Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:22

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
08-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
CUR201702070
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft in zijn aangifte studiekosten opgevoerd van NAf 9.681. De Inspecteur heeft NAf 3.758 als buitengewone lasten in aanmerking genomen en daarnaast het wettelijk maximum van NAf 2.500 als beroepskosten. Het Gerecht oordeelt dat dit maximum alleen betrekking heeft op de in art. 9C, lid 2, letter b, LIB genoemde kosten voor cursussen, congressen, seminars, symposia en dergelijke. Nu de door belanghebbende opgevoerde kosten betrekking hebben op andere studiekosten, is het wettelijke maximum niet van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 8 februari 2019

BBZ nr. CUR201702070

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[ X ], wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 9 december 2016 een aanslag in de inkomstenbelasting voor het jaar 2015 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 110.819.

1.2

Belanghebbende heeft op 27 december 2016 bezwaar gemaakt tegen de aanslag.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 september 2017 de aanslag gehandhaafd.

1.4

Belanghebbende heeft op 19 oktober 2017 beroep ingesteld. Daarbij is NAf 50 aan griffierecht betaald.

1.5

Belanghebbende heeft op 20 januari 2019 een nader stuk ingediend.

1.6

De Inspecteur heeft op 24 januari 2019 een verweerschrift ingediend.

1.7

De zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2019 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen [ A ].

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2015 een bedrag aan studiekosten in aftrek gebracht van NAf 9.681.

2.2

Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur van deze studiekosten een bedrag van NAf 3.758 als buitengewone lasten in aanmerking genomen, en daarnaast een bedrag ter grootte van het wettelijk maximum van NAf 2.500 als beroepskosten in aftrek toegelaten. De Inspecteur heeft dus per saldo ter zake van een bedrag van NAf 3.423 aftrek geweigerd.

3 GESCHIL

3.1

In geschil is of de aanslag juist is vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.

3.2

Belanghebbende stelt dat ook de uitgaven van NAf 3.423 als beroepskosten in aftrek moeten komen. De Inspecteur verdedigt het tegenovergestelde standpunt.

3.3

Belanghebbende concludeert tot vermindering van de aanslag met een bedrag van NAf 3.423. De Inspecteur concludeert tot handhaving van de aanslag.

4 OVERWEGINGEN

4.1.

Ingevolge artikel 9, lid 1, Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (hierna: LIB) komen de kosten tot verwerving, inning en behoud van de opbrengst van een beroep, zoals beroepskosten, in aftrek. Onder beroepskosten worden verstaan de kosten nodig voor de uitoefening van een beroep of rechtstreeks daartoe betrekking hebbende.

4.2

Op grond van artikel 9, lid 3, LIB kunnen de beroepskosten in aftrek worden gebracht voor zover deze meer bedragen dan NAf 1.000.

4.3

In artikel 9C LIB is een beperking van voornoemde kostenaftrek opgenomen. Ingevolge artikel 9C, lid 2, letter b, LIB worden kosten, voor zover die verband houden met cursussen, congressen, seminars, symposia en dergelijke, met inbegrip van de desbetreffende reizen en het desbetreffende verblijf, slechts voor 75% in aanmerking genomen, tot ten hoogste een bedrag NAf 2.500.

4.4

Belanghebbende heeft gesteld, hetgeen de Inspecteur niet heeft weersproken, dat de door hem opgevoerde kosten als beroepskosten in de zin van artikel 9, lid 1, LIB aangemerkt kunnen worden. Het Gerecht zal hierover dan ook geen oordeel vellen, hoe zeer ook getwijfeld kan worden aan de juistheid ervan.

4.5

Partijen hebben ter zitting het geschil beperkt tot de uitleg van het bepaalde in artikel 9C, lid 2, letter b, LIB. Volgens de Inspecteur heeft het daarin genoemde wettelijke maximum van NAf 2.500 betrekking op alle door belanghebbende opgevoerde studiekosten, hetgeen meebrengt dat de aftrek van een bedrag van NAf 3.423 terecht is geweigerd. Belanghebbende meent daarentegen dat dit maximum alleen betrekking heeft op de in die bepaling genoemde kosten voor cursussen, congressen, seminars, symposia en dergelijke, en dat de studiekosten van NAf 3.423 dus in aftrek moeten komen nu deze kosten daarop geen betrekking hebben.

4.5

De wettekst bevat in de woorden 'voor zover die verband houden met een hierna te noemen post’ een aanwijzing dat de aftrekbeperking enkel betrekking heeft op de kosten van het deelnemen aan cursussen, congressen, seminars, symposia en dergelijke (vgl. HR 20 september 2002, nr. 37362, ECLI:NL:HR:2002:AE7862). Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat de wetgever ook andere studiekosten die betrekking hebben op de uitoefening van een bedrijf of beroep, gedeeltelijk van aftrek heeft willen uitsluiten.

4.6

Het gelijk is derhalve aan belanghebbende. Dit betekent, hetgeen tussen partijen niet in geschil is, dat het belastbaar inkomen alsdan met een bedrag van NAf 3.423 dient te worden verminderd tot NAf 107.396.

5 PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

5.1

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten, nu niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

5.2

Wel dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 107.396;

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 8 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël – van der Biezen BSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

-natuurlijke personen: NAf. 200

-personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500