Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:27

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
13-02-2020
Datum publicatie
17-02-2020
Zaaknummer
CUR20200143
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige hinder door toegangsweg tot perceel te omzomen met containers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de hoofdzaak van:

de naamloze vennootschap PREMIUM PRODUCTS AGENCIES N.V.,

de stichting particulier fonds POWER PROSPERITY PRIVATE FOUNDATION,

beide gevestigd in Curaçao,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

gemachtigde: mr. J.A.M. Burgers,

tegen

de naamloze vennootschap CURAÇAO PORT SERVICES N.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigden: mr. E.R. de Vries en mr. P. Blom.

Partijen zullen hierna PPA, PPPF en CPS genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedures is als volgt:

  • -

    het verzoekschrift van 17 januari 2020, met producties;

  • -

    de aanvullende producties van PPA c.s.;

  • -

    de producties van CPS;

  • -

    de eis in reconventie;

  • -

    de behandeling ter zitting van 4 februari 2020;

  • -

    de pleitaantekeningen van de gemachtigden.

1.2.

Uitspraak is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

PPPF is erfpachter van een bedrijfsterrein (hierna: het terrein) gelegen in het havengebied van Curaçao. De akte van erfpacht, waarmee het recht van erfpacht aan PPPF is overgedragen, bevat onder meer de volgende bepaling:

TERMS OF LONG LEASE (“erfpacht”)

[…]

1. Onder de volgende bijzondere voorwaarden en bepalingen:

[…]

c. De in erfpacht uitgegeven grond mag zonder nader verkregen toestemming van het Bestuurscollege voor geen ander doel bestemd worden dan voor het daarop optrekken en hebben van een meelfabriek cum annexes.

2.2.

PPA huurt het terrein sinds 2005 van (de rechtsvoorganger van) PPPF.

2.3.

Sinds 2005 drijft PPA op het terrein een onderneming in veevoeders en bakkerijproducten. Vanuit het bedrijf van PPA vindt mede verkoop aan particulieren plaats.

2.4.

In 2013 heeft PPPF een loods op het terrein doen bouwen. Deze wordt verhuurd aan derden die aldaar hun bedrijf uitoefenen (hierna: de huurders). Voor deze activiteiten zijn vestigingsvergunningen verleend.

2.5.

Het terrein is alleen toegankelijk via een weg die loopt richting de Emancipatieboulevard. De weg heeft twee rijbanen van elk drie meter breed. Ongeveer ter hoogte van het douanegebouw bevindt zich een hek waarmee de toegangsweg kan worden afgesloten.

2.6.

De haventerreinen die het terrein omringen zijn grotendeels eigendom van Curaçao Port Authority (CPA). CPS oefent het beheer uit over die percelen. Tot die percelen hoort ook de grond waarover de toegangsweg loopt.

2.7.

In 2018 hebben partijen tegen elkaar in kort geding geprocedeerd naar aanleiding van de vervanging door CPS van het slot waarmee het hek voor de toegangsweg ’s avonds en in het weekend wordt afgesloten. Het gerecht heeft in deze procedure, kort weergegeven, CPS bevolen om aan PPA c.s. een sleutel van het toegangshek te verschaffen en om te gedogen dat PPA c.s. zich met die sleutel toegang verschaffen tot het terrein. In hoger beroep heeft het Gemeenschappelijk Hof dit oordeel bekrachtigd. Verder heeft het Hof overwogen dat van PPA c.s. kan worden gevergd dat zij geen kopieën van de sleutels maken voor de huurders.

2.8.

De kranen op de nabijgelegen containerhaven worden vervangen. Nieuwe kranen zijn onderweg en arriveren naar verwachting op 14 februari 2020 in Curaçao.

2.9.

Bij brief van 10 januari 2020 heeft CPS PPA c.s. als volgt bericht, weergegeven voor zover van belang:

Na aankomst van de kranen zullen deze in delen, met noodzakelijke materialen en hulpmiddelen, worden gelost in de nabijheid van het havengebied waar ze permanent zullen worden geïnstalleerd. Na lossing begint een periode van montage van de nieuwe kranen, gevolgd door een periode van demontage van de huidige (oude) kranen. Dit proces zal bij elkaar ongeveer een jaar duren.

Alle containers en ander materiaal dat zich bevindt in het gebied waar voornoemde (de)montage plaats zal vinden, dienen op instructie van de leverancier van de kranen te worden verwijderd. Deze goederen zullen daarom ingaande volgende week naar elders moeten worden verplaatst, op zodanige wijze dat die goederen beschikbaar blijven voor het vrachtverkeer. Gelet op de reeds krappe situatie binnen de haven, is het concessiegebied dat zich in de nabijheid van uw pand bevindt het enige gebied dat daarvoor beschikbaar is.

Op bijgaande schets kunt u zien wat de verwachte situatie zal zijn in dat concessiegebied nadat voornoemde goederen daar naartoe verplaatst zijn. Daaruit is duidelijk dat de toegang tot uw pand gewaarborgd zal blijven. Wel zult u rekening moeten houden met een gedeeltelijk beperkt uitzicht vanuit uw pand.

Als goede buur vragen wij, zij het onverplicht, u bij voorbaat begrip voor deze situatie.

2.10.

De in de brief genoemde schets is de volgende:

De gele strook is de toegangsweg. De groene stroken betreft de grond die CPS blijkens de brief wil gebruiken om containers te stallen. Het perceel met bebouwing van PPPF ligt rechtsboven aan het eind van de toegangsweg.

3 Het geschil

3.1.

PPA c.s. vordert, bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad, het volgende:

I. CPS te verbieden om uitvoering te geven aan de voornemens als verwoord in haar brief van 10 januari 2020 eruit bestaande dat het toegangsterrein wordt volgebouwd met containers, en de toegangsweg veranderd in een 6 meter brede kloof door een zee van containers;

II. CPS wordt bevolen om binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijze vonnis enige conform de in de brief van 10 januari 2020 geformuleerde plannen reeds geplaatste containers weer te verwijderen en verwijderd te houden;

III. CPS wordt bevolen om binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijze vonnis aan verzoekers sleutels ter hand te stellen van het op ingangshek aangebrachte slot ten behoeve van de huurders (elke huurder 1), bij elke wijziging van dat slot verzoekers steeds opnieuw zodanige sleutels te verschaffen, en te gehengen en te gedogen dat de huurders zich met gebruik van bedoelde sleutels naar believen de toegang tot het toegangsweg en daarmee het bedrijfsterrein verschaffen;

IV. Alles op straffe van een dwangsom van NAF 50.000 per dag dan wel dagdeel dat CPS in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

V. CPS te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

CPS vordert bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad het volgende:

PPA c.s. hoofdelijk verbieden het perceel, gelegen aan de Emancipatieboulevard te Curaçao, waarop [PPPF] recht van erfpacht heeft, te (doen) gebruiken voor enig doel anders dan voor het daarop optrekken en hebben van een meelfabriek cum annexes, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom door PPS c.s. aan CPS van NAf 10.000,- per dag, een gedeelte van een dag tot een gehele dag gerekend, dat PPA c.s. in strijd mochten handelen met dit verbod, met hoofdelijke veroordeling van PPA c.s. in de kosten van dit geding in reconventie, en met de bepaling dat bij niet betaling daarvan, daar over 14 dagen na datum vonnis wettelijke rente verschuldigd is.

3.3.

Partijen voeren over en weer gemotiveerd verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de wederpartij in de proceskosten.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

Gegeven de aankondiging van de plaatsing van de containers op korte termijn, is voldoende spoedeisend belang aanwezig.

4.2.

Met haar vordering onder I en II wil PPA c.s. bereiken dat de toegangsweg niet wordt omzoomd door een grote hoeveelheid containers. Volgens PPA c.s. zullen zij en de huurders als gevolg daarvan ernstig gehinderd worden in de normale uitoefening van hun bedrijf. Worden langs de toegangsweg containers geplaatst (tot wel vier hoog), dan ontstaat een nauwe kloof die de bedrijfsgebouwen op het terrein aan het zicht onttrekt en licht en lucht onttrekt. Dat is niet alleen hinderlijk voor de gebruikers van het terrein, maar zorgt er ook voor dat de bedrijven minder goed toegankelijk zijn en daardoor minder aantrekkelijk voor bezoekers. Bovendien wordt door het plaatsen van de containers het manoeuvreren met vrachtwagens lastiger en wordt het parkeren langs de toegangsweg onmogelijk gemaakt. Van dit alles zullen de bedrijven in de gebouwen op het terrein nadeel ondervinden, waardoor ook de waarde van het terrein zal dalen. Behalve onrechtmatige hinder levert het plaatsen van containers ook strijd op met erfdienstbaarheden die door verjaring zijn ontstaan. Het plaatsen van containers langs de toegangsweg is bovendien onnodig. Er is meer dan genoeg ruimte om de containers elders te plaatsen. Het voornemen van CPS om de containers langs de toegangsweg te plaatsen is kennelijk alleen bedoeld om PPA c.s. dwars te zitten, zo menen zij.

4.3.

CPS heeft betoogd dat haar keuze om de containers langs de toegangsweg te plaatsen niets met PPA c.s. te maken heeft, maar uitsluitend is ingegeven door de noodzaak om ruimte vrij te maken en omdat er geen andere geschikte locatie beschikbaar is. Het plaatsen van containers langs de toegangsweg maakt het terrein van PPA c.s. niet onbereikbaar. Bovendien is de plaatsing van containers slechts tijdelijk, voor maximaal een jaar. Verder betwist CPS dat aan PPA c.s. rechten van erfdienstbaarheid toekomen.

4.4.

Voorop gesteld moet worden dat het aan de eigenaar van een perceel is om zijn grond naar eigen goeddunken te gebruiken. De grens ligt daar waar de eigenaar misbruik van zijn eigendomsrecht maakt of door het gebruik van zijn perceel een ander hindert op een wijze die onrechtmatig is. Ook mag een eigenaar zijn grond niet gebruiken op een wijze die strijd oplevert met een recht van erfdienstbaarheid van een derde.

4.5.

In dit kort geding is onvoldoende aannemelijk geworden dat ten behoeve van PPA c.s., de huurders en/of bezoekers een recht van erfdienstbaarheid is ontstaan om langs de toegangsweg de parkeren of te laden en lossen. Het (gestelde) feit dat de grond langs de toegangsweg gedurende een langere periode als zodanig is gebruikt, is op zichzelf onvoldoende om de hier bedoelde erfdienstbaarheden aan te nemen. Daarvoor is, zowel naar oud als naar huidig recht, meer feitenonderzoek nodig, waarvoor in dit kort geding geen plaats is.

4.6.

Niet ter discussie staat dat een deel van de containerterminal in verband met de komst van de nieuwe kranen tijdelijk moet worden ontruimd. Vast staat dus dat CPS elders ruimte zal moeten maken voor de desbetreffende containers. Zij mag daarvoor in beginsel, als (beheerder voor de) eigenaar, de grond langs de toegangsweg gebruiken. Niet van belang is of die weg zelf al dan niet als openbaar moet worden beschouwd. Naar voorlopig oordeel heeft CPS echter in redelijkheid niet kunnen komen tot de beslissing om de grond langs beide zijden van de toegangsweg voor het stallen van containers te gaan gebruiken. Daartoe overweegt het gerecht als volgt.

4.7.

Voldoende aannemelijk is dat het stallen van op elkaar gestapelde containers langs weerszijden van de toegangsweg hinder oplevert voor PPA c.s. en haar huurders, een en ander zoals weergegeven in 4.2. Van CPS mag in redelijkheid worden verwacht daarmee rekening te houden en die hinder beperkt te houden tot hetgeen redelijkerwijs door PPA c.s. geduld moet worden. Aannemelijk is dat de hinder voor een groot deel samenhangt met het plaatsen van containers aan beide zijden van de toegangsweg. Juist daardoor ontstaat immers de “kloof” te midden van “een zee van containers”, waarover PPA c.s. in haar petitum spreekt. Aannemelijk is ook dat de grootste hinder wordt veroorzaakt door de plaatsing van containers aan de noordzijde van de toegangsweg (de groene strook rechts van de weg op het kaartje in 2.10). Containers die aan die zijde van de toegangsweg zijn geplaatst staan immers pal voor de gebouwen op het terrein en onttrekken die gebouwen dus bij uitstek aan het zicht. In dit verband is relevant dat niet valt in te zien welk zwaarwegend belang CPS heeft bij het per se willen plaatsen van containers aan die zijde van de toegangsweg. Die strook is klaarblijkelijk slechts een meter of drie breed, zodat daar nauwelijks één rij containers kan staan. Bovendien volgt uit de verklaring van CPS ter zitting dat direct langs de weg niet meer dan twee hoog wordt gestapeld, zodat al met al aan de noordzijde slechts een kleine hoeveelheid containers kan worden geplaatst.

4.8.

In dit verband is ook van belang dat naar voorlopig oordeel niet aannemelijk is geworden dat CPS geen enkele andere mogelijkheid heeft om de containers tijdelijk te plaatsen. Ter zitting heeft PPA c.s. concreet gewezen op andere percelen waarover CPS het beheer voert, waaronder een stuk grond ten zuiden van de containerterminal waarop thans wat oud materieel, zoals onderstellen voor trailers, staat geparkeerd. Blijkens de door PPA c.s. overgelegde foto’s is op dit perceel nog voldoende ruimte over. Niet aannemelijk is dat, zoals door CPS gesteld, de ondergrond van dit perceel niet geschikt is om (een beperkte hoeveelheid) containers te plaatsen. Op de foto’s is immers zichtbaar dat zich op dat perceel al een container bevindt. Nu op basis van de foto’s aannemelijk is dat dit perceel niet of nauwelijks wordt gebruikt, zodat het aldaar parkeren van containers anderen niet noemenswaardig zal hinderen, mag in redelijkheid van CPS verwacht worden zo nodig dat perceel voor de tijdelijke stalling te gebruiken.

4.9.

Op grond van deze omstandigheden handelt CPS naar voorlopig oordeel onrechtmatig als zij zou overgaan tot het plaatsen van containers aan de noordzijde van de toegangsweg. In dit vonnis zal het gerecht CPS bevelen daarvan af te zien.

4.10.

Voor een verder strekkend verbod bestaat geen grond. Gelet op het (moeten) vrijhouden van de noordelijke strook grond langs de toegangsweg, ontstaat geen “kloof” te midden van een “zee van containers”, terwijl het plaatsen van containers langs de zuidelijke strook van de toegangsweg het zicht op de gebouwen op het terrein niet ontneemt. Ook van belang is dat CPS nadrukkelijk heeft verklaard dat het hier gaat om een tijdelijke situatie voor de duur van de (de)montage van de kranen op de containerterminal. In die omstandigheden kan niet worden gezegd dat CPS onrechtmatig handelt indien zij de strook ten zuiden van de toegangsweg voor het stallen van containers gebruikt.

4.11.

Onder III vordert PPA c.s. een bevel aan CPS om een sleutel van het toegangshek te verstrekken ten behoeve van de huurders. Deze vordering zal worden afgewezen. De wens om ook aan de huurders een sleutel van het toegangshek te verschaffen is ook aan de orde geweest in het kort geding dat in 2018 is gevoerd. Het Hof heeft omtrent die wens in afwijzende zin overwogen. Het gerecht ziet geen aanleiding om daarover thans anders te oordelen, te minder nu uit de stellingen van PPA c.s. niet kan worden afgeleid dat de omstandigheden zijn gewijzigd.

4.12.

CPS zal worden veroordeeld in de proceskosten van PPA c.s., begroot op

NAf 450 aan griffierecht, NAf 315,50 aan explootkosten en NAf 1.500 aan salaris.

In reconventie

4.13.

CPS legt aan haar vordering ten grondslag dat PPA c.s. handelt in strijd met de voorwaarden die aan het recht van erfpacht zijn verbonden. Volgens de in 2.1 geciteerde voorwaarde mag op het terrein alleen een meelfabriek worden geëxploiteerd. PPA c.s. exploiteert een bedrijf in diervoeders en bakkerijproducten en (ook) de huurders exploiteren bedrijven van andere aard. Volgens CPS kan zij een beroep doen op het onderhavige beding uit de erfpachtakte, omdat het gaat om een derdenbeding. De uitoefening van een ander bedrijf dan een meelfabriek levert volgens CPS hinder op.

4.14.

De vordering is niet toewijsbaar. Het gerecht zal dit hieronder toelichten en neemt daarbij veronderstellenderwijs aan dat CPS een beroep op het onderhavige beding toekomt en dat voor het uitoefenen van andersoortige bedrijven dan een meelfabriek geen toestemming is verleend door de erfverpachter. In het midden kan daarom blijven of betekenis toekomt aan het feit dat door de overheid vestigingsvergunningen zijn verleend.

4.15.

De vordering stuit naar het oordeel van het gerecht af op een afweging van de wederzijdse belangen. Duidelijk is dat toewijzing van de vordering ernstige nadelige gevolgen zal hebben voor PPA c.s. en voor de huurders. Zij zullen immers allemaal hun bedrijf moeten sluiten. Hiertegenover is niet gebleken van dringende belangen van CPS die aanleiding geven om met een voorziening in kort geding op een beoordeling in de hoofdzaak vooruit te lopen. CPS heeft gesteld dat de huidige bedrijfsactiviteiten op het terrein voor de haven geen meerwaarde hebben en dat de beveiligingskosten hoger zijn. CPS heeft deze argumenten van financiële aard niet onderbouwd. Daarom komt hieraan in dit kort geding onvoldoende gewicht toe, mede tegen de achtergrond dat de huidige bedrijfsactiviteiten al enige jaren bestaan. Ook heeft CPS gesteld dat de huidige activiteiten haar hinderen in het gebruik van haar grond om tijdelijk containers te stallen. Dit argument snijdt geen houdt, omdat niet valt in te zien dat dit anders zou zijn als op het terrein een meelfabriek zou worden geëxploiteerd. Ten slotte heeft CPS aangevoerd dat het “niet in de laatste plaats” hinderlijk is om “steeds” procedures te moeten voeren over het gebruik van de toegangsweg. Met dit argument miskent CPS dat de tot nu toe gevoerde procedures het gevolg waren van handelen van CPS zelf dat door de rechter moest worden gecorrigeerd. Die procedures heeft CPS dus zelf over zich afgeroepen.

4.16.

CPS zal in de proceskosten van PPA c.s. worden veroordeeld.

5 De beslissing

Het Gerecht, oordelend in kort geding:

In conventie

5.1.

verbiedt CPS containers te plaatsen langs en aan de noordzijde van de toegangsweg en beveelt CPS binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aldaar geplaatste containers te verwijderen en verwijderd te houden, een en ander op straffe van een dwangsom van NAf 1.000 voor ieder(e) dag(deel) dat CPS hiermee in gebreke blijft tot een maximum van NAf 100.000;

5.2.

veroordeelt CPS in de proceskosten van PPA c.s., begroot op

NAf 2.265,50;

5.3.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie

5.5.

wijst de vordering af;

5.6.

veroordeelt CPS in de proceskosten van PPA c.s., begroot op NAf 750;

5.7.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2020.