Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:353

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
09-09-2019
Datum publicatie
20-05-2020
Zaaknummer
CUR201902705
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontbinding huurovereenkomst - illegale verkoop medicijnen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201902705

Vonnis in kort geding d.d. 9 september 2019

Inzake

1 [EISERES SUB 1],

wonende in Curaçao,

2. [EISERES SUB 2],

wonende in Curaçao,

eiseressen,

gemachtigde: mr. S.P. Osepa,

tegen

De stichting FUNDASHON MARSHE,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. C. van der Slikke.

Partijen zullen hierna [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2], althans eiseressen, en Fundashon Marshe worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Op 28 juli 2019 hebben eiseressen het inleidend verzoekschrift met producties ter griffie ingediend. Namens Fundashon Marshe is op 20 augustus 2019 een verweerschrift met producties ingediend. Bij e-mail van 21 augustus 2019 zijn namens eiseressen nadere producties ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2019. Eiseressen zijn verschenen in aanwezigheid van collega en adviseur mevrouw [naam 1], de tolk de heer S. Winklaar en de gemachtigde mr. Osepa. Namens gedaagde is verschenen mevrouw [naam 2] van Fundashon Marshe, de heer [naam 3], inspecteur van MEO vergezeld van twee collega’s en de gemachtigde mr. Van der Slikke. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mr. Osepa aan de hand van door hem overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Eiseressen huren beiden – ieder afzonderlijk – al enige tijd voor NAf 10,- per dag een standplaats op de ronde markt in Punda bij Fundashon Marshe. Eiseressen gebruiken de standplaats om goederen te koop aan te bieden.

2.2.

De huurovereenkomst is niet schriftelijk vastgelegd.

2.3.

Op 7 juni 2019 is er door MEO onder de standplaatshouders, waaronder bij eiseressen, een controle uitgevoerd op de verkoop van illegale medicijnen c.q. producten. Bij acht standplaatshouders, waaronder bij eiseressen, zijn er door MEO goederen in beslag genomen.

2.4.

Bij brief van 12 juni 2019 (per abuis gedateerd 2017) gericht aan eiseressen afzonderlijk, heeft Fundashon Marshe de huurovereenkomst met eiseressen in verband met de verkoop van illegale producten ontbonden en eiseressen verzocht tot ontruiming van de standplaats over te gaan.

2.5.

Fundashon Marshe heeft de standplaatsen van eiseressen op 19 juni 2019 ontruimd en hun goederen opgeslagen.

3 Het geschil

3.1.

Eiseressen vorderen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, kort samengevat:

Primair

  1. opheffing dan wel opschorting van de werking c.q. gevolgen van de ontbinding van de huurovereenkomst;

  2. om eiseressen in de gelegenheid te stellen om in de Marshe goederen te koop aan te beiden;

  3. een voorziening c.q. maatregelen te treffen op grond waarvan eiseressen in staat worden gesteld in de Marshe goederen te verkopen;

  4. Fundashon Marshe te bevelen de meegenomen en opgeslagen goederen aan eiseressen terug te geven;

  5. alles tegen verbeurte van een dwangsom van NAf 350,- per dag met een maximum van NAf 100.000,-;

  6. met veroordeling van Fundashon Marshe in de kosten van het geding;

Subsidiair

Fundashon te veroordelen tot het treffen van voorlopige voorzieningen op grond waarvan eiseressen in staat worden gesteld goederen in de Marshe te verkopen, onder verbeurte van een dwangsom van NAf 350,- per dag met een maximum van NAf 100.000,-, met veroordeling van Fundashon Marshe in de kosten van het geding

3.2.

Eiseressen leggen aan hun vordering ten grondslag dat de hun verweten gedragingen geen tekortkoming opleveren die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

3.3.

Fundashon Marshe heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen volgt uit de aard van de zaak.

4.2.

Tussen partijen is in geschil of zijdens eiseressen sprake is van een zodanig ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst dat de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming door Fundashon Marshe gerechtvaardigd is.

4.3.

Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenissen, aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij beantwoording van de vraag of de ontbinding gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn. Het is aan de feitenrechter om te beoordelen of de tekortkoming, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurder bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de overeenkomst te ontbinden. Voor toewijzing van de vorderingen van eiseressen in dit kort geding is vereist dat aannemelijk is dat in een eventuele bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de ontbinding niet gerechtvaardigd is.

4.4.

Eiseressen hebben aangevoerd dat er veel onduidelijkheid bestaat over welke producten verboden zijn en welke niet. Er zijn bij eiseressen producten in beslag genomen die eerder niet verboden waren of die gewoon in de supermarkt te koop worden aangeboden. Het zou niet illegale verboden producten betreffen die niet verkocht hadden mogen worden. Als er al bij eiseressen verboden producten zijn aangetroffen valt hun daar geen verwijt van te maken. Eiseressen zijn niet in ingebreke gesteld alvorens Fundashon Marshe tot ontbinding van de huurovereenkomst over is gegaan. Eiseressen hebben daardoor niet de gelegenheid gehad alsnog de huurovereenkomst na te komen, terwijl zij daartoe wel bereid waren. Ontbinding van de huurovereenkomsten was onder deze omstandigheden niet gerechtvaardigd.

4.5.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het navolgende gebleken. De standplaatshouders van Fundashon Marshe, waaronder eiseressen, zijn op 21 september 2016 geïnformeerd over het in voorraad hebben en afleveren van geneesmiddelen en illegale producten en de gevolgen daarvan. In november 2016 heeft er een extra informatiesessie plaatsgevonden. Op 30 mei 2017 is er door MEO, SBAB, KPC en Douane een grote controle gehouden op de verkoop van geneesmiddelen en illegale producten. In totaal zijn er tijdens die controle 12.830 producten in beslag genomen bij 21 standplaatshouders, waaronder bij eiseressen. Alle 21 standplaatshouders hebben van Fundashon Marshe een brief d.d. 31 mei 2017 ontvangen waarin zij worden gewezen op het verbod op de verkoop van geneesmiddelen en illegale producten. Voorts wordt een waarschuwing gegeven inhoudende dat Fundashon Marshe tot ontbinding van de huurovereenkomst overgaat en dat de standplaatshouder geen gelegenheid meer krijgt om zijn / haar producten te koop aan te bieden, indien er bij een volgende controle wederom illegale producten worden aangetroffen. Bij brief van 3 juni 2017 ontvangen eiseressen eveneens een persoonlijk aan hen gerichte waarschuwing. Op 1 februari 2018 en 17 mei 2018 worden er voor de standplaatshouders in samenwerking met MEO en de Douane voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Eiseressen zijn niet op deze informatiesessies verschenen. Op 5 juni 2018, op 6 juli 2018 en op 7 juni 2019 worden wedrom controles door MEO en / of de Douane uitgevoerd. Bij [eiseres sub 1] worden tijdens alle drie de controles producten in beslag genomen die volgens MEO vallen onder de verboden producten. Bij [eiseres sub 2] worden er op 5 juni 2018 en op 7 juni 2019 producten in beslag genomen.

4.6.

Naar het oordeel van het gerecht is voldoende gebleken dat MEO bij eiseressen meerdere malen goederen in beslag heeft genomen die, in ieder geval naar het oordeel van MEO, voorkomen op een door de Inspectie van Volksgezondheid opgestelde lijst van producten c.q. geneesmiddelen waarvan het voor andere personen dan genoemd in artikel 3 Landsverordening voor de geneesmiddelenvoorziening verboden is om deze af te leveren en te verkopen. Gelet op de aangeboden informatiesessies was het voor eiseressen bekend dat zij geen geneesmiddelen of andere verboden producten te koop mochten aanbieden. Voorts waren eiseressen bekend met de gevolgen van het overtreden van voornoemd verbod, nu zij daarover in 2017 bij brief zijn geinformeerd. Op hen rustte dan ook de verplichting er zo veel mogelijk op toe te zien geen producten aan te bieden die op de lijst verboden middelen staan en zich bij twijfel daarover te laten informeren. Onvoldoende is gebleken dat eiseressen van de door Fundashon Marshe aangeboden mogelijkheden voor het inwinnen van informatie actief gebruik hebben gemaakt. Het Gerecht acht het onder deze omstandigheden desalniettemin – meerdere malen – aanwezig hebben van geneesmiddelen en / of verboden producten, een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Daarbij neemt het Gerecht mede in aanmerking dat het verbod dient ter berscherming van de volksgezondheid en veiligheid van de maatschappij. Fundashon Marshe heeft bovendien een zwaarwegend belang bij het voeren van een strikt verbod op het aanbieden van verboden producten, nu het voortbestaan van de Marshe mede afhangt van naleving van de Landsverordening voor de geneesmiddelenvoorziening door haar huurders. Dat de controles op naleving van de Landsverordening voor de geneesmiddelenvoorziening plaats vinden op een door de toezichthoudende instantie voorgestane wijze, maakt niet dat Fundashon Marshe geen gevolgen zou mogen verbinden aan de uitkomst van die controles. Het Gerecht is van oordeel dat de tekortkoming van voldoende gewicht is om de huurovereenkomst te ontbinden. Het belang van eiseressen bij het voortduren van de huurovereenkomst weegt niet op tegen de ernst van de tekortkoming door eiseressen.

4.7.

Uit het voorgaande volgt dat niet aannemelijk is dat de rechter in een bodemprodecure de ontbinding van de huurovereenkomsten door Fundashon Marshe niet in stand laat. Dat brengt met zich dat de primaire en subsidiaire vorderingen van eiseressen zullen worden afgewezen.

4.8.

Eiseressen zullen als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Fundashon Marshe tot op heden begroot op Naf 1000,- aan gemachtigdensalaris.

5 De beslissing

Het Gerecht in kort geding:

5.1.

wijst af de vordering;

5.2.

veroordeelt eiseressen hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Fundashon Marshe tot op heden begroot op NAf 1.000,-;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter, en op 9 september 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.