Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:272

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
05-08-2019
Datum publicatie
06-12-2019
Zaaknummer
Cur201902764
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek bewijsbeslag en beslag tot afgifte wegens merkinbreuk door verwijdering identificatiecodes flessen drank. Hoorzitting in verband met rechtspraak over vrije parallelhandel met

gedecodeerde producten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 augustus 2019

Zaaknummer: Cur201902764

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

BESCHIKKING

op het verzoek van:

JAS HENNESY & CO S.A.,

gevestigd te Cognac, Frankrijk,

verzoekster,

gemachtigden: mrs. R. Wouters, J. Vlasblom en N. Mulder,

tegen

LUNAPARK MINIMARKET B.V.,

gevestigd te Curaçao,

gerequestreerde.

1 Het verzoek en de beoordeling

1.1.

Bij beslagrekest van 2 augustus 2019 heeft verzoekster verlof verzocht voor het leggen van conservatoir beslag tot afgifte - met sequestratie - en voor bewijsbeslag ex artikel 843a Rv.

1.2.

Verzoekster verwijt gerequestreerde inbreuk op haar merkrecht ‘Hennesy’ door van verzoekster afkomstige flessen sterke drank te verhandelen waarvan de identificatiecodes van het etiket en de flessenhals zijn verwijderd. Bij dat laatste is volgens verzoekster een oplosmiddel gebruikt. Zij stelt dat niet ondenkbaar is dat resten van het oplosmiddel zijn achtergebleven, hetgeen zeer schadelijke gevolgen kan hebben voor de gezondheid. Daarmee is de integriteit van het product volgens verzoekster aangetast. Op grond van de artikelen 23 en 24 Merkenlandsverordening verzet verzoekster zich tegen wat zij aanmerkt als een inbreuk op haar exclusieve merkrecht en verlangt zij terugroeping en vernietiging van de inbreukmakende producten. Met het conservatoir beslag tot afgifte met gerechtelijke bewaring beoogt verzoekster verdere verhandeling van de inbreukmakende producten en daarmee verdere schade te voorkomen. Met het bewijsbeslag wil verzoekster het bewijs zeker stellen om de omvang en schade als gevolg van de schending van haar merkrecht te bepalen en om de herkomst en distributiekanalen van de inbreukmakende producten te achterhalen.

1.3.

Deze zaak vertoont overeenkomst met de door verzoekster in haar verzoekschrift genoemde Sint Maartense zaak waarin het Hof op 30 september 2011 uitspraak heeft gedaan (Diageo/Sriram, ECLI:NL:OGHACMB:2011:BW4835 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2011:BW4835); cassatieberoep verworpen ECLI:NL:HR:2012:BX5797 (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2012:BX5797)). In die zaak is geoordeeld dat het belang van het ongemoeid laten van identificatiecodes niet opweegt tegen het belang bij een door de wetgever voorgestane vrije parallelhandel met gedecodeerde producten.

1.4.

De vraag is in hoeverre de onderhavige zaak zich wezenlijk onderscheidt van de Diageo-zaak.

1.5.

Gelet op het voorgaande, alsmede gelet op de bepaling van artikel 709 lid 3 Rv dat, behoudens bijzondere omstandigheden, een verzoek tot gerechtelijke bewaring niet wordt toegewezen dan nadat de beslagene in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord, zal een hoorzitting worden gelast. Nadat verzoekster haar verhinderdata heeft opgegeven, zal een datum worden bepaald en zal de griffier gerequestreerde bij dienstbrief oproepen en haar een afschrift van het verzoekschrift doen toekomen.

2 Beslissing

Het Gerecht

2.1.

verzoekt verzoekster binnen twee weken na heden opgave te doen van haar verhinderdata voor de maanden augustus tot en met oktober 2019;

2.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, op 5 augustus 2019.