Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:63

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
19-03-2019
Datum publicatie
10-04-2019
Zaaknummer
Cur2019201900469 en Cur201900470
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Banken mogen relatie opzeggen met strafrechtelijk veroordeelde rekeninghouders in de loterijbranche.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

IN KORT GEDING

in de zaak met zaaksnummer Cur2019201900469 van:

1 ADMINISTRATIEKANTOOR DOLLAR N.V.,

gevestigd te Curaçao,

en

2. [EISER sub 2],

wonend te Curaçao,

eisers,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen:

MADURO & CURIEL’S BANK N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mr. R.F. van den Heuvel en R.B. van Hees,

partijen hierna ook aan te duiden als Dollar, [de Oprichter] en MCB,

alsmede in de zaak met zaaksnummer Cur201900470 van:

1 JAMAROMA LOTTERIES N.V.,

gevestigd te Sint Maarten,

2. ADMINISTRATIEKANTOOR DOLLAR N.V.,

gevestigd te Curaçao,

3. THE MONEY GAME N.V.,

gevestigd te Sint Maarten,

4. TMF MANAGEMENT SERVICES LTD.,

gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,

5. CARIBBEAN INVESTMENT GROUP LTD.,

gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,

6. L&G UNIVERSAL LTD.,

Tortola, Britse Maagdeneilanden,

eisers,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen:

THE WINDWARD ISLANDS BANK N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigden: mr. R.F. van den Heuvel en R.B. van Hees,

partijen hierna ook aan te duiden als Jamaroma c.s. en WIB.

1. Het verloop van de procedures

In beide zaken hebben de eisers op 8 februari 2019 een verzoekschrift ingediend. De zaken zijn gelijktijdig behandeld ter zitting van 26 februari 2019. De gemachtigden hebben de zaken bepleit onder verwijzing naar de door hen overgelegde stukken en met overlegging van hun pleitnota’s. Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten:

a. a) Dollar en [de Oprichter] bankieren al tientallen jaren bij MCB. Jamaroma c.s. zijn al geruime tijd rekeninghouders bij WIB. Zij leggen zich toe op of zijn betrokken bij de organisatie van loterijen onder de namen Robbie’s Lottery en Smartplay.

b) In november en december 2018 hebben MCB en WIB de bancaire relatie met Dollar, [de Oprichter] en Jamaroma c.s. opgezegd.

- De brief van MCB aan Dollar van 21 november 2018 vermeldt onder meer:

‘The policies of [MCB] and its subsidiaries (”the Bank”) in addition to international correspondent relationships require us to assess our banking relationships on a periodic basis. Based on this assessment the Bank is required at times to terminate relationships as a result of changed risk profiles that no longer fit the risk appetite of the Bank.

After the assessment of your profile the Bank has concluded that it is no longer in the position to maintain its banking relationship with your lottery business as your business segment is high risk and is no longer within our risk appetite.’

- De brief van MCB aan [de Oprichter] van 21 december 2018 is vrijwel gelijkluidend, met dien verstande dat in zijn geval wordt vermeld dat zijn ‘client profile’ niet binnen de ‘risk appetite’ van MCB past.

- De brieven van WIB aan Jamaroma c.s. van 17 december 2018 vermelden dat tot opzegging wordt overgegaan ‘as your business derives its income from the lottery business which is no longer within our risk appetite’.

c) Dollar, [de Oprichter] en Jamaroma c.s. hebben MCB en WIB tevergeefs verzocht terug te komen op de opzegging. MCB en WIB hebben voet bij stuk gehouden, zij het dat zij de door hen gestelde termijn van beëindiging hebben verlengd van 31 december 2018 tot 31 maart 2019.

3 De vorderingen en het verweer

3.1

In beide zaken vorderen de eisers, samengevat, een gebod aan de gedaagde tot continuatie van de bancaire relatie met eisers, versterkt met een dwangsom.

3.2

Gedaagden hebben gemotiveerd verweer gevoerd.

3.3

Op de stellingen van partijen zal bij de beoordeling waar nodig worden ingegaan.

4 De beoordeling in beide zaken

4.1

De vorderingen van eisers strekken ertoe dat MCB en WIB worden veroordeeld tot nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomsten, meer in het bijzonder door de bestaande bankrelatie voort te zetten. Voor toewijzing van die vorderingen is vereist dat in dit kort geding voldoende aannemelijk wordt geoordeeld dat de bodemrechter het standpunt van eisers zal volgen.

4.2

Het gaat hier om duurovereenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan. Ingevolge vaste rechtspraak (zie bijv. HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:141)Goglio/SMQ) is een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst in beginsel opzegbaar, ook indien de wet en die overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging. Op grond van art. 6:248 lid 1 BW kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat, dat een voldoende lange opzegtermijn in acht wordt genomen of dat de opzegging gepaard gaat met het aanbod tot compenserende maatregelen.

4.3

De wet voorziet niet specifiek in de opzegging van overeenkomsten als de onderhavige. De algemene bankvoorwaarden waarop MCB en WIB zich beroepen, voorzien wel in een bepaling over de opzegging. Eisers stellen evenwel dat deze voorwaarden nooit aan hen ter hand zijn gesteld en dat zij deze voorwaarden dan ook met succes hebben vernietigd. Hoewel MCB en WIB deze stellingen van eisers hebben betwist, zal in dit kort geding bij de verdere beoordeling verondersteld worden dat de overeenkomsten tussen partijen niet mede worden beheerst door algemene bankvoorwaarden. De uitgangspunten opgenomen onder 4.2 gelden dan ook onverkort.

4.4

Niettegenstaande de gemotiveerde betwisting daarvan door MCB en WIB, zal er in dit kort geding voorts veronderstellenderwijs van worden uitgegaan dat de stelling van eisers juist is dat de aan hen verleende loterijvergunningen nog van kracht zijn.

4.5

Uit de opzeggingsbrieven van MCB en WIB en hun toelichting daarop blijkt dat de opzegging in de eerste plaats is ingegeven door een gewijzigde inschatting door MCB en WIB van de integriteitsrisico’s verbonden aan de loterijbedrijfstak in het algemeen. MCB en WIB verwijzen hierbij naar aan de aangescherpte regelgeving en richtlijnen van henzelf, van de Centrale Bank, van andere toezichthouders, van hun Canadese aandeelhouder en van hun buitenlandse correspondent-banken.

4.6

MCB en WIB hebben echter uiteengezet dat de opzegging bovenal is ingegeven door de strafrechtelijke veroordelingen in 2016 van Dollar, [de Oprichter], Jamaroma en The Money Game voor onder meer, samengevat, belastingontduiking, witwassen en valsheid in geschrifte, verband houdende met illegale loterijen. Daarnaast verwijzen zij naar berichten op Knipselkrant Curaçao over nieuwe witwasverdenkingen jegens eisers in verband met de in Nederland lopende witwaszaak ‘Cymbal’. Ten slotte stellen MCB en WIB dat eisers al twee jaar niet voldoen aan hun verplichting tot het verstrekken van hun ‘KYC’-informatie.

4.7

Dat van dit laatste sprake is, dus of eisers in gebreke blijven met het verstrekken van informatie over henzelf, kan in dit kort geding niet worden aangenomen. MCB en WIB hebben niet concreet gesteld om welke informatie het gaat en wat zij aan eisers hebben gevraagd.

4.8

Over de mogelijke betrokkenheid van eisers bij de Cymbal-zaak hebben MCB en WIB geen bijzonderheden verstrekt, zodat daarover in deze zaak niet kan worden geoordeeld. Dat eisers in verband met die kwestie opnieuw negatief in het nieuws zijn gekomen staat echter vast, terwijl aannemelijk is dat dit bijdraagt aan het reputatierisico waarvoor MCB en WIB zeggen te vrezen.

4.9

Vaststaat ook dat Dollar, [de Oprichter], Jamaroma en The Money Game in 2016 schuldig zijn bevonden aan belastingontduiking, witwassen en valsheid in geschrifte, verband houdende met illegale loterijen. MCB en WIB hebben hiervoor verwezen naar het door hen overgelegde vonnis in de strafzaak tegen [de Oprichter] (GEA Curaçao 1 april 2016, ECLI:NL:OGEAC:2016:4 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2016:4)). In dat - onherroepelijke - vonnis is (sub 9) onder meer overwogen dat de verdachte jarenlang in georganiseerd verband met zijn bedrijven omzetten heeft verzwegen, onjuiste belastingaangiften heeft gedaan en jaarstukken/commissieoverzichten heeft vervalst, waardoor het voormalige Land de Nederlandse Antillen en de landen Curaçao en Sint Maarten voor afgerond NAf 50 miljoen zijn benadeeld. Uit de bewezenverklaringen onder 6 van dat vonnis blijkt dat daarbij gebruik is gemaakt van rekeningen van eisers in dit kort geding bij MCB en WIB. De vonnissen in de strafzaken tegen Dollar, Jamaroma en The Money Game zijn niet overgelegd, maar tussen partijen is niet in geschil dat ook zij door de strafrechter onherroepelijk zijn veroordeeld in verband met dit feitencomplex.

4.10

In dit kort geding ligt gelet op het voorgaande dus niet de vraag voor of MCB en WIB kunnen breken met rekeninghouders louter omdat deze actief zijn in de door de banken niet langer aantrekkelijk geachte loterijbranche, maar de vraag of MCB en WIB gehouden zijn hun contractuele relatie voort te zetten met strafrechtelijk veroordeelde (rechts)personen uit die branche. Met deze strafrechtelijke veroordelingen onderscheiden de onderhavige zaken zich wezenlijk van de uitspraken in de Sint Maartense en Arubaanse casinozaken, waaronder GEA Sint Maarten, 3 februari 2017, ECLI:NL:OGEAM:2017:3 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2017:3)Artemis c.s. vs RBC en GEA Aruba 23 januari 2019, ECLI:NL:OGEAA:2019:52 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:52)Cool Casino vs RBC, waarop eisers zich beroepen. In die zaken werd de opzegging door de desbetreffende bank op grond van haar gewijzigde ‘risk appetite’ niet aanvaardbaar geacht en werden de belangen van de casino’s bij voortzetting van de bankrelatie zwaarwegender geoordeeld dan die van de bank bij beëindiging van die relatie. Van relevante strafrechtelijke veroordelingen van de desbetreffende cliënten was in die zaken geen sprake.

4.11

In het bijzonder gelet op de betrekkelijk recente strafrechtelijke veroordelingen van Dollar, [de Oprichter], Jamaroma en The Money Game en de aard en omvang van de bewezenverklaarde strafbare gedragingen, is voldoende aannemelijk geworden dat voortzetting van de bancaire relatie voor MCB en WIB reputatierisico’s meebrengen, die nadelig kunnen zijn voor hun (internationale) bedrijfsvoering en in strijd komen met (interne en externe) eisen op het gebied van financiële integriteit. De contractsvrijheid van MCB en WIB en hun belang bij beëindiging van de contractuele relatie met eisers dienen zwaarder te wegen dan het belang van eisers bij voortzetting van die relatie. Dit geldt ook indien zou moeten worden aangenomen dat eisers zoals zij stellen bij geen enkele andere bank in Curaçao of Sint Maarten welkom zijn, welke stelling overigens door MCB en WIB is betwist en door eisers niet aannemelijk is gemaakt. Aan dit oordeel kan niet afdoen dat [de Oprichter] inmiddels als statutair bestuurder is opgevolgd door zijn dochter […], ten aanzien van wie geen bezwaren gelden, en dat onder haar bestuur naar eisers stellen grote verbeteringen zijn aangebracht in de bedrijfsvoering op het gebied van professionalisering, automatisering, transparantie en omgang met de toezichthouder. Feit blijft immers dat het loterijbedrijf nog steeds wordt uitgeoefend door en voor de strafrechtelijk veroordeelde (rechts)personen met wie MCB en WIB rechtens niet tegen hun wil zaken behoeven te blijven doen.

4.12

Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van eisers worden afgewezen. In beide zaken zullen de eisers als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding.

5 Beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding,

in de zaak Cur201900469

5.1

wijst af het gevorderde;

5.2

veroordeelt eisers in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op NAf 450 aan griffierecht en NAf 1.500 voor salaris gemachtigde, alle bedragen bij niet-voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;

in de zaak Cur201900470

5.3

wijst af het gevorderde;

5.4

veroordeelt eisers in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op NAf 450 aan griffierecht en NAf 1.500 voor salaris gemachtigde, alle bedragen bij niet-voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2019.