Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:26

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
14-02-2020
Datum publicatie
17-02-2020
Zaaknummer
CUR202000085
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Auteursrecht; overnemen publicatie uit krant op Facebook-pagina; persexceptie; voorwaarden voor beperking op grond van Auteursverordening Curaçao van toepassing op digitale media?; disproportionele gevolgen klacht bij Facebook

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[EISER],

wonende in Curaçao,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. M.T.J. Cicilia,

tegen

de naamloze vennootschap

UITGEVERIJ AMIGOE N.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. R.F. van den Heuvel.

Partijen zullen hierna [eiser] en Amigoe worden genoemd.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 15 januari 2020, met producties;

- de aanvullende producties van [eiser],

- de conclusie van antwoord/eis in reconventie, met producties;

- de mondelinge behandeling van 4 februari 2020;

- de pleitnotities namens [eiser].

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1. [

eiser] is journalist. Hij doet via zijn Facebook-account verslag van actuele ontwikkelingen in de Curaçaose samenleving.

2.2.

Amigoe geeft een dagblad uit.

2.3.

In het colofon van de krant behoudt Amigoe zich de auteursrechten voor op hetgeen in de desbetreffende uitgave is opgenomen.

2.4.

Op 13 december 2019 heeft Amigoe in haar krant een commentaar geplaatst, waarin [eiser] geprezen wordt voor zijn keuze om geen klanten van Girobank herkenbaar in beeld te brengen toen zij in de rij stonden om hun geld op te nemen. Dit vond plaats kort na de afkondiging van Girobank van een moratorium op het opnemen van banktegoeden.

2.5. [

eiser] heeft een foto van dit commentaar geplaatst op zijn Facebook-pagina’s, met vermelding van Amigoe als bron.

2.6.

Amigoe heeft [eiser] verzocht deze foto van zijn pagina te verwijderen. In een telefoongesprek hierover tussen [eiser] en de directeur van Amigoe heeft [eiser] dit geweigerd, waarbij hij iets heeft gezegd in de trant van “your worst nightmare is about to come.”

2.7.

Amigoe heeft bij Facebook een klacht ingediend over schending door [eiser] van het auteursrecht van Amigoe.

2.8.

Facebook heeft daarop het account van [eiser] gesloten. Dit heeft mede tot gevolg dat het archief van [eiser] niet meer toegankelijk is.

2.9.

Naar aanleiding hiervan heeft [eiser] artikelen geplaatst op de website www.amigoe.nl (hierna: de website). Onder andere heeft hij daarop de foto van het commentaar geplaatst. Na 1 januari 2020 heeft [eiser] geen artikelen meer op deze website geplaatst. Amigoe is niet de eigenaar van de website.

3 Het geschil

3.1. [

eiser] vordert in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het volgende:

Primair.

a. Gedaagde voorlopig te veroordelen om binnen drie (3) dagen sedert de door U E.A. te geven vonnis, althans binnen een door U E.A. in goede justitie te bepalen termijn, de door gedaagde bij facebook ingediende klacht tegen eiser, althans de laatstelijk door gedaagde ingediende klacht bij facebook tegen eiser in te trekken; althans,

b. Gedaagde voorlopig te veroordelen om binnen drie (3) dagen sedert de door U E.A. te geven vonnis, althans binnen een door U E.A. in goede justitie te bepalen termijn facebook te berichten dat naar het voorlopig oordeel van uw Gerecht eiser geen, althans geen ongeoorloofde inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van gedaagde en dat aan eiser toegang kan worden verschaft tot de litigieuze facebookpagina; althans

c. Gedaagde voorlopig te veroordelen om facebook te berichten dat naar het voorlopig oordeel van uw Gerecht de maatregel om de facebookpagina van eiser onder de naam Yves Guillaume [eiser] I te sluiten, eiser onevenredig raakt, in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en dat daarom aan eiser wederom toegang verleend kan worden tot de litigieuze facebookpagina; althans

d. Gedaagde te veroordelen om aan facebook te berichten in een door U E.A. in goede justitie te bepalen bericht, dan wel bewoordingen dat aan eiser wederom toegang verleend dient te worden tot de facebookpagina Yves Guillaume [eiser] I;

e. Alles, voor zover mogelijk, op straffe van een door gedaagden te verbeuren dwangsom van Naf. 500,= per dag dan wel gedeelte van een dag dat gedaagden in gebreke blijven geheel dan wel gedeeltelijk te voldoen aan het in dezen gevorderde te wijzen kort geding vonnis tot een maximum van Naf. 100.000,=;

f. Met veroordeling van gedaagde in de kosten, de nakosten incluis.

Secundair

Gedaagde te veroordelen tot een door U E.A. in goede justitie te bepalen een of meer voorlopige voorzieningen te treffen als U E.A. meent te behoren, op grond waarvan eiser in staat wordt gesteld wederom toegang te krijgen tot de facebookpagina Yves Guillaume [eiser] I, alles op straffe van een door gedaagde te verbeuren dwangsom van Naf. 350,= per dag dan wel gedeelte van een dag dat gedaagde in gebreke blijft geheel dan wel gedeeltelijk te voldoen aan het in deze gevorderde te wijzen kort geding vonnis tot een maximum van Naf. 100.000,=, met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

3.2.

Amigoe vordert in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, bevel aan [eiser] om het gebruik van de website te staken en gestaakt te houden, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.3.

Partijen voeren over en weer verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de wederpartij in de proceskosten.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak.

4.2.

Met zijn vordering wil [eiser] bereiken dat Amigoe haar klacht tegen [eiser] intrekt, althans dat Amigoe jegens Facebook actie onderneemt zodat [eiser] weer de beschikking krijgt over zijn account. Het belang van [eiser] hierbij is niet alleen gelegen in het behoud van zijn account, die 60.000 volgers had, maar vooral ook in de toegankelijkheid van zijn gedurende een aantal jaren opgebouwde archief. Dit belang staat op zichzelf tussen partijen niet ter discussie.

4.3.

Het gerecht leest het betoog van [eiser] zo dat hij primair meent dat Amigoe onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door de klacht bij Facebook in te dienen, omdat de reden voor dat indienen niet deugt. Volgens [eiser] is het onjuist dat hij met het overnemen van het commentaar het auteursrecht van Amigoe heeft geschonden, althans mocht hij dit commentaar overnemen op grond van artikel 15 Auteursverordening (Av). Amigoe had dus van het indienen van de klacht moeten afzien. Door dat toch te doen, heeft Amigoe volgens [eiser] onrechtmatig gehandeld. Subsidiair meent [eiser], zo begrijpt het gerecht, dat Amigoe misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de klacht bij Facebook in te dienen, nu dit gevolgen heeft gehad die in geen verhouding staan tot de schending van het auteursrecht.

4.4.

Op grond van artikel 15 lid 1 Av wordt niet als inbreuk op het auteursrecht beschouwd het overnemen van in een krant verschenen artikelen door “een ander nieuwsblad of tijdschrift”, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Amigoe meent dat [eiser] zich hierop niet kan beroepen, omdat zijn Facebook-pagina niet kan worden beschouwd als nieuwsblad of tijdschrift in de hier bedoelde zin.

4.5.

Naar voorlopig oordeel is dit standpunt onjuist. De onderhavige bepaling uit de Auteursverordening dateert uit 1913, dus van ver voor het ontstaan van allerlei vormen van digitale media. Anders dan in Nederland (zie artikel 15 Auteurswet), is de hier geldende wetgeving niet aan die ontwikkeling aangepast. Een redelijke toepassing van de wet in de huidige omstandigheden vergt naar voorlopig oordeel echter dat met die ontwikkelingen sinds 1913 rekening wordt gehouden. Gelet daarop valt in redelijkheid niet in te zien dat de in artikel 15 lid 1 Av neergelegde ‘persexceptie’ slechts voor papieren media zou gelden en niet tevens voor digitale media, waar die overigens een met papieren media vergelijkbare rol vervullen.

4.6.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eiser] journalistiek bedrijft, waarvan hij met zijn Facebook-pagina verslag doet (zie bijvoorbeeld expliciet Amigoe sub 1.2 van de conclusie van antwoord). Zijn Facebook-pagina is in wezen wat de (papieren en digitale) krant is voor Amigoe. [eiser] kan zich daarom beroepen op de ‘persexceptie’ van artikel 15 lid 1 Av.

4.7.

Amigoe heeft betoogd dat [eiser] niettemin geen aanspraak kan ontlenen aan de ‘persexceptie’, omdat Amigoe zich haar auteursrecht uitdrukkelijk heeft voorbehouden (artikel 15 lid 3 Av). [eiser] heeft daarop betoogd dat het door Amigoe gemaakte voorbehoud niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, omdat het voorbehoud niet per artikel is gemaakt. Alleen voor tijdschriften is een algemeen voorbehoud, zoals in de krant van Amigoe opgenomen, toegestaan. [eiser] verwijst naar de tweede volzin van artikel 15 lid 3 Av, die bepaalt dat het “bij tijdschriften” voldoende is als een uitdrukkelijk voorbehoud “in algemene bewoordingen aan het hoofd van ieder nummer voorkomt.” Bovendien geldt de mogelijkheid om het voorbehoud te maken volgens [eiser] niet voor artikelen die politieke geschilpunten of nieuwstijdingen betreffen dan wel voor gemengde berichten (artikel 15 lid 4 Av).

4.8.

Naar voorlopig oordeel moet dit standpunt van [eiser] worden verworpen. Waar voor de toepassing van artikel 15 lid 1 Av wordt aanvaard dat de ‘persexceptie’ in beginsel ook geldt voor andere dan gedrukte media, ligt in de rede dat ook voor wat betreft het voorbehoud van lid 3 geen onderscheid tussen verschillende soorten media wordt gemaakt. Steun hiervoor vindt het gerecht in de Nederlandse regeling, waar juist ter gelegenheid van de aanpassing van artikel 15 Auteurswet aan digitale media het onderscheid in de vorm van het voorbehoud is verlaten, afgezien van het vereiste dat het voorbehoud uitdrukkelijk moet zijn gemaakt. Ook onjuist is dat het hier gaat om een artikel als bedoeld in artikel 15 lid 4 Av. In redelijkheid kan niet worden betwijfeld dat het commentaar de vrucht is van creatieve keuzes van de auteur(s) en daarmee auteursrechtelijk beschermd. Dat auteursrecht kan de rechthebbende zich onverminderd voorbehouden. Het beroep van [eiser] op artikel 10 EVRM doet hier niet aan af, nu de in de Auteursverordening voorziene beperking van het grondrecht op vrijheid van meningsuiting voldoet aan de daaraan op grond van die bepaling te stellen voorwaarden.

4.9.

Naar voorlopig oordeel heeft [eiser] dus met het zonder verkregen toestemming overnemen van het commentaar inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Amigoe. Amigoe heeft daarom niet zonder goede grond bij Facebook geklaagd. Zij heeft ook overigens niet gehandeld in strijd met hetgeen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid tussen partijen gold. Amigoe heeft eerst [eiser] verzocht het commentaar van zijn Facebook-pagina te verwijderen en pas na de expliciete weigering daarvan door [eiser] heeft Amigoe de klacht ingediend. In zoverre heeft [eiser] de klacht over zichzelf afgeroepen.

4.10.

Niet ter discussie staat dat de indiening van de klacht grote gevolgen heeft gehad voor [eiser]. Amigoe heeft verklaard dat zij er slechts op uit was om het commentaar van de Facebook-pagina van [eiser] verwijderd te krijgen. Het is Facebook zelf geweest die ervoor heeft gekozen om direct het gehele account van [eiser] te blokkeren, inclusief het gehele archief van [eiser]. Naar voorlopig oordeel van het gerecht staan deze gevolgen niet in evenredige verhouding tot de ernst van de gedraging van [eiser]. De eisen van redelijkheid en billijkheid, die partijen jegens elkaar in acht moeten nemen, brengen daarom in beginsel mee dat van Amigoe gevergd kan worden Facebook te berichten dat de sluiting van het account [eiser] onevenredig raakt en dat zij daarom geen bezwaar heeft tegen het heropenen van het account.

4.11.

Amigoe heeft aangevoerd dat zij bang is voor negatieve gevolgen als zij een dergelijk bericht aan Facebook stuurt. Mogelijk wordt zij dan in de toekomst door Facebook niet meer serieus genomen als zij nog eens aanleiding ziet te klagen over inbreuken op haar auteursrecht. Naar het oordeel van het gerecht heeft Amigoe deze vrees onvoldoende geconcretiseerd. Amigoe heeft geen begin van onderbouwing gegeven. [eiser] heeft op zijn beurt concreet betwist dat er aanleiding voor deze vrees bestaat. Hij heeft aangevoerd al meer dan eens klachten bij Facebook te hebben ingediend en deze zonder gevolgen ook weer te hebben ingetrokken. Ook naar aanleiding hiervan heeft Amigoe haar stellingen niet geconcretiseerd. Bij die stand van zaken is de enkele vrees van Amigoe onvoldoende om niet een bericht als hiervoor bedoeld naar Facebook te sturen.

4.12.

Het gerecht zal Amigoe daarom veroordelen om binnen twee weken na betekening een bericht als hier bedoeld naar Facebook te sturen. Het spreekt vanzelf dat [eiser] het commentaar van zijn Facebook-pagina dient te verwijderen onmiddellijk nadat hij weer toegang heeft tot zijn account. Volledigheidshalve zal het gerecht hem daartoe veroordelen.

In reconventie

4.13.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de zaak.

4.14.

Tijdens de zitting heeft [eiser] verklaard dat hij van de eigenaar van de website toestemming heeft verkregen om artikelen op de website te plaatsen nadat bekend was geworden dat zijn Facebook-account was gesloten. [eiser] heeft ook verklaard dat hij dit gedaan heeft om Amigoe “te pesten”, zij het dat hij daarmee naar eigen zeggen na enkele weken is opgehouden.

4.15.

Reeds gelet op deze verklaring is het naar het oordeel van het gerecht aannemelijk dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [eiser] onrechtmatig jegens Amigoe heeft gehandeld. [eiser] heeft kennelijk de hem door de eigenaar van de website verleende bevoegdheid om artikelen op die website te plaatsen met geen ander doel gebruikt dan om Amigoe dwars te zitten en te benadelen. Dit levert misbruik van bevoegdheid op.

4.16. [

eiser] heeft naar eigen zeggen het gebruik van de website inmiddels gestaakt, hetgeen bevestigd lijkt te worden door de datums van de daarop geplaatste artikelen. Ook heeft hij verklaard bereid te zijn de stukken te verwijderen. Gelet op de moeizame verhouding tussen partijen, zal het gerecht hem voor de zekerheid toch bevelen om voortaan van het gebruik van de website af te zien.

Voorts in conventie en in reconventie

4.17.

Voor het opleggen van dwangsommen ziet het gerecht geen aanleiding. De uitkomst van de procedure brengt mee dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd.

5 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

5.1.

beveelt Amigoe binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan Facebook te berichten dat de sluiting van het account van [eiser] hem onevenredig raakt en dat daarom geen bezwaar meer bestaat tegen heropening van het account van Amigoe;

5.2.

beveelt [eiser] het commentaar van zijn Facebook-pagina te verwijderen en verwijderd te houden onmiddellijk nadat Facebook zijn account weer toegankelijk heeft gemaakt;

5.3.

beveelt [eiser] het gebruik van de website www.amigoe.nl te staken en gestaakt te houden;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde in conventie en in reconventie.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar

uitgesproken op 14 februari 2020.