Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:167

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
02-03-2020
Datum publicatie
14-07-2020
Zaaknummer
500.00304/18
Rechtsgebieden
Penitentiair strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

makelaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 500.00304/18

Uitspraak: 2 maart 2020 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte rechtspersoon:

[VERDACHTE RECHTSPERSOON],

gevestigd (geweest) aan de [adres 1] in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2020. De verdachte rechtspersoon is verschenen en werd vertegenwoordigd door [directeur verdachte rechtspersoon], directeur van de verdachte rechtspersoon voornoemd.

De officier van justitie, mr. J.P. Rozemeijer, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een geldboete van NAf. 25.000,00, waarvan NAf. 10.000,00 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte rechtspersoon heeft aangevoerd dat zij onvoldoende was geïnformeerd om aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen, zodat haar geen strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Tenlastelegging

Aan de verdachte rechtspersoon is ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 2 september 2016 tot en met 21 maart 2017, althans in de/het ja(a)r(en) 2016 en/ of 2017, te Curacao, (telkens) als degene die beroeps- of bedrijfsmatig diensten verricht als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 12, meermalen (telkens) opzettelijk, in strijd met de verplichting geformuleerd in artikel 2 van de Landsverordening identificatie bij dienstverlening (LID), met betrekking tot 10 zaaks dossiers zoals genoemd in de aangifte van de FIU, geen volledig clientenonderzoek heeft gedaan, waaronder de volgende onroerende zaken transactie(s):

- een op of omstreeks 21 maart 2017 verrichte transactie ten aanzien van

[adres 2] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet

volledig, onder andere omdat het geen blijk geeft van identificatie van

verkoopster, mevrouw [verkoper 1] (art. 2 lid 2 sub a LID), en/of;

- een op of omstreeks 24 februari 2017 verrichte transactie ten aanzien van

[adres 3] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is

niet volledig, onder andere omdat het geen blijk geeft van identificatie van

de verkopers, de heer [verkoper 2] en mevrouw [verkoper 3], en koper, de heer [koper 1], voorafgaande aan de koopovereenkomst (art, 2 lid 2 sub a LID juncto art. 2a lid 1 LID), en/of;

- een op of omstreeks 26 oktober 2016 verrichte transactie ten aanzien van [Appartement nummer], [adres 4] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig, onder andere omdat het geen blijk geeft van identificatie van de verkoper, de heer [verkoper 4], voorafgaande aan de koopovereenkomst (art. 2 lid 2 sub a LID junto art 2a lid 1 LID), en/of;

- een op of omstreeks 27 september 2016 verrichte transactie ten aanzien [naam appartement], [adres 5] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig omdat, onder andere het geen blijk geeft van identificatie van de uiteindelijk belanghebbende van de verkopende partij, [belanghebbende van de verkopende partij] (art. 2 lid 2 onder b LID), en/of;

- een op of omstreeks 2 september 2016 verrichte transactie ten aanzien van [adres 6]te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig omdat, onder andere het geen blijk geeft van de grondslag van de heer [directeur verdachte rechtspersoon]om als gemachtigde op te treden voor de heer [verkoper 5] (art. 2 lid 2 sub f LID);

Feit 1 subsidiair:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 mei 2017 tot en met 19 mei 2017, althans in de maand mei 2017, te Curacao, (telkens) als degene die beroeps-of bedrijfsmatig diensten verricht als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 12, meermalen (telkens) opzettelijk, in strijd met de verplichting geformuleerd in artikel 7 van de Landsverordening identificatie bij dienstverlening, met betrekking tot 10 zaaks dossiers zoals genoemd in de aangifte van de FIU, waaronder de 5 zaaks dossier in deze tenlastelegging, niet onverwijld gehoor heeft gegeven aan verzoeken om inlichtingen van de bevoegde Toezichthouder ten aanzien van gegevens die zij (telkens) gedurende vijf jaar moet bewaren, immers heeft zij (telkens) opzettelijk ten aanzien van de volgende transactie(s):

- een op of omstreeks 21 maart 2017 verrichte transactie ten aanzien van [adres 2] te Curaçao, onder andere niet onverwijld gegevens ten aanzien van de identificatievaststelling van de verkoopster, mevrouw [verkoper 1], overlegt aan de Toezichthouder, en/of;

- een op of omstreeks 24 februari 2017 verrichte transactie ten aanzien van [adres 3] te Curaçao, onder andere niet onverwijld gegevens ten aanzien van de identificatievaststelling van de verkopers, de heer [verkoper 2] en mevrouw [verkoper 3], en koper, de heer [koper 1], overlegt aan de Toezichthouder, en/of;

- een op of omstreeks 26 oktober 2016 verrichte transactie ten aanzien van [Appartement nummer], [adres 4] te Curaçao, onder andere niet onverwijld gegevens ten aanzien van de identificatievaststelling van de verkoper, de heer [verkoper 4], overlegt aan de Toezichthouder, en/of;

- een op of omstreeks 27 september 2016 verrichte transactie ten aanzien [naam appartement], [adres 5] te Curaçao, onder andere niet onverwijld gegevens ten aanzien de identificatievaststelling van de uiteindelijk belanghebbende van de verkopende partij, [belanghebbende van de verkopende partij], overlegt aan de Toezichthouder, en/of;

- een op of omstreeks 2 september 2016 verrichte transactie ten aanzien van [adres 6]te Curaçao, onder andere niet onverwijld gegevens overlegt aan de toezichthouder waaruit blijkt dat de heer [directeur verdachte rechtspersoon] kernachtig is op te treden voor de beer [verkoper 5];

Feit 2:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 2 september 2016 tot en met 21 maart 2017, althans in de/het ja(a)r(en) 2016 en/of 2017, te Curacao, (telkens) als degene die beroeps-of bedrijfsmatig diensten verricht als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 12,

(telkens) opzettelijk, in strijd met de verplichting geformuleerd in §2.5.1.4 van de Voorschriften en Richtlijnen voor Makelaars, niet de herkomst kent van de middelen die bij de volgende transactie(s) zijn gebruikt, en/of, geen verklaringen en bewijsstukken heeft vastgelegd in het clientendossier ten aanzien van de herkomst van de middelen die bij de volgende transactie(s) zijn gebruikt:

- een op of omstreeks 21 maart 2017 verrichte transactie ten aanzien van

[adres 2] te Curaçao, en/of; 7 7 een op of omstreeks 26 oktober 2016 verrichte transactie ten aanzien van [Appartement nummer], [adres 4] te Curaçao, en/of;

- een op of omstreeks 27 september 2016 verrichte transactie ten aanzien [naam appartement], [adres 5] te Curaçao, en/of;

een op of omstreeks 2 september 2016 verrichte transactie ten aanzien van [adres 6]te Curaçao.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte rechtspersoon het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 primair:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 2 september 2016 tot en met 21 maart 2017, althans in de/het ja(a)r(en) 2016 en/ of 2017, te Curacao, (telkens) als degene die beroeps- of bedrijfsmatig diensten verricht als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 12, meermalen (telkens) opzettelijk, in strijd met de verplichting geformuleerd in artikel 2 van de Landsverordening identificatie bij dienstverlening (LID), met betrekking tot 10 zaaks dossiers zoals genoemd in de aangifte van de FIU, geen volledig clientenonderzoek heeft gedaan, waaronder de volgende onroerende zaken transactie(s):

- een op of omstreeks 21 maart 2017 verrichte transactie ten aanzien van

[adres 2] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet

volledig, onder andere omdat het geen blijk geeft van identificatie van

verkoopster, mevrouw [verkoper 1] (art. 2 lid 2 sub a LID), en/of;

- een op of omstreeks 24 februari 2017 verrichte transactie ten aanzien van

[adres 3] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is

niet volledig, onder andere omdat het geen blijk geeft van identificatie van

de verkopers, de heer [verkoper 2] en mevrouw [verkoper 3], en koper, de heer [koper 1], voorafgaande aan de koopovereenkomst (art, 2 lid 2 sub a LID juncto art. 2a lid 1 LID), en/of;

- een op of omstreeks 26 oktober 2016 verrichte transactie ten aanzien van [Appartement nummer], [adres 4] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig, onder andere omdat het geen blijk geeft van identificatie van de verkoper, de heer [verkoper 4], voorafgaande aan de koopovereenkomst (art. 2 lid 2 sub a LID junto art 2a lid 1 LID), en/of;

- een op of omstreeks 27 september 2016 verrichte transactie ten aanzien [naam appartement], [adres 5] te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig omdat, onder andere het geen blijk geeft van identificatie van de uiteindelijk belanghebbende van de verkopende partij, [belanghebbende van de verkopende partij] (art. 2 lid 2 onder b LID), en/of;

- een op of omstreeks 2 september 2016 verrichte transactie ten aanzien van [adres 6]te Curaçao, immers het clientenonderzoek is niet volledig omdat, onder andere het geen blijk geeft van de grondslag van de [directeur verdachte rechtspersoon]om als gemachtigde op te treden voor de heer [verkoper 5] (art. 2 lid 2 sub f LID);

Feit 2:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 2 september 2016 tot en met 21 maart 2017, althans in de/het ja(a)r(en) 2016 en/of 2017, te Curacao, (telkens) als degene die beroeps-of bedrijfsmatig diensten verricht als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 12,

(telkens) opzettelijk, in strijd met de verplichting geformuleerd in §2.5.1.4 van de Voorschriften en Richtlijnen voor Makelaars, niet de herkomst kent van de middelen die bij de volgende transactie(s) zijn gebruikt, en/of, geen verklaringen en bewijsstukken heeft vastgelegd in het clientendossier ten aanzien van de herkomst van de middelen die bij de volgende transactie(s) zijn gebruikt:

- een op of omstreeks 21 maart 2017 verrichte transactie ten aanzien van

[adres 2] te Curaçao, en/of;

- een op of omstreeks 26 oktober 2016 verrichte transactie ten aanzien van [Appartement nummer], [adres 4] te Curaçao, en/of;

- een op of omstreeks 27 september 2016 verrichte transactie ten aanzien [naam appartement], [adres 5] te Curaçao, en/of;

- een op of omstreeks 2 september 2016 verrichte transactie ten aanzien van [adres 6]te Curaçao.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte rechtspersoon meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte rechtspersoon het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

1. Verklaring van de verdachte rechtspersoon ter terechtzitting d.d. 10 februari 2020, inhoudende als de verklaring van de verdachte rechtspersoon:

In 2014 heeft op uitnodiging van mensen van MOT een gesprek (het Gerecht begrijpt uit het dossier: MOT Presentatie voor Makelaars) plaatsgevonden. Het klopt dat ik bij dat gesprek al had gehoord over het moeten identificeren van cliënten. In 2016 is er ook een bijeenkomst (het Gerecht begrijpt uit het dossier: FIU presentatie voor makelaars) geweest waarin voorlichting werd gegeven.

U, rechter, vraagt mij of het klopt dat bij de transactie ten aanzien van [adres 2] geen identificatie van de verkoopster, mw. [verkoper 1], heeft plaatsgevonden.
Over dat geval kan ik het volgende verklaren. Er kwam een mevrouw bij ons kantoor met een akte. Zij zei dat ze een huis had gekocht en dat zij dat huis wilde verkopen. Desgevraagd zei de mevrouw dat zij geen ID had, maar dat zij haar ID zou gaan halen. Er is een klant gekomen die het huis wilde kopen. De mevrouw is niet meer teruggekomen met haar ID.

U, rechter, vraagt mij of er kennis was van de source of funds voor de transactie.

We hadden een klant, maar de transactie is niet doorgegaan. Er was een aanbetalingsovereenkomst. We moesten haar het geld terugbetalen. Als er geld op mijn bankrekening komt, waarom moet ik dan de compliance voor de bank doen?

U, rechter, vraagt mij of het klopt dat bij de transactie ten aanzien van [wijk 1] niet is voldaan aan de identificatieplicht van de verkopers voorafgaande aan de koopovereenkomst.

De datum en tijd waren niet geschreven op de identiteitsbewijzen.

U, rechter, vraagt mij of het klopt dat bij de transactie ten aanzien van [adres 4] niet is voldaan aan de identificatieplicht van de verkoper voorafgaande aan de koopovereenkomst en of er geen kennis was van de source of funds voor de transactie.

Ja, dat klopt. Ik heb de id van de belanghebbende niet in de kvk gezet.

U, rechter, vraagt mij of kennis was van de source of funds voor de transactie.

Dit is een voltooide transactie. We hebben niks opgeschreven over de herkomst van de middelen.

U, rechter, vraagt mij of het klopt dat bij de transactie ten aanzien van [naam appartement] de UBO van de verkopende partij [belanghebbende van de verkopende partij] niet door mij is geïdentificeerd.

Dat klopt.

We hebben niet opgeschreven over de herkomst van de middelen.

U, rechter, vraagt mij of het klopt dat er bij de transactie ten aanzien van [adres 6] geen machtiging was om namens [verkoper 5] op te treden.

Ik heb zelf de verkoop gedaan. Er staat in de verkoopovereenkomst dat ik gemachtigd ben. Er is geen machtiging door mij getekend. Nu weet ik dat FIU een aparte volmacht wil zien.

U, rechter, vraagt mij of kennis was van de source of funds voor de transactie.

Er is niet opgeschreven over de herkomst van de middelen. Het is veel werk. Er zijn zoveel dingen die ik zelf moet doen.

2. Schriftelijk Bescheid, ander geschrift inhoudende een brief d.d. 29 september 2017 met bijlagen (kenmerk: MOT-TZ-206-2017-CMW) van [hoofd FIU], hoofd FIU, aan het openbaar ministerie, inhoudende:

Tijdens het onderzoek is door de Toezichthouder vastgesteld dat [verdachte rechtspersoon] in de controleperiode beroeps- en bedrijfsmatig als tussenpersoon heft opgetreden bij de aan- en verkoop van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen. Ten aanzien van een of meer van de door Toezichthouder ter controle geselecteerde dossiers heeft [verdachte rechtspersoon] geen dan wel onvolledig clientenonderzoek verricht. [verdachte rechtspersoon] is onzorgvuldig geweest ten aanzien van het verrichten van clientenonderzoek alsmede het vastleggen van gegevens die van belang zijn voor het kunnen opmaken van een risicoprofiel van haar cliënten en voor het signaleren en melden van mogelijk ongebruikelijke transacties.

Bijlage 1 (onderzoeksrapport pagina’s 1 t/m 33)

Bedrijfsgegevens

Naam instelling: [verdachte rechtspersoon]

KvK nummer: [KvK nummer]

Rechtsvorm: besloten vennootschap

Aard dienstverlening: onder andere bemiddeling bij de aan- en verkopen van onroerend goed

[adres 2]

Betreft bemiddeling bij de verkoop van een woning of erfpachtterrein gelegen te [adres 2], voor het bedrag van ANG 100.000, -. Verkoopster (client) is mw., [verkoper 1]. In dit dossier zijn door de Toezichthouder de volgende overtredingen ten aanzien van de naleving van de LID door belanghebbende geconstateerd:

-Een kopie identiteitsbewijs van de verkoopster ontbreekt in het dossier;

- Er is geen informatie over de herkomst van de middelen die bij de aankoop van de woning gebruikt worden (source of funds) in dossier vastgelegd (V&R).

[adres 3]

Betreft bemiddeling bij de verkoop van een woning gelegen te [adres 3], voor het bedrag van ANG 750.000, -. De door partijen getekende voorlopige koopovereenkomst dateert van 24 februari 2017. Verkoper betreft de heer [verkoper 2] en mw. [verkoper 3] en koper (client) de beer [koper 1]. In dit dossier ontbrak een opdrachtovereenkomst m.b.t. de bemiddelingswerkzaamheden door belanghebbende met betrekking tot dit onroerend goed.

In dit dossier zijn door de Toezichthouder de volgende overtredingen ten aanzien van de naleving van de LID door belanghebbende geconstateerd:

- Op de kopie identiteitsbewijzen van zowel de verkopers als de koper is niet aangetekend door wie en wanneer deze personen zijn geïdentificeerd. Hierdoor heeft de Toezichthouder niet kunnen vaststellen of identificatie van deze personen voorafgaand aan de dienstverlening door belanghebbende heeft plaatsgevonden.

[adres 4]

Betreft bemiddeling bij de verkoop van een woning gelegen te [adres 4] kavel 1, [naam resort voor het bedrag van ANG 140.000, -. De door partijen getekende voorlopige koopovereenkomst dateert van 26 oktober 2016. Verkoper (client) betreft de beer [verkoper 4] en koper [koper 2]. In dit dossier zijn door de Toezichthouder de volgende overtredingen ten aanzien van de naleving van de LID door belanghebbende geconstateerd:

- Verkoper is niet voorafgaande aan dienstverlening geïdentificeerd (art. 2 jo. 2a LID jo. V&R (2016) paragraaf 2.5.1.1). Het identiteitsbewijs van verkoper blijkt geldig van 15 maart 2017 t/m 15 maart 2022. Dat is na datum ondertekening voorlopige koopovereenkomst. Het identiteitsbewijs is dus van latere datum dan dat de bemiddelingswerkzaamheden door belanghebbende zijn verleend.

- Er is geen informatie over de herkomst van de middelen die bij de aankoop van de woning gebruikt worden (source of funds) in dossier vastgelegd (V&R).

[naam appartement], [adres 5])

Betreft bemiddeling bij de verkoop van een woning gelegen te [wijk 2], [naam appartement] voor het bedrag van ANG 135.000, -. De door partijen getekende voorlopige koopovereenkomst dateert van 16 augustus 2016. In dit dossier zijn door de Toezichthouder de volgende overtredingen ten aanzien van de naleving van de LID door belanghebbende geconstateerd:

- Uit het dossier blijkt met dat de uiteindelijk belanghebbende (UBO) van [belanghebbende van de verkopende partij]is geïdentificeerd (art 2 jo. art. 3 lid 4 en 5 LID).

- Er is geen informatie over de herkomst van de middelen die bij de aankoop van de woning gebruikt worden (source of funds) in dossier vastgelegd (V&R).

[adres 6]

Betreft bemiddeling bij de verkoop van een woning gelegen te [adres 6], een woning op huurgrond gelegen te [wijk 3] met register nr. 7350. Het betreft hier een zogenoemde ABC-constructie, waarbij de heer [directeur verdachte rechtspersoon in persoon (pro se) het onroerend good koopt van verkoopster (client) mw. [verkoper 6] voor een bedrag van ANG 25.000, -, aldus de verkoopovereenkomst d.d. 2 september 2016. Vervolgens wordt op dezelfde dag 2 september 2016 (aldus de tweede verkoopovereenkomst) het onroerend goed nogmaals verkocht, wederom door mw. [verkoper 6] (I) aan koper, de hoer [koper 3]. Tevens is in het dossier een verkoopovereenkomst (opdrachtovereenkomst) tussen de heer [verkoper 5], de vertegenwoordiger van mw. [verkoper 6], en belanghebbende aangetroffen d.d. 21 augustus 2015.

In dit dossier zijn door de Toezichthouder de volgende overtredingen ten aanzien van de naleving van de LID door belanghebbende geconstateerd:

- Bij de tweede koopovereenkomst tekent de heer [directeur verdachte rechtspersoon in hoedanigheid van gemachtigde van de heer [verkoper 5] (die op zijn beurt gevolmachtigde is van verkoopster, [verkoper 6]). Echter, het is de Toezichthouder niet gebleken op grond waarvan de heer [directeur verdachte rechtspersoon bevoegd was om voor de beer [verkoper 5] als gemachtigde op te treden en derhalve bevoegd was de koopovereenkomst voor hem te mogen ondertekenen (art. 2 lid 2 sub f LID).

- Er is geen informatie over de herkomst van de middelen die bij de aankoop van de woning gebruikt worden (source of funds) in dossier vastgelegd (V&R).

Bijlage 3 (brief van [directeur verdachte rechtspersoon aan FIU Curaçao n.a.v. het onderzoeksrapport)

De meeste punten zijn waar.

Bewijsoverwegingen

De verdachte rechtspersoon wordt – kort samengevat- verweten dat zij regels en voorschriften met betrekking tot het volledig doen van clientenonderzoek meermalen opzettelijk heeft overtreden. Het verweer van de verdachte rechtspersoon bestaat er in de kern uit dat zij niet op de hoogte was van de geldende regelgeving en dat zij slecht was geïnformeerd door de autoriteiten over de voorschriften die op haar van toepassing waren.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het Gerecht vast dat de verdachte rechtspersoon in de ten laste gelegde perioden beroeps-/bedrijfsmatig acteerde als tussenpersoon in het aan- en verkopen van onroerende goederen. Gelet hierop waren de voorschriften uit de Landsverordening identificatie dienstverlening voor de verdachte rechtspersoon in die hoedanigheid van toepassing. Dat de verdachte rechtspersoon niet op de hoogte was van deze voorschriften staat de bewezenverklaring van het opzettelijk overtreden van die voorschriften niet in de weg. Immers, in het economisch strafrecht geldt dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “opzet”, kleurloos opzet toereikend is. Bij kleurloos opzet hoeft niet bewezen te worden dat de verdachte rechtspersoon wist dat haar gedraging in strijd was met de wettelijke voorschriften.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 10 lid 1 Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10 lid 1 Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening, meermalen gepleegd, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte rechtspersoon uitsluiten. De verdachte rechtspersoon is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte rechtspersoon heeft zich als makelaar schuldig gemaakt aan het opzettelijk niet voldoen aan het verrichten van volledig clientenonderzoek. Meer specifiek heeft zij nagelaten om cliënten te identificeren en onderzoek te doen naar de herkomst van middelen die door cliënten werden aangewend voor financiële transacties. De verdachte rechtspersoon heeft door haar handelen de overheid de mogelijkheid ontnomen om zicht te krijgen op geldstromen die kunnen duiden op criminaliteit en (in het verlengde daarvan) maatregelen te nemen om witwassen van opbrengsten uit misdrijven tegen te gaan. Het Gerecht rekent dit de verdachte rechtspersoon aan.

Het Gerecht zal in strafverlagende zin afwijken van de eis van de officier van justitie. Gelet op de verschillen in financieel economische omstandigheden tussen Nederland en Curaçao ziet het Gerecht onvoldoende reden om, zoals de officier van justitie heeft gedaan, in grote mate aansluiting te zoeken bij boetes die de Nederlandse toezichthouder en rechter aan onder andere makelaars oplegt. Het Gerecht zal aansluiting zoeken bij het bedrag van het gedane transactieaanbod nu dat bedrag passend wordt geacht. Dat bedrag zal worden verhoogd omdat het tot een rechtsgang heeft moeten komen. Een deel daarvan zal het Gerecht, als stok achter de deur, voorwaardelijk opleggen. Het Gerecht is verder van oordeel dat de gevorderde bijzondere voorwaarde – het binnen drie maanden voldoen aan de actiepunten van de FIU – niet opportuun is, nu deze actiepunten voortvloeien uit de wettelijke voorschriften die reeds op de verdachte rechtspersoon van toepassing zijn.

Alles afwegende acht het Gerecht na te noemen geldboete passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:54, 1:127 en 1:136 zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte rechtspersoon de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte rechtspersoon meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een geldboete van NAf 15.000,00 (vijftienduizend);

- bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot NAf. 5.000,00 (vijfduizend), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos, bijgestaan door A.E. Jansen-Poulo, (zittingsgriffier), en op 2 maart 2020 in tegenwoordigheid van genoemde griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier: