Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:235

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
11-10-2019
Datum publicatie
14-10-2019
Zaaknummer
CUR201803117, CUR201803247 en CUR20183947
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aftrek rente eigen woning

Van een eigen woning die belanghebbende ter beschikking staat is geen sprake. Dit betekent dat de Inspecteur reeds daarom de renteaftrek terecht heeft geweigerd. De vraag of de lening is aangegaan ter verkrijging, onderhoud of verbetering van de woning, behoeft daarom geen behandeling.

Vertrouwensbeginsel

Nu belanghebbende niet heeft gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat de aangelegenheid van de renteaftrek uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de Inspecteur is voorgelegd en zij bovendien geen bijkomende omstandigheden heeft aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat de Inspecteur een weloverwogen standpunt heeft ingenomen, faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 11 oktober 2019

BBZ nrs. CUR201803117, CUR201803247 en CUR20183947

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[X], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn met dagtekening 3 april 2017 aanslagen in de inkomstenbelasting, premieheffing AOV/AWW en premieheffing AVBZ voor het jaar 2015 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 65.526 en een premie-inkomen van NAf 66.353.

1.2

Belanghebbende heeft op 30 juni 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraken van 20 juli 2018 het bezwaar tegen de aanslag premieheffing AOV/AWW 2015 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn, en de bezwaren tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2015 en premieheffing AVBZ 2015 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft op 19 september 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Daarbij is NAf 50 aan griffierecht betaald.

1.5

De Inspecteur heeft op 15 augustus 2019 een verweerschrift ingediend.

1.6

Belanghebbende heeft op 30 augustus 2019 voorafgaand aan de zitting per e-mail nadere stukken ingediend.

1.7

De zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2019 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, vergezeld van [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B].

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende woont in een woning aan [adres] (hierna: de woning) waarvan haar moeder de grond in erfpacht heeft.

2.2

Belanghebbende heeft in september 2013 een leningsovereenkomst gesloten met MCB-Bank. Ten behoeve van MCB-Bank is op de woning een recht van hypotheek gevestigd tot zekerheid van nakoming door belanghebbende van haar verplichtingen uit de leningsovereenkomst. Per 31 december 2013 bedraagt deze hypothecaire schuld NAf 146.052.

2.3

Belanghebbende heeft voor het jaar 2015 aangifte gedaan naar een belastbaar inkomen van NAf 52.572. Daarbij heeft zij een bedrag van NAf 10.153 als rente en kosten ter zake van de eigen woning in aftrek gebracht.

2.4

Bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting 2015 heeft de Inspecteur het belastbaar inkomen als volgt gecorrigeerd:

Aangifte: belastbaar inkomen

NAf 52.572

In 2015 terugontvangen premies AOV/AWW

3.648

Geen aftrek rente en kosten eigen woning

10.153

Meer aftrek rente persoonlijke lening (max. NAf 2.500)

-/- 847

Aanslag: belastbaar inkomen

65.526

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of belanghebbende tijdig bezwaar heeft gemaakt, en zo ja, of de aanslagen tot het juiste bedrag zijn opgelegd.

3.2

Belanghebbende stelt dat de rente en kosten van NAf 10.153 als persoonlijke lasten in aftrek moeten komen. De Inspecteur heeft de aftrek geweigerd omdat de lening niet is aangegaan ter verkrijging, onderhoud of verbetering van een eigen woning.

3.3

Verder beroept belanghebbende zich nog op het vertrouwensbeginsel.

3.4

Belanghebbende concludeert tot vermindering van de aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 56.220. De Inspecteur concludeert tot handhaving.

4 OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag premieheffing AOV/AWW 2015

4.1

Alvorens tot een eventuele inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van belanghebbendes bezwaren te beoordelen.

4.2

In artikel 29, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.

4.3

Het aanslagbiljet premieheffing AOV/AWW 2015 is gedagtekend op 3 april 2017. Het bezwaarschrift is op 30 juni 2017 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.

4.4

Een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar op grond van termijnoverschrijding blijft echter achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest.

4.5

Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. De Inspecteur heeft het bezwaar tegen de aanslag premieheffing AOV/AWW 2015 dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2015 en premieheffing AVBZ 2015

4.6

Belanghebbende stelt dat de aanslagbiljetten inkomstenbelasting 2015 en premieheffing 2015 niet zijn gedagtekend op 3 april 2017, maar op 4 juli 2017. Geen van beide partijen heeft een kopie van de aanslagbiljetten kunnen overleggen. De Inspecteur heeft de bezwaren tegen beide aanslagen – anders dan het bezwaar tegen de aanslag premieheffing AOVAWW 2015 – niet wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Dit rechtvaardigt het vermoeden dat beide aanslagen inderdaad later zijn gedagtekend, hetgeen meebrengt dat de bezwaren tegen deze aanslagen ontvankelijk worden geacht.

Aftrek rente eigen woning

4.7

Ingevolge artikel 16, lid 1, letter h, Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (hierna: LIB), zijn als persoonlijke lasten onder meer aftrekbaar de rente van schulden en kosten van geldlening aangegaan ter verkrijging, onderhoud of verbetering van de eigen woning die als hoofdverblijf ter beschikking staat.

4.8

Volgens artikel 4, lid 4, LIB wordt onder een eigen woning verstaan een woning die belastingplichtige ter beschikking staat en:

a. waarvan de belastingplichtige eigenaar is;

b. waarvan de belastingplichtige de grond in erfpacht of huur heeft;

c. die de belastingplichtige in vruchtgebruik heeft, dat verkregen is krachtens het erfrecht.

4.9

Vaststaat dat belanghebbende geen eigenaar is van de woning. Blijkens het openbare register van het Kadaster heeft de moeder van belanghebbende de grond in januari 2007 in erfpacht verkregen. Gesteld noch gebleken is dat het erfpachtrecht nadien is overgedragen aan belanghebbende.

4.10

Verder stelt belanghebbende dat zij in het onderhavige jaar het recht van vruchtgebruik heeft ter zake van de woning. Belanghebbende heeft deze stelling evenwel niet op enigerlei wijze onderbouwd, bijvoorbeeld met een afschrift van inschrijving van het vruchtgebruikrecht in het register van het Kadaster.

4.11

Nu niet is gebleken dat één van de in artikel 4, lid 4, LIB genoemde gevallen zich voordoet, is geen sprake van een eigen woning die belanghebbende ter beschikking staat. Dit betekent dat de Inspecteur reeds daarom de renteaftrek terecht heeft geweigerd. De vraag of de lening is aangegaan ter verkrijging, onderhoud of verbetering van de woning, behoeft daarom geen behandeling.

Vertrouwensbeginsel

4.12

Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is meer vereist dan de enkele omstandigheid dat de Inspecteur de aangifte voor de jaren 2013 en 2014 heeft gevolgd. Een vertrouwen kan gerechtvaardigd zijn indien een aangelegenheid uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de Inspecteur is voorgelegd en daarnaast op grond van bijkomende omstandigheden redelijkerwijs kan worden aangenomen dat Inspecteur met betrekking tot die aangelegenheid weloverwogen een standpunt heeft ingenomen (vgl. HR 14 juli 2000, nr. 35.549, ECLI:NL:HR:2000:AA6516, ).

4.13

Nu belanghebbende niet heeft gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat de aangelegenheid van de renteaftrek uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de Inspecteur is voorgelegd en zij bovendien geen bijkomende omstandigheden heeft aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat de Inspecteur een weloverwogen standpunt heeft ingenomen, faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 11 oktober 2019, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500