Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:38

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
11-03-2019
Zaaknummer
CUR201900242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomst; verhuur taxivergunning; in acht genomen opzegtermijn te kort; bericht aan instanties over voortgezet gebruik gedurende verlengde opzegtermijn

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[EISER],

de besloten vennootschap

ONE NICE CHOICE B.V.,

wonende respectievelijk gevestigd te Curaçao,

verzoekers,

gemachtigde: mr. S.P. Osepa,

tegen

de stichting

FUNDASHON TRANSPORTE UNI DI TAKSISHOFER,

de vereniging

SINDIKATO UNI DI SHOFER DI TAKSI,

gevestigd in Curaçao,

verweerders,

gemachtigde: mr. N.B. Louisa.

Partijen zullen hierna ook [eiser], ONC, F-Tru en Sinusta genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedures is als volgt:

  • -

    het verzoekschrift van 22 januari 2019, met producties;

  • -

    de producties van eisers;

  • -

    de producties van verweerders;

  • -

    de behandeling ter zitting van 8 februari 2019;

  • -

    de pleitaantekeningen zijdens beide partijen.

1.2.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Sinusta is een vereniging van taxichauffeurs. F-Tru stelt zich ten doel de behartiging van de belangen van de leden van Sinusta.

2.2.

In 1998 heeft F-Tru van de overheid enkele TW-vergunningen gekregen. Met deze vergunningen kan een toerwagen gereden worden.

2.3.

Op enig moment heeft [eiser] twee van deze TW-vergunningen (TW 23 en TW 24) in gebruik gekregen. Hij betaalt hiervoor een vergoeding van (inmiddels) ongeveer NAf 400 per maand.

2.4. [

eiser] is bestuurder van ONC. ONC exploiteert de TW-vergunningen die aan [eiser] in gebruik zijn gegeven.

2.5.

Medio 2018 is bij gedaagden een nieuw bestuur aangetreden.

2.6.

Bij brief van 12 oktober 2018 heeft F-Tru het gebruik door [eiser] van de TW-vergunningen beëindigd op een termijn van drie maanden nadien.

2.7.

Op 18 januari 2019 heeft de politur eisers de toegang tot de megapier met de bussen met de nummerplaten TW 23 en TW 24 ontzegd.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen, samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het volgende:

Primair:

a. Gedaagden te veroordelen twee geldige TW-nummers, meer in het bijzonder het geldig nummer TW 23 en het geldig nummer TW 24, dan wel door U E.A. in goede justitie te bepalen nummers, binnen 2 dagen na de door U E.A. te wijzen vonnis, althans binnen een termijn door U E.A. in goede justitie te bepalen, te verhuren c.q. terug te verhuren, althans in gebruik te geven aan eisers, althans eisers wederom de litigieuze nummers onder de voorwaarden door U E.A. in goede justitie te bepalen in gebruik te geven;

b. Gedaagden te veroordelen alle handelingen in de breedste zin des woords, doch niet beperkt tot, het belemmeren van eisers om de nummers te gebruiken, het verstrekken van informatie aan de media of andere stakeholders, zoals de CPA, transporte publiko, het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, het Ministerie van Justitie, waaronder meer specifiek de politie, waarin wordt vermeld dat eisers niet gerechtigd zijn de nummers te gebruiken, te staken en gestaakt te houden tot op een moment door U in goede justitie te bepalen;

c. Gedaagden te veroordelen om in de door U E.A. in goede justitie te bepalen kranten alsmede aan de CPA, Ministerie van Verkeer Vervoer en Ruimtelijke Planning, het Ministerie van Justitie, waaronder de ambtenaren van politur, te vermelden, dat eisers gerechtigd zijn de nummerplaten te gebruiken tot op het moment door U E.A. in goede justitie te bepalen;

d. Gedaagde te veroordelen om alle handelingen te verrichten, waaronder het ter beschikking stellen van de twee litigieuze nummers aan eisers opdat eisers ongestoord tot op het moment door U in goede justitie te bepalen onbelemmerd gebruik kunnen maken van de door U in goede justitie te bepalen nummers;

e. Gedaagden te veroordelen, waarbij indien de een betaalt, de ander daarvoor wordt bevrijd, te betalen aan eisers, tegen voldoende bewijs van kwijting, het voorlopig bedrag aan materiele schade groot Naf. 400,- per dag, dan wel delen van een dag, sedert 18 januari 2019 tot de dag door U in goede justitie te bepalen, althans gedaagden te veroordelen om tegen voldoende bewijs van kwijting aan eisers te betalen een door U E.A. in goede justitie voorlopig te bepalen bedrag per dag of delen van een dag, als materiele schadevergoeding;

f. Gedaagden te veroordelen, waarbij indien de een betaalt, de ander daarvoor wordt bevrijd, te betalen aan eisers, tegen voldoende bewijs van kwijting, het voorlopig bedrag aan immateriële schade groot Naf. 3000,-, althans gedaagden te veroordelen om tegen voldoende bewijs van kwijting aan eisers te betalen een door U E.A. in goede justitie voorlopig te bepalen bedrag als immateriële schadevergoeding;

g. Alles, voor zover mogelijk, op straffe van een door gedaagden te verbeuren dwangsom van Nafl. 350,= per dag dan wel gedeelte van een dag dat gedaagden in gebreke blijven geheel dan wel gedeeltelijk te aan het in dezen gevorderde te wijzen kort geding vonnis tot een maximum van Nafl. 100.000,=;

h. Met veroordeling van gedaagden in de kosten.

Secundair

Gedaagden te veroordelen tot een door U E.A. in goede justitie te bepalen een of meer voorlopige voorzieningen te treffen als U E.A. meent te behoren, alles op straffe van een door gedaagden te verbeuren dwangsom van Nafl. 350,= per dag dan wel gedeelte van een dag dat gedaagde in gebreke blijft geheel dan wel gedeeltelijk te voldoen aan het in deze gevorderde te wijzen kort geding vonnis tot een maximum van Nafl. 100.000,=, met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

3.2.

Gedaagden voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de verzoeken, met veroordeling van eisers in de proceskosten.

4 De beoordeling

4.1.

Eisers hebben gesteld dat zij als gevolg van de beëindiging van het gebruik van de twee TW-nummers geen inkomsten kunnen genereren, waardoor de bedrijfsvoering van ONC wordt geschaad en het inkomen van haar vijf medewerkers in het gedrang komt. Naar het oordeel van het gerecht is met deze stellingen het spoedeisend belang voldoende gegeven.

4.2.

Deze zaak gaat over de beëindiging door gedaagden van het gebruik door eisers van de twee TW-nummers. Vast staat dat deze TW-nummers aan gedaagden (althans F-Tru) toebehoren en dat eisers (in elk geval [eiser]) deze lange tijd met instemming van gedaagden in gebruik had, tegen betaling van een vergoeding. Daarmee is naar het oordeel van het gerecht gegeven dat in dit verband sprake is (geweest) van een overeenkomst. Het gebruik van de TW-nummers door [eiser] berustte immers op een (stilzwijgende) afspraak met F-Tru, waartegenover op [eiser] de verplichting rustte een financiële vergoeding te betalen. Vanwege deze kenmerken van de afspraken moet de overeenkomst worden beschouwd als huur (zie artikel 7:201 BW). Voor deze kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen is niet van belang of F-Tru de vergunning wel mocht verhuren. Het gerecht verwerpt het andersluidende betoog van gedaagden.

4.3.

Partijen hebben niet geregeld of en, zo ja, onder welke voorwaarden deze overeenkomst kan worden opgezegd. In een dergelijk geval geldt als uitgangspunt dat een overeenkomst als deze in beginsel opzegbaar is. Dat vloeit ook voort uit de aard van een huurovereenkomst, die immers meebrengt dat het gehuurde aan het eind van de huur weer aan de eigenaar wordt terug gegeven. Het primaire standpunt van eisers, dat inhoudt dat de overeenkomst niet opzegbaar was, is dus onjuist. Dit betekent dat F-Tru in beginsel bevoegd was om de overeenkomst met [eiser] op te zeggen.

4.4.

Daarmee rijst de vraag onder welke voorwaarden F-Tru de bevoegdheid tot opzegging heeft. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is als een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

4.5.

Tegen deze achtergrond is het gerecht voorlopig van oordeel dat het F-Tru op zichzelf vrij stond om de overeenkomst op te zeggen, maar dat zij daarbij in onvoldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van eisers. Het gerecht licht dit oordeel als volgt toe.

4.6.

Voldoende aannemelijk is geworden dat eisers in belangrijke mate afhankelijk zijn van de inkomsten die zij genereren met behulp van de TW-nummers. Zij hebben gesteld dat de omzet van ONC voor 75% uit deze inkomstenbron komt en zij hebben die stelling onderbouwd met een jaarrekening. Gedaagden hebben aangevoerd dat eisers ook andere inkomstenbronnen hebben, zoals het vervoer van schoolkinderen en gehandicapten en de verhuur van bussen. Dit hebben eisers niet concreet betwist, maar het verweer van gedaagden laat onverlet dat eisers voor een substantieel deel afhankelijk zijn van de exploitatie van de TW-nummers. Het precieze percentage van de daarmee gegenereerde omzet is daarvoor niet bepalend.

4.7.

Naar het oordeel van het gerecht is een zwaarwegende omstandigheid dat het gebruik van de TW-nummers door [eiser] zeer lang heeft geduurd. Hijzelf stelt, onderbouwd met verklaringen, dat hij de TW-nummers al twintig jaar in gebruik heeft. Gedaagden menen dat de TW-nummers in 2005 in gebruik zijn gegeven. Voor dit kort geding is niet nodig dat het beginjaar exact wordt vastgesteld. Ook als uitgegaan wordt van de stelling van gedaagden, dan is duidelijk dat eisers al zeer geruime tijd met de TW-nummers werken en is voldoende aannemelijk dat zij hun bedrijfsvoering inmiddels op dat gebruik hebben ingericht.

4.8.

In de derde plaats hebben eisers gesteld dat [eiser] al sinds 2001 op de wachtlijst van de overheid staat om in aanmerking te komen voor een eigen TW-vergunning en dat hij inmiddels zo ver is opgeklommen dat hij bovenaan de lijst staat. Eisers hebben de desbetreffende lijst overgelegd. Gedaagden hebben de authenticiteit van die lijst betwist, maar het gerecht verwerpt dat verweer omdat dat onvoldoende is onderbouwd. Het gerecht begrijpt het betoog van eisers in dit verband aldus dat een eigen vergunning voor [eiser] inmiddels in het verschiet ligt en dat zij er belang bij hebben de TW-nummers van F-Tru te behouden, zodat zij hun bedrijfsvoering in de tussentijd kunnen voortzetten. Eisers betogen trouwens ook dat gedaagden zouden hebben toegezegd de TW-nummers pas terug te vragen als [eiser] beschikt over een eigen vergunning, maar die stelling is door gedaagden betwist en overigens onvoldoende aannemelijk geworden.

4.9.

Gedaagden hebben aangevoerd dat zij twee redenen hadden om tot opzegging van de overeenkomst met [eiser] over te gaan. In de eerste plaats wensen gedaagden zelf weer de beschikking te krijgen over de TW-nummers, zodat deze door henzelf geëxploiteerd kunnen worden. Daarmee willen gedaagden meer inkomsten genereren dan de huur die zij op grond van de met [eiser] gemaakte afspraken ontvangen. Deze hogere inkomsten hebben gedaagden nodig, zo betogen zij, om uitgaven te doen die in het belang van de leden van Sinusta zijn, zoals kosten voor de inrichting van een centrale en de ontwikkeling van een taxi-app. Deze investeringen passen binnen de doelstellingen van het nieuwe bestuur van Sinusta, dat medio 2018 is aangetreden. Het gerecht constateert dat het hier kennelijk gaat om een bedrijfseconomisch belang van gedaagden: er moet meer geld binnenkomen om investeringen te doen. Dit is op zichzelf een legitiem belang. Het gerecht verwerpt het standpunt van eisers dat dit financiële belang geen rol zou mogen spelen.

4.10.

De tweede reden die gedaagden voor de opzegging hebben aangevoerd houdt in dat zij van een (hoge) ambtenaar mondeling te horen hebben gekregen dat, als zij niet zelf van de TW-nummers gebruik maken, deze door de overheid zullen worden ingetrokken. Gedaagden brengen dit in verband met de notie dat het volgens de wet niet is toegestaan een vergunning door een ander te laten exploiteren. Naar het oordeel van het gerecht legt dit argument geen gewicht in de schaal. In de eerste plaats niet, omdat een enkele mondelinge uitlating van een ambtenaar nog niet betekent dat binnen afzienbare termijn ingrijpen van overheidswege valt te verwachten. In de tweede plaats miskennen eisers met dit verweer dat zijzelf het gebruik door een ander van de TW-nummers mogelijk hebben gemaakt en zeer lang hebben laten voortduren. Dat inmiddels een bestuur aan het roer staat dat andere prioriteiten stelt, doet hier niet aan af.

4.11.

Het hiervoor in 4.6 tot en met 4.10 overwogene leidt het gerecht tot de volgende conclusies.

4.12.

Op zichzelf stond het gedaagden vrij de overeenkomst met [eiser] op te zeggen om de in 4.9 bedoelde reden. F-Tru is rechthebbende op de vergunningen en in die hoedanigheid is zij in beginsel vrij om te bepalen op welke wijze zij de vergunningen het beste kan gebruiken om haar doelstellingen te verwezenlijken. In het licht van de lange duur van het gebruik van de TW-nummers door [eiser] en het belang van dat gebruik voor zijn bedrijfsvoering, hebben eisers echter een gerechtvaardigd belang bij een langere opzegtermijn dan de gehanteerde termijn van drie maanden. Een langere opzegtermijn geeft hen de mogelijkheid zich voor te bereiden op het einde van dat gebruik en zo nodig maatregelen te nemen en in te voeren om het daarmee gepaard gaande omzetverlies op te vangen. Dat is een belang waarmee gedaagde in redelijkheid rekening behoorden te houden. Een opzegtermijn van drie maanden doet aan dat belang onvoldoende recht. Een langere opzegtermijn geeft eisers ook gelegenheid om te proberen het verkrijgen van een eigen vergunning te versnellen zonder dat zij in de tussentijd worden gedwongen hun bedrijfsvoering te staken. Dat betekent niet dat de TW-nummers pas ingeleverd moeten worden als die eigen vergunning is verkregen, maar gelet op de hoge positie van [eiser] op de wachtlijst ligt het wel in de rede dat hem op dat punt meer tijd wordt gegund. Hier tegenover staat in feite alleen het bedrijfseconomische belang van gedaagden om meer inkomsten uit de TW-nummers te genereren. In het licht van al het voorgaande weegt dat belang minder zwaar dan de gerechtvaardigde belangen van eisers bij een langere opzegtermijn. In dit verband speelt ook een rol dat, zo is ter zitting gebleken, gedaagden kennelijk niet hebben geprobeerd om met eisers tot overeenstemming te komen over een langere opzegtermijn in ruil voor een verhoging van de huur.

4.13.

Naar voorlopig oordeel van het gerecht brengen de eisen van de redelijkheid al met al mee dat gedaagden een opzegtermijn van negen maanden in acht hadden moeten nemen, te rekenen vanaf 12 oktober 2018. Zij zullen daarom worden veroordeeld om de beide TW-nummers opnieuw aan eisers in gebruik te geven, op straffe van een dwangsom. Ter zitting is aannemelijk geworden dat eisers door toedoen van gedaagden sinds 18 januari 2019 niet meer met de TW-nummers werken. Gelet op de sindsdien verstreken tijd (ruim één maand) zal in dit vonnis de einddatum voor het gebruik van de TW-nummers door eisers worden bepaald op 20 augustus 2019. Het gebruik door eisers van de vergunningen tot die datum mag door gedaagden niet worden belemmerd, met dien verstande dat [eiser] de voorheen geldende vergoeding zal moeten blijven betalen. Dit zal in het dictum worden verwerkt, zodat eisers geen belang hebben bij hun primaire vorderingen onder b en d.

4.14.

Eisers hebben gesteld dat gedaagden diverse instanties (Curaçao Ports Authority, Ministerie van VVRP en Ministerie van Justitie) hebben bericht dat de desbetreffende TW-nummers niet meer door eisers mogen worden gebruikt. Als gevolg hiervan is eisers het werk met de TW-nummers onmogelijk gemaakt, zo betogen zij. Om die reden vorderen zij dat gedaagden worden veroordeeld om aan die instanties te laten weten dat zij nog wel gerechtigd zijn om de TW-nummers te gebruiken. Ook moeten gedaagden volgens eisers een dergelijk bericht in kranten laten plaatsen.

4.15.

Gedaagden hebben niet betwist dat zij de door eisers genoemde instanties in de hier bedoelde zin hebben bericht. Naar voorlopig oordeel van het gerecht was dit, gelet op hetgeen hiervoor is geoordeeld, zonder grond. Voldoende aannemelijk is dat eisers hierdoor schade lijden, met name nu niet is betwist dat eisers als gevolg van de berichtgeving niet meer tot de Megapier worden toegelaten. Het gerecht is van oordeel dat een voorziening in dit verband nodig is. Als de hier bedoelde instanties niet worden geïnformeerd dat het gebruik door eisers van de TW-nummers geoorloofd is, is voorzienbaar dat eisers niet daadwerkelijk gebaat zullen zijn bij een voortgezet gebruik van deze nummers. Ook is een voorziening nodig, omdat naar voorlopig oordeel geen goede reden bestond om de instanties te informeren. Buiten de rechtsverhouding tussen partijen is in wezen immers niets veranderd. Het enige dat was gebeurd, was het verstrijken van de termijn die F-Tru aan [eiser] had gesteld om de TW-nummers in te leveren. Dat speelde echter alleen in de verhouding tussen partijen. Niet valt in te zien dat de buitenwereld daarover geïnformeerd moest worden.

4.16.

Gedaagden zullen daarom worden veroordeeld om het in het dictum omschreven bericht aan genoemde instanties te versturen. Het gerecht ziet geen aanleiding om gedaagden ook te veroordelen een dergelijk bericht aan kranten te sturen. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat een bericht in kranten nodig is voor eisers om daadwerkelijk weer van de TW-nummers gebruik te kunnen maken.

4.17.

Eisers vorderen een voorschot op schadevergoeding. Deze vordering zal worden afgewezen. Eisers hebben onvoldoende onderbouwd dat voldaan is aan de vereisten voor toewijzing van een geldvordering in kort geding.

4.18.

Gedaagden menen nog dat ONC niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vorderingen, nu de TW-nummers aan [eiser] in gebruik zijn gegeven en gedaagden met ONC niets te maken hebben. Het gerecht deelt deze opvatting niet. Kennelijk heeft [eiser] op enig moment de aan hem in gebruik gegeven TW-nummers aan ONC in gebruik gegeven. Gesteld noch gebleken is dat hij daartoe niet bevoegd was. Niet ter discussie staat dat ONC de TW-nummers exploiteert in het kader van haar bedrijfsvoering. Al om deze reden heeft ook ONC een gerechtvaardigd belang bij de hierna te formuleren veroordelingen.

4.19.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zullen gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten van eisers. Deze worden begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 647 aan explootkosten en NAf 1.500 aan salaris.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

veroordeelt gedaagden de TW-nummers TW 23 en TW 24 binnen twee dagen na betekening van dit vonnis in onbelemmerd gebruik te geven aan [eiser] tegen de laatstelijk geldende voorwaarden en dat gebruik te laten voortduren tot 20 augustus 2019;

5.2.

veroordeelt gedaagden om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan de Curaçao Ports Authority, het Ministerie van VVRP en het Ministerie van Justitie, waaronder Politur, het volgende bericht te sturen, met bewijs van ontvangst:

Hierbij laat ik u namens Sinusta en F-Tru weten dat het gebruik van de toerwagenvergunning met nummers TW 23 en TW 24 door N. [eiser] en/of (medewerkers van) One Nice Choice B.V. geoorloofd is tot 20 augustus 2019. Dit is bepaald door het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao in zijn vonnis van 22 februari 2019.

5.3.

veroordeelt gedaagden tot betaling van een dwangsom van NAf 250 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in gebreke blijven met de nakoming van het bepaalde in 5.1 en/of 5.2, tot een maximum van NAf 25.000;

5.4.

veroordeelt gedaagden in de proceskosten van eisers, begroot op NAf 2.597;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2019.