Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:227

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
04-10-2019
Datum publicatie
14-10-2019
Zaaknummer
CUR201802784 t/m CUR201802789, CUR201803153, CUR201803155 t/m CUR201803164 en CUR201803166
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft zijn bezwaarschriften buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend. Belanghebbende heeft aangevoerd dat zijn voormalige gemachtigde onkundig was en heeft nagelaten tijdig bezwaarschriften in te dienen. Het Gerecht oordeelt dat het doen en (na)laten van een door belanghebbende ingeschakelde gemachtigde voor rekening en risico van belanghebbende dient te komen. Het niet tijdig handelen van de toenmalige gemachtigde levert dus geen verschoonbare termijnoverschrijding op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 4 oktober 2019

BBZ nrs. CUR201802784 t/m CUR201802789, CUR201803153, CUR201803155 t/m CUR201803164 en CUR201803166

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[X], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn op 15 juli 2016 aanslagen inkomstenbelasting, premie AOV en premie AVBZ voor het jaar 2011 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 100.000 en een premie-inkomen van NAf 104.599. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000 vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte.

1.2

Aan belanghebbende zijn op 15 juli 2016 aanslagen inkomstenbelasting, premie AOV en premie AVBZ voor het jaar 2012 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 94.918 en een premie-inkomen van NAf 100.000. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.500 vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte.

1.3

Aan belanghebbende zijn op 15 juli 2016 aanslagen inkomstenbelasting, premie AOV en premie AVBZ voor het jaar 2013 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 119.903 en een premie-inkomen van NAf 125.000. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.500 vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte.

1.4

Aan belanghebbende zijn op 15 juli 2016 aanslagen inkomstenbelasting, premie AOV en premie AVBZ voor het jaar 2014 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 125.000 en een premie-inkomen van NAf 130.589. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.500 vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte.

1.5

Aan belanghebbende zijn op 29 juni 2018 aanslagen inkomstenbelasting, premies AOV/AWW en premie AVBZ voor het jaar 2015 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 115.532 en een premie-inkomen van NAf 120.723. Verder is een aanslag premie BVZ opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 129.859. Voorts is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.500 vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte.

1.6

Aan belanghebbende zijn op 29 maart 2018 aanslagen inkomstenbelasting, premies AOV/AWW en premie AVBZ voor het jaar 2016 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 125.000 en een premie-inkomen van NAf 130.275. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 250 vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte.

1.7

Belanghebbende heeft op 14 december 2017 (2011 t/m 2014) en 13 juli 2018 (2015 en 2016) bezwaar gemaakt tegen de aanslagen en de verzuimboetes.

1.8

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 29 juni 2018 de bezwaren inzake de jaren 2011 tot en met 2014 niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

1.9

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 24 mei 2019 de aanslagen en verzuimboete inzake het jaar 2015 gehandhaafd en de bezwaren inzake het jaar 2016 niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

1.10

Belanghebbende heeft op 23 augustus 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar inzake de jaren 2011 tot en met 2014. Daarbij is NAf 50 aan griffierecht betaald.

1.11

Belanghebbende heeft op 2 november 2018 nadere stukken ingediend.

1.12

De Inspecteur heeft op 27 mei 2019 een verweerschrift ingediend.

1.13

De zitting heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2019 te Willemstad. Op het in de uitnodiging vermelde tijdstip is namens de Inspecteur [A] verschenen en gehoord. Na de behandeling heeft de Inspecteur de zittingszaal verlaten. Nadien hebben belanghebbende en zijn gemachtigde [B] zich gemeld bij de griffier. Zij waren op het in de uitnodiging vermelde tijdstip aanwezig in het gerechtsgebouw, maar waren doorverwezen naar de verkeerde zittingszaal. Daarop heeft de rechter belanghebbende en zijn gemachtigde alsnog gehoord buiten de aanwezigheid van de Inspecteur.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende is in dienstbetrekking werkzaam bij [Y].

2.2

Belanghebbende heeft niet verzocht om uitstel voor het indienen van de aangiften inkomstenbelasting 2011 tot en met 2014. Aan belanghebbende is dan ook geen uitstel verleend. Belanghebbende heeft pas op 14 december 2017, gelijktijdig met de indiening van het bezwaarschrift, de aangiften ingediend. In zijn aangiften heeft belanghebbende loon uit dienstbetrekking aangegeven van respectievelijk NAf 73.903 (2011), NAf 81.423 (2012), NAf 81.741 (2013) en NAf 89.422 (2014).

2.3

De Inspecteur heeft van de Douane informatie ontvangen dat belanghebbende auto’s en auto-onderdelen zou importeren. De douanewaarde daarvan zou over de jaren 2010 tot en met 2014 NAf 178.771 hebben bedragen.

2.4

De Inspecteur heeft op 15 juli 2016 de aanslagen voor de jaren 2011 tot en met 2014 opgelegd naar geschatte inkomens. Daarbij is het inkomen uit de auto-activiteiten geschat tussen de NAf 15.000 en NAf 35.000 per jaar. Tevens zijn verzuimboetes opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangiften.

2.5

Belanghebbende heeft op 14 december 2017 daartegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft bij uitspraken van 29 juni 2018 deze bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende heeft op 23 augustus 2018 beroep ingesteld tegen deze uitspraken op bezwaar.

2.6

De Inspecteur heeft op 29 juni 2018 en 29 maart 2018 de aanslagen voor de jaren 2015 en 2016 opgelegd naar geschatte inkomens. Tevens zijn verzuimboetes opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangiften. Belanghebbende heeft op 13 juli 2018 daartegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 24 mei 2019 de aanslagen en verzuimboete inzake het jaar 2015 gehandhaafd en de bezwaren inzake het jaar 2016 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of de bezwaren ontvankelijk zijn en, zo ja, of de aanslagen en boetes terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd.

3.2

Belanghebbende concludeert tot vermindering van de aanslagen overeenkomstig de ingediende aangiften en tot vernietiging van de boetes. De Inspecteur concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren en tot handhaving van de aanslagen.

4 OVERWEGINGEN

Geen beroep inzake 2015 en 2016

4.1

Belanghebbende heeft op 23 augustus 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar inzake de aanslagen voor de jaren 2011 tot en met 2014.

4.2

De Inspecteur heeft bij uitspraken van 24 mei 2019 beslist op de bezwaren tegen de aanslagen voor de jaren 2015 en 2016. Het beroep van belanghebbende van 23 augustus 2018 heeft mitsdien geen betrekking op deze aanslagen. Het Gerecht zal zich derhalve niet uitlaten over de aanslagen voor de jaren 2015 en 2016.

Ontvankelijkheid bezwaar 2011 tot en met 2014

4.3

In artikel 29, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.

4.4

De onderhavige aanslagbiljetten zijn gedagtekend op 15 juli 2016. Het bezwaarschrift is op 14 december 2017 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.

4.5

Een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar op grond van termijnoverschrijding blijft echter achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest.

4.6

Belanghebbende heeft aangevoerd dat zijn voormalige gemachtigde onkundig was en heeft nagelaten tijdig bezwaarschriften in te dienen. Het doen en (na)laten van een door belanghebbende ingeschakelde gemachtigde dient voor rekening en risico van belanghebbende te komen. Het niet tijdig handelen van de toenmalige gemachtigde levert dus geen verschoonbare termijnoverschrijding op. De Inspecteur heeft de bezwaren tegen de aanslagen voor de jaren 2011 tot en met 2014 dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 4 oktober 2019, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500