Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:158

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
22-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
CUR201803227
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuursverkiezingen vakbond. Gebruik stemcomputer. Geen wettelijke en statutaire regeling voor elektronisch stemmen. Bevel uitschrijven nieuwe verkiezingen toewijsbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISERES],

te Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. C.A. Peterson,

tegen

de vereniging met rechtspersoonlijkheid

AMBTENARENBOND VOOR OVERHEIDSPERSONEEL (ABVO),

te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. L.N. Asjes.

1
1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift van 26 september 2018;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek tevens verzoek ex artikel 843a Rv;

- de conclusie van dupliek.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten:

a. a) Abvo is een ambtenarenvakbond met circa 1000 leden. Eiseres is lid van Abvo.

b) Op 29 juni 2018 en 6 juli 2018 zijn verkiezingen gehouden voor het bestuur van Abvo. Voor het stemmen werden elektronische stemmachines ingezet.

c) Eiseres had zich kandidaat gesteld voor de functie van voorzitter van het bestuur.

d) Volgens het door de verkiezingscommissie van Abvo opgemaakte proces-verbaal van 6 juli 2018 zijn op eiseres 354 stemmen uitgebracht en eindigde zij daarmee als tweede achter de met 456 stemmen als voorzitter gekozen [betrokkene 1].

3 De vordering en het verweer

3.1

Eiseres vordert dat het gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

( i) primair, voor recht zal verklaren dat de op 6 juli 2018 gehouden verkiezingen voor het bestuur van Abvo en/of het proces-verbaal waarin het besluit van de verkiezingscommissie, althans de uitslag van die verkiezingen, is vastgelegd, van 6 juli 2018, nietig is, althans rechtsgeldig buiten rechte is vernietigd door eiseres;

( i) subsidiair, de op 6 juli 2018 gehouden verkiezingen voor het bestuur van Abvo en/of het proces-verbaal, waarin het besluit van de verkiezingscommissie, althans de uitslag van die verkiezingen, is vastgelegd, van 6 juli 2018, zal vernietigen;

(ii) primair, voor recht zal verklaren dat het besluit van de verkiezingscommissie en/of het bestuur van Abvo, waarin is beslist dat [betrokkene 1] is verkozen tot voorzitter van Abvo en [betrokkenen 2 tot en met 11] zijn verkozen tot leden van het bestuur van Abvo, nietig is, althans rechtsgeldig buiten rechte is vernietigd door eiseres;

(ii) subsidiair, het besluit van de verkiezingscommissie en/of het bestuur van Abvo, waarin is beslist dat [betrokkene 1] is verkozen tot voorzitter van Abvo en [betrokkenen 2 tot en met 11] zijn verkozen tot leden van het bestuur van Abvo, zal vernietigen;

(iii) Abvo zal bevelen om, niet eerder dan een maand na het in deze te geven vonnis en niet later dan twee maanden daarna, althans op de door het gerecht in redelijkheid te bepalen datum, opnieuw verkiezingen voor leden van het bestuur van Abvo en de voorzitter van het bestuur van Abvo uit te schrijven, met bepaling dat Abvo ten faveure van eiseres een dwangsom van NAf 1.000.000 zal verbeuren, indien zij niet aan het te geven bevel zal voldoen;

(iv) Abvo zal verwijzen in de kosten van deze procedure.

3.2

Het incidenteel verzoek van eiseres strekt ertoe Abvo op de voet van artikel 843a Rv te bevelen de processen-verbaal van de stembureaus in Sint Maarten, Bonaire en Curaçao aan eiseres af te geven, dit in het kader van de bewijslevering door eiseres.

3.3

Abvo heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen zal hierna voor zover voor de beoordeling relevant worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Eiseres legt aan haar vorderingen ten grondslag dat bij de bestuursverkiezingen van Abvo in strijd is gehandeld met de statuten van de vereniging, het huishoudelijk reglement (HR) en het kiesreglement (KR). Zij stelt onder meer dat het is misgegaan met i) de oproepkaarten, ii) de bekendmaking van de stemlocaties, iii) de communicatie met de kandidaten, iv) de openingstijden van de stemlokalen, v) de organisatie van de verkiezingen, vi) het mobiele stembureau, vii) het tellen der stemmen, viii) het vaststellen van de uitslag en ix) de wijze van stemming. Eiseres stelt dat (de besluiten tot vaststelling van) de bestuursverkiezingsuitslagen nietig of vernietigbaar zijn. Zij eist dat nieuwe verkiezingen worden gehouden.

4.2

Artikel 2:21 BW bepaalt onder meer dat nietig is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat in strijd is met de wet of de statuten en dat vernietigbaar is een beluit dat is tot stand gekomen in strijd met de wet of de statuten, de redelijkheid en billijkheid of een reglement.

4.3

Volstaan zal worden met de bespreking van eiseres’ klacht ix) over de wijze van stemming. Die klacht is gegrond. Bij de stemming is gebruikgemaakt van stemcomputers. Daargelaten dat deze computers volgens eiseres niet deugden en dat er volgens haar is gemanipuleerd met de uitslagen - hetgeen Abvo betwist - geldt dat de wet noch de statuten van Abvo voorzien in de mogelijkheid van elektronisch stemmen en uitgaan van een schriftelijke stemming op een fysieke vergadering. Anders dan in Nederland geldt sinds de wetswijziging per 1 januari 2007 (artikel 2:38 lid 6 BWNL), kent het rechtspersonenrecht alhier geen wettelijke regeling voor elektronisch stemmen, laat staan dat voorzien is in voorschriften die de controleerbaarheid en betrouwbaarheid van een dergelijke wijze van stemmen moeten waarborgen. Ook indien zou worden geredeneerd dat onze wet weliswaar niet voorziet in elektronisch stemmen maar zich er ook niet tegen verzet (het debat van partijen is daarover niet gegaan), had in elk geval in de statuten van Abvo uitdrukkelijk geregeld moeten zijn dat bij bestuursverkiezingen (ook) elektronisch gestemd kan worden. Dit betreft fundamentele organisatieregels van de rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 lid 5 BW die in de statuten thuishoren. De statuten van Abvo bepalen slechts dat bestuursleden uit en door de leden worden gekozen en dat de voorzitter rechtstreeks door de leden wordt gekozen (artikel 14 lid 2 statuten) en dat de verkiezing van bestuursleden in het huishoudelijk regelement (HR) wordt geregeld (artikel 14 lid 6 statuten). Ook het HR gaat uit van stemmen met ‘potlood en papier’. Zo is daarin bepaald dat het stemmen geschiedt op door de verkiezingscommissie gewaarmerkte stembiljetten (artikel 14 lid 1 sub a HR), dat van onwaarde zijn biljetten die oningevuld zijn ingeleverd (artikel 14 lid 2 sub a HR) en dat over personen schriftelijk en over zaken door handopsteking of hoofdelijk wordt gestemd (artikel 56 lid 3 HR). Pas in het kiesreglement (KR), dat is opgesteld ter uitvoering van artikel 14 lid 1 sub d HR dat bepaalt dat ‘de procedure der stemming’ bij afzonderlijk reglement door de Algemene Raad wordt vastgesteld, is opgenomen dat de stemming mede geschiedt door elektronisch stemmen via een computer. Dat is echter niet gelijk te stellen met een (wettelijke en) statutaire regeling van de toelaatbaarheid van elektronisch stemmen. Dit klemt te meer nu het HR en KR door een ander - lager - orgaan (de Algemene Raad, artikel 16 en 17 jo 51 Statuten) worden vastgesteld en gewijzigd dan de statuten (het Congres, artikel 7 en 8 jo 48 Statuten).

4.4

Het voorgaande brengt het gerecht tot het oordeel dat de bestuursverkiezing van Abvo van juni/juli 2018, waaronder de verkiezing van de voorzitter, strijdig was met de statuten en Abvo. Eiseres heeft er een gerechtvaardigd belang bij dat alsnog rechtsgeldige verkiezingen worden gehouden waarbij op haar kan worden gestemd. De daartoe strekkende vordering (iii) van eiseres is toewijsbaar als hierna omschreven. Mede gezien de huidige beperkingen door de overheidsmaatregelen in verband met het coronavirus, zal Abvo een ruime termijn worden geboden voor voldoening. Voor het opleggen van een dwangsom bestaat onvoldoende aanleiding.

4.5

Gesteld noch gebleken is dat de leiding van Abvo bij de in 2018 aangetreden bestuursleden niet in goede handen is en/of dat eiseres verlangt dat bepaalde bestuurshandelingen ongedaan worden gemaakt of achterwege blijven. Bij haar vorderingen (i) en (ii) heeft eiseres dan ook onvoldoende belang. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zou onaanvaardbaar zijn aan de gang van zaken verdergaande consequenties te verbinden dan het houden van nieuwe verkiezingen.

4.6

Gelet op de beoordeling en beslissing in de hoofdzaak heeft eiseres geen belang bij haar incidentele vordering.

4.7

Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven. Abvo zal in de hoofdzaak als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Eiseres zal worden veroordeeld in de kosten van het incident.

5 Beslissing

Het gerecht:

5.1

beveelt Abvo om tussen 1 augustus 2020 en 1 december 2020 opnieuw verkiezingen voor leden van het bestuur van Abvo en de voorzitter van het bestuur van Abvo uit te schrijven;

5.2

veroordeelt Abvo in de proceskosten van de hoofdzaak, aan de zijde van eiseres begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 334,50 aan oproepingskosten en NAf 2.500 voor salaris gemachtigde;

5.3

veroordeelt eiseres in de proceskosten van het incident, aan de zijde van Abvo begroot op NAf 1.250 voor salaris gemachtigde;

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2020.