Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:311

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-08-2019
Datum publicatie
07-04-2020
Zaaknummer
555.00176/19 en 555.00149/19
Rechtsgebieden
Penitentiair strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal met braak - mishandeling met een wapen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummers: 555.00176/19 en 555.00149/19 (ter terechtzitting gevoegd)

Uitspraak: 23 augustus 2019 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres 1],

(volgens eigen opgave: [adres 2]),

thans gedetineerd in het huis van bewaring in [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op
23 augustus 2019. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden, mrs. R.A. Gonet (555.00176/19) en J. Prevo (555.00149/19), advocaten in Curaçao.

De officier van justitie, mr. G. Schoop, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde (555.00176/19) en het primair ten laste gelegde (555.00149/19) bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest en onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de U.O. Reclassering Curaçao.

Mr. R.A. Gonet heeft primair bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde en subsidiair heeft hij een strafmaatverweer gevoerd.

Mr. J. Prevo heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

555.00176/19

hij op of omstreeks 15 mei 2019 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander

althans alleen, opzettelijk mishandelend al dan niet met gebruikmaking van een

scherp en/ of puntig voorwerp, in elk geval met gebruikmaking van een wapen, als

bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening 1931, en al dan niet met

voorbedachten rade [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en

rustig overleg,

- een of meermalen met dat scherp en/of puntig voorwerp een of meerdere malen, althans tweemaal in het gezicht heeft gestoken/geraakt en/of

- een of meermalen met zijn, verdachtes, tot vuist(en) gebalde hand(en) met

kracht heeft geslagen op/in/aan het hoofd/ lichaam, tengevolge waarvan die

[slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

555.00149/19

primair diefstal uit een woning

hij op of omstreeks 10 mei 2019 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, uit/in een woning ([plaats van delict 1]), die in

gebruik is bij een ander dan door verdachte en/of zijn mededader(s), alwaar

verdachte en/of zijn mededader(s) zich opzettelijk en wederrechtelijk

vertoefde/vertoefden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen,

een televisietoestel van het merk Hisense in elk geval enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader{s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een of meer, althans

vier shutters, aan de achtergevel van de woning eruit gehaald althans vernield;

subsidiar heling

hij op of omstreeks 10 mei 2019, althans in of omstreeks de periode van mei

2019 te Curaçao, een televisietoestel van het merk Hisense heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die voormelde voorwerp(en)

wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een)

door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde (555.00175/19) en het primair ten laste gelegde (555.00150/19) heeft begaan, met dien verstande dat:

555.00176/19

hij op of omstreeks 15 mei 2019 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander

althans alleen, opzettelijk mishandelend al dan niet met gebruikmaking van een

scherp en/ of puntig voorwerp, zijnde in elk geval met gebruikmaking van een wapen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening 1931, en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- een of meermalen met dat scherp en/of puntig voorwerp een of meerdere malen, althans tweemaal in het gezicht heeft gestoken/geraakt en/of

- een of meermalen met zijn, verdachtes, tot vuist(en) gebalde hand(en) met

kracht heeft geslagen op/in/aan het hoofd/ lichaam ten gevolge waarvan die

[slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

555.00149/19

hij op of omstreeks 10 mei 2019 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, uit/in een woning ([plaats van delict 1]), die in

gebruik is bij een ander dan door verdachte en/of zijn mededader(s), alwaar

verdachte en/of zijn mededader(s) zich opzettelijk en wederrechtelijk

vertoefde/vertoefden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen,

een televisietoestel van het merk Hisense in elk geval enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader{s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een of meer, althans

vier shutters, aan de achtergevel van de woning eruit gehaald althans vernield;

subsidiar heling

hij op of omstreeks 10 mei 2019, althans in of omstreeks de periode van mei

2019 te Curaçao, een televisietoestel van het merk Hisense heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die voormelde voorwerp(en)

wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een)

door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Zaak met parketnummer 555.00176/19

1. slachtoffer 1] deed op 15 mei 2019 aangifte van mishandeling c.q mishandeling met een wapen tegen [verdachte] en [medeverdachte 1]. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

“Ik zat samen met de mannen [verdachte] en [medeverdachte 1] in blok 1 in cel 111. Vanmorgen werd ik zonder enige aanleiding door de twee genoemde mannen met een voorwerp gestoken en in de cel werd ik geslagen. Ik werd door de twee genoemde mannen met diverse vuistslagen tegen mijn lichaam geslagen. Zij waren met zijn tweeën. Door de mishandeling voelde ik een hevige pijn aan mijn rechter bovenarm. Ik zag veel bloed. Door de mishandeling van deze mannen voel ik nog steeds pijn aan mijn lichaam. Ik werd door de ziekenboeg aan mijn verwondingen medisch behandeld.” 2

2.Naar aanleiding van de vechtpartij tussen de verdachte, [medeverdachte 1] en het [slachtoffer 1] hebben [penitentiaire inrichtingswerker 1] en [penitentiaire inrichtingswerker 2], beveiligingsmedewerkers te SDKK, het volgende gerapporteerd:

Waarneming: 15-05-2019

Wij waren ons aan het voorbereiden op de wachtdienst toen wij geschreeuw hoorden op de afdeling. Ik ben gaan kijken wat er aan de hand was. Bij cel nummer 111 was een vechtpartij tussen drie gedetineerden gaande. Ik gaf [medeverdachte 1] en [verdachte] opdracht om te stoppen met vechten. [medeverdachte 1] gebruikte een bezemsteel om [slachtoffer 1] ermee te steken, terwijl [verdachte] [slachtoffer 1] met de vuist in het gezicht sloeg.

Op 15 mei 2019 vond een vechtpartij plaats tussen [medeverdachte 1], [verdachte] en [slachtoffer 1], waarbij [slachtoffer 1] letsel opliep.3

3. slachtoffer 1] is op 15 mei 2019 medisch behandeld en de volgende medische verklaring is opgesteld:

“Medical report on injuries/non injuries

First name: [slachtoffer]

Date of birth: [geboortedatum slachtoffer 1]

Date of incident: 15-5-2019, place: Blok 1

Type of incident Fighting: X

Face area examined: 1 schaafwondje voorhoofd + 2 bulten aan voorhoofd

Arms area examined: wond aan bovenarm + 2 schaafwondjes bovenarm

Vechtpartij met medegedetineerde in Blok 1. Wondjes werden behandeld. ” 4

4.De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

“U houdt mij de aangifte van [slachtoffer 1] voor. Ik hoor u zeggen dat hij heeft verklaard dat wij ruzie met hem hebben gehad en dat wij hem samen pijn hebben gedaan. U vraagt mij naar mijn reactie hierop. Ik antwoord u dat ik met hem in de cel heb gevochten.” 5

Zaak met parketnummer 555.00149/19 (primair)

5. Lourdes [slachtoffer 2] deed op 10 mei 2019 aangifte van diefstal uit de woning gelegen te Demeter Weg 7. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

“Op 10 mei 2019 hebben onbevoegden 2 glazen shutters vernield en 4 shutters eruit gehaald en tussen 10.00 uur en 12.00 uur zijn zij via de achtergevel van de woning naar binnen gegaan. De onbevoegden hebben een TV van het merk HISENSE weggenomen.6

6.De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben de verdachte en de [medeverdachte 2] op 10 mei 2019 aangehouden. Zij hebben het volgende gerelateerd.

Op 10 mei 2019 omstreeks 10.00 uur bevonden wij ons in het zorggebied [streek]. Op dezelfde dag gaf de Centrale Meldkamer omstreeks 10:40 uur een melding door van een verdachte situatie. Een witte personenauto van het merk Honda type Fit met kentekennummer [kentekennummer] reed in de omgeving van [straatnaam 1 rond met drie mannen erin. Hierna gaf de Centrale Meldkamer door dat bedoelde mannen nabij “te [straatnaam 2 in voornoemde auto zaten. Wij begaven ons naar het restaurant. Wij besloten de genoemde personenauto grondig te controleren. Daarbij hebben wij in de achterbak van de auto een televisietoestel van het merk Hisense aangetroffen. Op de door ons gestelde vragen gaf een van de mannen op te zijn genaamd: [medeverdachte 1]. Ik, verbalisant [verbalisant 1] heb enkele foto’s van de genoemde personenauto en de televisie in de achterbak met mijn mobiele televisie gemaakt. Op dezelfde dag omstreeks 12:10 uur gaf de Centrale Meldkamer een melding door van een inbraak in de woning gelegen te [plaats van delict 1]. Wij begaven ons naar het adres, waar onbekenden hadden ingebroken en een televisietoestel van het merk “Hisense” hadden weggenomen. Het weggenomen televisietoestel kwam overeen met het televisietoestel dat in de auto werd aangetroffen. De vrouw die op dat adres aanwezig was heeft verklaard dat zij vlakbij de aangeefster woont en dat zij over camerabeelden beschikt. De buurvrouw stuurde mij op dezelfde dag de videobeelden en enkele foto’s via whatsapp. Op de videobeelden en de foto’s is duidelijk te zien dat de witte personenauto voorbij de woning van de buurvrouw heeft gereden. Verder is te zien dat de mannen de genoemde personenauto voor de woning van de aangeefster hebben geparkeerd. Wij begaven ons naar [vluchtroute]. Gelet op de gedane aangifte en de onderzoeksbevindingen werden [verdachte] en [medeverdachte 2] op heterdaad aangehouden.7

7. Op 12 mei 2019 werd de medeverdachte [medeverdachte 1] aangehouden. De verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd.

“Op 12 mei 2019 dirigeerde ik mij, verbalisant, samen met de andere leden van het handhavingsteam naar [straatnaam 3], teneinde [medeverdachte 1] op te sporen en aan te houden. Wij verbalisanten zagen hem bij het perceel nummer 25 en hielden hem aan. Wij verbalisanten namen ook waar dat de personenauto van [medeverdachte 1] tegenover het perceel nummer 25 geparkeerd stond. Het betrof een witgelakte personenauto van het merk Honda Fit met kentekennummer [kentekennummer].”8

8. De verbalisant [verbalisant 1] heeft een aanvullend proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Hij heeft het volgende gerelateerd:

“Op de bewuste dag heb ik de aangeefster een foto van het televisietoestel laten zien. Deze foto heb ik tijdens het staande houden van de verdachten genomen. Op de foto is een televisietoestel in de kofferbak van de personenauto te zien. De aangeefster [slachtoffer 2] herkende de door mij aan haar getoonde foto van een televisietoestel als haar eigendom. De zoon van aangeefster zei tegen zijn moeder dat het weggenomen televisietoestel van het merk Hisense is. Ik, verbalisant, bevestig dat het gaat om het televisietoestel dat ik in de kofferbak heb aangetroffen.9

9. De verbalisant [verbalisant 1] heeft met betrekking tot zijn bevindingen het volgende gerelateerd:

“Op 10 mei 2019 gaf de centrale meldkamer door dat een witte personenauto van het merk Honda Fit met drie mannen erin rondreed en zich zeer verdacht gedroeg. Kort hierna gaf de centrale meldkamer door dat genoemde personenauto zich ter hoogte van [straatnaam 2, bevond.

Aldaar aangekomen constateerde ik het volgende:

  • -

    dat de verdachten voor de "Ruby Snack "[restaurantnaam 1] in de genoemde personenauto zaten;

  • -

    dat tijdens het staande houden van de genoemde verdachten, foto's van hen en van het televisietoestel in de achterbak werden gemaakt;

  • -

    dat de verdachte [medeverdachte 1] achter het stuur zat en gekleed was in een camouflage hemd en broek;

  • -

    dat de verdachte [verdachte] naast de bestuurder zat en dat hij een wit hemd droeg;

  • -

    dat de nummerplaat van de genoemde personenauto op het dashboard lag;

  • -

    dat de auto waarmee de inbraak werd gepleegd dezelfde kleur en hetzelfde model was. Kennelijk lag de nummerplaat toen ook op het dashboard.

  • -

    dat de aangeefster had bevestigd dat haar televisietoestel van het merk "Hisense" was, wat overeenkomt met het merk van de televisie die in de kofferbak van de genoemde personenauto lag. “ 10

10. De [verbalisant 4] heeft naar aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek “Televisie” tegen de verdachten, [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 1] een proces-verbaal van bevinding opgemaakt. Hij heeft het volgende gerelateerd:

“Ik heb de ontvangen videobeelden onderzocht. Op de videobeelden zag ik twee onbekende mannen in een witte personenauto van het merk Honda en het model Fit in [straat van delict 1] langsrijden. De bestuurder droeg een donkerkleurig shirt en de mede-inzittende droeg een wit shirt.” 11

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit primair (555.00149/19)

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat, waaruit moet blijken dat de verdachte één van de daders is geweest die het televisietoestel uit de woning van aangeefster [slachtoffer 2] heeft gestolen. De verbalisanten [verbalisant 4 en [verbalisant 1] hebben daarnaast met betrekking tot hetgeen op de camerabeelden te zien is verschillend geverbaliseerd, aldus de raadsman.

Het Gerecht verwerpt het verweer van de raadsman op grond van de volgende overweging.

Op 10 mei 2019 omstreeks 10.00 uur heeft een woninginbraak te [plaats van delict 1] plaatsgevonden. De daders hebben daarbij een televisietoestel van het merk Hisense weggenomen. De verdachte werd kort na de overval samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] in een witte Honda Fit, dezelfde auto die door de daders van de woninginbraak is gebruikt, aangetroffen. De verdachte was net zoals één van de daders op de videobeelden gekleed in een wit hemd. In de achterbak van de auto werd een televisietoestel van het merk Hisense aangetroffen. Voornoemd televisietoestel werd later door de aangeefster herkend als haar eigendom. Gelet op de korte tijdspanne tussen de woninginbraak en het aantreffen van het televisietoestel in de achterbak van de auto waar de verdachte zich samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bevond, de aanwezigheid van verdachte nabij de plaats van het delict tijdens de inbraak, en het uitblijven van een verklaring zijdens de verdachte met betrekking tot voornoemde feiten en omstandigheden, acht de rechter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde diefstal met braak heef gepleegd. Het feit dat de verbalisant [verbalisant 4] anders dan de verbalisant [verbalisant 1] na het bekijken van de videobeelden het over twee en niet drie mannen in de auto heeft gehad, doet aan het voorgaande niet af.

Ten aanzien van feit primair (555.00149/19)

De raadsman heeft met een beroep op noodweer bepleit dat de verdachte zal vrijgesproken, omdat de verdachte ter zelfverdediging [slachtoffer 1] met de vuist dan wel me een bezemsteel heeft mishandeld.

Het Gerecht overweegt het volgende. Aannemelijk is geworden dat verdachte in de gevangeniscel door [slachtoffer 1] werd aangevallen met een bezemsteel, waarna een vechtpartij tussen [slachtoffer 1], de verdachte en [medeverdachte 1] ontstond. Op een gegeven moment werd de bezemsteel van [slachtoffer 1] afgepakt, waarna hij daarmee door [medeverdachte 1] werd mishandeld. De verdachte diende [slachtoffer 1] ook een aantal vuistslagen toe in het gezicht. [slachtoffer 1] heeft hierdoor letsel opgelopen.

Van noodweer is sprake indien het begane feit was geboden voor de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Daaronder is onder omstandigheden mede begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding.

Uitgaande van de hiervoor omschreven feitelijke toedracht is het Gerecht van oordeel dat op het moment dat [slachtoffer 1]de verdachte met een bezemsteel aanviel er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanval op de verdachte, waartegen hij genoodzaakt was zich te verdedigen. De verdachte heeft echter disproportioneel gehandeld nu er naar het oordeel van het Gerecht andere - minder ingrijpende - mogelijkheden voor de verdachte open stonden om aan voornoemde aanranding een einde te maken. Immers bevond [medeverdachte 1] zich gedurende de aanranding ook in de cel. Zij hadden met zijn tweeën [slachtoffer 1] vast kunnen grijpen en onder controle kunnen houden in afwachting van de komst van de beveiligingsmedewerkers. Door [slachtoffer 1] nadat hem de bezemsteel reeds afhandig was gemaakt te mishandelen met de bezemsteel en hem vuistslagen toe te dienen, werden de grenzen van noodzakelijke verdediging overschreden. Het beroep op noodweer wordt derhalve verworpen.

Aldus ontvalt de wederrechtelijkheid niet aan het handelen van verdachte en kan mishandeling worden bewezen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:273 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

555.00176/19

medeplegen van mishandeling met gebruikmaking van wapenen, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening 1931.

555.00149/19

Het primair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:289 juncto artikel 2:65 juncto artikel 2:290 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal in een woning, door iemand die artikel 2:65 heeft overtreden, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf en/of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Woninginbraken veroorzaken schade en overlast voor de huisbewoners. Het binnendringen van hun persoonlijke ruimte wordt door de huisbewoners als zeer ingrijpend ervaren. Bovendien is een woning een plek waar een persoon zich veilig zou moeten voelen. De ervaring leert dat de slachtoffers van een woninginbraak zich nog lange tijd onveilig voelen in hun eigen woning. Ook worden door woninginbraken gevoelens van onveiligheid in de samenleving versterkt.

De verdachte heeft zich voorts samen met een ander schuldig gemaakt aan mishandeling. Door zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer in zijn persoonlijke integriteit aangetast.

Bij de oplegging van de straf neemt het Gerecht in aanmerking dat de verdachte reeds eerder voor diefstal is veroordeeld en dat hij het bewezenverklaarde in een proeftijd heeft gepleegd. Het Gerecht neemt voorts in aanmerking dat de verdachte geen blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn jonge leeftijd geven aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen en om daarbij verplichte begeleiding door de reclassering als bijzondere voorwaarde op te leggen.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te melden straf passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit (555.00176/19) en het primair ten laste gelegde feit (555.00149/19) heeft begaan, zoals hiervoor bewezenverklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot tien (10) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van drie (3) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de U.O. Reclassering Curaçao, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters, bijgestaan door
mr. M.D.M. Connor, (zittingsgriffier), en op 23 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het proces-verbaal van het Korps Politie Curaçao geregistreerd onder de onderzoeksnamen “Blok 1” en “Televisie”.

2 Proces-verbaal d.d. 15 mei 2019, p. 1- 4.

3 Schriftelijk bescheid, te weten een rapportage van het huis van bewaring (S.D.K.K.), d.d. 15 mei 2019, p. 1-3.

4 Schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring, d.d. 15 mei 2019, p. 5-6.

5 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 23 augustus 2019, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.

6 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 10 mei 2019, p. 1-5.

7 Proces-verbaal van aanhouding op heterdaad verdachten [verdachte] en [medeverdachte 3], d.d. 11 mei 2019 , p. 6-9.

8 Proces-verbaal aanhouding buiten heterdaad, d.d. 12 mei 2019, p. 36-37.

9 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen, onderzoek televisie, d.d. 9 augustus 2019.

10 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 4 juni 2019, p. 1-11.

11 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16 mei 2019