Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:33

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
15-02-2019
Datum publicatie
06-03-2019
Zaaknummer
CUR201700175 en CUR201702421
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De verzuimboete van NAf 1.000 is opgelegd vanwege het niet tijdig doen van de aangifte winstbelasting. In het kader van de ministeriële regeling blijft een niet beboet verzuim buiten beschouwing voor de verzuimreeks. De Inspecteur heeft met de enkele verwijzing naar de niet tijdige indiening van de aangifte winstbelasting niet aannemelijk gemaakt dat voor dat jaar een verzuim is beboet. Dat verzuim blijft dus buiten beschouwing voor de verzuimenreeks.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 15 februari 2019

BBZ nrs. CUR201700175 en CUR201702421

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[ X ] N.V., gevestigd te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 30 juni 2016 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2014 opgelegd van nihil. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 vanwege het niet tijdig doen van aangifte.

1.2

Aan belanghebbende is op 29 juni 2017 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2015 opgelegd van nihil. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 vanwege het niet tijdig doen van aangifte.

1.3

Belanghebbende heeft op respectievelijk 21 september 2016 en 25 juli 2017 bezwaar gemaakt tegen de verzuimboetes.

1.4

De Inspecteur heeft bij uitspraak van 12 januari 2017 het bezwaar tegen de boete voor het jaar 2014 niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.

1.5

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 21 september 2017 de boete voor het jaar 2015 gehandhaafd.

1.6

Belanghebbende heeft op 9 maart 2017 (boete 2014) en 16 november 2017 (boete 2015) beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Daarbij is tweemaal NAf 150 aan griffierecht betaald.

1.7

De Inspecteur heeft op 4 april 2018 verweerschriften ingediend.

1.8

De zitting heeft op 13 april 2018 plaatsgevonden ten overstaan van rechter mr. De Werd. Namens belanghebbende is, met voorafgaande kennisgeving, niemand verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen [ A ].

1.9

Belanghebbende heeft op 24 mei 2018 met instemming van het Gerecht een pleitnota ingediend.

1.10

De Inspecteur heeft op 29 juni 2018 gereageerd op de pleitnota van belanghebbende.

1.11

Beide partijen hebben toestemming verleend een nader onderzoek ter zitting achterwege te laten. Het Gerecht heeft daarop op de voet van artikel 8b van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

1.12

Door defungeren van rechter mr. De Werd per 1 augustus 2018, kan de uitspraak in deze zaak niet door hem worden gewezen. Partijen hebben ermee ingestemd dat rechter mr. Van Suilen uitspraak wijst in deze zaak, zonder dat een nadere mondelinge behandeling ten overstaan van mr. Van Suilen heeft plaatsgevonden.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende heeft op respectievelijk 8 september 2015 en 4 januari 2017 definitieve aangiften winstbelasting 2014 en 2015 gedaan.

2.2

Aan belanghebbende is geen uitstel verleend voor het indienen van de aangiften winstbelasting 2014 en 2015.

2.3

De Inspecteur heeft zowel voor 2014 als 2015 een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 vanwege het niet tijdig doen van aangifte.

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of de verzuimboetes terecht zijn opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.

3.2

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de verzuimboetes. De Inspecteur concludeert tot handhaving.

4 OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid bezwaar 2014

4.1

In artikel 29, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag of voor bezwaar vatbare beschikking, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de beschikking een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.

4.2

Het onderhavige aanslagbiljet voor het jaar 2014 is gedagtekend op 30 juni 2016. Het bezwaarschrift is op 21 september 2016 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.

4.3

Een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar op grond van termijnoverschrijding blijft echter achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest.

4.4

Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. De Inspecteur heeft het bezwaar tegen de verzuimboete 2014 dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Verzuimboete 2015

4.5

De verzuimboete van NAf 1.000 is opgelegd vanwege het niet tijdig doen van de aangifte winstbelasting 2015.

4.6

Op grond van artikel 18, lid 2, ALL kan de Inspecteur ter zake van dit verzuim een boete opleggen van ten hoogste NAf 2.500.

4.7

In de Ministeriële regeling formeel belastingrecht is onder meer het boetebeleid van de Inspecteur neergelegd. Op grond van artikel 4.3, lid 1 van deze Ministeriële regeling wordt bij het opleggen van een verzuimboete rekening gehouden met het aantal keren dat in de voorafgaande vier belastingjaren een verzuim is geconstateerd.

4.8

Ingevolge artikel 4.4 van deze ministeriële regeling legt de Inspecteur bij een eerste verzuim een boete op van NAf 250, bij een tweede verzuim een boete van NAf 500, bij een derde verzuim een boete van NAf 1.000, bij een vierde verzuim een boete van NAf 1.500 en bij een stelselmatig verzuim een boete van maximaal NAf 2.500.

4.9

Binnen het kader van de ministeriële regeling moet onder een verzuim in de zin van artikel 18 ALL worden verstaan een beboet verzuim (vgl. HR 13 augustus 2004, nr. 37.804, ECLI:NL:HR:2004:AL7032; HR 12 augustus 2005, nr. 38.567, ECLI:NL:HR:2005:AU0871). Een niet beboet verzuim blijft derhalve buiten beschouwing voor de verzuimenreeks.

4.10

Belanghebbende heeft op 12 juli 2016 om uitstel verzocht voor het indienen van de aangifte winstbelasting 2015. Dit verzoek is na afloop van de aangiftetermijn ingediend. De Inspecteur heeft geen uitstel verleend voor het indienen van de aangifte. Belanghebbende was dan ook gehouden uiterlijk op 30 juni 2016 de definitieve aangifte winstbelasting 2015 in te dienen.

4.11

Belanghebbende heeft op 4 januari 2017 definitieve aangifte winstbelasting 2015 gedaan. Deze aangifte is dus buiten de termijn ingediend. In zoverre heeft de Inspecteur terecht een verzuimboete 2015 opgelegd.

4.12

De Inspecteur heeft met de enkele verwijzing naar de niet tijdige indiening van de aangifte winstbelasting 2011 niet aannemelijk gemaakt dat voor dat jaar een verzuim is beboet. Dat verzuim blijft dus buiten beschouwing voor de verzuimenreeks. Dan resteert de verzuimboete voor het jaar 2014, die bij onderhavige uitspraak is gehandhaafd. In de voorgaande vier belastingjaren is derhalve sprake van één verzuim, zodat in het onderhavige jaar 2015 sprake is van een tweede verzuim.

4.13

Het boetebeleid van de Inspecteur brengt mee dat bij een tweede verzuim een boete van NAf 500 wordt opgelegd. Het Gerecht acht een dergelijke boete passend en geboden.

5 PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

5.1

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten, nu niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

5.2

Wel dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep inzake de verzuimboete 2014 ongegrond;

  • -

    verklaart het beroep inzake de verzuimboete 2015 gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op het bezwaar tegen de verzuimboete 2015;

  • -

    vermindert de verzuimboete 2015 tot NAf 500;

  • -

    draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 150 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 15 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël-van der Biezen BSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf. 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500