Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:188

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
19-08-2019
Datum publicatie
12-09-2019
Zaaknummer
CUR201802681
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Explosie benzinepompstation te Sint Helena. Curoil is als leverancier van brandstof en als verkoper van de installatie niet aansprakelijk jegens de pomphouder voor diens schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

1 HELENA SERVICE CENTER B.V. (‘HSC’),

2. ST. HELENA POMPSTATION N.V. (‘St. Helena’),

beide te Curaçao,

eiseressen,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen

CURAÇAO OIL (CUROIL) N.V. (Curoil),

te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. Q.D.A. Carrega.

1 Het procesverloop

Eiseressen hebben op 17 augustus 2018 een verzoekschrift ingediend. Nadat door gedaagde een conclusie van antwoord was genomen, is op 20 februari 2019 een comparitie van partijen gehouden. De vertegenwoordigers van partijen hebben het woord gevoerd. De gemachtigde van eiseressen heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd. Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2 De inzet van de zaak

2.1.

Op 12 januari 2017 heeft een explosie plaatsgevonden in het benzinepompstation van eiseressen aan de Pastoor Blommerdeweg, Santa Helena, Curaçao. Dit gebeurde tijdens het vullen van een opslagtank door een tankwagen van Curoil. Een werkneemster van eiseressen, mevrouw Sharette Ricardo, is als gevolg de explosie overleden. Er was ook materiële schade. Eiseressen hebben Curoil aansprakelijk gesteld voor de door hen als gevolg van de ontploffing geleden schade. Curoil heeft aansprakelijkheid betwist.

2.2.

Eiseressen vorderen dat het gerecht:

i. voor recht zal verklaren dat Curoil jegens eiseressen aansprakelijk is voor de door hen geleden en te lijden schade ten gevolge van de explosie op 12 januari 2017;

ii. de zaak zal verwijzen naar de schadestaatprocedure voor de vaststelling van de hoogte van de schade;

iii. Curoil zal veroordelen in de proceskosten.

2.3.

Curoil heeft verweer gevoerd.

3 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties, staat het volgende vast:

a. St. Helena exploiteert een pompstation te Santa Helena, Curaçao. Curoil verkoopt aardolieproducten aan pompstations.

b. Van 1994 tot 2015 is tussen St. Helena en Curoil een ‘wederverkoopovereenkomst voor gasolinestations’ van kracht geweest, waarin onder meer is opgenomen dat Curoil aan St. Helena verhuurt de aan Curoil in eigendom toebehorende in het pompstation aanwezige installatie, bestaande uit onder meer ondergrondse reservoirs, pijpleidingen en toebehoren.

c. Op 30 november 2015 is tussen St. Helena en Curoil een ‘distribution agreement’ overeengekomen. Daarin wordt verwezen naar appendix A: de ‘General Terms and Conditions Fuel Supply Gas Stations’. Artikel 7.5 daarvan luidt als volgt:

Supplier shall not be liable for damages Distributor and/or third parties will suffer as result of a leakage or other malfunction of Distributor’s equipment.

d. Bij koopovereenkomst van 8 januari 2016 heeft Curoil de eerder door haar verhuurde in het pompstation aanwezige installatie verkocht aan HSC. De koopprijs bedroeg NAf 13.300. De koopovereenkomst bevat de volgende bepalingen:

6 ( a) Verkoper verklaart en garandeert ten tijde van het ondertekenen van deze koopovereenkomst dat het Verkochte wordt verkocht ‘as is’ en in de staat waarop het op het moment van levering bevindt. Verkoper geeft ten aanzien van het Verkochte geen garanties af aan Koper, tenzij hierin uitdrukkelijk anders is overeengekomen, en sluit ten aanzien van het Verkochte haar aansprakelijkheid volledig uit, onder welke aansprakelijkheidsbeperking tevens valt eventuele schade die het gevolg is van (het gebruik van) het Verkochte door Koper vóór de datum van levering van het Verkochte aan Koper, tenzij hierin uitdrukkelijk anders is overeengekomen.

( b) Koper aanvaardt het Verkochte bij levering uitdrukkelijk in de (feitelijke) staat waarin het zich alsdan bevindt met alle eventuele zichtbare en onzichtbare en verborgen gebreken. Verkoper en diens rechtsopvolger(s) zijn jegens Koper en diens rechtsopvolger(s) niet aansprakelijk voor eventuele zichtbare of verborgen gebreken of (gedeeltelijke) belemmeringen van het (toekomstige) gebruik van het Verkochte. Koper verklaart de onder 6 (a) en (b) opgenomen aansprakelijkheidsbeperking uitdrukkelijk te aanvaarden.

( c) [… milieuschade…]

7. Koper vrijwaart Verkoper en diens rechtsopvolger(s) voor alle claims van derden, terzake het gebruik van het Verkochte in de periode na de levering van het Verkochte aan Koper, voor zover de oorzaak van deze aansprakelijkheid niet is ontstaan in de periode voorafgaande aan de verkoop.

e. Op 12 januari 2017 heeft een explosie plaatsgevonden in de kassa/kantoorruimte van het pompstation. Dit gebeurde tijdens het vullen van een opslagtank door een tankwagen van Curoil. Caissière mevrouw Sharette Ricardo is enkele dagen later te Colombia bezweken aan haar bij de explosie opgelopen verwondingen.

f. Op 28 maart 2017 heeft de arbeidsinspectie een rapport uitgebracht. In dat rapport wordt geconcludeerd dat het deksel van een ventilatieleiding in een nabij de kantoorruimte gelegen put niet was bevestigd, waardoor er tijdens het vullen door de Curoil-truck benzinedamp vrijkwam in de put, die via een buis voor datakabels in de kassa-kantoorruimte is terechtgekomen. Een vonk uit een van de vele in het kantoor aanwezige elektrische apparaten fungeerde vervolgens als ontstekingsbron. Het in de datakabelbuis aangebrachte schuim was aangetast en kon de damp niet tegenhouden.

g. Bij brief van 24 januari 2018 hebben eiseressen Curoil aansprakelijk gesteld voor onder meer de schade aan het pompstation en gederfde inkomsten.

4 De beoordeling

4.1.

Over de toedracht en oorzaken van de explosie op 12 januari 2017 verschillen partijen niet wezenlijk van mening. Uitgegaan kan worden van de conclusies van de arbeidsinspectie, zoals hiervoor onder 3 f. kort weergegeven.

4.2.

Volgens eiseressen is de explosie te wijten aan Curoil. Zij stellen hiertoe i) dat Curoil is tekortgeschoten in haar contractuele verplichting tot onderhoud van de installatie; ii) dat Curoil niet adequaat heeft gereageerd op klachten van medewerkers van eiseressen en iii) dat sprake is van non-conformiteit van de door hen van Curoil gekochte installatie.

4.3.

Vooropgesteld wordt dat het in deze zaak uitsluitend gaat om de onderlinge verhouding van eiseressen en Curoil. Zowel eiseressen als Curoil zijn als professionele partijen - als pompstationexploitanten respectievelijk brandstofleverancier - actief in de brandstofbranche en moeten als deskundig en ervaren worden aangemerkt waar het de opslag van onder meer benzine betreft. Zij moeten uit dien hoofde ook bekend worden verondersteld met de daaraan verbonden risico’s en de noodzaak van voorzorgsmaatregelen en controle.

4.4.

Het verwijt dat Curoil is tekortgeschoten in haar contractuele onderhoudsverplichting gaat niet op. Door Curoil is gemotiveerd bestreden dat overeengekomen is dat de installatie (ook) in de hier relevante periode zou worden onderhouden. Deze betwisting wordt ondersteund door de distributieovereenkomst en de koopovereenkomst die in 2015 en 2016 in de plaats zijn gekomen van de eerder van kracht zijnde wederverkoopovereenkomst. De nieuwe overeenkomsten bevatten geen aanknopingspunt voor een verplichting van Curoil tot onderhoud. Door eiseressen zijn ook geen voorbeelden genoemd van door Curoil onder de nieuwe overeenkomsten verrichte onderhoudswerkzaamheden aan de installatie, van relevante opdrachten daartoe of betalingen daarvoor. Door eiseressen zijn geen concrete, voor bewijs vatbare stellingen ingenomen die tot het oordeel kunnen leiden dat op Curoil toch een onderhoudsverplichting rustte.

4.5.

Het verwijt dat Curoil niet adequaat heeft gereageerd op klachten hebben eiseressen onderbouwd met schriftelijke verklaringen van manusje-van-alles Andre Samboe en supervisor Sharlenda Walle. Samboe verklaart dat elke keer als de Curoil-truck de opslagtanks kwam vullen er een sterke benzinelucht vrijkwam, dat hij gaswalmen waarnam en dat hij zijn chef Walle daarvan diverse keren op de hoogte heeft gesteld. Walle verklaart onder meer:

‘Ik was als supervisor werkzaam bij Sta Helena Pompstation sedert 30 januari 2015.

Ik was daar werkzaam tot januari 2017 toen de pomp sloot.

Ik heb ervaren dat elke keer dat de truck van Curoil kwam om de opslagtanks van het pompstation te vullen met benzine, er een sterke lucht van benzine vrijkwam.

Ik zat in het kantoor en kon de benzinegeur ruiken.

Wat ik dan deed is de airco uitzetten en de deur van het kantoor openmaken.

Ik heb Curoil diverse keren hierover opgebeld en ook de monteurs van Curoil die de pompen kwamen controleren hierover op de hoogte gesteld, doch er werden geen maatregelen ondernomen.’

4.6.

Curoil heeft betwist dat haar ooit klachten hebben bereikt over benzinelucht in de kantoorruimte. Zij wijst er in dit verband terecht op dat eiseressen geen data noemen waarop geklaagd zou zijn of namen van personen aan wie de klachten zouden zijn doorgegeven. Gesteld noch gebleken is dat de directie van eiseressen zich ooit tot Curoil heeft gewend om de benzinelucht in de kantoorruimte aan de orde te stellen, noch dat daarover door eiseressen ooit iets schriftelijk (of digitaal) aan Curoil is bericht.

4.7.

Gelet op de betwisting door Curoil, staat in dit geding tussen partijen dus niet vast dát werknemers van eiseressen bij Curoil hebben geklaagd, laat staan wat die klachten inhielden. Veronderstellenderwijs zal hier echter worden aangenomen dat door werknemers van eiseressen bij Curoil aan de bel is getrokken zoals door eiseressen gesteld en door Walle verklaard, alsmede dat dit een voldoende indringende en doelgerichte wijze van klagen was.

4.8.

Daarvan uitgaand, zou inderdaad kunnen worden geoordeeld dat Curoil niet de nodige zorgvuldigheid heeft betracht door, niettegenstaande de klachten en de aard van het betrokken risico, de levering van benzine onverminderd en zonder het (laten) treffen van maatregelen voort te zetten. In de relatie van Curoil met eiseressen zou dat echter niet tot aansprakelijkheid van Curoil leiden. In de eerste plaats lag het primair op de weg van eiseressen zelf om toe te zien op de veiligheid van de aan hen in eigendom toebehorende en door hen geëxploiteerde pompinstallatie, onderzoek te doen naar de oorzaak van de klachten van hun personeel en om waar nodig herstelwerkzaamheden te (laten) verrichten. Gesteld noch gebleken is dat eiseressen iets in die sfeer hebben gedaan. Gelet daarop moet worden geoordeeld dat de schade - voor zover die had kunnen worden voorkomen door controle, onderhoud en herstel - grotendeels is toe te rekenen aan de omstandigheid dat eiseressen zelf geen actie hebben ondernomen. Gelet hierop en gelet op de overige omstandigheden van het geval, vereist de billijkheid ingevolge artikel 6:101 BW dat, ook indien eiseressen Curoil terecht onzorgvuldigheid verwijten, de vergoedingsplicht van Curoil in haar relatie tot eiseressen in het geheel vervalt.

4.9.

De stelling van eiseressen dat de pompinstallatie niet beantwoordt aan de koopovereenkomst kan evenmin worden gevolgd. Uit de eigen stellingen van eiseressen volgt dat eiseressen wisten dat bij het vullen van de opslagtank een benzinelucht doordrong tot de kantoorruimte. Deze eigenschap van de gekochte pompinstallatie was eiseressen derhalve bekend toen zij in januari 2016 de koopovereenkomst met Curoil aangingen. Blijkens de hiervoor onder 3 d. aangehaalde bepalingen uit die overeenkomst hebben eiseressen het gekochte aanvaard in de staat waarin het verkeerde, inclusief zichtbare en verborgen gebreken. Nu het hier aan de orde zijnde gebrek - een lek van benzinedamp naar de kantoorruimte - aan eiseressen ten tijde van de verkoop bekend moet worden geacht, bestaat er geen grond voor het oordeel dat de geleverde pompinstallatie niet beantwoordt aan de koopovereenkomst of (hetgeen ook niet is gesteld) dat Curoil niet heeft voldaan aan haar eventuele mededelingsplicht. Dat eiseressen in een van Curoil afhankelijke positie verkeerden en de facto gedwongen waren de compleet verouderde pompinstallatie te kopen, zoals eiseressen stellen, is niet aannemelijk geworden. Curoil heeft daar immers onbetwist tegenovergesteld dat diverse andere exploitanten van pompstations ervoor hebben gekozen niet op het aanbod tot koop in te gaan en hun eigen installaties aan te leggen.

4.10.

Eiseressen hebben met verwijzing naar artikel 7 van de koopovereenkomst (zie hiervoor onder 3 d.) nog aangevoerd dat Curoil aansprakelijk is omdat de oorzaak van de aansprakelijkheid is ontstaan in de periode voorafgaand aan de verkoop van de installatie. Dat is niet juist. De oorzaak van de aansprakelijkheid waar het in deze zaak om gaat is niet het gebrek dat (mogelijk) bestond voorafgaand aan de verkoop, maar de explosie. Daardoor is de schade ontstaan.

4.11.

Ten slotte geldt dat ook het beroep van Curoil op de exoneratiebedingen in artikel 7.5 van de distributieovereenkomst en artikel 6(a) van de koopovereenkomst slaagt. Dit beroep is in de hier gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

4.12.

Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van eiseressen worden afgewezen. De overige verweren van Curoil behoeven geen bespreking. Eiseressen zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 Beslissing

Het Gerecht

5.1.

wijst af het gevorderde;

5.2.

veroordeelt eiseressen in de kosten van het geding aan de zijde van Curoil gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op NAf 2.500 voor gemachtigdensalaris, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na deze uitspraak.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier op 19 augustus 2019 in het openbaar uitgesproken.