Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:203

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
500.00095/20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachting van vriendin/buitenvrouw, of consensuele seks? Bezit van gaspistool en BB gun. Gevangenisstraf 5 jaar (eis: GS van 52 maanden) en toewijzing vordering benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 500.00095/20

Uitspraak: 18 september 2020

Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] op Curaçao,

wonende in Curaçao op [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Waar het in deze zaak om gaat

De verdachte wordt beschuldigd van verkrachting. Hij zou zijn buitenvrouw met een mes hebben verwond, haar slagen en kopstoten hebben toegediend, en haar zo hebben gedwongen tot seks. De verdachte erkent een deel van de mishandeling maar ontkent de verkrachting omdat de seks met instemming van de vrouw zou hebben plaatsgehad (‘make up seks’). Ook wordt de verdachte beschuldigd van verboden vuurwapenbezit.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. Koendjbiharie, advocaat in Curaçao.

Een benadeelde partij heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie mr. Dennaoui-Simon heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de verkrachting en het vuurwapenbezit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 52 maanden. Haar vordering behelst voorts toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en oplegging van de zogeheten schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Tenlastelegging

Wat aan de verdachte is tenlastegelegd staat vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Het bewijs en de waardering van het bewijs

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Ten aanzien van feit 1

1.In haar aangifte tegen de verdachte verklaart [aangeefster] onder meer het volgende (proces-verbaal van aangifte, pv-nummer 202005101100, ambtsedig opgemaakt en ondertekend op 11 mei 2020 te Curaçao door [verbalisant]), zakelijk weergegeven:

“(…) Op 09 mei 2020, omstreeks 20:00 uur kreeg ik een bezoek van een vriend van mij genaamd [verdachte]. Ik ken [verdachte] al voor ongeveer twee jaren en vijf maanden. [Verdachte] is getrouwd maar wij hebben een liefdesrelatie met elkaar. Op 09 mei 2020, toen [verdachte] bij mij op bezoek kwam had hij een fles rum (San Pablo) meegenomen en ook een fles Cola. Wij zaten in de woonkamer van mijn woning rum coke te drinken. Wij waren gezellig met elkaar aan het praten en wij waren Arnell op Telecuracao aan het kijken. Omstreeks 23.00 uur begon [verdachte] aan mij te zeggen dat hij twee voor hem bekende mannelijke personen in de contacten van mijn Facebook had gezien. Op dat moment vroeg hij mij wat ik met deze twee mannen te maken heb. [verdachte] wil niet dat ik deze twee mannen als vrienden heb, omdat zij en [verdachte] lid zijn van dezelfde band. [verdachte] denkt dat ik iets heb met deze twee personen. Het is immers niet de eerste keer dat [verdachte] dit aan mij gevraagd heeft. Ik had hem al een keer gezegd dat ik niets met deze twee mannen heb. Op dat moment begon de discussie met [verdachte]. Ik vroeg hem toen om mijn woning te verlaten. Dit heb ik gedaan omdat zijn houding naar mij toe veranderde. Hij was kwaad en agressief geworden. Dit heb ik ook eerder meegemaakt. (…) Toen ik [verdachte] had gevraagd om mijn woning te verlaten, vroeg hij mij of ik serieus was. Ik bevestigde dit en ben toen naar mijn slaapkamer gegaan om mijn haren in de rollers te zetten. [verdachte] stond op en kwam mij achterna. Toen ik bezig was met mijn haren, kwam [verdachte] achter mij staan en zei hij dat hij kwaad wordt als ik wegloop tijdens een discussie. Ook zei hij dat ik mijn haren in de rollers ging zetten, zodat ik geen seks met hem kon hebben.

Nadien gaf hij mij een vuistslag in mijn gezicht. Een aantal van de rollers die ik in mijn haar had vlogen weg en ik viel op mijn bed. Toen ik op mijn bed was gevallen, trok [verdachte] mij van het bed af. Kort hierop gaf hij mij weer een vuistslag, deze keer op mijn voorhoofd. Mijn voorhoofd begon hevig te bloeden. [verdachte] nam toen een handdoek en begon het bloed van mijn voorhoofd weg te vegen. Terwijl hij het bloed wegveegde, bleef hij mij uitschelden. Op enig moment begon hij mij kopstoten tegen mijn hoofd te geven. [verdachte] bleef mij slaan. Ik probeerde weg te komen, maar hij bleef mij achterna lopen. Terwijl [verdachte] mij aan het slaan was, begon hij zijn kleren uit te trekken. Hij zei dat hij niet zal vertrekken, zolang hij geen seks met mij heeft gehad. Terwijl [verdachte] mij mishandelde, begon hij zijn kleren uit te trekken. Hij zei toen dat hij seks met mij moest hebben. Ik had toen aan [verdachte] gezegd dat ik dat niet wilde. [verdachte] stond erop dat ik seks met hem moest hebben. Op dat moment probeerde ik naar de woonkamer te gaan, maar hij pakte mijn armen stevig vast en gooide mij op het bed. Met een mes sneed hij de zijkanten van mijn panty weg. Ik vermoed dat hij dit mes uit de keuken heeft gepakt, toen ik van hem probeerde te ontsnappen. Hij heeft mij ook een aantal keren gesneden met het mes. Nadat [verdachte] mijn panty had weggesneden stopte hij zijn penis in mijn vagina. [verdachte] had geen condoom aan. Hij heeft drie keer tegen mijn wil seks met mij gehad en hij is telkens in mij klaargekomen.

[verdachte] probeerde mij , terwijl hij seks met mij had, te kussen. Dit lukte niet omdat ik mijn armen gekruist voor mijn gezicht hield. Terwijl [verdachte] mij aan het penetreren was, schreeuwde ik dat ik het niet wilde. Hij had toen aan mij gezegd om mijn mond te houden, want anders zou hij mij een kopstoot op mijn neus geven. Op dat moment stopte ik met schreeuwen, maar hield ik mijn armen gekruist voor mijn gezicht. Ik bleef tegen [verdachte] zeggen dat ik het niet wilde en dat hij moest stoppen. Ik begon toen te bidden en de namen van zijn kinderen op te noemen, met de hoop dat hij zal stoppen. Dit heeft niet geholpen.

Nadat de [verdachte] de eerste keer in mij was klaargekomen bleef hij doorgaan. Nadat hij een tweede keer was klaargekomen bleef hij nog steeds doorgaan. Pas nadat hij voor derde keer was klaargekomen, voelde ik dat hij mij niet meer zo stevig vasthield. Ik gaf hem een stoot en hij ging naast mij op het bed zitten.

Ik bleef [verdachte] vragen om mijn woning te verlaten. Hij vroeg of hij voor altijd weg moest gaan of dat hij terug mocht komen. Ik had toen aan hem gezegd om weg te gaan, maar niet voor altijd. Indien ik had gezegd dat ik hem nooit meer wilde zien, had hij mij weer mishandeld. Ik vroeg [verdachte] om in naam van zijn jongste dochter mijn woning te verlaten. [verdachte] aarzelde even en op dat moment ben ik teruggegaan naar mijn slaapkamer en deed deze op slot. [verdachte] is omstreeks 05:00 uur via de achterdeur weggegaan. De volle gegevens van [verdachte] zijn [naam, geboorteplaats en geboortedatum van verdachte] en wonende te [adres] (…).”

2.Tijdens haar verhoor op 11 mei 2020 heeft getuige [nicht] onder meer het volgende verklaard (proces-verbaal van 12 mei 2020 te Curaçao, ambtsedig opgemaakt door [verbalisant]), zakelijk weergegeven:

“(…) Ik ben de nicht van de vrouw genaamd [aangeefster]. (…) [Aangeefster] en ik noemen elkaar Prims. Op 10 mei 2020, omstreeks 08:42 had [aangeefster] mij een Whatsapp-bericht gestuurd. Dit bericht was: "Prims bo tey" (Prims ben je daar - vrije vertaling verbalisant). (…) Ik had het bericht van [aangeefster] niet direct gezien, omdat ik bezig was in de keuken. Omstreeks 08:43 begon mij telefoon te rinkelen en ik zag dat [aangeefster] mij via Whatsapp aan het bellen was. Ik nam mijn telefoon op en krijg [aangeefster] aan de lijn. [aangeefster] vroeg aan mij of zij mij via video call kan bellen. Voordat ik [aangeefster] een antwoord kon geven zag ik dat zij mij via video call weer aan het bellen was. Vanaf het moment dat [aangeefster] mij opbelde kon ik haar horen snikken. Toen ik de video call accepteerde was ik hevig geschrokken. Ik zag dat het rechteroog van [aangeefster] opgezwollen was. Ik zei tegen haar: no kiko a pasa bo? (wat is er met jou gebeurd - vrije vertaling verbalisant). [aangeefster] zei tegen mij: "mira kiko [bijnaam verdachte] (fonetisch) a hasi!" (kijk wat [bijnaam verdachte] heeft gedaan - vrije vertaling verbalisant). [Bijnaam verdachte] is de vriend van [aangeefster] met wie zij een liefdesrelatie van ongeveer twee jaar heeft. Zijn echte naam is [verdachte]. (…)

Na enkele minuten kwam [aangeefster] huilend bij mij thuis. Ik zag dat de ogen van [aangeefster] opgezwollen waren en dat zij een wond op haar voorhoofd had, die aan het bloeden was. Ook had zij diverse schaafwonden en blauwe plekken op haar lichaam. [aangeefster] zei dat [bijnaam verdachte] de schaafwonden met een mes heeft aangebracht. Tevens klaagde [aangeefster] over pijn aan haar hele lichaam. (…) Onderweg naar het politiebureau had [aangeefster] mij verteld dat [bijnaam verdachte] haar gedurende de nachturen drie keren had verkracht. [aangeefster] zei dat [bijnaam verdachte] tot ongeveer 05:00 bij haar thuis is gebleven. (…)”

3.Het dossier bevat een verklaring van dr. A.H.E. Maduro:

“(…) GENEESKUNDIG RAPPORT

De ondergetekende A.H.E. Maduro arts wonende op het eiland Curaçao daartoe door de officier van Justitie bij het gerecht in eerste aanleg op Curaçao verzocht verklaart als volgt:

Op 10-5-2020 zag ik [aangeefster]. (…)

Lichamelijk onderzoek: Oppervlakkige kras/snijwond voorhoofd (3cm) / rechter hand (l cm)

Gezwollen blauw oog rechts

Blauw oog links

Blauwe plekken linker en rechter aangezicht, linker bovenarm, rechter bovenarm en li bovenbeen.

Kraswonden li bovenarm 2x(10/20cm) linker onderarm (6cm) abdomen 2x (1 cm)

Boven borst (17 cm)

Foto’s zijn gemaakt

Forensisch onderzoek heeft plaats gevonden.

Aldus op het eiland Curaçao op de 13-5-2020 opgemaakt.

De arts voornoemd, (…)”

4.Het Analytisch Diagnostisch Centrum, department of pathology, heeft na bestudering van foto’s van het letsel van de aangeefster die door de politie zijn gemaakt, een Medical Forensic Statement afgegeven:

“(…) The appearance, localization and intensity of the multiple hematomas on different body sides are to be regarded as typical for a third-party infliction. The hematomas in the area of the skull are most likely to be caused by strong punches, also against the eye regions. However, blows with a blunt abject cannot be ruled out. Especially due to detection of skin lacerations. The hematomas on the inner sides of both upper arms can be interpreted as typical, intensive grip marks. The hematoma on the extensor side of the left upper leg could have been caused by a blunt violent hit with an object or by a kick. Clearly shaped blunt force trauma, which could allow a clear conclusion to be drawn about an object that has been used, cannot be determined from the photos. The massive hematomas in the area of both eye orbits can in principle also be caused by so-called "run-off hematomas" from the forehead area, but the temporal development in the photo series already shows very intensive hematomas of the eye orbits on the day of the incident, so that direct, massive blunt violence against both eyes, most likely punches, can be assumed here. Especially in the area of the head, multiple, blunt violence by so-called "headbutts" can be regarded as possible. Such massive blunt force against the skull can be regarded as potentially life-threatening, especially in the temporal region and in the area of the eye orbits, since skull fractures and bleeding within the skull cavity can occur here due to, usually, very small bone thickness. The cut- and scratch-like skin injuries on the left side of the neck, in the area of the collarbone as well as on the left upper arm and the left axilla are most likely caused by a sharp and/or pointed tool, for example a scissor or a knife. Here, it is also conceivable that a knife was held against the victim's left neck. These injuries are not typical for injuries, caused by fingernails. The cut wound on the right thumb can be interpreted as a defense wound or as a wound, caused by using a knife by herself.

In summary, it can be stated that due to the large number of injuries and the clearly different localizations on the body, an accident-related incident, for example a fall against an object (e.g. a refrigerator), can be excluded. Rather, the localizations and characteristics are typical for multiple, massive blunt force traumata, caused by multiple blows, possibly also strokes with a blunt object and the use of a sharp tool (e.g. a knife or a scissor). (…)”

5. Als bijlage bij het Proces-verbaal van Bevindingen Ontvangen Whatsapp berichten (Proces-verbaalnummer 20200514124215, ambtsedig opgemaakt en ondertekend op 27 mei 2020 door verbalisant O. Sanches) zijn screenshots gevoegd van whatsapp berichten die de verdachte op 11 mei aan de aangeefster heeft gestuurd. De verbalisant heeft die berichten vertaald in het Nederlands. Een van die vertaalde berichten luidt:

“(…) Goedemiddag de zegen er zij dingen die gebeuren in het leven die ik zelf niet kan voltooien om te snappen maar tegelijkertijd wil ik je van het hart verontschuldiging vragen van wat er gebeurd is ik weet dat je heel veel pijn heeft en nog een keer kwaad voor mijn motief ik hou heel veel van je.. gewoon kon ik me niet beginnen te verbeelden dat jij mij weigert schat waar ik weet dat vanaf ik ben aangekomen wou je met mij zijn maar later heb je aan mij gezegd om maar naar huis te gaan ik voelde me slecht excuseert me ik denk dat je me op een dag zou kan aanhoren ik heb ook pijn geloof me. (…)”

Het Gerecht gaat voorbij aan de verklaring van de verdachte die onder meer stelt dat sprake was van ‘make up seks,’ omdat die verklaring geen steun vindt in het dossier. Zo schrijft de verdachte een deel van het letsel bij de aangeefster toe aan een ongelukkige val tegen een koelkast en wastafel, maar het Analytisch Diagnostisch Centrum sluit die toedracht uit.

Steun voor de verklaring van de aangeefster kan wel in het dossier worden gevonden. Om te beginnen zijn daar de talrijke verwondingen op het lichaam en op het gezicht van de aangeefster: onmiskenbare sporen van geweld tegenover de aangeefster. Als de aangeefster na het incident met haar nicht belt is de aangeefster duidelijk emotioneel. De waarneming van de nicht dat de aangeefster emotioneel was ten tijde van hun gesprek biedt steun aan de verklaring van de aangeefster en past niet bij iemand die zojuist een ruzie met haar geliefde heeft bijgelegd (‘make up seks’). Ten slotte is daar het tekstbericht van de verdachte waarin de verdachte tegenover de aangeefster spijt betuigt en bevestigt dat de aangeefster ‘hem had geweigerd’ en hem had verzocht weg te gaan. Ook dit bericht past niet bij iemand die het conflict met zijn vriendin al heeft goedgemaakt. Het Gerecht neemt daarom de verklaring van de aangeefster tot uitgangspunt. De hiervoor opgenomen bewijsmiddelen laten geen andere conclusie toe dan dat de verdachte de aangeefster met grof geweld heeft gedwongen tot seks.

Ten aanzien van feit 2

6.Bij een huiszoeking in de woning van de verdachte op 11 mei 2020 zijn voorwerpen aangetroffen en in beslag genomen (Proces-verbaal van aanhouding buiten heterdaad en van huiszoeking, documentcode 2020.05.12.11.00, op ambtseed opgemaakt en ondertekend op 12 mei 2020 door [verbalisanten]):

“(…) In de woning werden enkele vatbaar voor inbeslagname voorwerpen

aangetroffen. Hier zijn de navolgende goederen van de verdachte die in beslag zijn genomen:

• Een zwarte vuist vuurwapen van het merk Sig Sauer model SigPro

SP2022, BB Cal, .177 4.5 mm met serie nummer 760746.

(Aangetroffen in slaapkamer B boven op een kast).

• Een luchtdruk pistool met serie nummer 100701742 van E9A series 5.0

mm (20 Cal). (Aangetroffen in slaapkamer B boven op een kast).

• Een doos met hagel kogels van .177 Cal. BB (4.5mm), (Aangetroffen

in slaapkamer B boven op een kast). (…)”

7. en 8.Een tweetal processen-verbaal bevat bevindingen van brigadier en forensisch onderzoeker [naam onderzoeker] naar aanleiding van zijn onderzoek naar de bovengenoemde in beslag genomen voorwerpen (Proces-verbaal forensisch onderzoek aan een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, gedagtekend 1 september 2020, registratienummer 178/2020 resp. 179/2020):

“(…) Aangeboden vuurwapen:

Het op maandag 11 mei 2020 in beslag genomen voorwerp (…) is een koolzuurgaswapen van het merk Crosman model E9A Series van het kaliber 5.0 mm en voorzien van het serie nummer 100701742.

Dit koolzuurgaswapen is niet bestemd of geschikt om kogels door een loop af te vuren. De werking van dit koolzuurgaswapen berust niet op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing. Na het overhalen van de trekker ontsnapt via een ventiel een dosis koolzuurgas uit het reservoir, dat expandeert achter het projectiel, waarna dit met kracht via de loop het wapen wordt uitgedreven. Bedoeld aangeboden voorwerp is een koolzuurgaswapen.

Conclusie:

Het voor onderzoek aangeboden koolzuurgaswapen (…) is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 (…), mede gelet dat bedoelde koolzuurgaswapen voor bedreiging of afdreiging geschikt is. (…)”

“(…)Aangeboden vuurwapen:

Het op maandag 11 mei 2020 in beslag genomen voorwerp (…) is een koolzuurgaswapen van het merk Sig Sauer model SP2022 van het kaliber 4.5 mm en voorzien van het serie nummer 760746.

Dit koolzuurgaswapen is niet bestemd of geschikt om kogels door een loop af te vuren. De werking van dit koolzuurgaswapen berust niet op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing. Na het overhalen van de trekker ontsnapt via een ventiel een dosis koolzuurgas uit het reservoir, dat expandeert achter het projectiel, waarna dit met kracht via de loop het wapen wordt uitgedreven. Bedoeld aangeboden voorwerp is een koolzuurgaswapen.

Conclusie:

Het voor onderzoek aangeboden koolzuurgaswapen (…) is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 (…), mede gelet dat bedoelde koolzuurgaswapen voor bedreiging of afdreiging geschikt is. (…)”

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Ten slotte wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op of omstreeks 10 mei 2020 althans in of omstreeks de maand mei 2020 te Curaçao door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [aangeefster] gebracht en/of geduwd en/of gehouden, en welk geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, (telkens):

  • -

    opzettelijk dreigend met een mes althans een scherp en/of puntig voorwerp die [aangeefster] een of meerdere verwonding(en) heeft toegebracht en/of met dat mes althans een scherp en/of puntig voorwerp de [panty] van die [aangeefster] in stukken heeft gesneden en/of haar onderbroek heeft stuk gemaakt/gesneden en/of

  • -

    met verdachtes, al of niet tot vuisten gebalde handen en/of met verdachtes voorhoofd met kracht die [aangeefster] meermalen in het gezicht en/of op het voorhoofd en/of bovenbeen[,] in elk geval op het hoofd en op het lichaam heeft geslagen en/of daarbij de armen/handen van die [aangeefster] stevig vasthoudend, en/of

  • -

    een of meer goederen, waaronder glas(zen) en vaas(zen) van die [aangeefster] heeft vernield en/of stuk gegooid en/of

  • -

    die [aangeefster] met kracht op bed heeft geduwd en/of gehouden en/of

  • -

    de jurk van die [aangeefster] van haar lichaam af heeft getrokken en/of

  • -

    tegen die [aangeefster] gezegd dat hij niet weggaat zonder eerst met haar te seksen,

waardoor [hij] (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

2.

hij op of omstreeks 10 mei 2020 althans in of omstreeks de maand mei 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s) en/ of een voor bedreiging en afdreiging geschikte voorwerp, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 te weten een zwart vuist vuurwapen (Sig Sauer) en/of een luchtdrukpistool en/of munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 te weten een (doos met) hagel kogels, voorhanden heeft gehad;

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht en in artikel 3 juncto artikel 11 van de Vuurwapenverordening 1930, en wordt als volgt gekwalificeerd:

  • -

    verkrachting, en

  • -

    overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de
    Vuurwapenverordening 1930, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, en op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Over de aard en ernst van het bewezenverklaarde: een gemoedelijke zaterdagavond veranderde in een nachtmerrie voor de aangeefster. De verdachte kwam met rum en cola op bezoek bij aangeefster, zijn buitenechtelijke vriendin. Er werd gedronken, gesproken, en TV gekeken. Gemoedelijk was het niet meer nadat de aangeefster de verdachte vroeg om weg te gaan. De verdachte verlangde seks en toen hem dat werd geweigerd brak hij met grof geweld het verzet van de aangeefster en heeft hij haar langdurig verkracht. Foto’s in het dossier spreken boekdelen over het geweld dat de verdachte daarbij toepaste. De aangifte verhaalt over de lange duur van deze gewelduitspatting. Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van de inbreuk op de lichamelijke en psychische integriteit van de aangeefster niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van lange duur met zich brengt. Daarbij wordt opgemerkt dat de ernst van het delict wordt onderstreept door de wet die op verkrachting een gevangenisstraf van maximaal 15 jaren stelt.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor enig misdrijf.

Het Gerecht is na dit een en ander te hebben afgewogen tot de slotsom gekomen dat de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt in de door de officier van justitie gevorderde straf. Het Gerecht is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Schadevergoeding

De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van (materiele schade 761 + 1567 = NAf 2.328 plus immateriële schade NAf 2.500 =) NAf 4.828.

De verdediging heeft de vordering niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Nu de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt zal zij worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2020. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.

Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op een bedrag van nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 1:136 wetboek van strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 5 (vijf) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade toe tot een bedrag van NAf 4.828 (zegge: vierduizend achthonderd achtentwintig gulden), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 mei 2020 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 4.828 (zegge: vierduizend achthonderd achtentwintig gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 58 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2020 tot aan de dag van de voldoening.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J. Snitker, bijgestaan door mr. M. Boyd, (zittingsgriffier), en op 18 september 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier: