niet ongegrond, maar niet-ontvankelijk)).

3.4

Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

4 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 350; en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 16 maart 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf. 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500