Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:220

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
16-09-2019
Datum publicatie
07-10-2019
Zaaknummer
CUR201802261
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verdeling nalatenschap, gebruiksvergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/334
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201802261

Vonnis d.d. 16 september 2019

inzake

[eiser],

wonende in Curaçao,

eiser,

gemachtigde: mr. D.I.E.I. Lichtenberg,

tegen

[gedaagde],

wonende in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam.

Partijen zullen hierna ook de broer en de zus worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

De broer heeft op 10 juli 2018 een inleidend verzoekschrift met producties, ter griffie ingediend. Op 25 februari 2019 heeft de zus een conclusie van antwoord en de broer een akte verandering/vermeerdering van eis genomen. Bij de op 21 mei 2019 gehouden mondelinge behandeling waren partijen in persoon aanwezig, bijgestaan door hun respectieve gemachtigden. Bij die gelegenheid hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2. [

naam 1] (hierna: de erflaatster), moeder van partijen is overleden op 21 februari 2016 in Curaçao. Blijkens de verklaring van erfrecht van 24 maart 2016 zijn partijen ieder voor de helft gerechtigd tot de – door hen zuiver aanvaarde – nalatenschap.

2.3.

De zus heeft op 9 maart 2016 een boedelvolmacht verleend aan deurwaarder S.C.M. Ersilia.

2.4.

Bij brief van 3 augustus 2016 en bij e-mail van (onder meer) 19 december 2016 heeft (de toenmalige gemachtigde van) de broer getracht tot een onderlinge regeling te komen over de verdeling van de nalatenschap.

3 Het geschil

3.1.

De broer vordert – na wijziging van eis – om, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:

i. “de woning gelegen Kaya [adres] met een marktwaarde van Naf. 350.000, = en de auto van het merk Hyundai Getz met bouwjaar 2008, met een door partijen overeengekomen marktwaarde van Naf. 2.250, =, aan verzoeker toe te bedelen;

a. te bepalen dat verweerster met ingang van 7 augustus 2018, althans een door goede justitie billijk te achten ingangsdatum, als redelijke vergoeding voor het gebruik van de woning, een bijdrage voldoet van Naf. 583,33 (0,5* (4%*Naf. 350.000,=/12), althans een bedrag dat het Gerecht in goede justitie zal bepalen, aan verzoekster;

b. te bepalen dat de inboedel, die zich thans in de woning gelegen te Kaya [adres] bevindt, met een standaardwaarde van Naf. 10.000,=, althans een door goede justitie billijk te achten bedrag, aan verweerster worden toebedeeld;

c. verzoeker zal worden veroordeeld tot betaling van een restbedrag aan verweerster wegens overbedeling, uitgaande van Naf. 176.506,10 (zijnde de baten minus de lasten van productie F tot en met G), althans een door goede justitie billijk te achten bedrag, alsnog, met verrekening van:

i. de totale gebruiksvergoeding, zoals onder iia gevorderd, te berekenen tot en met de dagtekening dat verweerster de woning gelegen te Kaya [adres] heeft ontruimd met medeneming van al het hare/ de haren;

ii. de standaardwaarde van de inboedel ten belope van Naf. 10.000,=, althans door het Gerecht vastgesteld in goede justitie onder sub iib, die volledig aan verweerster is toebedeeld;

iii. de nog te verrekenen totale kosten van juridische bijstand bij SMS-advocaten en de nog te verschijnen kosten der juridische bijstand, althans een door goede justitie billijk te achten bedrag,

iv. de notariskosten en nog bijkomende kosten-;

binnen een door goede justitie billijk te achten termijn na het in deze te wijzen beschikking;

d. verweerster de woning gelegen aan Kaya [adres], zal ontruimen en ontruimd zal laten, met achterlating van hetgeen aard- en nagelvast zit, al dan niet met behulp van de sterke arm – met machtiging aan verzoeker om bij weigerachtigheid van verweerster om de woning, gelegen te Kaya [adres] te ontruimen, op kosten van verweerster doen ontruimen -, binnen twee (2) weken, althans binnen een redelijke termijn zoals door het Gerecht in goede justitie bepaald, na het in deze te wijzen beschikking;

benoemt notaris Eshuis althans een door partijen nader overeen te komen notaris althans een door het Gerecht in Goede Justitie te bepalen notaris ten overstaan van wie de verdeling dient plaats te vinden;

dat deze beschikking in de plaats zal treden van de medewerking van verweerster indien deze mocht weigeren om vrijwillig diens medewerking te verlenen aan de verdeling voornoemd;

bepaalt dat de kosten van de notaris ten laste van de notaris ten laste van de nalatenschap zal komen;

kosten rechtens: advocaatkosten incluis – eventueel te verreken van de boedel der nalatenschap -.”

3.2.

De broer legt aan de vordering (onder meer) het volgende ten grondslag. De zus is nalatig gebleken en gebleven haar medewerking aan een onderlinge verdeling te verlenen. De woning waarvan de broer deelgenoot is wordt door de zus sinds 7 augustus 2018 – zonder zijn toestemming – met uitsluiting van de broer gebruikt, zodat hij recht heeft op een schadeloosstelling. De inboedel van de woning heeft de zus in gebruik. Voor de waarde daarvan wil de broer een bedrag van NAf 10.000,- hanteren. Daarnaast is de zus bij de verdeling van de nalatenschap van [naam 2], de oma van partijen, overbedeeld ten koste van het aandeel van de overige erven. De overige erven van die nalatenschap hebben de broer gemachtigd om dit bedrag mede namens hen van de zus terug te vorderen.

3.3.

De zus heeft verzocht haar toelating te verlenen om kosteloos te procederen en heeft het volgende tot verweer gevoerd. De auto is nooit getaxeerd en is tien jaar oud. De zus heeft alleen ingestemd met de waarde van NAf 2.000,- voor zover de auto aan een man die alles voor de erflaatster deed zou worden geschonken. De waarde van de auto en de inboedel samen kan op NAf 10.000,- worden gesteld. De wegenbelasting voor de auto is onnodig betaald en er is een boete in rekening gebracht voor de periode 2017. Deze dient voor rekening van de broer te komen omdat hij in het bezit is van de papieren en de wegenbelasting had moeten stopzetten. De zus is akkoord met het uitkopen door de broer indien hij de zus nog anderhalf jaar de tijd geeft om een andere woning te zoeken. Hij heeft tweeënhalf jaar geweigerd om de zus de huissleutel te geven als zij met vakantie naar Curaçao kwam als zij de papieren niet tekende. Een eventuele gebruiksvergoeding voor de woning wil zij verrekenen met de tijd dat de broer de woning kon gebruiken. De zus heeft werkzaamheden uitgevoerd rondom de woning. Het taxatierapport is door de zus betaald. Het geld voor de tickets zou de broer via het pensioen van de erflaatster regelen en is door haar al terugbetaald. De verdeling kan plaatsvinden bij elke andere notaris dan Eshuis. De door de zus betaalde Aqualectra-rekeningen voor de periode vanaf maart 2016 tot en met juli 2018 dienen bij de verdeling te worden verrekend, evenals de reparatiekosten voor een licht armatuur en de achterstallige telefoonrekeningen. De zus verzet zich tegen betaling van door de broer gemaakte advocaatkosten. Dat van de erfenis van de oma is een kwestie tussen de zus en een oom waarmee de broer niks te maken heeft. Dat is gecompenseerd met een verblijf van de zoon van de oom bij haar in Nederland waarvoor de zus nooit betaald kreeg.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het onvermogen van de zus om proceskosten te dragen is uit de overgelegde kaart rechtgevende op kosteloze rechtskundige bijstand genoegzaam gebleken. Haar zal toelating worden verleend om kosteloos te procederen.

4.2.

Op grond van artikel 3:178 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan ieder der deelgenoten de rechter verzoeken de verdeling van een onverdeelde boedel vast te stellen. Uit de door partijen ingenomen standpunten blijkt dat beide deelgenoten de verdeling van de volledige nalatenschap wensen. Als deelgenoten over een verdeling niet tot overeenstemming kunnen komen kan de rechter op de voet van artikel 3:185 lid 1 BW zelf de wijze van verdeling vaststellen. Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang. De gemeenschap zal met inachtneming van het voorgaande worden verdeeld op de hierna te bepalen wijze.

4.3.

Volgens de broer bestaat de nalatenschap uit de navolgende bestanddelen:

ACTIVA:

  1. een cheque van APC d.d. 24 februari 2016 voor een bedrag van NAf 2.429,50 ten name van El Tributo voor begrafeniskosten;

  2. het kapitaal bij Onderlingehulp van NAf 7.000,- op 24 februari 2016;

  3. het saldo bij de Girobank op 26 januari 2018 van NAf 4.321,11;

  4. een motorrijtuig van het merk Hyundai Getz, bouwjaar 2008;

  5. een woonhuis gelegen aan de Kaya [adres] in Curaçao met een marktwaarde van NAf 350.000,- en de daarin aanwezige inboedel;

  6. een contante betaling door de SVB op 15 juli 2016 van NAf 2.583,55;

PASSIVA:

7. een factuur van “El Tributo” d.d. 22 februari 2016 van NAf 7.538,60;

8. een factuur van taxateur Salas d.d. 25 oktober 2016 van NAf 450,-;

9. een aan Hamiëd Sta. Catharina op 29 februari 2019 betaalde eigen bijdrage van NAf 275,-;

10. de kosten van eten bij KFC op de dag van de begrafenis van NAf 148,60;

11. de kosten van boodschappen die in het kader van de begrafenis zijn gedaan bij Mangusa Hypermarkt van NAf 449,03 en bij Bon Bini Supermarket van NAf 45,95;

12. de kosten voor de huur van een mobiel toilet op de dag van de begrafenis van NAf 25,-;

13. een bedrag van NAf 162,18 wegens achterstallige betalingen aan DirecTV;

14. een betaling aan de kerk van NAf 100,-;

15. een betaling aan Onderlingehulp op 24 februari 2016 van NAf 158,40;

16. de notariskosten voor het opmaken van de verklaring van erfrecht van NAf 1.004,60;

17. de kosten van bezoek aan huis na de begrafenis van NAf 783,55.

4.4.

De zus heeft de opsomming van de activa niet weersproken, zodat er vanuit wordt gegaan dat die opsomming compleet is. De opmerkingen van de zus ten aanzien van de passiva zullen later worden besproken.

woning

4.5.

Nu partijen het daarover ter zitting eens zijn geworden zal de tot de nalatenschap behorende woning gelegen aan de Kaya [adres] aan de broer worden toebedeeld tegen een waarde van NAf 350.000,-. Hieruit volgt dat de zus gehouden is mee te werken aan de levering van haar onverdeelde aandeel in de woning en dat de broer gehouden is aan de zus een vergoeding van NAf 175.000,- wegens overbedeling te voldoen.

inboedel

4.6.

Ter zitting is gebleken dat beide partijen niet wensen dat de inboedel tegen een waarde van NAf 10.000,- aan hen wordt toebedeeld. De zus heeft zich op het standpunt gesteld dat de auto en de inboedel samen NAf 10.000,- waard zouden zijn. Gelet daarop en hetgeen hieronder ten aanzien van de waarde van de auto zal worden overwogen, wordt de waarde van de inboedel op NAf 7.500,- gesteld. Bepaalt zal worden dat partijen er voor kunnen kiezen om de gehele inboedel over te nemen tegen vergoeding van de helft van de waarde (NAf 3.750,-) aan de ander. En dat, indien geen van partijen daarvoor kiest en voor zover verkoop van de inboedel mogelijk is, de netto-opbrengst van de inboedel (dus na aftrek van de eventueel met de verkoop gepaard gaande kosten) bij helfte over partijen dient te worden verdeeld.

auto

4.7.

Beide partijen hebben ter zitting verklaard dat zij de tot de nalatenschap behorende auto toebedeeld wensen te krijgen tegen een waarde van NAf 2.250,-. Ter onderbouwing van zijn verzoek om deze aan hem toe te bedelen heeft de broer aangevoerd dat hij de afgelopen jaren de kosten van de auto, waaronder de wegenbelasting, heeft betaald. De zus erkent dat, maar stelt zich op het standpunt dat de wegenbelasting door hem stopgezet had kunnen worden en dat door toedoen van de broer een boete in rekening is gebracht. De omstandigheid dat de broer sinds het overlijden van de erflaatser de kosten van de auto heeft gedragen en deze voor zijn rekening zal nemen bij toedeling aan hem geeft aanleiding om de auto aan hem toe te bedelen. Dit te meer nu de zus heeft verklaard reeds over een auto te beschikken en de broer terecht heeft opgemerkt dat bij toebedeling aan de zus de autokosten alsnog zouden moeten worden verdeeld. Gezien de eigen schatting van de zus van de waarde van de auto in haar e-mail van 14 oktober 2016 aan de toenmalige gemachtigde van de broer en haar uiteindelijke instemming met deze waarde ter zitting, zal worden bepaald dat de auto aan de broer wordt toebedeeld tegen een waarde van NAf 2.500,- en dat de broer NAf 1.250,- wegens overbedeling aan de zus zal moeten voldoen.

overige activa

4.8.

Partijen zijn ieder tot de helft gerechtigd tot de onder 1, 2, 3 en 6 genoemde activa van in totaal NAf 16.334,16. Nu de broer kennelijk over alle benodigde documenten beschikt zullen deze activa aan hem worden toebedeeld met de bepaling dat hij de helft van het totale saldo, zijnde NAf 8.167,08 (= 2.429,50 + 7.000,- + 4.321,11 + 2.583,55 = 16.334,16 : 2) wegens overbedeling aan de zus moet voldoen.

passiva

4.9.

Dat de gestelde passiva ten laste van de nalatenschap dienen te komen heeft de zus niet (voldoende gemotiveerd) weersproken. Aan hetgeen zij heeft opgemerkt met betrekking tot de gestelde kosten voor het huisbezoek na de begrafenis wordt voorbij gegaan. Ter zitting is gebleken dat de zus op de dag van de begrafenis zelf aanwezig was. Dat zij destijds bezwaar heeft gemaakt tegen het huisbezoek daarna is niet (voldoende gemotiveerd) gesteld, noch gebleken. De enkele omstandigheid dat daarbij wellicht vooral kennissen van de broer aanwezig waren geeft geen aanleiding om deze kosten niet ten laste van de nalatenschap te laten komen.

4.10.

Dat de onder 7 en 9 tot en met 17 genoemde passiva door de broer zijn voldaan is niet in geschil. De broer heeft derhalve een vordering op de boedel tot de hoogte van het totaalbedrag, zijnde NAf 10.690,91 (= 7.538,60 + 275 + 148,60 + 449,03 + 45,95 + 25 + 162,18 + 100 + 158,40 + 1.004,60 + 783,55).

4.11.

Voor wat betreft de onder 8 genoemde taxatiekosten geldt dat de broer heeft erkend dat deze door de zus zijn voldaan zodat zij een vordering van NAf 450,- op de nalatenschap heeft. De kosten aangaande de woning (zoals de kosten van gas, water, elektra, afvalstoffenbelasting en grondbelasting) die betrekking hebben op de periode voordat de woning exclusief door de zus werd gebruikt komen eveneens ten laste van de nalatenschap. De zus heeft ter zitting Aqualectra-rekeningen getoond waaruit volgt dat zij met betrekking tot de periode voordat zij de woning betrok een bedrag van NAf 2.131,05 heeft betaald. De broer heeft ingestemd met de verdeling van die kosten onder de voorwaarde dat de zus hem zal vrijwaren voor eventuele achterstallige betalingen tot aan het moment dat zij de woning zal ontruimen.

4.12.

Partijen hebben over en weer gesteld kosten van klein onderhoud van de woning te hebben betaald. Op grond van artikel 1:170 BW zijn uitsluitend de deelgenoten samen bevoegd om onderhoudswerkzaamheden te laten verrichten, behoudens wanneer deze geen uitstel kunnen lijden. Ten aanzien van de periode nadat de zus de woning heeft betrokken heeft de broer terecht aangevoerd dat klein onderhoud, gezien de omstandigheid dat de zus in de woning woonachtig is, voor haar rekening dient te komen. Ter zitting hebben partijen dan ook afgesproken om de door hen gestelde onderhoudskosten over en weer tegen elkaar weg te strepen.

overige passiva

4.13.

Nog daargelaten de vraag of het petitum zich over deze onderwerpen uitstrekt, zal bij de verdeling geen rekening worden gehouden met hetgeen de broer heeft opgemerkt en overgelegd met betrekking tot overbedeling van de zus in een andere nalatenschap en tot de kosten voor wijziging van vliegtickets van de kinderen van de zus. Ten aanzien van de gestelde overbedeling van de zus in een andere nalatenschap geldt dat blijkens de door de broer overgelegde machtigingen bij die verdeling sprake was meerdere deelgenoten. Uit hetgeen de zus in dit kader heeft aangevoerd volgt een eventuele grondslag voor een beroep op verrekening jegens haar oom. Aangezien deze oom geen partij is in het onderhavige geschil is, kan diens aanspraak op de zus wegens overbedeling niet worden beoordeeld. Dit staat aan het betrekken van de pretense vordering bij de verdeling van de onderhavige nalatenschap in de weg. Ten aanzien van de gestelde wijzigingskosten van de vliegtickets van de kinderen van de zus geldt dat de broer – tegenover de betwisting van de zus dat deze door de broer of vanuit de nalatenschap zijn voldaan – niet nader heeft toegelicht dat sprake is van kosten die in de verdeling dienen te worden betrokken.

4.14.

Aangezien de passiva bij helfte over partijen moeten worden verdeeld is de conclusie van het voorgaande dat de zus een bedrag van NAf 4.054,93 (= 10.690,92 : 2 = 5.345,46 – NAf 225,- (= 450 : 2) - 1.065,53 (= 2.131,05 : 2)) aan de broer dient te voldoen. Dit bedrag dient in mindering te worden gebracht op hetgeen de broer aan de zus wegens overbedeling dient te voldoen.

juridische bijstand

4.15.

Tegenover de betwisting daarvan door de zus heeft de broer niet nader toegelicht waarom de kosten voor juridische bijstand door SMS-advocaten ten laste van de nalatenschap dienen te komen. De verzochte verdeling van deze kosten wordt dan ook afgewezen.

proceskosten

4.16.

Blijkens hetgeen partijen over en weer ter zitting naar voren hebben gebracht kan niet worden gezegd dat het instellen van de onderhavige procedure (in overwegende mate) aan één van partijen is te wijten en voor diens rekening dienen te komen. De in het kader van deze procedure door de broer betaalde griffierechten van NAf 450,- en de oproepingskosten van NAf 292,76 zullen dan ook in de verdeling worden betrokken in die zin dat de zus een bedrag van NAf 371,38 (= 450 + 292,76 = 742,76 : 2) aan de broer verschuldigd is. De proceskosten zullen voor het overige worden gecompenseerd op de in het dictum te bepalen wijze.

gebruiksvergoeding

4.17.

Artikel 3:169 BW schrijft voor dat – tenzij een regeling anders bepaalt – iedere deelgenoot in een gemeenschap bevoegd is een gemeenschappelijk goed te gebruiken, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is. Deze wettelijke bepaling heeft mede tot strekking de deelgenoot die het goed met uitsluiting van de andere deelgenoot gebruikt, te verplichten de deelgenoot die aldus verstoken wordt van het gebruik en genot waarop hij uit hoofde van het deelgenootschap recht heeft, schadeloos te stellen, bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding.

4.18.

Vast staat dat de zus vanaf half augustus 2018 met uitsluiting van de broer gebruik maakt van de woning. Aldus is er een grond voor vaststelling van een gebruiksvergoeding zoals door de broer is gevorderd. Dat de broer tweeënhalf jaar alleen over de sleutels van de woning heeft beschikt doet daar niet aan af. Niet gesteld of gebleken is immers dat hij op enig moment gebruik heeft gemaakt van de woning. Een beroep op verrekening van de verschuldigde gebruiksvergoeding komt de zus dan ook niet toe. Wat betreft de vergoeding die de zus verschuldigd is zal het Gerecht in redelijkheid uitgaan van het gebruikelijke percentage van 4% van het aandeel van de broer in de woning per jaar. Dit betekent dat de zus gehouden is vanaf half augustus 2018 een bedrag van NAf 583,33 per maand (= NAf 350.000 : 2 x 4% : 12 maanden) aan de broer te voldoen. Tot op 15 september 2019 is dan ook een bedrag verschuldigd van NAf 7.583,29 (= 13 maanden x 583,33). Dat bedrag komt dan ook voor verrekening in aanmerking met hetgeen de broer uit hoofde van overbedeling aan de zus verschuldigd is. Verder zal worden bepaald dat de zus een bedrag van NAf 583,33 per maand verschuldigd zal zijn voor elke maand dat zij na 15 september 2019 de woning niet heeft ontruimd.

conclusie

4.19.

De conclusie is dat de verdeling als volgt zal worden vastgesteld. Alle activa worden toebedeeld aan de broer tegen betaling aan de zus wegens overbedeling van NAf 175.000,- voor de woning, NAf 1.250,- voor de auto en NAf 8.167,08 voor de overige activa. Het totaalbedrag van NAf 184.417,08 dient te worden verminderd met het door de zus wegens verdeling van de passiva verschuldigde bedrag van NAf 4.054,93 en de door haar tot en met 15 september 2019 verschuldigde gebruiksvergoeding van in totaal NAf 7.583,29, en te worden vermeerderd met het in het kader van de proceskosten verschuldigde bedrag van NAf 371,38. Aldus zal de broer worden veroordeeld om – uiterlijk op de datum van de akte van verdeling en levering – een bedrag van NAf 173.150,24 (= 184.417,08 – 4.054,93 – 7.583,29 + 371,38) aan de zus te betalen. De door de zus eventueel na 15 september 2019 verschuldigde gebruiksvergoeding van NAf 583,33 per maand kan op dit bedrag in mindering worden gebracht.

notaris

4.20.

Aangezien partijen daarover ter zitting overeenstemming hebben bereikt zal worden bepaald dat de akte van verdeling en levering zal worden verleden ten overstaan van notaris mr. E. Steenbaar, althans diens plaatsvervanger.

vervangende toestemming

4.21.

De gevorderde bepaling dat deze beschikking in de plaats zal treden van de medewerking van de zus indien deze mocht weigeren om vrijwillig haar medewerking te verlenen aan de verdeling zal worden toegewezen in die zin dat beiden partijen zullen worden bevolen om mee te werken aan de in het dictum te bepaling verdeling. Verder zal worden bepaald dat indien zij na één (betekende) aanmaning niet voldoen aan die medewerking, dit vonnis in de plaats daarvan zal treden (artikelen 3:300 en 3:301 BW).

ontruiming

4.22.

In verband met de gevorderde ontruiming heeft de zus verzocht haar anderhalf jaar te geven om vervangende woonruimte te zoeken. Een dergelijke termijn wordt onredelijk lang geacht. Mede gelet op de omstandigheid dat de zus al op 4 februari 2019 kennis heeft kunnen nemen van de vordering tot ontruiming en dit ter zitting van 21 mei 2019 is besproken zal de gevorderde ontruiming worden toegewezen per 1 februari 2020. De zus zal de vastgestelde gebruiksvergoeding van NAf 583,33 per maand aan de broer moeten voldoen totdat zij de woning heeft ontruimd. Mede gelet op de familierechtelijke verhoudingen tussen partijen zal de door de broer gevorderde machtiging om de ontruiming van de woning met behulp van de sterke arm te laten plaatsvinden als zijnde onvoldoende gemotiveerd worden afgewezen.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

laat de zus toe om kosteloos te procederen;

5.2.

bepaalt dat de zus een gebruiksvergoeding van NAf 583,33 aan de broer verschuldigd is voor iedere maand dat zij het exclusief gebruik heeft van de woning gelegen aan de Kaya [adres];

5.3.

stelt vast de verdeling van de nalatenschap van [naam 1], overleden op 21 februari 2016 in Curaçao, waartoe partijen ieder voor de helft gerechtigd zijn, op de volgende wijze:

- de woning gelegen aan de Kaya [adres], de auto van het merk Hyundai Getz en de overige activa worden toebedeeld aan de broer;

- veroordeelt de broer om – uiterlijk op de datum van de akte van verdeling en levering – aan de zus te betalen het bedrag van NAf 173.150,24, zijnde het bedrag dat hij op grond van overbedeling verschuldigd is, inclusief het aandeel van de zus in de proceskosten en na aftrek van hetgeen de zus aan hem verschuldigd is in het kader van de verrekening van de passiva en de tot aan 15 september 2019 verschuldigde gebruiksvergoeding van NAf 583,33 per maand;

- bepaalt dat de eventueel na die datum door de zus verschuldigde gebruiksvergoeding op dit bedrag in mindering kan worden gebracht;

- bepaalt dat de zus de broer dient te vrijwaren voor eventuele achterstallige utiliteitskosten met betrekking tot de woning tot aan het moment dat zij deze heeft ontruimd en verlaten;

- bepaalt dat – behoudens het geval dat één van partijen er voor kiest om tegen betaling van een bedrag van NAf 3.750,- aan de ander de inboedel over te nemen – de netto-verkoopopbrengst van de inboedel bij helfte over partijen dient te worden verdeeld;

5.4.

bepaalt dat de akte van levering en verdeling zal worden verleden ten overstaan van notaris mr. E. Steenbaar of een van haar plaatsvervangers;

5.5.

beveelt partijen mee te werken aan de notariële akte van verdeling en levering, waarvan zij elk de helft van de kosten voor hun rekening moeten nemen;

5.6.

bepaalt voor het geval één van partijen aan verdeling, levering of machtiging – na één aanmaning op verzoek van de alsdan handelende notaris – niet zijn medewerking verleent, dit vonnis in de plaats treedt van diens noodzakelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 3:300 lid 1 BW;

5.7.

beveelt de zus om de woning gelegen aan de Kaya [adres] uiterlijk op 1 februari 2020 te ontruimen en te verlaten met al het hare en de haren;

5.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.9.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.V.L.M. Wannyn, rechter, en op 16 september 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.