Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:200

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
21-08-2020
Zaaknummer
CUR202000510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bevel aan Land tot naleving uitspraak ambtenarenrechter, met dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202000510

Vonnis in kort geding d.d. 20 augustus 2020

inzake

[EISER],

wonend te Curaçao,

eiser in kort geding,

gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam,

tegen

de openbare rechtspersoon HET LAND CURAÇAO,

zetelend te Curaçao,

gedaagde in kort geding, hierna: het Land,

gemachtigde: mr. L.S. Davelaar,

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verdere procesverloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 juni 2020;

- het e-mailbericht van het Land van 24 juli 2020, inhoudende de mededeling dat het Ministerie van Justitie op korte termijn een uitnodiging voor het herexamen aan eiser zal doen toekomen;

- het e-mailbericht van eiser van 29 juli 2020, inhoudende het verzoek om vonnis te wijzen.

1.2.

Vonnis is, zoals per e-mail van 5 augustus 2020 door de rechter aan partijen is medegedeeld, bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Het Gerecht verwijst naar en neemt over hetgeen in het tussenvonnis van

15 juni 2020 is overwogen.

2.2.

Bij vonnis van 15 juni 2020 is het Land in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 24 juli 2020 de beslissing op de verzoeken van eiser van 10 november 2017 en 19 februari 2018 per e-mail aan de rechter en aan de gemachtigde van eiser in het geding te brengen en om daarmee alsnog - zij het veel te laat - te voldoen aan de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken d.d. 21 oktober 2019.

2.3.

Tot op heden heeft het Land dit niet gedaan.

2.4.

Op grond van het voorgaande en hetgeen in het tussenvonnis is overwogen, zal de vordering van eiser worden toegewezen als hierna omschreven.

2.5.

Het Land zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van eiser tot op heden begroot op:

explootkosten NAf 377,95

griffierecht NAf 450,00

salaris gemachtigde NAf 1.500,00+

zegelkosten NAf 100,00

totaal: NAf 2.427,95

3 De beslissing

Het Gerecht:

rechtdoende in kort geding:

3.1.

beveelt het Land om binnen 4 weken na betekening van het vonnis te voldoen aan de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken d.d. 21 oktober 2019 (zaaknummer GAZ CUR201801561), op straffe van verbeurte van een dwangsom van NAf 250 per dag dat het Land in gebreke blijft aan het gegeven bevel te voldoen, tot een maximum van NAf 25.000;

3.2.

veroordeelt het Land in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op NAf 2.427,95;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 20 augustus 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

MC