Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:18

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
04-02-2019
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
CUR201702354
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

aansprakelijkheid Land op grond van artikel 174 boek 6 BW als gevolg van val door ontbreken putdeksel op plein

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201702354

TUSSENVONNIS

Vonnis d.d. 4 februari 2019

inzake

[EISER],

wonende te Curaçao,

eiser,

gemachtigde: mr. B.W. Scheperboer en G.C.A. Scheperboer-Paris,

tegen

de openbare rechtspersoon

HET LAND CURACAO,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. D. Lunenburg.

Partijen zullen hierna [eiser]en het Land genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het inleidend verzoekschrift met producties, op 23 oktober 2017 ter griffie ingediend;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    akte van herstel zijdens [eiser];

  • -

    akte vermeerdering van eis;

  • -

    de mondelinge behandeling op 4 december 2018 alwaar beide gemachtigden het woord hebben gevoerd, mr. Scheperboer mede aan de hand van pleitaantekeningen. Beide gemachtigden hebben producties in het geding gebracht.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 12 december 2014 liep [eiser] rond 19.00 uur samen met zijn vrouw op het Brionplein te Willemstad, ter hoogte van de KFC. [eiser] stapte, plotseling tot zijn eigen verrassing, met zijn linkerbeen in een put waar de putdeksel niet of niet goed op zit. Het rechterbeen bleef op het trottoir en [eiser] maakte als het ware een spagaat. [eiser] is door een ambulance naar het ziekenhuis (Sehos) gebracht nu hij letsel had opgelopen door het voorval.

2.2.

Uit het rapport van de eerste hulp van het Sehos blijkt dat [eiser] een trauma heeft opgelopen aan zijn rechtervoet en om die voet en onderbeen zijn gips aangelegd.

2.3.

Na het ongeval heeft [eiser] klachten gekregen aan zijn onderrug en rechter knie en heup. [eiser] heeft hiervoor fysiotherapie gehad. [eiser] heeft verklaard tot op heden nog pijnklachten aan zijn rug en rechterbeen te ondervinden.

3 Het geschil

3.1. [

eiser] vordert, na vermeerdering van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, (naast het verzoeker toe te staan om kosteloos te mogen procederen);

- voor rechte te verklaren dat verweerster een onrechtmatige daad heeft gepleegd;

- gedaagde te veroordelen tot betaling tegen behoorlijke kwijting van:

a. de tegenwaarde in Antilliaanse guldens van de somma van $ 78.200,- aan inkomstenderving;

b. de diverse bijkomende kosten begroot op NAf 9.500,-;

c. de tegenwaarde in Antilliaanse guldens van de somma van € 50.000,- aan smartengeld;

d. althans alles conform de door het Gerecht in goede justitie bepaalde bedragen, het totaal waarvan vermeerder met de wettelijke rente vanaf de datum van uitspraak in deze te geven.

3.2. [

eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat het Land verwijtbaar heeft gehandeld jegens [eiser] door het gat niet te barricaderen en dat het Land daarom aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft geleden.

3.3.

Het Land heeft het volgende tot verweer gevoerd. Het Land had geen weet van de ontbrekende putdeksel en kon daarom ook geen maatregelen treffen. [eiser] had ook de normale oplettendheid en voorzichtigheid in acht moeten nemen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, zal [eiser] worden toegelaten om kosteloos te procederen.

4.2.

De vraag die beantwoord moet worden is of het Land aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade. [eiser] heeft onrechtmatige daad en toepassing van de zogenaamde kelderluik-criteria als grondslag aangevoerd.

4.3.

Het Land is op grond van artikel 6:174 BW in beginsel aansprakelijk indien komt vast te staan dat de put / het putdeksel ter plaatse niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen, waardoor gevaar voor personen ontstond en dit gevaar zich heeft verwezenlijkt. Daarbij is ook van belang hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijkerwijze redelijkerwijs te vergen zijn.

4.4.

Op het moment dat [eiser] over het plein liep was het donker. Ook al was het plein verlicht, waarover partijen het niet eens zijn, dan nog kan iemand een missende putdeksel over het hoofd zien. De kans dat je dan valt is behoorlijk groot. Het is immers een diepe put en niet een oneffenheidje in de weg, terwijl mensen als ze lopen vaak vooruit kijken en/of in de verte en niet telkens vlak voor zich op de grond, al helemaal omdat zij niet hoeven te verwachten dat daar een gat zou zitten. Door de diepte van de put is de kans op letsel groot. Het tijdig vernieuwen van verouderde putdeksels en/of het afzetten van de put met een hek of een lint zijn geen ingewikkelde of kostbare veiligheidsmaatregelen afgezet tegen de risico’s als dat achterwege zou blijven. Tenslotte staat vast dat het gevaar zich heeft verwezenlijkt.

4.5.

Toepassing van genoemde criteria op het onderhavige geval brengt derhalve mee dat het Land aansprakelijk is voor de schade van [eiser] als gevolg van het ongeval. De gevorderde verklaring voor recht kan aldus worden toegewezen.

4.6.

De zaak zal, zoals ook ter zitting al is besproken, worden verwezen naar de rol voor een akte uitlating regeling of voortprocederen (in welk geval repliek en dupliek zal volgen) zijdens partijen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

staat eiser toe kosteloos te procederen;

5.2.

verklaart voor recht dat het Land een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens [eiser];

5.3.

verwijst de zaak naar de rol van 11 maart 2019 voor het nemen van een akte uitlating regeling of verder procederen zijdens partijen;

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma, rechter, en op 4 februari 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.