Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:284

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
02-12-2020
Datum publicatie
09-12-2020
Zaaknummer
CUR202000068
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2016 betaalde premies AOV/AWW in aftrek gebracht. Van de door belanghebbende betaalde bedragen heeft de ontvanger een bedrag van NAf 2.184 afgeboekt op een te betalen bedrag aan inkomstenbelasting. Tot dit bedrag is dus geen aftrek mogelijk ter zake van premies AOV/AWW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 2 december 2020

BBZ nr. CUR202000068

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 1 december 2017 een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2016 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 185.865.

1.2

Belanghebbende heeft op 18 januari 2018 daartegen bezwaar gemaakt.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 december 2019 de aanslag gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende heeft op 13 januari 2020 tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.

1.5

De zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2020 te Willemstad. Belanghebbende is vertegenwoordigd door [A] van [X] belastingadviseurs. Namens de Inspecteur is verschenen [A]. De Inspecteur heeft ter zitting stukken ingebracht.

1.6

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn op 17 november 2020 nadere stukken van belanghebbende bij het Gerecht binnengekomen. Het Gerecht heeft hierin geen aanleiding gezien het onderzoek te heropenen.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende oefent het beroep van tandarts uit in de vorm van een eenmanszaak.

2.2

Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2016 het volgende aangegeven:

Opbrengt uit onderneming

NAf 181.794

Rente buitenlandse spaartegoeden

4.071

Premie inkomen

185.865

Betaalde premie AOV/AWW

-/- 33.772

Belastbaar inkomen

NAf 152.093

2.3

Bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting 2016 heeft de Inspecteur de aftrek van betaalde premie AOV/AWW gecorrigeerd en de aanslag vastgesteld naar een belastbaar inkomen van NAf 185.865.

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of de Inspecteur bij de aanslag inkomstenbelasting 2016 terecht geen rekening heeft gehouden met de betaalde premie AOV/AWW.

3.2

De Inspecteur heeft ter zitting het nadere standpunt ingenomen dat de aanslag moet worden verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 154.281.

4 OVERWEGINGEN

4.1

Ter zitting heeft de Inspecteur aan de hand van overgelegde stukken toegelicht dat belanghebbende op 7 juli 2016 een bedrag van NAf 13.746 heeft betaald dat door de ontvanger volledig is afgeboekt op de aanslag premie AOV/AWW 2014, en dat belanghebbende op 19 juli 2016 een betaling van NAf 20.022 heeft gedaan die door de ontvanger voor een bedrag van NAf 17.838 is afgeboekt op (voorlopige) aanslagen premie AOV/AWW en voor een bedrag van NAf 2.184 op de aanslag inkomstenbelasting 2014. Dit is schematisch als volgt weer te geven:

Betaling

7 juli 2016

19 juli 2016

Aanslag AOV/AWW 2013

14.144

14.144

Aanslag AOV/AWW 2014

13.746

814

14.560

Voorlopige aanslag AOV/AWW 2015

1.440

1.440

Voorlopige aanslag AOV/AWW 2016

1.440

1.440

Aanslag IB 2014

2.184

2.184

Totaal

13.746

20.022

33.768

4.2

Het vorenstaande brengt mee dat belanghebbende in 2016 in totaal NAf 33.768 minus NAf 2.184, ofwel een bedrag van NAf 31.584 heeft betaald ter zake van premies AOV/AWW. Het belastbaar inkomen voor de aanslag inkomstenbelasting 2016 dient dan ook overeenkomstig het standpunt van de Inspecteur vastgesteld te worden op NAf 185.865 minus NAf 31.584, ofwel op een bedrag van NAf 154.281.

4.3

Gelet op het vorenstaande dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5 PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Kosten bezwaarfase

5.1

Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in artikel 6.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht.

5.2

Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschrift verzocht om een kostenvergoeding. Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De Inspecteur heeft namelijk niet tegen beter weten in de onderhavige belastingaanslag opgelegd, zodat geen sprake is van een aan de Inspecteur te wijten ernstige onzorgvuldigheid.

Kosten beroepsfase

5.3

Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

5.4

In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, nr. CUR2016H00008, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

5.5

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf 1.400 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 1).

5.6

Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag inkomstenbelasting 2016 tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 154.281;

veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 1400; en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 2 december 2020, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C.M.J. Bucx.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500