Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:26

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
11-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
CUR201702253
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende is directeur van een in Curaçao gevestigde BV en staat conform de wetsfictie van art. 3, lid 2, Lv Loonbelasting in dienstbetrekking tot de BV. Voor de premieheffing AOV/AWW betekent dit dat de zogenoemde ‘gliding scale’ (art. 26, lid 5, AOV en art. 29, lid 5, AWW) geen toepassing kan vinden. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 11 februari 2019

BBZ nr. CUR201702253

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[ X ], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 21 april 2017 een definitieve aanslag premies AOV/AWW voor het jaar 2014 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 24.500, waarbij het bedrag van de premie is vastgesteld op NAf 3.852.

1.2

Belanghebbende heeft op 19 mei 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslag.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 oktober 2017 de aanslag gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende heeft op 6 november 2017 beroep ingesteld. Daarbij is NAf 50 aan griffierecht betaald.

1.5

De Inspecteur heeft op 18 januari 2019 een verweerschrift ingediend.

1.6

De zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2019 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen [ A ], verbonden aan [ Q ]. Namens de Inspecteur is verschenen [ B ].

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende is directeur en grootaandeelhouder van [ Z ] BV (hierna: de BV). De BV is gevestigd in Curaçao.

2.2

Belanghebbende heeft in haar aangifte een bedrag van NAf 25.000 aangegeven als inkomsten uit de dienstbetrekking bij de BV. Na de vaste aftrek van NAf 500 resteert een inkomen uit arbeid van NAf 24.500.

2.3

De BV heeft geen loonbelasting en premies ingehouden ter zake van het aan belanghebbende betaalde bedrag.

2.4

De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de onderhavige aanslag premies AOV/AWW 2014 niet de zogenoemde ‘gliding scale’ toegepast. Het bedrag van de premies is als volgt berekend:

Premie AOV 15% van NAf 24.500 NAf 3.675

Premie AWW 1% van NAf 24.500 245

Totaal 3.920

Vrijstelling AOV 6% van NAf 1.059 63

Vrijstelling AWW 0,5% van NAf 1.059 5

Totaal -/- 68

Premieheffing NAf 3.852

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of bij het vaststellen van de aanslag de ‘gliding scale’ van artikel 26, lid 5, Landsverordening AOV en artikel 29, lid 5, Landsverordening AWW van toepassing is. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.

3.2

Belanghebbende betoogt dat zij niet in dienstbetrekking werkzaam is, zodat de ‘gliding scale’ van toepassing is. De Inspecteur verdedigt het tegenovergestelde standpunt.

3.3

Belanghebbende concludeert tot een premieheffing van 60% van NAf 3.852, ofwel NAf 2.311. De Inspecteur concludeert tot handhaving van de premie van NAf 3.852.

4 OVERWEGINGEN

Dienstbetrekking

4.1

Ingevolge van artikel 26, lid 5, Landsverordening AOV en artikel 29, lid 5, Landsverordening AWW wordt van verzekerden die niet in dienstbetrekking werkzaam zijn en van wie het inkomen meer bedraagt dan NAf 7.124 en minder dan NAf 57.832, de premie slechts voor een deel geheven.

4.2

Ter uitvoering van voornoemde bepalingen is in de tabel van artikel 2 van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van 21 december 1965 ter uitvoering van artikel 26, lid 7, van de Landsverordening AOV en artikel 29, lid 7 van de Landsverordening AWW – welke tabel gelijkluidend is aan die van artikel 8 van de Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 – bepaald dat in 2014 van verzekerden met een premie-inkomen tussen NAf 22.943 en NAf 27.773 slechts 60% wordt geheven.

4.3

Ingevolge artikel 29, lid 3, Landsverordening AOV en artikel 32, lid 3, Landsverordening AWW is het bepaalde in artikel 3, lid 2, van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976 (fictieve dienstbetrekking) van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ingevolge deze landsverordeningen verschuldigde premies AOV en AWW.

4.4

Het geschil spitst zich toe op de vraag of belanghebbende in dienstbetrekking tot de BV staat.

4.5

In artikel 3, lid 2 Landsverordening op de Loonbelasting 1976 (hierna: Lv LB) is bij wetsfictie bepaald dat onder dienstbetrekking wordt verstaan de arbeidsverhouding van de bestuurder van een binnen de Nederlandse Antillen gevestigd lichaam. Of daadwerkelijk een gezagsverhouding aanwezig is, is dus niet van belang (vgl. RvB 31 januari 1995, nr. 1993-038, ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU4881).

4.6

Het vorenstaande brengt mee dat belanghebbende, die directeur is van de in Curaçao gevestigde BV, bij wetsfictie in dienstbetrekking staat tot de BV. Voor de premieheffing AOV/AWW betekent dit dat de zogenoemde ‘gliding scale’ geen toepassing kan vinden. Het gelijk is in zoverre aan de Inspecteur.

Vertrouwensbeginsel

4.7

Belanghebbende betoogt verder dat zij voor de jaren 2011 tot en met 2013 niet had verzocht om toepassing van de ‘gliding scale’, dat de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslagen deze niettemin heeft toegepast en dat daarom kan worden aangenomen dat de Inspecteur een bewust standpunt heeft ingenomen over toepassing van de ‘gliding scale’.

4.8

Een vertrouwen kan gerechtvaardigd zijn indien een aangelegenheid uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de Inspecteur is voorgelegd en daarnaast op grond van bijkomende omstandigheden redelijkerwijs kan worden aangenomen dat Inspecteur met betrekking tot die aangelegenheid weloverwogen een standpunt heeft ingenomen (vgl. HR 14 juli 2000, nr. 35.549, ECLI:NL:HR:2000:AA6516).

4.9

Nu belanghebbende niet heeft aangevoerd, laat staan aannemelijk gemaakt, dat de aangelegenheid van de ‘gliding scale’ uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de Inspecteur is voorgelegd en bovendien geen bijkomende omstandigheden zijn gebleken waaruit kan worden afgeleid dat de Inspecteur een weloverwogen standpunt heeft ingenomen, faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 11 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël – van der Biezen BSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

-natuurlijke personen: NAf. 200

-personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500