Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:300

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-11-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
CUR201300048
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid notaris Vordering afgewezen nu de gemaakte fout niet de oorzaak is van de gestelde geleden schade

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201300048

Vonnis d.d. 23 november 2020

inzake

1 [eiser sub 1],

2. [eiser sub 2],

beiden wonende in Curaçao,

eisers,

gemachtigde: mr. E. Bokkes,

tegen

1 de naamloze vennootschap NOTARISKANTOOR [GEDAAGDE SUB 1] N.V.,

gevestigd in Curaçao,

2. [GEDAAGDE SUB 2],

wonende in Curaçao,

gedaagden,

gemachtigden: mr. R.R. Frans en mr. O.A. Martina.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] en [eiser sub 2] [eisers] (gezamenlijk [eisers] c.s.), het notariskantoor en de notaris (gezamenlijk [gedaagden] c.s.) worden genoemd.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Het verdere procesverloop blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 26 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 mei 2018;

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 15 juni 2018;

  • -

    de akte uitlating van de zijde van [gedaagden] c.s. van 16 september 2019;

  • -

    de zitting van 5 maart 2020;

  • -

    de op 9 juni 2020 per e-mail ingediende schriftelijke verklaringen van de heer [naam 1] en de heer [naam 2] aan de zijde van [gedaagden] c.s.;

  • -

    de conclusie na enquête aan de zijde van [gedaagden] c.s. van 17 augustus 2020;

  • -

    de conclusie na enquête aan de zijde van [eisers] c.s. van 14 september 2020.

1.2.

Zoals is besproken tijdens de zitting op 5 maart 2020, waarbij de gemachtigden van partijen aanwezig waren, is de behandelend rechter niet langer werkzaam bij het gerecht, reden waarom de zaak is overgedragen.

1.3.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Mede gelet op het tijdsverloop in deze zaak geeft het gerecht allereerst een samenvatting van de eerder genomen beslissingen, proceshandelingen en getuigenverhoren.

2.2.

In het eerste tussenvonnis van 10 augustus 2015 is geoordeeld dat de notaris een beroepsfout heeft gemaakt door de volmacht van [eisers] c.s. eigenmachtig met twee weken te verlengen. Vervolgens is geoordeeld dat het voor [eisers] c.s. vier jaar na dato mogelijk zou moeten zijn om de schade aan te tonen. In dat verband is de zaak verwezen naar de rol zodat [eisers] c.s. de schade die zij als gevolg van de beroepsfout hebben geleden konden specificeren en aantonen. Daarbij diende antwoord te worden gegeven op de volgende vragen.

  • -

    Wat is de schade van [eiser sub 2]? Zij heeft weliswaar de volmacht ondertekend maar is geen partij bij de akte van geldlening.

  • -

    Waarom is het notariskantoor hoofdelijk aansprakelijk voor de fout van de notaris?

  • -

    Wat is de verplichting die [eiser sub 1] op 31 juli 2011 nog wel wilde aangaan maar op 4 augustus 2011 niet meer?

  • -

    Heeft [eiser sub 1] direct bezwaar gemaakt toen bleek dat hij tegen zijn wil een geldlening was aangegaan en wat heeft hij eraan gedaan om dat terug te draaien?

Bij de laatste vraag is in het vonnis toegevoegd dat het van belang is dat ambtshalve bekend is dat het slecht is afgelopen met het project waarvoor de lening is aangegaan en dat [eiser sub 1] de notaris pas op 14 maart 2013 heeft aangesproken.

2.3.

Vervolgens hebben partijen aktes genomen waarna op 22 augustus 2016 een tweede tussenvonnis is gewezen. Daarin is overwogen dat [eisers] c.s. gehouden zijn hun volledige schade in deze procedure op te geven en dat het gerecht de indruk heeft dat hen dit deels is ontgaan. Gelet daarop is een comparitie van partijen bepaald, waarbij [eisers] c.s. een complete opgave konden doen van de door hen geleden schade als gevolg van de tekortkoming van de notaris, die schade konden onderbouwen en hun eis daarop konden aanpassen. Verder is in het vonnis opgenomen dat het gerecht behoefte heeft aan nadere informatie rondom de totstandkoming van de geldleningsovereenkomst, mede gelet op het feit dat de schade van [eisers] c.s. in causaal verband dient te staan tot de tekortkoming. Als zou blijken dat zij de geldleningsovereenkomst uitdrukkelijk of stilzwijgend hebben geaccepteerd, dan is dat van belang voor de (eventuele) schade die uit de gebrekkige volmacht voortvloeit.

2.4. [

eisers] c.s. hebben tijdens de comparitie van partijen op 14 oktober 2016 hun eis aangepast in die zin dat als subsidiaire vordering wordt toegevoegd dat [gedaagden] c.s. worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van

€ 671.060,43, te vermeerderen met wettelijke rente.

2.5.

In het derde tussenvonnis van 14 november 2016 is overwogen dat [gedaagden] c.s. als verweer heeft gevoerd dat de fout van de notaris niet betekent dat [eisers] c.s. daardoor schade hebben geleden, aangezien de akte van geldlening niet uit de lucht is komen vallen en ondenkbaar is dat [eiser sub 1] daar niet van af zou weten, mede gelet op het e-mailverkeer op 4 augustus 2011, de dag waarop de akte is verleden voor de notaris in Nederland. Het gerecht heeft geoordeeld dat het verweer van [gedaagden] c.s. moet worden opgevat als een betwisting van het causale verband tussen de fout en de schade. Omdat [eiser sub 1] er in beginsel op mocht vertrouwen dat zonder zijn instemming geen verbondenheid met de geldlening van €375.000 zou plaatsvinden, is het causale verband tussen de fout en de schade in beginsel gegeven. Het verweer is gezien als een stelling op grond waarvan [gedaagden] c.s. tot tegenbewijs kan worden toegelaten.

2.6.

Bij vonnis van 4 juli 2017 is de incidentele vordering tot inzage aan de zijde van [gedaagden] c.s. afgewezen, omdat de vordering tot inzage te ruim en te algemeen is geformuleerd. Bij vonnis van 28 februari 2018 is [gedaagden] c.s. toegelaten tot het horen van getuigen.

2.7. [

gedaagden] c.s. hebben [eiser sub 1] en de notaris als getuigen laten horen. Uiteindelijk is door [gedaagden] c.s. afgezien van het horen van de getuigen [naam 1] en [naam 2]. In de plaats daarvan zijn van hen schriftelijke verklaringen in het geding gebracht.

2.8. [

eiser sub 1] heeft als (partij)getuige op 25 mei 2018 onder meer het volgende verklaard:

Het is juist dat er een volmacht is afgegeven. Die was bedoeld voor een bouwproject van 14 woonvoorzieningen en een borgstelling. Ik weet dat er financiering zou komen afkomstig van een zekere heer [naam 1]. (…) Ik weet achteraf dat er gebruik is gemaakt van mijn volmacht. Ik kwam daar achter toen ik in oktober van dat jaar een notariële akte kreeg toegestuurd afkomstig uit Nederland. Ik kende die akte voor die tijd niet en ik heb ook nooit een concept gezien van die akte. In die akte stond dat er een lening was afgesloten en dat ik hoofdelijk aansprakelijk was. Ik meen dat de notaris die mij de akte toe stuurde [naam 3] heette. Ik heb toen ik de akte kreeg geen contact opgenomen omdat mijn vrouw toen ernstig ziek was. Ik heb ook geen contact opgenomen met notaris [gedaagde sub 2].

(…)

Mij wordt voorgehouden dat ik ongeveer twee jaar na het bekend zijn van de akte voor het eerst bezwaar heb gemaakt. Dat was het moment dat de heer [naam 1] op allerlei zaken beslag ging leggen. (…)

De volmacht van 8 juli 2011 is opgesteld door [naam 2] junior.

Mij wordt verteld dat in deze volmacht ook is opgenomen dat die tevens betrekking heeft op het aangaan van een geldleningsovereenkomst. Ik weet niet waar dat betrekking op had. Ik heb destijds de akte niet goed gelezen, ik meende dat het ging om een project en een borgstelling.

Mij wordt voorgehouden dat er een volmacht is ten behoeve van [naam 2] senior die dezelfde tijdsduur zou hebben. Ik weet niet of dat zo is, ik weet alleen dat ik snel een volmacht moest tekenen. Ik heb op 4 augustus 2011 geen contact gehad met [naam 2] junior, tenminste niet ten aanzien van deze overeenkomst.

2.9.

De notaris heeft als getuige op 15 juni 2018 onder meer verklaard:

Ik weet dat in Nederland een notariële akte moest worden gepasseerd. Een van de contractspartijen was de heer [eiser sub 1] en die had op mijn kantoor een volmacht afgegeven. Die had een beperkte duur, die verliep naar ik mij meen te herinneren op 31 juli 2011. Op 3 augustus 2011 ben ik gebeld door de Nederlandse notaris [naam 3], die aan zijn kant vergezeld werd door de heer [naam 2]. Aan de orde kwam dat de volmacht moest worden verlengd, waarbij een periode van twee weken genoeg zou zijn. Hiervoor was noodzakelijk dat [eisers] opnieuw naar mijn kantoor zou komen. (…) In datzelfde gesprek drong [naam 3] er met [naam 2] op aan dat ik vast een verklaring zou afgeven dat ik in het bezit was van een volmacht van [eisers]. Dat had dan betrekking op de volmacht die nog verlengd moest worden en waarvoor [eisers] naar mij toe moest komen. [eisers] is niet naar mijn kantoor gekomen om de volmacht te verlengen. Ik ben ervan uitgegaan dat de akte in Nederland niet gepasseerd kon worden zonder dat die volmacht ook daadwerkelijk verlengd was. (…) Ik hoorde geruime tijd niets van de zaak en hoorde later dat op 4 augustus 2011 de akte gepasseerd is. Deze informatie kreeg ik toen er een zaak tegen mij gestart was. In die periode dat de volmacht moest worden verlengd heb ik zelf geen contact gehad met de heer [eisers]. Ik weet wel dat ik begin 2012 een stuk grond van hem getransporteerd heb. Toen is dit niet aan de orde gekomen.

2.10.

Van de heer [naam 1] is door [gedaagden] c.s. een schriftelijke verklaring van 9 juni 2020 in het geding gebracht. Deze verklaring bestaat uit de beantwoording van door [gedaagden] c.s. gestelde vragen. [naam 1] heeft verklaard dat hij is benaderd door GMA Properties in verband met een lange termijn investering. Hij heeft [eiser sub 1] niet gesproken voor 4 augustus 2011. Als antwoord op de vraag of [naam 1] weet waarom de heer [eiser sub 1] een volmacht met beperkte duur had afgegeven stelt [naam 1]:

Daar heb ik nooit over gesproken met [eisers] of met de andere betrokkenen. De positie van [naam 2] was die van directeur van GMA en had een algemene volmacht voor de financiering, maar liet in de eerste contacten ook weten dat zijn zakenpartners (waaronder [eisers]) hem eenmalig hadden gemachtigd ten behoeve van een enkele transactie met dit specifieke doel deze partners persoonlijk te binden.

Als antwoord op de vraag of de heer [eiser sub 1] op enig moment heeft laten weten niet akkoord te zijn met de geldlening/borg, zegt [naam 1] dat hij daar met [eisers] nooit over heeft gesproken. De contacten verliepen via [naam 2] (junior). [naam 1] heeft niet kunnen opmaken dat de heer [eisers] op de hoogte was van de akte van geldlening en borgstelling, maar het tegengestelde ook niet.

2.11.

De heer [naam 2] (senior) heeft op 8 juni 2020 schriftelijk antwoord gegeven op de door [gedaagden] c.s. gestelde vragen. In deze verklaring staat onder meer:

(…)

De onderhandelingen met [naam 1] inzake de financiering van het bouwproject zijn gevoerd door [naam 2]. Deze onderhandelingen hebben geleid tot de inhoud van de akte van geldlening dd 4 augustus 2011.

5. Waarom heeft u een volmacht getekend met beperkte duur?

Beide partijen, GMA Properties Investments NV tezamen met de toekomstige huurder van het gebouw, waren er bij gebaat zo snel mogelijk te starten met de bouw, hetgeen betekende dat er zo snel mogelijk budget via de akte van geldlening vrij zou moeten komen

6. Weet u waarom de heer [eiser sub 1] van [eisers] een volmacht heeft afgegeven met een beperkte duur?

Deze vraag kan ik niet beantwoorden. (…)

9. Wanneer kwam u te weten dat de notariële akte van geldlening met borgstelling op 4 augustus 2011 was verleden?

Via een telefoontje van [naam 2] op 4 augustus 2011 en later via notaris [naam 3] middels een afschrift.

(…)

11. Heeft u voorafgaande aan de financiering/ het afgeven van de volmacht contact gehad met de heer [eiser sub 1] en zo ja, wanneer was dat en wat heeft u met hem besproken?

Natuurlijk is er contact geweest met de heer [eiser sub 1], er moest immers een project van de grond komen. Of ikzelf met de heer [eiser sub 1] gesproken heb over de afgifte van een volmacht herinner ik mij niet.

12. Heeft de heer [eiser sub 1] u toen op enig moment laten weten niet akkoord te zijn met de geldlening/borgstelling?

Ik herinner mij niet dat de heer [eiser sub 1] mij heeft laten weten dat hij niet akkoord was met de geldlening. Het zou kunnen dat hij niet akkoord was met de geldlening. Het zou kunnen dat hij dat wel gedaan heeft. Ik herinner mij dat echter niet.

(…)

22. Heeft u nadat de akte van geldlening en persoonlijke borgstelling was verleden op 4 augustus 2011 nog contact gehad met de heer [eiser sub 1] en zo ja, wanneer was dat en wat heeft u met hem besproken?

Zeker is na de 4e augustus 2011 contact geweest met de heer [eiser sub 1] waarbij het altijd ging om de uitvoering van het project en niet om de inhoud van de geldlening. Eind augustus 2011 ben ik teruggegaan naar Nederland.

23. Heeft hij u toen op enig moment laten weten niet akkoord te zijn met de akte van geldlening en borgstelling?

Dat kan ik mij niet herinneren.

(…)

2.12.

In de conclusie na enquête hebben [gedaagden] c.s. naar voren gebracht dat [eiser sub 1] als directeur en (indirect) aandeelhouder van GMA wist dat er financiering moest komen voor het project. Dat aan de door [eisers] c.s. en [naam 2] getekende volmachten een tijdslimiet was verbonden, had (enkel) te maken met het feit dat GMA druk op de ketel wilde houden om de financiering zo snel mogelijk rond te krijgen. GMA is gebaat geweest bij de akte van geldlening, omdat op die manier de nodige financiering werd verkregen. [eiser sub 1] heeft ook na ontvangst van de akte van geldlening op geen enkele manier kenbaar gemaakt dat hij het niet eens was met de inhoud ervan. Dit is pas gebeurd nadat het project is mislukt en [eiser sub 1] werd aangesproken op nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Het is evident dat [eisers] de overeenkomst van geldlening heeft gewild. Er bestaat daardoor geen causaal verband tussen de fout van [gedaagden] c.s. en de vermeende schade van [eisers] c.s. De schade is ontstaan door omstandigheden die in de risicosfeer van (onder meer) [eisers] c.s. liggen.

2.13.

In de conclusie na enquête aan de zijde van [eisers] c.s. is allereerst naar voren gebracht dat [naam 1] en [naam 2] niet op de bij de wet geregelde wijze zijn gehoord, reden waarom de schriftelijke verklaringen buiten beschouwing moeten blijven. Los daarvan levert de inhoud van de verklaringen volgens [eisers] c.s. geen tegenbewijs van het causale verband tussen de beroepsfout en de schade. Datzelfde geldt voor de verklaringen van de wel onder ede gehoorde getuigen, aldus [eisers] c.s.

2.14.

Het gerecht ziet geen aanleiding om de schriftelijke verklaringen die door [gedaagden] c.s. in het geding zijn gebracht buiten beschouwing te laten. Daarbij is van belang dat het aanvankelijk de bedoeling was deze getuigen op de gebruikelijke wijze te horen. Vanwege het tijdsverloop in deze zaak is [gedaagden] c.s. de gelegenheid geboden alsnog, zoals eerder door hen aangeboden, schriftelijke verklaringen in het geding te brengen. Uiteraard zal bij de (bewijs)waardering van deze verklaringen een rol spelen dat de betreffende personen niet onder ede door een rechter zijn gehoord.

2.15.

Tussen partijen is niet in geschil dat de volmacht (waarmee de akte van geldlening is opgemaakt) was verlopen en dat de fout van de notaris er in is gelegen dat hij eigenmachtig aan de notaris in Nederland heeft laten weten dat de betreffende volmacht door [eisers] c.s. was verlengd, terwijl daarvan geen sprake was. De overeenkomst van geldlening is opgesteld in verband met de financiering van een project in Curaçao. Bij dit project was [eiser sub 1] betrokken als directeur (en indirect aandeelhouder) van GMA Properties. Dit project is niet succesvol verlopen. De financier van het project, [naam 1], heeft op enig moment [eisers] c.s. aangesproken op (terug)betaling van de geldlening. Als gevolg daarvan is de door [eisers] c.s. gestelde schade ontstaan. Hij heeft toen onder meer advocaatkosten moeten maken en de aandelen in een onderneming van [eiser sub 1] zijn verkocht. In deze procedure staat de vraag centraal of de door [eisers] c.s. gestelde schade het gevolg is van de fout van de notaris. Daarbij is het volgende van belang. De (verlopen) volmacht van [eisers] c.s. had onder meer tot doel om financiering te krijgen voor het bouwproject. Dit veronderstelt dat financiering (dus) nodig was. GMA Properties heeft het benodigde geld van [naam 1] (in tranches) ontvangen en daarvan gebruik gemaakt. [eiser sub 1] was, uitgaande van zijn eigen verklaring, in ieder geval in oktober 2011 op de hoogte van de akte van geldlening en van het feit dat hij hoofdelijk aansprakelijk was. Uit zijn verklaring volgt dat hij toen geen actie heeft ondernomen. Uit de schriftelijke verklaring van [naam 2] – die inhoudelijk niet door [eisers] c.s. is betwist – volgt dat er tussen [naam 2] en [eiser sub 1] na 4 augustus 2011 contact is geweest, maar dat dit ging over het project en niet over de geldlening. [eiser sub 1] heeft vervolgens verklaard dat hij pas bezwaar heeft gemaakt op het moment dat [naam 1] beslag ging leggen.

2.16.

Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat [eiser sub 1], nadat hij op de hoogte is geraakt van de geldleningsovereenkomst, op geen enkele wijze bezwaar heeft gemaakt tegen de inhoud ervan. Hiervoor heeft [eiser sub 1] als verklaring gegeven dat zijn vrouw in die periode ernstig ziek was. Ook daarvan uitgaande valt echter niet in te zien dat [eiser sub 1] van [eisers] niet op enig moment aan de notaris, aan [naam 1], dan wel aan [naam 2] heeft kunnen laten weten dat hij het er niet mee eens was dat hij betrokken was bij een geldlening en voor een bedrag van

€ 375.000 hoofdelijk aansprakelijk bleek te zijn. Te meer nu kennelijk wel met [naam 2] is gesproken over het project zelf. Daarnaast is [eiser sub 1] blijkens de verklaring van de notaris in 2012 nog bij de notaris geweest in verband met een transport. Ook toen is kennelijk niet gesproken over de geldlening, terwijl vaststaat dat [eiser sub 1] er toen wel van op de hoogte was. Dit alles wijst er op dat (ook) bij [eisers] c.s. na het verlopen van de machtiging nog de wil bestond om de geldleningsovereenkomst aan te gaan. Er is vervolgens ook verdere uitvoering gegeven aan deze overeenkomst. Gelet op die omstandigheden kan niet worden aangenomen dat de geldlening niet tot stand zou zijn gekomen als de notaris niet had verklaard dat er (al) een verlengde volmacht van [eisers] c.s. was. Integendeel, de gang van zaken duidt er juist op dat het ook dan -al dan niet met gebruikmaking van een wel door [eisers] c.s. afgegeven volmacht- tot de geldleningsovereenkomst (met hoofdelijke aansprakelijkheid van [eiser sub 1] zou zijn gekomen. Dit nog daargelaten of in het handelen van [eiser sub 1] een stilzwijgende bekrachtiging van de (onbevoegdelijk) namens hem aangegane overeenkomst kan worden gezien. Dat het project op enig moment is niet naar verwachting is gelopen is de oorzaak van de bij [eisers] c.s. (gestelde) geleden schade. Dat is echter een omstandigheid die niet is toe te rekenen aan de door de notaris gemaakte fout. Het causale verband tussen de fout en de schade die als beginsel was gegeven is ontkracht door de gehoorde getuigen. [gedaagden] c.s. is daarmee geslaagd in het door haar te leveren tegenbewijs. Het gerecht ziet in deze situatie geen aanleiding om [eisers] c.s. (alsnog) te laten bewijzen dat wel sprake is van het vereiste causale verband, aangezien [eisers] c.s. al ruimschoots in de gelegenheid is gesteld schade en causaal verband te onderbouwen en zij de gelegenheid hebben gekregen om in contra-enquête getuigen te horen, maar daarvan geen gebruik hebben gemaakt, zodat aan het beginsel van hoor en wederhoor is voldaan.

2.17.

Het voorgaande betekent dat de notaris weliswaar een fout heeft gemaakt, maar dat deze fout niet als oorzaak kan worden aangemerkt van de door [eisers] c.s. gestelde schade. [eisers] c.s. heeft daardoor onvoldoende belang bij de gevorderde verklaring voor recht.

2.18.

De door [eisers] c.s. gevorderde verwijzing naar de schadestaat is niet meer aan de orde nu [eisers] c.s. in dit geding in de gelegenheid zijn gesteld hun schade te laten begroten. De (subsidiair) gevorderde schade wordt eveneens afgewezen.

2.19.

Het gerecht ziet in de vastgestelde beroepsfout van de notaris wel aanleiding om de proceskosten te compenseren.

3 De beslissing

Het Gerecht:

3.1.

wijst de vorderingen af;

3.2.

compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechter, en op 23 november 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.