Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:240

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
18-03-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
500.00306/19
Rechtsgebieden
Penitentiair strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen overval, vuurwapenbezit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 500.00306/19

Uitspraak: 18 maart 2020 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboorte datum] 2000 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.N. Sulvaran, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. E.V.A. Bos, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren met aftrek van voorarrest. Haar vordering behelst voorts onttrekking aan het verkeer van de onder de verdachte in beslag genomen vuurwapens, patroonhouder en patronen.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde bepleit dat sprake is van een onrechtmatige start van het onderzoek en dat daarom bewijsuitsluiting dient te volgen. Voorts heeft de raadsvrouw met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde een bewijsverweer gevoerd. Tot slot heeft de raadsvrouw – mocht het tot een veroordeling komen – verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de jeugdige leeftijd van de verdachte.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 juli 2019, althans in of omstreeks de maand juli 2019, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorvoertuig (merk Toyota, met kenteken [kentekennummer]) en/of twee portemonnees, inhoudende contante geldbedragen van ongeveer NAF 1000 en of NAF 259 en/of twee ID bewijzen en/of een SVB/dokterskaarten en/of rijbewijzen en/of een bankkaart en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag van ongeveer NAF 40.000 en/of een grote hoeveelheid sloffen met pakjes sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een motorvoertuig (merk Toyota, met kenteken [kentekennummer]) en/of twee portemonnees, inhoudende contante geldbedragen van ongeveer NAF 1000 en of NAF 259 en/of twee ID bewijzen en/of een SVB/dokterskaarten en/of rijbewijzen en/of een bankkaart en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag van ongeveer NAF 40.000 en/of een grote hoeveelheid sloffen met pakjes sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

  • -

    het met kracht uit het motorvoertuig trekken van die [slachtoffer 2] en/of vervolgens op de grond gooien, en/of

  • -

    een of meerdere vuurwapen(s), althans (een) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp(en) tonen aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of gericht houden op het hoofd althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

  • -

    op agressieve en/of dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: “geef me alles”, althans woorden van gelijke strekking;

  • -

    met een aanmerkelijke snelheid met het voorwiel van het motorvoertuig over het been, althans de voet van die [slachtoffer 2] rijden, tengevolge van welk bovenomschreven feit [slachtoffer 2], zwaar lichamelijk letsel, te weten letsel en/of een fractuur aan zijn been althans voet heeft bekomen;

2.

dat hij op of omstreeks 18 juli 2019, althans in of omstreeks de maand juli 2019, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen voorhanden heeft gehad één of meer vuurwapen(s), in elk geval (een) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930;

3.

dat hij op of omstreeks 27 augustus 2019, althans in of omstreeks de maand augustus 2019, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen vijf, althans één of meerdere vuurwapen(s), te weten:

  • -

    een pistool, van het merk Glock, model 26, kaliber 9x19 en/of

  • -

    een pistool, van het merk Glock, model 17, kaliber 9x19 en/of

  • -

    een revolver, van het merk PC Pic Decatur, kaliber 22LR en/of

  • -

    een pistool, van het merk Tanfoglio T95 Standard, kaliber 9x19 en of

  • -

    een pistool, van het merk Walther PP, kaliber 9mm,

in elk geval (een) in elk geval (een) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en/of een patroonhouder(s) van het merk Lock en/of 56 scherpe patronen, althans munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder de feiten 1, 2 en 3 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op of omstreeks 18 juli 2019, althans in of omstreeks de maand juli 2019, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorvoertuig (merk Toyota, met kenteken [kentekennummer]) en/of twee portemonnees, inhoudende contante geldbedragen van ongeveer NAF 1000,= en of NAF 259,= en/of twee ID bewijzen en/of een SVB-pas/dokterskaarten en/of rijbewijzen en/of een bankkaart en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag van ongeveer NAF 40.000,= en/of een grote hoeveelheid sloffen met pakjes sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of

met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een motorvoertuig (merk Toyota, met kenteken [kentekennummer]) en/of twee portemonnees, inhoudende contante geldbedragen van ongeveer NAF 1000 en of NAF 259 en/of twee ID bewijzen en/of een SVB/dokterskaarten en/of rijbewijzen en/of een bankkaart en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag van ongeveer NAF 40.000 en/of een grote hoeveelheid sloffen met pakjes sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

  • -

    het met kracht uit het motorvoertuig trekken van die [slachtoffer 2] en/of vervolgens op de grond gooien, en/of

  • -

    een of meerdere vuurwapen(s), althans (een) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp(en) tonen aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of gericht houden op het hoofd althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

  • -

    op agressieve en/of dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: “geef me alles”, althans woorden van gelijke strekking;

  • -

    met een aanmerkelijke snelheid met het voorwiel van het motorvoertuig over het been, althans de voet van die [slachtoffer 2] rijden, tengevolge van welk bovenomschreven feit [slachtoffer 2], zwaar lichamelijk letsel, te weten letsel en/of een fractuur aan zijn been althans voet heeft bekomen;

2.

dat hij op of omstreeks 18 juli 2019, althans in of omstreeks de maand juli 2019, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen voorhanden heeft gehad één of meer vuurwapen(s), in elk geval (een) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930;

3.

dat hij op of omstreeks 27 augustus 2019, althans in of omstreeks de maand augustus 2019, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen vijf, althans één of meerdere vuurwapen(s), te weten:

  • -

    een pistool, van het merk Glock, model 26, kaliber 9x19 en/of

  • -

    een pistool, van het merk Glock, model 17, kaliber 9x19 en/of

  • -

    een revolver, van het merk PC Pic Decatur, kaliber 22LR en/of

  • -

    een pistool, van het merk Tanfoglio T95 Standard, kaliber 9x19 en of

  • -

    een pistool, van het merk Walther PP, kaliber 9mm,

in elk geval (een) in elk geval (een) soortgelijk(e) voor bedreiging of afdreiging geschikt(e) voorwerp(en), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en/of een patroonhouder(s) van het merk Glock en/of 56 scherpe patronen, althans munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1 en feit 2:

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat sprake is van een onrechtmatige start van het onderzoek. De verdachte hoort voor het eerst waarvan hij in het andere lopende onderzoek “Mac” wordt verdacht. De CID-informatie waarnaar wordt verwezen als één van de aanleidingen die hebben geleid tot de verdenking in dat onderzoek is niet nader benoemd noch overgelegd. Aldus is niet te controleren of er voldoende was om het onderzoek te starten en dient al hetgeen het onderzoek heeft opgeleverd te worden uitgesloten van het bewijs, aldus de raadsvrouw.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of de rechter-commissaris in het onderzoek “Mac” in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent de machtigingen tot het aftappen van telefoonverkeer heeft kunnen komen. Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het onderzoek “Mac” d.d. 24 februari 2020 bevat voldoende concrete gegevens op basis waarvan kan worden getoetst of de rechter-commissaris in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat sprake was van een ernstig vermoeden dat aan het telefoonverkeer werd deelgenomen door of in opdracht van een verdachte van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, als bedoeld in artikel 169 lid 2 Wetboek van Strafvordering. Zo blijkt dat het gaat om de verdenking van betrokkenheid bij een levensdelict, die gegrond is op aanwijzingen uit diverse bronnen. Tijdens het onderzoek is gebleken dat verdachte gebruik heeft gemaakt van meerdere telefoonaansluitingen, waaronder het nummer [telefoonnummer 1].

Het Gerecht acht zich op grond van het voorgaande voldoende ingelicht omtrent de grondslag van het ingestelde onderzoek “Mac” en van de op basis daarvan verleende machtiging en vervolgmachtigingen tot aftappen van telefoonverkeer en ziet geen aanknopingspunt – in de stukken noch in hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd – voor het aannemen van enige, voor het onderhavige onderzoek relevante onrechtmatigheid. Naar het oordeel van het Gerecht heeft de rechter-commissaris de machtiging alsmede de daarop volgende machtigingen rechtmatig verleend. Dat de aanwijzingen ontleend aan de informatie van de CID, anonieme informaties en getuigenverklaringen die hebben geleid tot de verdenking niet nader zijn gespecificeerd doet daar niet aan af.

Het verweer wordt verworpen.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen acht het Gerecht de volgende feitelijke gang van zaken aannemelijk geworden.

Tijdens een lopend opsporingsonderzoek “Mac” blijkt dat de verdachte op 20 juni 2019 van de telefoonaansluiting [telefoonnummer 1] gebruik maakt1. Onder de verdachte wordt na zijn aanhouding in zijn woning (in zijn slaapkamer) aan de [adres] onder meer een mobiele telefoon van het merk Samsung in beslag genomen met het voornoemde telefoonnummer eindigend op 2812. In een aantal opgenomen telefoongesprekken tussen 18 juli 2019 om 11:10:04 uur en 18 juli 2019 om 13:01:47 uur waarin de verdachte, bijgenaamd “[bijnaam verdachte]” (V) contact heeft met telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat in gebruik is bij de medeverdachte [medeverdachte 1] bijgenaamd “[bijnaam medeverdachte 1]” (J), wordt onder andere het volgende gesproken:

- ‘ volg hem/hen tot [wijk 1]’ (V, 12:19:02);

- ‘ crème shirt hebben ze’ (J, 12:43:04);

- ‘ het volgen van een witte bestelwagen’ (J, 12:43:04); ‘bestudeer men/ hou men in de gaten en laat me weten’ (V, 12:43:04);

- ‘ zonet had die ene ongeveer 400 gulden bij de mensen hier genomen en die Van is helemaal vol van die ding’ (J, 12:52:24);

- ‘ Hey ik ben achter hen richting het oosten. Ik ben je woning voorbij gereden’ (J, 12:56:13); ‘stop naast hen, stap uit en koop iets daarbinnen. We komen aan’ (V, 12:56:13);

- ‘ ze staan nu bij [wijk 1], bij de Chinees. Ik ben doorgereden en zal iets verderop terugkeren. Nu ga ik terugkeren’ (J, 12:58:57);

- ‘ jullie zijn zonder berouw, respect, respect… Schuil goed’ (J, 13:01:47).

Op 18 juli 2019 omstreeks 13:00 uur vindt een overval plaats op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]3 die voor het bedrijf [naam bedrijf] werkzaam zijn. Nadat de slachtoffers bij minimarket “[minimarket 1]” te [wijk 2] sigaretten hadden verkocht, arriveren zij bij de Chinese minimarket “[minimarket 2]” alwaar zij onder bedreiging van vuurwapens door twee of drie mannen gekleed in legerkleding worden beroofd van persoonlijke eigendommen alsmede van hun bestelwagen geladen met dozen sigaretten ter waarde van ongeveer Naf. 40.000, -. Bij het wegrijden met de bestelwagen rijden de daders over het been van [slachtoffer 2]. Tijdens het opnemen van de aangifte diezelfde dag om 15:30 uur constateren de verbalisanten dat beide slachtoffers een crème shirt aan hebben.

De tapgesprekken en de aangiftes vinden steun in de videobeelden van [minimarket 2]4 waarop te zien is dat de aangevers crèmekleurige shirts droegen, dat er dozen in de bestelwagen lagen en dat de bestelwagen wit is. Ook bevestigen videobeelden van [minimarket 1]5 dat de witte bestelbus van de slachtoffers daar eerder was gestopt om sigaretten af te leveren. Voorts ondersteunen de verkeersgegevens6 van de telefoonnummers van de verdachte en van [medeverdachte 1] dat beiden zich in [wijk 2] en vervolgens (na)bij [minimarket 2] hebben bevonden op tijdstippen voorafgaand en ten tijde van de overval.

Tijdens de huiszoeking in de woning van de verdachte zijn verschillende camouflage (militaire) kledingstukken aangetroffen.7

In opgenomen telefoongesprekken op 18 juli 2019 na het tijdstip van de overval heeft verdachte wederom contact met [medeverdachte 1] over het elkaar ontmoeten en zegt de verdachte in een van de gesprekken om 13:04:50 uur tegen iemand in zijn nabijheid ‘broer jullie moeten de dozen snel vullen’. Ook belt de verdachte een paar maal met het nummer [telefoonnummer 3], dat toebehoort aan medeverdachte [medeverdachte 2] alias “[bijnaam medeverdachte 2]”.

Na een gesprek waarin tussen verdachte en [medeverdachte 2] in versluierde taal over de buit wordt gesproken, vraagt de verdachte op 18 juli 2019 om 15:03:21 aan [medeverdachte 2] ‘waar is mijn peki’. [medeverdachte 2] zegt ‘hij is naast mij, “[bijnaam medeverdachte 3]” en geeft tijdens dat gesprek de telefoon over aan “[bijnaam medeverdachte 3]” alias medeverdachte [medeverdachte 3]. De verdachte vraagt dan aan [medeverdachte 3] of hij zijn peki in de legertas heeft. [medeverdachte 3] antwoordt bevestigend en zegt ‘er ook degenen die wij in de portemonnee hebben aangetroffen’. De verdachte zegt dat ze alles samen hebben gezet en vraagt [medeverdachte 3] ‘bewaar ze voor mij’. Op 18 juli 2019 om 15:58:08 uur wordt de verdachte gebeld door [medeverdachte 2] en vraagt verdachte of hij samen met “[bijnaam medeverdachte 3]” is. [medeverdachte 2] bevestigt dat en de verdachte zegt ‘zeg hem om binnen goed schoon te maken’ en ‘zorg als ik thuis kom, dat ik het huis schoon vind’.

De verklaring van [medeverdachte 3]8 ondersteunt de inhoud van de laatstgenoemde twee tapgesprekken. [medeverdachte 3] verklaart dat hij weet van de beroving en dat hij van [bijnaam verdachte]” de legertas met daarin 2 vuurwapens en 2 portemonnees veilig moest stellen. Voor het bewaren van de legertas heeft hij de dag na de beroving 2000 gulden gekregen. Ook heeft hij 2 sloffen Marlboro gekregen. ‘Het huis schoonmaken’ zoals door de verdachte via [medeverdachte 2] aan hem is gevraagd, duidde volgens [medeverdachte 3] op het schuilen van de vuurwapens en de patroonhouders. De portemonnees heeft hij weggegooid in Banda Abou en de vuurwapens en patroonhouders heeft hij bewaard in een mondi en de volgende dag terug gebracht naar de woning van de verdachte. [Medeverdachte 3] verklaart overigens nog dat de verdachte een week voor de beroving had gezegd dat er die week iets zou gaan gebeuren.

Uit tapgesprekken van 23 juli 2019 en 24 juli 2019 blijkt dat de verdachte en [medeverdachte 2] bezig zijn met het te koop aanbieden en verkopen van sloffen sigaretten.

Tot slot worden in de telefoon van de verdachte naast enkele selfies diverse belastende foto’s en filmpjes aangetroffen.9 Zo zijn er afbeeldingen van een voertuig en camouflagekleding die sterke gelijkenis vertonen met het voertuig en de kleding die door de daders bij de overval zijn gebruikt. Ook is er een filmpje van de overval bij [minimarket 2] en diverse afbeeldingen van vuurwapens en filmpjes met vuurwapens, opgenomen in de woonkamer van de verdachte.

De verdachte heeft voor al dit bewijs geen redelijke, de redengevendheid ontzenuwende, verklaring gegeven.

Uit het samenstel van een en ander kan redelijkerwijs niets anders worden afgeleid dan dat de verdachte samen met een ander of anderen als dader bij de tenlastegelegde overval betrokken was en deze overval in een bewuste en nauwe samenwerking heeft uitgevoerd. De significante bijdrage van de verdachte bestaat hierin dat hij korte tijd voor en na de overval een instruerende en leidende rol heeft gehad bij het voor verkennen en het verhullen van de buit en de gebruikte vuurwapens en later betrokken is geweest bij de verkoop van de bij de overval weggenomen sigaretten. Er is dan ook sprake van medeplegen

Ten aanzien van feit 3

Voor beantwoording van de vraag of sprake is van het voorhanden hebben van wapens en/of munitie zijn drie factoren richtinggevend, namelijk de aanwezigheid van die wapens en/of munitie, de machtsrelatie tussen de verdachte en die wapens en/of munitie en de bewustheid van de verdachte ten opzichte van de aanwezigheid ervan.

In casu kan uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen het volgende worden vastgesteld. Op 27 augustus 2019 valt een arrestatieteam de woning van de verdachte aan de [adres] binnen10. Zij houden de verdachte en een vrouw [vriendin verdachte] in de slaapkamer van de verdachte aan alwaar een patroonhouder, met daarin 17 patronen, en 4 losse patronen worden aangetroffen. In de woonkamer liggen twee matrassen waarop twee mannen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] liggen, elk met een vuurwapen op het matras.11 In het appartement dat behoort bij de woning wordt [vriend verdachte] aangehouden, onder het matras wordt een vuurwapen aangetroffen. In een zandberg en een berghok achter de woning worden nog twee vuurwapens aangetroffen. De patroonhouder en munitie in de slaapkamer van de verdachte blijkt geschikt voor een pistool Glock 1712. Een van de aangetroffen Glocks in de woonkamer en het appartement is een Glock 17.13 Op twee videobestanden aangetroffen in de telefoon van de verdachte is [medeverdachte 4] te zien, slapend op een matras in de woonkamer van de verdachte14. Op een van die video’s is de stem van de verdachte te horen die zegt ‘aino waardeloze soldaat. Je slaapt met je pistool naast je…’. Op de andere video is wederom de stem van de verdachte te horen ‘…waardeloze soldaat. Kijk hier, ik pak jouw pistool en neem hem mee…’ en is de hand van de verdachte te zien die het pistool naast [medeverdachte 4] pakt. Ook blijkt uit vele foto’s van vuurwapens en een filmpje aangetroffen op de telefoon van de verdachte waarop vier personen in de woonkamer van de verdachte dansen op rapmuziek en waarvan twee personen een op een wapen gelijkend voorwerp in hun hand hebben, dat de verdachte kennelijk gefascineerd is door vuurwapens.

Daarmee is (voldoende) vast komen te staan dat de vijf wapens, de patroonhouder en de munitie in en rond de woning van de verdachte aanwezig waren, dat verdachte, die een maand eerder betrokken was bij een overval waarbij wapens werden gebruikt, zich daar bewust van was en dat hij daarover de beschikking had. Aldus acht het Gerecht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:289 en artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenverordening.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde is zowel ten aanzien van het voorhanden hebben van de vuurwapens, als ten aanzien van het voorhanden hebben van de munitie voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening (juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd,

en overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf en maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een “atrako” met dreiging van een vuurwapen, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren gegeven. Het daarnaast toepassen van geweld geldt daarbij als straf verhogende factor. Voor vuurwapenbezit varieert de strafmaat in geval van recidive van 9 tot 12 maanden gevangenisstraf voor bezit thuis tot 21 tot 24 maanden voor dragen op straat. Het bezit van meerdere vuurwapens geldt daarbij als straf verhogende factor.

De verdachte heeft zich samen met een ander of anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op twee leveranciers van sigaretten. Onder bedreiging van vuurwapens en met toepassing van geweld (het uit de auto trekken en op de grond gooien) zijn daarbij persoonlijke eigendommen en een bestelbus met daarin sigaretten ter waarde van ongeveer Naf 40.000, - buit gemaakt. Bij het wegrijden zijn de daders met de weggenomen bestelbus over het been van een van de slachtoffers gereden. Een schokkend feit, dat bovendien op klaarlichte dag op straat heeft plaatsgevonden. Slachtoffers van een dergelijk delict ondervinden doorgaans nog lange tijd psychische gevolgen. Een feit als het onderhavige wakkert gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving aan. De verdachte heeft met zijn proceshouding aangetoond dat de gevolgen van zijn handelen hem koud laten. Voorts heeft de verdachte niet geleerd van een eerdere veroordeling wegens vuurwapenbezit en heeft hij meerdere vuurwapens en munitie voorhanden gehad. Het illegale bezit van wapens brengt grote veiligheidsrisico’s met zich mee en vormt vanwege het gevaar zettend karakter een maatschappelijk kwaad dat zwaar dient te worden bestraft.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Gezien de hevige toedracht van de overval, zijn eerdere veroordeling voor vuurwapenbezit en zijn proceshouding, is eventuele matigende werking van de jeugdige leeftijd van de verdachte een gepasseerd station. Het Gerecht meent dan ook dat de verdachte ten volle de consequenties van zijn gedrag zal moeten dragen.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

De 5 vuurwapens, de patroonhouder en de 56 patronen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Met betrekking tot voornoemde voorwerpen is het onder feit 3 bewezen verklaarde begaan. Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:74, 1:75, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de 5 vuurwapens, de patroonhouder en de 56 patronen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos, bijgestaan door mr. C. Bernsen, zittingsgriffier, en op 18 maart 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier:

1 Proces-verbaal van bevinding d.d. 18 augustus 2019 betreffende onderzoeksbevindingen inzake voorbereiden en uitvoeren diefstal met geweld gepleegd te [minimarket 2].

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2019 betreffende onderzoek mobiele telefoon 2019.4495

3 Processen-verbaal van aangifte d.d. 18 juli 2019

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 augustus 2019 betreffende camerabeelden “[wijk 1]”

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 augustus 2019 betreffende camerabeelden “[minimarket 2]”

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2018 betreffende analyse van de verkeersgegevens van aansluitnummers [telefoonnummer 1[telefoonnummer 2], [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4]

7 Proces-verbaal van bevinding d.d.14 september 2019 betreffende aangetroffen militaire kleding [adres]

8 Processen-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 28 augustus 2019, 2 september 2019 en 17 december 2019

9 Proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek mobiele telefoon 2019.4495

10 Proces-verbaal van huiszoeking [adres] d.d. 28 augustus 2019

11 Proces-verbaal van aanhouding 3 verdachten d.d. 27 augustus 2019

12 Proces-verbaal forensisch onderzoek op een vuurwapen gelijkend voorwerp nr 258 / aanbiedingsbrief 752 d.d. 28 oktober 2019

13 Proces-verbaal vuurwapen en scherpe patronen nr 254 / aanbiedingsbief 748 d.d. 28 oktober 2019

14 Proces-verbaal bevindingen betreffende onderzoek mobiele telefoon 2019.4495