Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:259

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
BBZ nr. CUR202000034
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken en tegelijk met de intrekking heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van de proceskosten. Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De Inspecteur heeft namelijk tegen beter weten in de onderhavige belastingaanslag opgelegd, zodat sprake is van een aan de Inspecteur te wijten ernstige onzorgvuldigheid. Belanghebbende heeft immers tijdig de aangifte omzetbelasting ingediend en betaald. Door een foutieve verwerking van deze betaling heeft de Inspecteur onderhavige naheffingsaanslag opgelegd. Verder vindt het Gerecht geen aanleiding voor een bovenforfaitaire vergoeding aangezien geen sprake is van in vergaande mate onzorgvuldig handelen door de Inspecteur door niet tijdig te beslissen op een bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 13 november 2020

BBZ nr. CUR202000034

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

Na vereenvoudigde behandeling van het beroep in de zin van artikel 7a van de

Landsverordening op het beroep in Belastingzaken in het geding tussen:

[Belanghebbende], gevestigd te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 8 maart 2018 een naheffingsaanslag omzetbelasting voor het tijdvak september 2017 opgelegd van NAf 14.273.

1.2

Belanghebbende heeft op 9 april 2018 daartegen bezwaar gemaakt.

1.3

Belanghebbende heeft op 8 januari 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150.

1.4

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 oktober 2020 de naheffingsaanslag vernietigd.

1.5

Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 28 oktober 2020 het beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een vergoeding van de proceskosten.

2 BEOORDELING VAN HET BEROEP

2.1

Ingevolge artikel 7a, letter d, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk gegrond is. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding.

2.2

Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur aan het bezwaar is tegemoetgekomen. Tegelijk met de intrekking heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van de proceskosten.

2.3

In artikel 15, lid 3, LBB is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep, omdat de Inspecteur geheel of gedeeltelijk aan de belanghebbende is tegemoetgekomen, de Inspecteur op verzoek van de belanghebbende bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 15, lid 1, LBB in de kosten kan worden veroordeeld. Dit betreft de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken (vgl. GEA Curaçao 17 maart 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:53).

Kosten bezwaarfase

2.4

Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in artikel 6.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht.

2.5

Belanghebbende heeft in het bezwaarschrift verzocht om een kostenvergoeding. Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De Inspecteur heeft namelijk tegen beter weten in de onderhavige belastingaanslag opgelegd, zodat sprake is van een aan de Inspecteur te wijten ernstige onzorgvuldigheid. Belanghebbende heeft immers tijdig de aangifte omzetbelasting ingediend en betaald. Door een foutieve verwerking van deze betaling heeft de Inspecteur onderhavige naheffingsaanslag opgelegd (vgl. GEA Curaçao 4 oktober 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:249; GEA Curaçao 13 juli 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:189).

2.6

Het Gerecht stelt de proceskosten op de voet van artikel 6.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht, vast op NAf 25 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van NAf 100, en een wegingsfactor van 0,25 (betreft redressering betaling)).

Kosten beroepsfase

2.7

Ingevolge artikel 15, lid 1, LBB worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

2.8

In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, nr. CUR2016H00008, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

2.9

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf 175 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 0,25 (beroep niet tijdig beslissen)).

2.10

Anders dan belanghebbende voorstaat, vindt het Gerecht geen aanleiding voor een bovenforfaitaire vergoeding van NAf 550 van de door belanghebbende gemaakte kosten van rechtsbijstand aangezien geen sprake is van in vergaande mate onzorgvuldig handelen door de Inspecteur door niet tijdig te beslissen op een bezwaar (vgl. GEA Curaçao 13 juli 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:189).

2.11

Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de Inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt (vgl. GEA Curaçao 1 november 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:310).

2.12

Gelet op het vorenstaande is het beroep kennelijk gegrond.

3 DE BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep kennelijk gegrond;

  • -

    wijst het verzoek tot vergoeding van de proceskosten toe;

  • -

    veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 200; en

  • -

    draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 150 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 13 november 2020, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C.M.J. Bucx.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

VERZET

Tegen deze onmiddellijke uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum schriftelijk verzet doen bij:

Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

Is het Gerecht van oordeel dat het verzet gegrond is, dan vervalt deze uitspraak en wordt de zaak alsnog in behandeling genomen.

U wordt verzocht bij het indienen van het verzetschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het verzetschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het verzetschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het verzet).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende verzetschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gerecht in eerste aanleg: belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het doen van verzet is geen griffierecht verschuldigd.