Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2020:154

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
01-06-2020
Datum publicatie
18-06-2020
Zaaknummer
CUR201904370
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verenigingsrecht; lidmaatschap; contributie; bestuursverkiezing zonder alle leden toegang tot de

ALV te geven; voorzieningen om te komen tot ordelijke ledenadministratie en bestuursverkiezing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2020-0278
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

1 [EISER 1],

2. [EISER 2],

3. [EISER 3],

wonende in Curaçao,

eisers,

gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,

tegen

de vereniging

POLITIE SPORT VERENIGING,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mr. J.C. Meulen en mr. H.M.M. Alejandra.

Eisers zullen hierna met hun achternaam worden aangeduid (dan wel gezamenlijk als [eiser 1] c.s.). Gedaagde zal hierna PSV worden genoemd.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, binnen gekomen op 22 november 2019;

- de producties van PSV;

- de mondelinge behandeling van 17 december 2019;

- de pleitnota namens PSV.

1.2.

Na aanhouding voor overleg tussen partijen is vonnis bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

PSV is een vereniging voor, kort gezegd, (oud-)politieambtenaren. Zij stelt zich ten doel het beoefenen van sport en ontspanning.

2.2.

De vereniging kent statuten en een huishoudelijk reglement (HR).

2.3. [

eiser 1] c.s. zijn politieambtenaren.

2.4.

Sinds 2003 is [betrokkene] voorzitter van het bestuur van PSV.

2.5.

Op 24 maart 2019 heeft een ALV plaatsgevonden. Bij die gelegenheid is een nieuw bestuur gekozen, opnieuw onder voorzitterschap van [betrokkene].

2.6.

Aan deze ALV is het volgende bericht van de zijde van het bestuur voorafgegaan:

KOMUNIKADO

Apresiabel kolega/miembro

En konekshon ku preparshon nan andando pa dentro di korto tempu konvoka un Reunion General, den kual entre otro lo mester elegi un Presidente i miembro nan di direktiva di PSV, ta di sumo importansha pa determine kua trahadO di Kuerpo Polisial Korsou tin derechi di voto konforme artikulo 5, insiso 1 i 2, adhunto artikulo 8, insiso 2, di Statuto di PSV.

Konforme registrashon di direktiva tin un kantidat relativamente limits di trahado di Kuerpo Polisial Korsou ku konforme artikulo 8, insiso 2, di Statuto ariba menshona, lo por hasi use di e derecho di voto den e proksimo elekshon. Pa praktika transparensha, Direktiva di PSV kier duna tur persona ku tin e konvikshon o impreshon di ta miembro di PSV, konforme artikulo 5 insiso 1 i 2, adhunto artikulo 8, o artikulo 5 insiso 3 i 4, pa indika esaki dentro di dos (2) siman despues di e fecha di e komunikado aki.

Previo na esaki Direktiva di PSV kier invite tur persona ku tin e konvikshon o impreshon di ta miembro di PSV, pa tuma nota di e lista di miembresia di PSV kual ta disponibel serka mi persona. Den kaso ku e persona aki su nOmber no ta aparese riba e lista komo miembro, Direktiva ta invite e persona aki pa dentro di e termino di dos (2) siman, pone na disposishon di Direktiva e dokumentashon (nan) koresprdiente for di kual a base di tur rasonabilidat Direktiva por dedusi ku e persona aki ta miembro. Si dentr di e periodo stipula no tin niun reakshon Direktiva lo konsidera ku nan no ta miembro of lo distansia for di esaki.

Direktiva ta spera bo reakshon via di psvcuracao@gmail.com.

Sperando di a informabo sufisiente. Atentamente bo sirbidor,

2.7.

Op 17 mei 2019 heeft [betrokkene] een bericht doen uitgaan, inhoudende dat in de ALV van 24 maart 2019 is besloten dat alle leden die meer dan zes maanden geen contributie hebben betaald worden geroyeerd.

2.8.

PSV is eigenaar van het strand aan de Vaersenbaai. Tussen PSV en Vaersenbaai B.V. is een huurovereenkomst tot stand gekomen op grond waarvan het strand en de bijbehorende voorzieningen worden geëxploiteerd onder de naam Kokomo Beach.

3 Het geschil

3.1. [

eiser 1] c.s. vorderen om bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

- De huidige groep die zich "Het Bestuur" noemt zal verbieden om, alleen of gezamenlijk

handelende, zich met het uitoefenen van enige krachtens de wet, statuten en/of geldend huishoudelijk reglement van de PSV aan het bestuur en/of enig lid van het bestuur van PSV toegekende interne of externe bestuursbevoegdheden in te laten en/of enige dergelijke bevoegdheid uit te oefenen als ware hij/zij lid van het bestuur van de PSV;

- De huidige groep die zich "Het Bestuur" noemt eveneens zal verbieden om zich, op enigerlei wijze, binnen de gebouwen en de kantoren van de PSV, indien van toepassing, of daarbuiten, als bestuurders van de PSV te gedragen en/of uit te geven;

- Alle besluiten, die zijn genomen op de (gemeende) ALV vergadering van 24 maart 2019 van de PSV, waaronder tot benoeming van de bestuurders (zie productie 5), maar niet beperkt daarbij, op te schorten en wel totdat nieuwe en op de juiste wijze cq op de voet van de Statuten en het huishoudelijk reglement, de bestuursverkiezingen voor de PSV worden gehouden en een rechtsgeldig bestuur wordt gekozen;

- Zal bevelen te gehengen en te gedogen dat alle besluiten, die binnen en/of buiten de vergaderingen zijn genomen, inclusief de nieuwe huurovereenkomst met betrekking tot de Vaersenbaai N.V., maar niet beperkt daarbij, zijn opgeschort en opgeschort zullen blijven en wel totdat nieuwe en op de juiste wijze cq op de voet van de Statuten en het huishoudelijk reglement, de bestuursverkiezingen voor de PSV worden gehouden en een rechtsgeldig bestuur wordt gekozen;

- Te bevelen dat meteen na het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen de eerst mogelijke gelegenheid, op de voet van de geldende Statuten en het huishoudelijk reglement, de bestuursverkiezingen voor de PSV worden gehouden, waarbij, voor de goede orde en de reorganisatie van de PSV, ALLE leden van het KPC - conform artikel 5 statuut - aan de verkiezingen mogen deelnemen en een rechtsgeldig bestuur wordt gekozen die meteen daarna zal aantreden;

- De bestuursleden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure met inbegrip der buitengerechtelijke kosten, deurwaarderskosten en griffiekosten aan de zijde van eisers gevallen.

In ieder geval dat U E.A. een zodanige beslissing te nemen als U E.A. in goede justitie lijkt en/of meent te behoren, alles in het licht van de gerechtigheid.

3.2.

PSV voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser 1] c.s. in de proceskosten.

4 De beoordeling

4.1. [

eiser 1] c.s. stellen zich op het standpunt dat het huidige bestuur van PSV fungeert zonder rechtsgeldige verkiezing en dat dit bestuur van plan is op korte termijn verstrekkende besluiten te nemen. Hiermee is voldoende spoedeisend belang gegeven.

4.2.

Het huidige bestuur is tijdens de ALV van 24 maart 2019 gekozen. Dit staat op zichzelf niet ter discussie. [eiser 1] c.s. menen dat die verkiezing niet rechtsgeldig is geweest, omdat een groot aantal leden – onder wie zijzelf – geen toegang hebben gehad tot die ALV. PSV bestrijdt dat. Met verwijzing naar de in 2.6 weergegeven brief betoogt zij dat alle betrokkenen de mogelijkheid hebben gehad zich te melden en zich als lid kenbaar te maken. Voor [eiser 1] c.s. geldt dat zij geen leden (meer) zijn van PSV, omdat zij al jaren geen contributie betalen. Zij zijn dus volgens PSV terecht niet tot de ALV toegelaten.

4.3.

Uit het besprokene ter zitting leidt het gerecht af dat PSV in het duister tast over de vraag wie precies haar leden zijn. Kennelijk is in het verleden de administratie van de vereniging in het ongerede geraakt. Gelet op de aard van een vereniging is dit een wezenlijk gebrek, die het goede functioneren van PSV ernstig belemmert. Op grond van de wet en de statuten hebben de leden immers een belangrijke stem in het reilen en zeilen van de vereniging. Voor deze zaak betekent dit het volgende.

4.4.

PSV heeft onbetwist gesteld dat [eiser 3] nooit lid is geweest. Dit brengt mee dat hij bij de huidige stand van zaken geen belang heeft bij vorderingen die gericht zijn op het functioneren van de vereniging. Voor zover [eiser 1] c.s. zouden menen dat politieambtenaren als zodanig automatisch lid zijn, is dat standpunt onjuist, omdat het tegendeel uit de statuten volgt.

4.5.

Ten aanzien van [eiser 1] en [eiser 2] heeft PSV gesteld dat hun lidmaatschap is geëindigd, omdat zij geen gebruik hebben gemaakt van de in de brief van 5 februari 2019 geboden mogelijkheid om hun lidmaatschap aan te tonen en achterstallige contributie te betalen. Het gerecht verwerpt dit betoog. Het lidmaatschap van [eiser 1] en [eiser 2] kan, voor zover hier van belang, zijn geëindigd door opzegging en door ontzetting (de statuten spreken van royement). Rechtsgeldig royement heeft volgens PSV zelf niet plaatsgevonden (pleitnota p. 7 sub F). Aan het andersluidende bericht van de voorzitter van 17 mei 2019 (productie 7a verzoekschrift) komt dus geen betekenis toe. PSV meent kennelijk, met een beroep op de brief van 5 februari 2019, dat het achterwege blijven van een reactie op die brief als een opzegging moet worden beschouwd. Naar voorlopig oordeel heeft PSV echter een stilzwijgen naar aanleiding van een ongeadresseerde algemene brief niet zo mogen begrijpen dat een lid van de vereniging zijn lidmaatschap heeft willen opzeggen.

4.6.

Tijdens de zitting heeft PSV betoogd dat van haar redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap voort te zetten (artikel 2:78 lid 3 BW), nu [eiser 1] en [eiser 2] al jarenlang geen contributie betalen. Duidelijk is dat [eiser 1] en [eiser 2] de vastgestelde contributie moeten betalen. Denkbaar is dat het langdurig niet betalen van de vastgestelde contributie op enig moment grond geeft voor opzegging van het lidmaatschap. Daarbij moeten door PSV echter wel de eisen van redelijkheid en billijkheid in acht genomen worden. Die eisen brengen naar voorlopig oordeel mee dat [eiser 1] en [eiser 2] tot betaling van de contributie hadden moeten worden aangesproken alvorens tot opzegging over te gaan. Gesteld noch gebleken is dat dit is gebeurd. De gebrekkige ledenadministratie stond hieraan niet in de weg, nu immers niet ter discussie staat dat in elk geval [eiser 1] en [eiser 2] lid waren. Als al een opzeggingshandeling zou hebben plaatsgevonden, dan is die opzegging dus naar voorlopig oordeel niet rechtsgeldig geweest.

4.7. [

eiser 1] en [eiser 2] zijn dus ten onrechte niet tot de ALV toegelaten. Reeds hierom is aannemelijk dat de verkiezing van het huidige bestuur niet op correcte wijze tot stand is gekomen. Daarvoor is immers vereist dat alle leden toegang hebben tot de desbetreffende ALV. Aan de besluitvorming in die ALV kleeft dus een wezenlijk gebrek.

4.8.

De statuten voorzien op zichzelf in een mogelijkheid voor ten minste tien leden om zelf een (buitengewone) ALV te doen uitroepen (artikel 13). In dit geval kan van [eiser 1] c.s. echter in redelijkheid niet worden verwacht dat zij van deze mogelijkheid gebruik maken. Onduidelijk is immers wie lid zijn, zodat [eiser 1] c.s. niet kunnen weten welke overige leden zij kunnen benaderen. Bovendien valt te verwachten – gelet op het tot nu door het bestuur ingenomen standpunt – dat het bestuur een door [eiser 1] c.s. verzamelde groep van ten minste tien personen niet als leden zal accepteren. [eiser 1] c.s. kunnen er dus niet op vertrouwen dat de weg van artikel 13 van de statuten daadwerkelijk een mogelijkheid geeft om de gebreken aan de ALV van 24 maart 2019 aan de orde te stellen.

4.9.

Dit betekent dat aanleiding bestaat voor het treffen van voorlopige voorzieningen. PSV zal worden veroordeeld om uiterlijk binnen drie maanden na betekening van dit vonnis een ALV uit te roepen. Tijdens deze ALV zal in elk geval de verkiezing van een bestuur moeten worden geagendeerd. Toegang tot en stemrecht tijdens die ALV zal moeten worden verleend aan allen die zich tijdig (ten minste drie dagen van tevoren) melden als (bestaand of nieuw) lid, mits zij voldoen aan alle in artikel 5 van de statuten opgenomen voorwaarden. Tot die voorwaarden behoort dus niet dat bestaande leden hun eventuele achterstallige contributie hebben betaald. Om dit in goede banen te leiden, zal PSV uiterlijk binnen één maand na betekening van het vonnis binnen de politieorganisatie een oproep moeten doen uitgaan om zich conform het voorgaande als lid van de vereniging te melden. Een en ander leidt er ook toe dat een nieuwe start kan worden gemaakt met het aanleggen van een ledenbestand. Voor de hier bedoelde ALV kunnen de leden conform artikel 14 lid 2 HR agendapunten agenderen.

4.10.

Het voorgaande geldt alleen voor gewone leden als bedoeld in artikel 5 van de statuten. Alleen gewone leden hebben immers stemrecht in de ALV (artikel 8 statuten). Er is geen grond om de te treffen voorzieningen een ruimere strekking te geven dan noodzakelijk. Uiteraard kunnen personen die daarvoor in aanmerking komen (artikel 5 lid 3 statuten) zich als buitengewoon lid aanmelden, op welke aanmelding de procedure als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 5 HR van toepassing is.

4.11.

Voor de goede orde wijst het gerecht erop dat de genoemde voorzieningen de verplichting om contributie te betalen onverlet laat.

4.12.

Voor verder gaande voorzieningen bestaat geen grond. Zouden de vorderingen in volle omvang worden toegewezen, dan zou dat ertoe leiden dat PSV tot in elk geval de eerstvolgende ALV zonder bestuur komt te zitten. Onvoldoende is gebleken van een dringende noodzaak voor een zo ver strekkende maatregel.

4.13.

PSV zal worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

5.1.

veroordeelt PSV om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis een ALV te houden, tijdens welke ALV in elk geval de verkiezing van een bestuur wordt geagendeerd, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 15 van de statuten en artikel 14 HR, en beveelt PSV om toegang tot en stemrecht in die ALV te verlenen aan allen die zich tot uiterlijk drie dagen voor de ALV als lid hebben gemeld en die voldoen aan alle voorwaarden voor een lidmaatschap als bedoeld in artikel 5 van de statuten;

5.2.

beveelt PSV om binnen één maand na betekening van dit vonnis binnen de politieorganisatie een oproep te doen uitgaan om zich conform het in 5.1 bepaalde als lid van de vereniging te melden;

5.3.

veroordeelt PSV in de proceskosten van [eiser 1] c.s., begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 331,50 aan explootkosten en NAf 1.500 aan salaris;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar

uitgesproken op 1 juni 2020.