Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:274

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
02-12-2020
Zaaknummer
CUR202003622
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking tot renvooi tot ex art. 486 Rv in rangregeling na scheepsveiling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

tot renvooi ex art. 486 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

inzake de rangregeling m.b.t. de opbrengst van de veiling van

de ‘RCGS Resolute’

ten laste van:


de rechtspersoon naar het recht van de Bahamas

Bunnys Adventure and Cruise Shipping Company Limited (‘hierna: Bunnys),

gevestigd te Nassau, Bahamas,

gemachtigde: mr. W. Princée,

ten verzoeke van:

de rechtspersoon naar het recht van de Bahamas

Arctica Adventure and Cruise Shipping Limited (hierna: ‘Arctica’),

gevestigd te Nassau, Bahamas,

gemachtigde: mr. E.M. Pennings,

met als belanghebbende:

De Bolivariaanse Republiek Venezuela (hierna: ‘Venezuela’),

gezeteld te Caracas, Venezuela,

gemachtigde: mr. R. Gonet.

1 Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het proces-verbaal bevattende de staat van verdeling van 7 oktober 2020;

  • -

    het proces-verbaal van tegenspraak ter zitting van 28 oktober 2020 met de aankondiging dat, indien het partijen niet lukt om tot een schikking te komen, verwijzing van de zaak (renvooi) zal volgen, waarbij in het geval van de vordering van Venezuela verwijzing zal plaatsvinden voor incidenteel verzoek van Arctica tot tussenkomst/voeging in de al aanhangige procedure tussen Venezuela en Bunnys;

  • -

    het e-mailbericht van mr. Pennings van 6 november 2020, waarin wordt meegedeeld dat partijen niet tot een vergelijk zijn gekomen en om verwijzing wordt verzocht.

2 Overwegingen

2.1.

Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft op 6 juli 2020 (hersteld bij vonnissen van 8 en 20 juli 2020) vonnis gewezen inzake de veilingverkoop van het schip “RCGS Resolute”, welk schip aan de veilingkoper (tevens executant) Arctica is toegewezen. De veilingopbrengst van USD 634.796,23 berust onder het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

2.2.

Bij proces-verbaal van 7 oktober 2020 is de volgende staat van verdeling opgemaakt, gebaseerd op wat door partijen over hun vorderingen en de rangorde is aangevoerd:

a) De door Arctica gestelde uitwinningskosten van USD 34.287,23 zijn op grond van artikel 8:210 lid 1 BW boven alle andere vorderingen gerangschikt en worden geheel uit de opbrengst van USD 634.796,23 voldaan.

b) Vervolgens komt de hypothecaire vordering van Arctica van USD 6.887.645,88 aan bod. Deze vordering is hoger dan het restant van de executieopbrengst na voldoening van de uitwinningskosten. Dit restant komt aan Arctica toe.

c) Ten slotte komt de vordering van Venezuela van NAf 250 miljoen. De opbrengst is niet toereikend voor enige uitkering op deze vordering.

2.3.

Bij gebreke van een minnelijke regeling en gelet op artikel 486 Rv zal verwijzing naar de gewone procedure plaatsvinden ter vaststelling van de vorderingen.

2.4.

Wat betreft het bedrag terzake de executiekosten dat door de veilingkoper is betaald zijn partijen ter zitting van 28 oktober 2020 tot een vergelijk gekomen, zodat het bedrag van USD 34.287,23, althans voor zover dat minder is het bedrag dat uitgaat boven USD 600.000, aan Arctica zal moeten worden afgedragen.

3 Beslissing

De rechter-commissaris:

3.1.

gelast de griffier om uit de veilingopbrengst USD 34.287,23, minus eventuele bankkosten, over te boeken op een door mr. E.M. Pennings op te geven rekening bij een Curaçaose handelsbank;

3.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

3.3.

verwijst de zaak tussen Arctica Adventure and Cruise Shipping Limited (gemachtigde mr. E.M. Pennings) als verzoekster en De Bolivariaanse Republiek Venezuela (gemachtigde mr. R. Gonet als verweerder naar de rolzitting van 30 november 2020 voor conclusie van eis zijdens verzoekster Arctica voor zover het betreft (de rangorde van) de vordering van Arctica genoemd onder 2.2. b);

3.4.

verwijst de zaak tussen De Bolivariaanse Republiek Venezuela (gemachtigde mr. R. Gonet) als verzoeker en Arctica Adventure and Cruise Shipping Limited (gemachtigde mr. E.M. Pennings) als verweerster - voor zover het betreft (de rangorde van) de onder 2.2. c) genoemde vordering naar de rol van 30 november 2020 voor het incidenteel verzoek van Arctica tot tussenkomst/voeging in de al aanhangige procedure met zaaknummer CUR202001378 tussen Venezuela en Bunnys c.s.;

3.5.

verstaat dat door de griffier als in andere zaken griffierecht zal worden geheven.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter-commissaris, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 november 2020.