Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:248

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
28-10-2019
Datum publicatie
06-11-2019
Zaaknummer
CUR201901924
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Carnaval; overeenkomst inzake verzorgen muzikale begeleiding tijdens carnavalsoptochten; uitleg overeenkomst; wat is overeengekomen voor wat betreft de samenstelling van de muziekgroep?; overeenkomst gesloten in persoon of namens muziekgroep respectievelijk carnavalsgroep?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISER],

wonende in Curaçao,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. E. Meijer,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende in Curaçao,

verweerder in conventie,

eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. S.C. Larmonie.

Partijen worden aangeduid als [eiser] en [gedaagde].

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift van 29 mei 2019, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie, met producties;

- de akte wijziging van eis in reconventie;

- de behandeling ter zitting van 13 september 2019.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 20 april 2018 is de volgende overeenkomst tot stand gekomen, weergegeven voor zover van belang:

1. Agrupashon Tune lo soru pa e animashon musikal durante Gran Marcha di Korsou djadumingo dia 3 di maart 2019 y djamars 5 di mart 2019 Gran Marcha di despedida.

2. Agrupashon musikal Tune lo anima durante e sera konosi parti riba e fecha djarason 20 februari 2019 di 20:00 te ku 00:00, e prome set lo inisia 21:00-22:00 I pa finalisa e di 2 set lo ta 23:00-00:00.

3. Kantante nan prinsipal di agrupashon Tune lo ta: sr. [zanger 1] I sr. [zanger 2] den kaso un di nan no tei presente lo deskonta Ang. 1.250,00 pa marcha.

[…]

7. Agrupashon musikal Tune tin ku entrega un lista di nomber di tur integrante di e agrupashon musikal Tune. Riba trailer lo no permiti ningun persona ku no ta hasiendo muziek ku eksepshon di 2 personal ku lo tei presente uniforma pa por reparti konsumo pa e integrante nan, tampoko lo no permiti niun persona bou di 18 anja. Na momento ku konstata esaki lo deskonta un suma di Ang 1.000,- pa persona for di e ultimo pago.

[…]

13. Pa loke ta trata konsumo lo keda na enkargo di agrupashon musical Tune mes ku e kondishon ku lo bebe na midi.

14. Pa e akompañamento musikal di Tune ku ta ensera:

- 3 toka ku ta e “Sera konosi Party”, Gran Marcha i Marcha di Despedida

- Iluminashon di lus

- Trailer

- Trekker

- Instalation di muziek

E He He lo paga e suma di Ang. 45.500,= den algun termino;

Prome pago di Ang. 25.000,00 dia ……..

Di dos pago di Ang. 10.000,00 dia ……..

Ultimo pago di Ang. 10.500,00 dia djarason 6 di maart 2019.

15. Den kaso ku agrupashon Tune no kumpli ku e toka nan pa kualke motibo ku eksepshon di un force majeure, sr. [eiser] ta keda responsabel pa paga grupo di karnaval “ E He He” e suma di Ang. 25.000,00.

16. Tur integrante di Tune mester ta uniforme I mester ta presente for di inisio di Karnaval. Si no kumpli ku esaki nan lo deskonta Ang. 500.

2.2.

De overeenkomst is ondertekend door partijen. In de kop van de overeenkomst staat vermeld dat [eiser] “representando agrupashon musical Tune”. Van [gedaagde] wordt in de kop vermeld dat hij “presidente di grupo E He He” is.

2.3. [

gedaagde] heeft op 26 februari 2019 een bedrag van NAf 25.000 aan [eiser] betaald.

2.4.

Tijdens de in artikel 1 en artikel 2 vermelde evenementen hebben de in artikel 3 genoemde [zanger 1] en [zanger 2] ten behoeve van de groep E He He opgetreden. Zij werden vergezeld door diverse muzikanten. Deze muzikanten zijn tevens lid van het Junior All Star Orchestra (hierna: JASO).

2.5.

Nadere betalingen heeft [gedaagde] niet gedaan.

3 Het geschil

3.1. [

eiser] vordert – kort samengevat – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a [gedaagde] hoofdelijk in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van Karnaval’s Groep “GRUPO E HEHE” te veroordelen om aan [eiser], tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen de som van NAf 20.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf de datum der indiening van het verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;

b [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de beslagkosten.

3.2. [

gedaagde] vordert- na eiswijziging - om bij vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a [eiser] en de heer [zanger 1], h.o.d.n. “Tune Stret Konstant” dan wel “TUNE” hoofdelijk te bevelen c.q. te veroordelen, des de een betalende de andere zal zijn/worden bevrijd om aan [gedaagde] door tussenkomst van zijn gemachtigde, tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van NAf 49.500,- de hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 20 april 2018 of zoveel eerder of later als uw Gerecht naar redelijkheid oordeelt, tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met 17% op de hoofdsom aan buitengerechtelijke incassokosten en alle andere kosten voortvloeiende uit en/of naar aanleiding van deze vordering;

b [eiser] te bevelen om meteen althans binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis alle gelegde conservatoir derden beslagen en alle ander mogelijke beslagen uit hoofde van dit geschil te doen opheffen op straffe van een dwangsom van NAf 1.000,- aan [gedaagde] te betalen per iedere dag of dagdeel welke eiser daartoe in gebreke blijft uw bevel tot opheffing uit te voeren/na te komen en eventueel een comparitie van partijen te gelasten opdat partijen ten overstaan van uw gerecht hun zegje kunnen doen, mocht uw Gerecht dat nodig achten;

c Dat [eiser] een naar redelijkheid en billijkheid door uw Gerecht te bepalen geldbedrag aan schadevergoeding als gevolg van de aan [gedaagde] veroorzaakte erbarmelijke situatie en omvang van het ongemak, stress en onrust wat onder de groep heerst welke [gedaagde], gedurende betrekkelijke lange periode, heeft moeten dulden wegens de gedragingen van [eiser] tot heden;

d Met veroordeling van [eiser] in de algehele proceskosten en alle mogelijke buitengerechtelijke kosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen.

3.3.

Beide partijen hebben over en weer gemotiveerd verweer gevoerd.

4 De beoordeling

In conventie

4.1. [

gedaagde] meent dat hij in deze procedure ten onrechte is betrokken en dat [eiser] niet als eiser kan optreden. Hij stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst is aangegaan tussen Tune en E He He. Het gerecht verwerpt dit verweer.

4.2.

Gesteld noch gebleken is dat Tune en E He He rechtspersonen zijn die als zodanig zijn geregistreerd. In theorie is denkbaar dat een van beide groepen een zogenoemde informele vereniging is, dus een vereniging die niet bij notariële akte is opgericht. Als daarvan voor wat betreft E He He al moet worden uitgegaan, dan is [gedaagde] daarbij niet gebaat. Hij is – nu hij in dat geval klaarblijkelijk als bestuurder van die vereniging moet worden aangemerkt – immers hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vereniging (artikel 2:73 lid 2 BW). Voor wat betreft Tune geldt dat geen concrete feiten zijn gesteld dat hier sprake is van een vereniging. Het enkele feit dat onder die naam musici optreden is daarvoor onvoldoende. Bij die stand van zaken moet worden aangenomen dat [eiser], zoals vermeld in de overeenkomst, de overeenkomst op eigen naam heeft gesloten.

4.3.

De vordering strekt tot nakoming door [gedaagde] van de overeenkomst. Vast staat dat partijen een vergoeding voor [eiser] van NAf 45.500 zijn overeengekomen en dat daarvan nog slechts NAf 25.000 is voldaan. In beginsel heeft [eiser] dus recht op het restant en is de vordering toewijsbaar.

4.4. [

gedaagde] stelt zich echter op het standpunt dat [eiser] niet heeft geleverd wat was overeengekomen. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] dus wanprestatie gepleegd. Het gerecht begrijpt het standpunt van [gedaagde] aldus dat hij zich vanwege deze wanprestatie beroept op opschorting van zijn eigen betalingsverplichting.

4.5.

Het gerecht overweegt het volgende.

4.6.

Partijen verschillen van mening over de vraag wat moet worden verstaan onder het begrip “Tune”. Overeengekomen is immers dat “agrupashon Tune” de optredens voor en tijdens het carnaval van 2019 zou verzorgen. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] in strijd met deze afspraak gehandeld, door slechts de zangers [zanger 1] en [zanger 2] (artikel 3) van Tune te laten optreden, vergezeld door jonge muzikanten van JASO. De begeleidende band was dus niet Tune, aldus [gedaagde]. [eiser] is het niet met deze uitleg eens. Hij heeft gesteld dat [zanger 1] en [zanger 2] onder de naam Tune al jarenlang optreden met begeleiding van een band die steeds per keer wordt samengesteld. Met de overeenkomst heeft [eiser] zich verplicht om een muziekgroep te leveren waarvan in elk geval [zanger 1] en [zanger 2] deel uitmaakten, en die voor het overige ad hoc kon worden samengesteld. Aan die verplichting heeft hij voldaan, zo betoogt [eiser].

4.7.

Het gaat hier dus om uitleg van de afspraak die partijen hebben gemaakt. Die uitleg moet plaatsvinden aan de hand van alle omstandigheden van het geval, in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Het gaat er in de kern om wat de bedoeling van partijen is geweest en waar zij redelijkerwijs vanuit hebben mogen gaan.

4.8.

Het gerecht is van oordeel dat niet gebleken is dat de overeenkomst moet worden uitgelegd zoals [gedaagde] heeft bepleit. De tekst van de overeenkomst biedt aan die uitleg geen steun. Integendeel: uit die tekst volgt dat slechts voor wat betreft de aanwezigheid van [zanger 1] en [zanger 2] een harde afspraak was gemaakt. Wie overigens deel zou uitmaken van de muziekgroep is in de overeenkomst niet gespecificeerd. De overeenkomst voorziet er juist in dat [eiser] na het tot stand komen ervan opgave doet van de deelnemers aan de groep (artikel 7). Dit wijst erop dat hij de groep zelf nog diende samen te stellen. Uit de tekst blijkt niet dat die samenstelling van de groep op enigerlei wijze aan voorwaarden was verbonden (bijvoorbeeld voor wat betreft leeftijd, ervaring, eerdere optredens onder de vlag van Tune). [gedaagde] heeft verder niet concreet verklaard over wat er voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst is gezegd over de samenstelling van de muziekgroep. In feite is het enige dat [gedaagde] heeft gezegd dat hij en E He He ervan uit mochten gaan dat Tune zou komen. Dat er ook concreet over de samenstelling van Tune is gesproken kan uit de uitlatingen van [gedaagde] niet worden afgeleid. In dit verband wijst het gerecht erop dat [gedaagde] niet heeft weersproken dat [eiser] al langere tijd onder de naam Tune een band samenstelt rondom [zanger 1] en [zanger 2].

4.9. [

gedaagde] heeft nog aangevoerd dat hij en E He He nooit bereid zouden zijn geweest om NAf 45.500 te betalen voor optredens van [zanger 1] en [zanger 2] met begeleiding van jonge muzikanten, van wie enkelen zelfs kinderen van leden van E He He zijn. Dit verweer is onvoldoende onderbouwd. In de eerste plaats lag het op de weg van [gedaagde] om te concretiseren wat dan wel een marktconforme prijs zou zijn geweest voor het inhuren van twee ervaren en (kennelijk) gewilde zangers ([zanger 1] en [zanger 2]) met begeleiding van een nader samen te stellen band. Dit is van belang, omdat [eiser] er ter zitting op heeft gewezen dat hij op grond van de overeenkomst ook verantwoordelijk was voor het leveren van de muziekinstallatie, de trekker en de trailer en dat hij speciaal voor deze optredens trompettisten uit Venezuela heeft gehaald. Hij heeft dus niet slechts kosten gemaakt voor het inhuren van muzikanten van JASO. In de tweede plaats valt het verweer van [gedaagde] niet te rijmen met de bepaling in de overeenkomst dat [eiser] een boete zou verbeuren als hij minderjarige muzikanten zou laten optreden. Als juist is dat [gedaagde] er vanuit ging dat “de oude Tune” zou optreden, ligt niet voor de hand dat een dergelijke voorziening wordt getroffen.

4.10.

Het gerecht komt gelet op het voorgaande tot de conclusie dat [eiser] op grond van de overeenkomst niet verplicht was een muziekgroep te leveren die bestond uit “de oude Tune”. [eiser] was verplicht [zanger 1] en [zanger 2] als belangrijkste zangers te laten optreden, met begeleiding van een groep muzikanten. Die verplichting is hij nagekomen. Hij heeft daarom recht op het resterende deel van de afgesproken vergoeding.

4.11.

De gevorderde hoofdsom is daarom toewijsbaar. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de datum van betekening van het verzoekschrift, nu niet ter discussie staat dat [gedaagde] in elk geval op dat moment in verzuim was.

4.12. [

gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten, inclusief de beslagkosten. Deze worden begroot op NAf 750 aan griffierecht, NAf 864,50 aan explootkosten en NAf 3.000 aan salaris (3 punten, tarief 4).

In reconventie

4.13.

Het grootste deel van de vordering is gebaseerd op de gestelde wanprestatie van [eiser] ter zake de samenstelling van Tune. [gedaagde] meent dat [eiser] om die reden het betaalde voorschot moet terugbetalen en ook de boete van artikel 15 is verschuldigd. Uit de beoordeling in conventie volgt dat die vordering niet toewijsbaar is.

4.14.

Verder stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat [eiser] enkele andere boetes verschuldigd is geworden. Het betreft in de eerste plaats een boete van in totaal NAf 3.000 vanwege het laten optreden van drie minderjarige muzikanten (artikel 7). Verder heeft [eiser] in strijd met artikel 13 niet gezorgd voor eten en drinken voor de leden van de muziekgroep. Volgens [gedaagde] heeft E He He de kosten daarvan voor haar rekening genomen en hebben partijen afgesproken dit bedrag op NAf 500 af te ronden. Ten slotte stelt [gedaagde] dat [eiser] de in artikel 16 bedoelde boete van

NAf 500 heeft verbeurd door niet zelf voor uniformen voor de leden van de muziekgroep te zorgen. Ter zitting heeft [eiser] deze stellingen erkend en verklaard dat [gedaagde] dit “van het bedrag” kan afhalen. De vordering is daarom tot een bedrag van NAf 4.000 toewijsbaar. De wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf de datum van indiening van de conclusie van eis in reconventie, nu van een eerdere ingangsdatum niet is gebleken. Voor toekenning van een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten bestaat geen grond.

4.15. [

gedaagde] vordert dat [eiser] wordt bevolen de conservatoire beslagen op te heffen. Uit de beoordeling in conventie volgt dat daarvoor geen grond bestaat.

4.16. [

gedaagde] vordert verder dat het gerecht een schadevergoeding toekent vanwege de aan hem toegebrachte stress en onrust. Ook deze vordering is niet toewijsbaar. Voor zover de stress en onrust het gevolg is van het conflict over de samenstelling van de muziekgroep, geldt dat op dat punt van wanprestatie door [eiser] niet is gebleken. Voor het overige geldt dat enig psychisch onbehagen niet voldoende is voor toekenning van een vergoeding voor immateriële schade.

4.17.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden echter begroot op nihil, omdat niet is gebleken dat het geschil in reconventie tot extra kosten aan de zijde van [eiser] heeft geleid.

5 De beslissing

In conventie

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van NAf 20.500, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 12 juni 2019 tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiser], begroot op NAf 4.614,5;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie

5.5.

veroordeelt [eiser] tot betaling aan [gedaagde] van NAf 4.000, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 juni 2019 tot aan de dag van voldoening;

5.6.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiser], begroot op nihil;

5.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2019.