Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:51

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
27-03-2020
Zaaknummer
CUR201900285
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het algemene tarief bedraagt voor de premieheffing AVBZ 2%. In uitzondering op voornoemd tarief van 2%, is een tarief van 1,5% van toepassing op pensioeninkomen. De Inspecteur heeft de AOV- en AOW-uitkeringen naar een tarief van 2% in de heffing betrokken. Dit is in overeenstemming met de hiervoor geschetste wettelijke regeling. In dat verband merkt het Gerecht op dat een AOV- en AOW-uitkering niet wordt ontvangen ter zake van een vroegere dienstbetrekking. Belanghebbende heeft nog gewezen op een toelichting op de website van de Belastingdienst, inhoudende dat het AVBZ-tarief voor gepensioneerden 1,5% bedraagt. In dat verband overweegt het Gerecht dat uitlatingen gedaan door de Belastingdienst in het kader van een voorlichtende taak, zoals een toelichting op de website, de Inspecteur in beginsel niet binden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 16 maart 2020

BBZ nr. CUR201900285

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 1 december 2017 een aanslag premie AVBZ voor het jaar 2016 opgelegd naar een premie inkomen van NAf 25.719, resulterend in een verschuldigd premiebedrag van NAf 514 (tarief 2%).

1.2

Belanghebbende heeft op 15 december 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslag.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraak van 21 december 2018 de aanslag gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende heeft op 24 januari 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.

1.5

De Inspecteur heeft op 17 februari 2020 een verweerschrift ingediend.

1.6

De zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2020 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B].

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende, geboren op 28 juni 1929, heeft in 2016 de volgende inkomsten genoten:

- AOV-uitkering van SVB Curaçao NAf 10.738

- AOW-uitkering van SVB Nederland (€ 7.856) 15.481

Totaal 26.219

Minus: Aftrekbare kosten -/- 500

Premie-inkomen 25.719

2.2

De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag een premiepercentage AVBZ van 2% in aanmerking genomen.

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of bij het vaststellen van de aanslag het juiste tarief is toegepast. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.

3.2

Belanghebbende betoogt dat het volledige premie-inkomen naar een tarief van 1,5% in de premieheffing moet worden betrokken. De Inspecteur verdedigt het standpunt dat het tarief van 1,5% alleen geldt voor het pensioeninkomen en dus niet voor onderhavige AOV- en AOW-uitkeringen.

4 OVERWEGINGEN

4.1

Ingevolge artikel 21, lid 1, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 1, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999, bedraagt het algemene tarief voor de premieheffing AVBZ 2%.

4.2

In uitzondering op voornoemd tarief van 2%, is een tarief van 1,5% van toepassing op pensioeninkomen (artikel 21, lid 3, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 3, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999). Onder pensioen wordt verstaan de opbrengst uit een recht op periodieke uitkering, welke ter zake van een vroegere dienstbetrekking wordt ontvangen.

4.3

De Inspecteur heeft de AOV- en AOW-uitkeringen naar een tarief van 2% in de heffing betrokken. Dit is in overeenstemming met de hiervoor geschetste wettelijke regeling. In dat verband merkt het Gerecht op dat een AOV- en AOW-uitkering niet wordt ontvangen ter zake van een vroegere dienstbetrekking (vgl. GEA Curaçao 8 februari 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:21).

4.4

Verder heeft belanghebbende nog gewezen op een toelichting op de website van de Belastingdienst, inhoudende dat het AVBZ-tarief voor gepensioneerden 1,5% bedraagt. In dat verband overweegt het Gerecht dat uitlatingen gedaan door de Belastingdienst in het kader van een voorlichtende taak, zoals een toelichting op de website, de Inspecteur in beginsel niet binden (vgl. HR 11 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7267, r.o. 3.5.5).

4.5

Het beroep van belanghebbende dient derhalve ongegrond te worden verklaard.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 16 maart 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500