Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:29

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
17-02-2020
Datum publicatie
17-02-2020
Zaaknummer
CUR201804069
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming; ‘anticipatieve ontbinding’; deskundigenbericht; retentierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

1 de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR PIAS,

2. [EISER 2],

gevestigd respectievelijk wonende in Curaçao,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

gemachtigde: mr. M.Th. Aanstoot,

en

1 de besloten vennootschap TERRACON B.V.,

2. [GEDAAGDE 2],

gevestigd respectievelijk wonende in Curaçao,

verweerders in conventie,

eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. A.C. Small.

Partijen worden hierna ook aangeduid als Pias, [eiser 2], Terracon en [gedaagde 2].

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop in de hoofdzaak blijkt uit:

- het verzoekschrift van 30 november 2018, met producties;

- de conclusie van antwoord/eis in reconventie, met producties;

- de e-mail van het gerecht van 18 april 2019, houdende instructies voor de zitting;

- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

- de aanvullende producties van Pias c.s.;

- de aanvullende producties van Terracon c.s.;

- de behandeling ter zitting van 30 augustus 2019;

- de pleitnota namens eisers;

- de akte van Pias c.s.;

- de antwoordakte.

1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1. [

eiser 2] is bestuurder van Pias.

2.2. [

gedaagde 2] is bestuurder van Terracon.

2.3.

Pias is eigenaar van een perceel grond in Coral Estate (perceel CE 805).

2.4.

In opdracht van Pias heeft Terracon in het najaar van 2017 het perceel schoon gemaakt en andere voorbereidende werkzaamheden verricht. Voor deze werkzaamheden is Terracon betaald.

2.5.

Partijen zijn met elkaar in overleg getreden over de bouw door Terracon in opdracht van Pias van een woonhuis en een appartementengebouw op het perceel.

2.6.

Een door Pias op 10 december 2017 opgesteld “pakket van eisen” vermeldt een “taakstellend budget” van NAf 1 miljoen en een “strategische ruimtereservering” van maximaal NAf 500.000.

2.7.

In december 2017 heeft Pias een bedrag van NAf 59.796 aan Terracon betaald voor het maken van bouwtekeningen.

2.8.

Een kostenbegroting, opgesteld in april 2018 in opdracht van Terracon, voor het gehele project sluit op een bedrag van ongeveer NAf 2,8 miljoen.

2.9.

In april 2018 heeft [eiser 2] in totaal een bedrag van EUR 200.000

(afgerond NAf 435.842) overgemaakt op de rekening van [gedaagde 2].

2.10.

Vanaf juli 2018 heeft Terracon infrastructurele werkzaamheden op het perceel uitgevoerd.

2.11.

Bij mails van 9 en 22 augustus 2018 heeft [gedaagde 2] aan onder anderen [eiser 2] het “contract pakket” met betrekking tot het bouwproject toegestuurd. Blijkens de mail van [gedaagde 2] gaat dit contract over fase 1 van het project. Partijen hebben dit contract niet ondertekend.

2.12.

Op 23 augustus 2018 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [eiser 2] en [gedaagde 2].

2.13.

Op 30 augustus 2018 heeft [gedaagde 2] een bedrag van NAf 238.221,21 overgemaakt naar de rekening van [eiser 2].

2.14.

In opdracht van Pias heeft [betrokkene 1] van het bureau Progressive Design de door Terracon verrichte werkzaamheden geïnspecteerd en beoordeeld. In het rapport van september 2018 komt [betrokkene 1] onder andere tot de conclusie dat het werk “niet vakkundig” is uitgevoerd. Terracon is niet aanwezig geweest bij deze inspectie en was daarvoor ook niet uitgenodigd.

2.15.

Bij mail van 4 september 2018 heeft [eiser 2] aan [gedaagde 2] het volgende bericht, weergegeven voor zover van belang:

Wij moeten afscheid van elkaar nemen, althans zakelijk, want uit een eerste schouw van de kavel door de beoogd toezichthouder komen dermate veel onvolkomenheden naar voren dat doorgaan geen zin heeft, ook niet met verscherpt toezicht aldus de toezichthouder.

2.16.

Op 27 september 2018 heeft R. [betrokkene 2], verbonden aan het bureau Equilibrio en werkzaam voor de VvE van Coral Estate, het perceel bezocht. In zijn mail van 8 oktober 2018 aan [eiser 2] plaatst hij kanttekeningen bij de kwaliteit van de op het perceel uitgevoerde werken. Zijn conclusie is dat de werkzaamheden “niet deugdelijk en vaktechnisch” zijn uitgevoerd.

2.17.

Op 25 oktober 2018 heeft Terracon aan Pias een deurwaardersexploot doen betekenen, inhoudende dat Terracon op het perceel een retentierecht uitoefent.

2.18.

Op 15 december 2018 heeft [betrokkene 3], verbonden aan het bureau ICM Consult, in opdracht van Terracon rapport uitgebracht naar aanleiding van zijn bezoek aan het perceel van 6 november 2018. In zijn rapport komt [betrokkene 3] tot de conclusie, kort gezegd, dat de verrichte werkzaamheden deugdelijk zijn uitgevoerd en dat, voor zover dat niet het geval is, eventuele gebreken in een later stadium kunnen worden hersteld. Terracon had [eiser 2] uitgenodigd bij het bezoek [betrokkene 3] aanwezig te zijn. [eiser 2] is niet aanwezig geweest.

3 Het geschil

3.1.

Pias c.s. vorderen bij inleidend verzoekschrift bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad het volgende:

1. Gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalende, de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan eisers of aan een van de eisers te betalen, op grond van bovenstaande, een bedrag van Naf 354.760, 55 te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van Naf 197.620,84 vanaf 30 augustus 2018 en terzake het resterende bedrag van NAf 157.139,71 vanaf de datum beslaglegging, zijnde 3 november 2018, beide tot aan de dag van de algehele voldoening;

2. Althans subsidiair gedaagde sub 1 te veroordelen om het bedrag van Naf 354.760,55 te betalen aan eisers, des dat als zij betaald heeft aan een van de eisers, zij zal zijn bevrijd jegens beide eiser, althans om Naf 197.620,84 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2018 te betalen aan eiser sub 2 en Naf 157.139,71 te betalen aan eiser sub 1, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf, 3 november 2018;

3. Althans meer subsidiair gedaagde sub 2 te veroordelen om aan eiser sub 2

te betalen, het bedrag van Naf 197.620,84 te vermeerderen met de wettelijke

rente vanaf 30 augustus 2018 tot aan algehele betaling. En om gedaagde sub 1 te veroordelen aan eiser sub 1 te betalen het, bedrag van NAf 157.139,71 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2018 tot aan de algehele voldoening; en

4. Te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen althans tussen enkele van partijen, althans die tussen eiser sub 1 en gedaagde sub 1, is ontbonden althans door Uw Gerecht thans wordt ontbonden, wegens wanprestatie. Althans te verklaren voor recht dat deze is/zijn opgezegd wegens wanprestatie althans om andere redenen, zonder enig recht op vergoeding door gedaagden;

5. Te verklaren voor recht dat er geen rechtsgeldig retentierecht is uitgeoefend noch mag worden uitgeoefend door gedaagden althans door gedaagde sub 1; en

6. Gedaagden althans gedaagde sub 1 te bevelen de op de kavel van eiser sub 1 verplaatste rotsblokken en overige geplaatste blokkades en de op eisers containers geplaatste sloten en de verfmarkeringen en borden, daarvan te verwijderen en verwijderd en op zijn geplaatst teruggezet te houden, na daartoe gemaakte afspraak met (een van) eisers. Alles op straffe van verbeurte van een dwangsom ten gunste van beide eisers althans ten gunste van eiser sub 1 ad Naf 7.500,- per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden niet aan dit bevel voldoen; en

7. Gedaagden te verbieden om het kavel te betreden, buiten de keer dat zij conform de sub 6 genoemde afspraak om e.e.a corrigeren, op straffe van verbeurte van een dwangsom ten gunste van beide eisers althans van eiser sub 1 ad Naf 7.500,- per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden niet aan dit bevel voldoen; en

8. Gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure, die van de beslagen daaronder begrepen, vermeerderd met de wettelijk rente indien deze na 14 dagen nog niet zijn voldaan.

3.2.

Terracon c.s. vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad het volgende, samengevat weergegeven:

Hoofdelijk veroordeling van Pias c.s. tot betaling van NAf 619.297, vermeerderd met NAf 15.235 per maand vanaf 1 september 2018, althans 9 oktober 2018 en met de werkelijke advocaatkosten, alles vermeerderd met de wettelijke rente en met veroordeling van Pias c.s. in de proceskosten.

3.3.

Partijen voeren over en weer gemotiveerd verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de wederpartij in de proceskosten.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Pias c.s. hebben hun eis gewijzigd. Bij de stukken van het dossier heeft het gerecht echter geen akte eiswijziging aangetroffen. De e-mail namens Pias c.s. aan het gerecht van 27 augustus 2019 is onvoldoende duidelijk om daaruit op eenduidige wijze de gewijzigde eis af te leiden. Omdat – om andere redenen, zie hierna – nog geen eindvonnis gewezen kan worden, zullen Pias c.s. gelegenheid hebben hun eis in een later stadium van de procedure alsnog ordelijk te wijzigen. Blijft die eiswijziging achterwege, dan zal het gerecht op de oorspronkelijk geformuleerde eis recht doen. Gaan Pias c.s. tot vermeerdering van eis over, dan zullen zij het daarbij behorende aanvullende griffierecht moeten voldoen en bewijs daarvan moeten overleggen bij de desbetreffende akte tot wijziging van eis (artikel 20 lid 5 Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken).

4.2.

De vorderingen onder 1 tot en met 4 zijn gebaseerd op het standpunt van eisers dat Terracon wanprestatie heeft gepleegd en dat in die wanprestatie grond ligt om de tussen Pias als opdrachtgever en Terracon als aannemer tot stand gekomen overeenkomst te ontbinden. Pias meent dat de door Terracon verrichte werkzaamheden ondeugdelijk zijn uitgevoerd. Zij beroept zich daartoe op de bevindingen van de in 2.14 en 2.18 bedoelde deskundigen. Subsidiair meent Pias dat zij de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd, zonder dat Terracon aanspraak kan maken op enigerlei vergoeding.

4.3.

Partijen zijn het niet met elkaar eens wat zij precies zijn overeengekomen. Pias meent dat slechts een (mondelinge) aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de zogenoemde infrastructurele werkzaamheden (het graven van sleuven, hakwerk ten behoeve van funderingen, het leggen van funderingen etc.). Terracon meent daarentegen dat partijen het eens zijn geworden over een aannemingsovereenkomst met een aanneemsom van ruim NAf 2 miljoen, zoals deze blijkt uit de contractstukken die op 22 augustus 2018 aan [eiser 2] zijn gestuurd.

4.4.

Voor de beoordeling van de vordering in conventie kan dit geschilpunt echter in het midden blijven. Niet ter discussie staat namelijk dat Terracon in opdracht van Pias in juli en augustus 2018 de hiervoor genoemde werkzaamheden heeft uitgevoerd. In zoverre is dus hoe dan ook een overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen. Kennelijk zijn deze werkzaamheden eind augustus 2018 op last van Pias stil gelegd. Partijen spreken in dit verband van een “bouwstop”. Het gerecht leidt uit de processtukken af dat de werkzaamheden toen nog niet waren afgerond laat staan opgeleverd. De door Pias bepleite (buitengerechtelijke of door de rechter uit te spreken) ontbinding leidt dus tot een tussentijdse beëindiging van de overeenkomst.

4.5.

Voor ontbinding is in beginsel vereist dat sprake is van een tekortkoming en dat de tekortkomende partij in verzuim is, tenzij nakoming onmogelijk is (artikel 6:265 BW). Voor het intreden van verzuim is in beginsel nodig dat de wederpartij in gebreke is gesteld, dan wel dat, kort samengevat, in de gegeven omstandigheden moet worden aangenomen dat een ingebrekestelling zinloos is. Is (nog) geen sprake van een tekortkoming, maar is waarschijnlijk dat de aannemer zal tekort schieten, dan kan de overeenkomst tussentijds door de rechter worden ontbonden (artikel 7:756 lid 1 BW).

4.6.

Het gerecht begrijpt het betoog van Pias aldus dat het door Terracon verrichte werk van dermate ondermaatse kwaliteit is dat het waarschijnlijk is dat zij niet in staat zal zijn om een deugdelijk werk op te leveren. Vooralsnog leidt het gerecht hieruit af dat Pias de ontbinding van de overeenkomst wil bereiken langs de weg van artikel 7:756 BW.

4.7.

Pias heeft haar stellingen ter zake de kwaliteit van het werk onderbouwd door middel van de rapporten van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Zij heeft haar stellingen daarmee deugdelijk onderbouwd. Op haar beurt heeft ook Terracon haar betwisting voldoende onderbouwd door middel van het rapport [betrokkene 3]. Het gerecht heeft daarom behoefte aan voorlichting door een onafhankelijk deskundige. Het gerecht heeft de heer [deskundige], die partijen gezamenlijk hebben voorgesteld, bereid gevonden als onafhankelijk deskundige op te treden. Desgevraagd heeft hij laten weten geen banden te hebben met een van partijen. Hij heeft de kosten van zijn onderzoek begroot op NAf 2.700. Het gerecht heeft partijen gelegenheid gegeven zich over deze begroting uit te laten. Geen van partijen heeft bezwaar gemaakt tegen de begroting. Pias dient deze kosten voor te schieten.

4.8.

Het gerecht heeft ook de conceptvragen voor de deskundige aan partijen voorgelegd. Mede gelet op hun reacties zal het gerecht de in het dictum opgenomen vragen aan de deskundige stellen. Daarbij moet worden opgemerkt dat de deskundige de beschikking krijgt over het procesdossier. Het gerecht gaat er van uit dat het werk van Terracon op het perceel toegankelijk is en dus door de deskundige kan worden onderzocht.

4.9.

Mede aan de hand van de resultaten van het deskundigenonderzoek zal het gerecht te zijner tijd beoordelen of grond voor ontbinding van de overeenkomst bestaat. Zo ja, dan zal die ontbinding (conform het gevorderde onder 4) worden uitgesproken.

4.10.

Is ontbinding niet gerechtvaardigd, omdat geen sprake is van wanprestatie aan de zijde van Terracon en die wanprestatie ook niet waarschijnlijk is, dan valt ook niet in te zien dat Pias gerechtigd is of was de overeenkomst op te zeggen zonder enige betalingsverplichting jegens Terracon. Opzegging van de overeenkomst door de opdrachtgever is op zichzelf op ieder moment mogelijk, maar dan alleen tegen afrekening met de aannemer. Bij die afrekening moet ook rekening gehouden worden met de winst die de aannemer met gehele werk zou hebben gemaakt (artikel 7:764 BW). Dit deel van de vordering onder 4 is dus hoe dan ook niet toewijsbaar.

4.11.

De vorderingen onder 1 tot en met 3 zijn geldvorderingen. Een deel van de gevorderde bedragen heeft, zo begrijpt het gerecht, betrekking op de gevolgen van de gestelde wanprestatie van Terracon. Dat deel van deze vorderingen is dus afhankelijk van het oordeel daaromtrent. Ter zake het gevorderde bedrag van NAf 197.620,84 geldt het volgende.

4.12.

Het gaat hier om het restant van het bedrag dat [eiser 2] op de rekening van [gedaagde 2] heeft gestort (zie 2.9 en 2.13). Pias c.s. hebben bij verzoekschrift gesteld dat [gedaagde 2] hen “had overgehaald om alvast al hun beschikbare vermogen aan hen te betalen bij wege van een bouwfonds” en dat de rekening waarop zij dit bedrag betaalden vervolgens de privérekening van [gedaagde 2] “bleek […] te zijn” (verzoekschrift onder 6). Op het verzoek van [eiser 2] om het geld terug te betalen, heeft [gedaagde 2] vervolgens slechts een deel terug gestort en het restant “in weerwil van eisers wens” behouden (verzoekschrift onder 12). Pias c.s. vorderen dit bedrag als onverschuldigd betaald terug.

4.13.

Terracon c.s. hebben deze lezing bestreden. Volgens hen was het juist op voorstel van Pias c.s. dat het bedrag bij wijze van bouwfonds beschikbaar werd gesteld, waaruit vervolgens Terracon de verschillende facturen kon voldoen. Dat het bedrag op de rekening van [gedaagde 2] is gestort, houdt verband met het feit dat Pias c.s. op dat moment nog geen bankrekening in Curaçao hadden. Toen [eiser 2] verzocht het bedrag terug te betalen, heeft [gedaagde 2] dat gedaan, verminderd met hetgeen inmiddels door Pias verschuldigd was geworden op basis van de aannemingsovereenkomst.

4.14.

De stukken bieden steun aan de lezing van Terracon c.s., in zoverre dat daaruit blijkt dat de initiële betaling door [eiser 2] op de rekening van [gedaagde 2] in overleg heeft plaatsgevonden en dat het van meet af aan duidelijk was dat het hier ging om de privérekening van [gedaagde 2]. Daarmee is nog niet gezegd dat voor het achterhouden door [gedaagde 2] van het gevorderde bedrag een rechtsgrond bestaat. Dat hangt af van het antwoord op de vraag of Pias c.s. dit bedrag inmiddels verschuldigd waren geworden op basis van de aannemingsovereenkomst. Terracon c.s. menen van wel. Zij stellen dat op het gestorte bedrag in mindering strekt een betaling voor een taxatierapport, de “contractuele aanbetaling fase 1” en een betaling voor de bouw van een carport (dat laatste kennelijk op basis van een separate opdracht, die los staat van de werkzaamheden voor het perceel in Coral Estate). Terracon c.s. verwijzen in dit verband naar een “statement of account”, overgelegd als productie 5b bij conclusie van antwoord. Terracon c.s. hebben ook gewezen op een whatsapp-bericht van [eiser 2] van 1 september 2018, dat wil zeggen na terugbetaling door [gedaagde 2] van het restantbedrag, waarin hij meldt dat het geld is ontvangen (“waarvoor dank”), zonder dat hij laat blijken dat het volgens hem om een veel te laag bedrag gaat.

4.15.

Gelet hierop is het in beginsel aan Pias c.s. om desgewenst nader toe te lichten dat en waarom zij menen dat het door [gedaagde 2] achtergehouden bedrag onverschuldigd is betaald. Afhankelijk van die uitlating door Pias c.s., zullen Terracon c.s. stukken in het geding moeten brengen waaruit blijkt van de grond voor de inhouding van de verschillende deelbedragen. Te denken valt aan de factuur van de taxateur, een stuk ter onderbouwing van de aanspraak op de aanbetaling en stukken die betrekking hebben op de opdracht voor het bouwen van de carport. Een en ander kan plaatsvinden bij conclusies na deskundigenbericht.

4.16.

De vordering onder 5 strekt ertoe dat voor recht wordt verklaard dat door Terracon c.s. geen rechtsgeldig retentierecht op het perceel kan worden uitgeoefend. De vordering onder 6 vloeit daaruit voort. Het gerecht is van oordeel dat aan Terracon c.s. geen retentierecht toekomt. Het gerecht overweegt daartoe als volgt.

4.17.

Voor een rechtsgeldig beroep op een retentierecht is onder meer vereist dat de schuldeiser houder is van de zaak die hij weigert af te geven aan zijn schuldenaar. Het gaat hier om houderschap in de zin van artikel 3:108 BW, dat wil zeggen dat de schuldeiser de feitelijke macht over de zaak uitoefent, beoordeeld naar verkeersopvatting, wet en uiterlijke omstandigheden. In het geval van een retentierecht op een onroerende zaak vindt de vereiste “afgifte” van die zaak (in de zin van artikel 3:290 BW), die nodig is om de zaak weer in de macht van de schuldenaar te brengen, in de regel plaats door middel van ontruiming.

4.18.

Tegen deze achtergrond zijn de volgende omstandigheden van belang. Op het moment van het inroepen van het retentierecht door Terracon c.s. lagen de bouwwerkzaamheden op het perceel al enige tijd stil. Vast staat immers dat Pias c.s. op enig moment een bouwstop hebben gelast. In feitelijke zin was het perceel dus niet meer in gebruik bij Terracon c.s., anders dan dat er nog bouwmaterialen en een opslagcontainer van Terracon op het perceel aanwezig waren. Het perceel was klaarblijkelijk niet afgesloten: een ieder kon zich vrijelijk op het perceel begeven. Dit leidt het gerecht af uit de door beide partijen in het geding gebrachte foto’s en ook uit het feit dat Pias c.s. in de weken na het gelasten van de bouwstop inspecties heeft laten uitvoeren door [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Bovendien heeft Terracon zelf volgens haar eigen stellingen geconstateerd dat op het perceel een andere aannemer “rond struinde”. Uit de stukken leidt het gerecht verder af dat er op het perceel niet alleen een container van Terracon stond, maar ook een container van Pias. Al deze omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd wijzen erop dat Terracon c.s. niet in de positie waren om feitelijke macht over het perceel uit te oefenen. Ontruiming van het perceel was niet nodig om het perceel weer in de macht van Pias c.s. te brengen.

4.19.

Nu van feitelijke machtsuitoefening geen sprake was, kwam aan Terracon c.s. geen retentierecht toe. De daartoe strekkende verklaring voor recht zal bij eindvonnis worden gegeven. Bij eindvonnis zullen Terracon c.s. ook worden veroordeeld om over te gaan tot verwijdering van de zaken die zij op het perceel hebben aangebracht om hun vermeende retentierecht kracht bij te zetten (vordering onder 6).

4.20.

De vorderingen van Pias c.s. richten zich mede tot [gedaagde 2]. Volgens Pias c.s. heeft het er “alle schijn” van dat Terracon en [gedaagde 2] zich gezamenlijk aan oplichting en verduistering hebben schuldig gemaakt. Hetgeen Pias c.s. ter onderbouwing van die “schijn” hebben aangevoerd is naar het oordeel van het gerecht echter onvoldoende om die conclusie te kunnen dragen. Het enkele feit dat Terracon c.s. ondeugdelijk werk hebben geleverd, niet voldeden aan het verzoek om “budgetten”, een “veel te duur” ontwerp hebben gepresenteerd en het “overhalen” van [eiser 2] om geld op de privérekening van [gedaagde 2] te storten – wat van die stellingen verder ook zij – maakt niet dat [gedaagde 2] uit hoofde van onrechtmatige daad of bestuurdersaansprakelijkheid naast Terracon aansprakelijk is.

4.21.

Mocht in het vervolg van de procedure blijken dat Pias c.s. een vordering hebben tot terugbetaling van het restant van het “bouwfonds”, dan is die vordering wel jegens [gedaagde 2] toewijsbaar. [gedaagde 2] is immers degene die het desbetreffende bedrag heeft ontvangen.

4.22.

In afwachting van het deskundigenbericht zal het gerecht iedere verdere beslissing aanhouden.

in reconventie

4.23.

Aan hun vordering leggen Terracon c.s. het volgende betoog ten grondslag. Tussen partijen is een aannemingsovereenkomst overeengekomen overeenkomstig de stukken die [gedaagde 2] op 9 en 22 augustus 2018 aan [eiser 2] heeft gestuurd (zie 2.11). Daaruit blijkt dat partijen een vaste aanneemsom van (omstreeks) NAf 2 miljoen zijn overeengekomen. Nu voor ontbinding van die overeenkomst door Pias geen grond bestaat, moet uit de gedragingen van Pias c.s. worden afgeleid dat zij de overeenkomst hebben opgezegd. Die opzegging verplicht Pias tot afrekening met Terracon op de voet van artikel 7:764 lid 2 BW. Het gevorderde bedrag is het resultaat van die afrekening.

4.24.

Pias c.s. hebben betwist dat de door Terracon c.s. bedoelde overeenkomst tot stand is gekomen. Pias c.s. hebben aangevoerd dat partijen niet meer dan een mondelinge overeenkomst hebben gesloten met betrekking tot het door Terracon verrichten van de werkzaamheden waarmee zij in juli en augustus 2018 is begonnen, en zulks op regiebasis. Met de in augustus 2018 door [gedaagde 2] toegestuurde stukken zijn Pias c.s. niet akkoord gegaan. Overigens menen Pias c.s. dat grond bestaat voor ontbinding van de overeenkomst, zodat afrekening wegens een opzegging door de opdrachtgever niet aan de orde is.

4.25.

Voor de beoordeling van de vordering is in de eerste plaats van belang of de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst (welke dan ook) voor ontbinding in aanmerking komt. Is dat het geval, dan rust op Pias als opdrachtgever geen verplichting om met Terracon af te rekenen vanwege opzegging. Dit betekent dat het in conventie gelaste deskundigenonderzoek ook van belang is voor de beoordeling in reconventie. Het oordeel in reconventie zal daarom worden aangehouden in afwachting van het rapport van de deskundige.

4.26.

Moet geoordeeld worden dat geen grond bestaat voor ontbinding, dan geldt naar het oordeel van het gerecht dat het handelen van Pias c.s. moet worden beschouwd als opzegging van de overeenkomst. Uit hun uitlatingen kan immers niet anders worden afgeleid dan dat zij de samenwerking met Terracon c.s. niet meer willen voortzetten. In dat geval rust op Pias in beginsel een verplichting om met Terracon af te rekenen. Voor dat geval is van belang welke overeenkomst precies tussen partijen tot stand is gekomen. Het gerecht zal Terracon c.s. te zijner tijd gelegenheid geven om op de conclusie van antwoord te reageren, nu zij ter zitting uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven onvoldoende tijd te hebben gehad voor een ordelijke reactie en de conclusie van antwoord in weerwil van de door het gerecht gegeven instructie slechts twee dagen voor de zitting is overgelegd.

4.27.

De vordering richt zich mede tegen [eiser 2] als bestuurder van Pias. Volgens Terracon c.s. moeten Pias en [eiser 2] worden vereenzelvigd en gelden zij daarom beiden als opdrachtgever. Daarom zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk, aldus Terracon c.s.

4.28.

Het gerecht verwerpt dit betoog. Dat het contact met Terracon c.s. van de zijde van Pias hoofdzakelijk via [eiser 2] verliep, is onvoldoende om Pias en [eiser 2] te vereenzelvigen. Contact met een rechtspersoon verloopt in feitelijke zin immers per definitie met een natuurlijke persoon en niet ongebruikelijk is dat de bestuurder van die rechtspersoon daarin een leidende rol speelt. Dat maakt nog niet dat het onderscheid tussen beide personen moet worden weg gedacht of dat ook [eiser 2] als opdrachtgever moet worden beschouwd. Dit wordt bevestigd door het contract waarop Terracon c.s. zich beroepen: ook daarin wordt uitsluitend Pias als opdrachtgever genoemd. De vordering op [eiser 2] is dus niet toewijsbaar.

4.29.

In afwachting van het deskundigenbericht zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5 De beslissing

Het gerecht:

in conventie

5.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de op het perceel aangebrachte werken, beoordeeld naar de maatstaven van goed en deugdelijk vakmanschap? Gelieve bij de beantwoording van deze vraag mede acht te slaan op de voor het werk beschikbare tekeningen en op de rapporten van [betrokkene 1] (productie 9 verzoekschrift) en [betrokkene 3] (productie 9 conclusie van antwoord).

  2. Voor zover u tot het oordeel komt dat het werk (op onderdelen) gebrekkig is: kunnen deze gebreken geheel worden hersteld en, zo ja, welke tijd en kosten zijn daarmee naar schatting gemoeid?

  3. Welke andere punten zijn naar uw oordeel nog van belang voor de beoordeling in deze zaak?

5.2.

benoemt tot deskundige:

De heer R.C. [deskundige]

Ingenieursbureau broos [deskundige] n.v.

Gladiolenweg 17

Mahaai

r.c.vanwerkhoven@bvwarchitects.com

phone 843 3052/cell 510 4982

5.3.

bepaalt het voorschot van de deskundige op NAf 2.700;

5.4.

bepaalt dat Pias c.s. dit bedrag binnen twee weken na heden overmaakt op de door de deskundige op te geven bankrekening onder vermelding van “voorschot deskundigenrapport zaak CUR201804069”;

5.5.

bepaalt dat Pias c.s. het procesdossier in kopie aan de deskundige dienen toe te sturen;

5.6.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig dient te verrichten en dat, voor zover de deskundige het nodig oordeelt de woning te bezichtigen, deze bezichtiging plaatsvindt in aanwezigheid van partijen en/of hun advocaten dan wel nadat zij in de gelegenheid zijn gesteld de bezichtiging bij te wonen;

5.7.

wijst de deskundige er op dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van het hem reeds per e-mail toegezonden Informatieblad voor Deskundigen;

- de deskundige het onderzoek pas na de betaling van het voorschot dient aan te vangen;

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de rechter, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

5.8.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken als daarom verzocht wordt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;

5.9.

bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

5.10.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden, en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;

5.11.

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van het gerecht in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

5.12.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;

5.13.

verwijst de zaak naar de rol van 2 maart 2020 voor overlegging betalingsbewijs voorschot door Pias c.s.;

5.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

in reconventie

5.15.

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2020.