Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:171

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
16-08-2019
Datum publicatie
23-08-2019
Zaaknummer
CUR201900185
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende woont in Curaçao en heeft in de VS arbeidsinkomsten genoten (NAF 52.900). In Curaçao is belanghebbende belast voor zijn wereldinkomen, waardoor een situatie van dubbele belasting ontstaat. Het heffingsrecht met betrekking tot inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid komt in beginsel toe aan het bronland, in dit geval de VS. Het voorgaande betekent dat met betrekking tot de inkomsten uit arbeid, de woonstaat voorkoming van dubbele belasting moet geven. Op basis van beleid dient voor deze inkomsten door Curaçao een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te worden verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 16 augustus 2019

BBZ nr. CUR201900185

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

X, wonende te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende is op 11 mei 2018 voor het jaar 2016 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 53.645 resulterend in een te betalen bedrag aan inkomstenbelasting van NAf 5.389.

1.2

Belanghebbende heeft op 11 juni 2018 bezwaar gemaakt tegen de aanslag.

1.3

De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 14 december 2018 de aanslag vastgesteld op NAf 5.364

1.4

Belanghebbende heeft op 17 januari 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Daarbij is NAf 50 aan griffierecht betaald. De Inspecteur heeft geen verweerschrift ingediend.

1.5

De zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2019 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen mr. A. Namens de Inspecteur is zonder bericht niemand verschenen. Deze zaak is gezamenlijk behandeld met de zaak met BBZ nr. CUR201702043. De belastinggriffie van het Gerecht heeft bij e-mailbericht van 21 mei 2019 de Inspecteur uitgenodigd voor de zitting. Dit bericht is naar de emailadressen gestuurd die de belastinggriffie voor correspondentie met de belastingdienst placht te gebruiken. Het betreft de volgende e-mailadressen: ‘Y@gobiernu.cw en ‘Z@gobiernu.cw’. Het Gerecht gaat daarom ervan uit dat de Inspecteur de uitnodiging voor de zitting heeft ontvangen.

2 FEITEN

2.1

Belanghebbende is ingezetene van Curaçao. Belanghebbende verricht werkzaamheden in de Verenigde Staten (hierna: VS) en geniet in dat verband inkomsten uit arbeid. In het onderhavige jaar heeft belanghebbende een bedrag van $30.000 (NAf 53.400) van het in de VS gevestigde bedrijf, H Inc. (hierna: H) genoten. Daarnaast heeft belanghebbende een bedrag van $138 (NAf 245) aan rente-inkomsten uit de VS genoten.

2.2

In het aangiftebiljet zijn de volgende inkomsten aangegeven:

Inkomsten uit arbeid: NAf 53.400

Beroepskosten: NAf 500 -/-

NAf 52.900

Rente op buitenlands spaartegoed: NAf 245 +

Totaal NAf 53.145

2.3

In het aangiftebiljet heeft belanghebbende bij vraag 2b vermeld dat hij de penshonado-regeling wenst naar het tarief van 10%. Bij vraag 2f van het aangiftebiljet heeft hij aangekruist dat hij voorkoming van dubbele belasting wenst. In het aangiftebiljet heeft belanghebbende de volgende toelichting opgenomen:

“Mr. X was granted the so-called penshonado status in 2011 and qualifies for application of articles 23B and 23C of the Income Tax Ordinance 1943. As a result, he is subject to income tax at the rate of 10% on his foreign-source income. (…) For U.S. purposes, they are U.S. source income for Mr. X and as such are subject to Federal income tax withholding. In the fiscal year 2016, Mr. X received USD 30.138 gross income (equivalent of ANG 53,645) on which USD 3.448 (ANG 6.137) Federal income tax was paid upon filing of his U.S. Nonresident Alien Income Tax Return (copy form (…) attached for ease of reference). In total, Mr. X’s U.S. source income was effectively taxed at a rate of approximately 11.5% which exceeds the 10% income tax rate applicable in Curacao to his income”.

2.4

De Inspecteur heeft het belastbaar inkomen vastgesteld op NAf 53.645 en een bedrag aan belasting van NAf 5.389. Naar aanleiding van het bezwaar van belanghebbende is het belastbaar inkomen gehandhaafd. Het bedrag aan belasting is vastgesteld op NAf 5.364.

2.5

In de uitspraak op bezwaar is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“Beoordeling van het bezwaar

U heeft tijdig bezwaar gemaakt. Op grond van de door u aangevoerde argumenten heb ik besloten geheel aan uw bezwaar tegemoet te komen.

De aanslag heb ik verminderd naar een belastbaar inkomen van Naf 53.645,00.”

3 GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

3.1

In geschil is de vraag of de aanslag naar het juiste bedrag is vastgesteld. Deze vraag beantwoordt belanghebbende ontkennend en de Inspecteur bevestigend.

3.2

Belanghebbende stelt dat de Inspecteur ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Belanghebbende becijfert de verschuldigde inkomstenbelasting op nihil.

Belastbaar inkomen: NAf 53.145

Bedrag der belasting NAf 5.314

Voorkoming dubbele belasting

53145/53145 x 5314 NAf 5.314 -/-

NAf 0

4 BEOORDELING

4.1

Belanghebbende stelt dat hij over het in het buitenland genoten arbeidsinkomen geen belasting verschuldigd is in Curaçao. Volgens belanghebbende voert de Belastingdienst beleid op basis waarvan - ondanks het ontbreken van een verdrag ter voorkoming van belasting tussen Curaçao en de VS – aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt verleend. Aan hem, is aldus belanghebbende, op basis daarvan tot en met het jaar 2014 consequent aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend. Volgens belanghebbende volgt dit beleid uit de uitspraak van de Raad van Beroep voor Belastingzaken van 29 september 2015, nr. 2013/64800, ECLI:NL: ORBBACM:2015:31.

4.2

Belanghebbende heeft gemotiveerd gesteld dat de Inspecteur in gevallen van dubbele belasting op basis van niet gepubliceerd beleid voorkoming van dubbele belasting verleent, hetgeen niet door de Inspecteur is weersproken. Het Gerecht gaat daarom voor deze procedure ervan uit dat op basis van beleid voorkoming van dubbele belasting wordt verleend. Het Gerecht gaat voorts ervan uit dat het beleid gebaseerd is op het OESO-Modelverdrag. Bij de beoordeling van dit geschil zal worden aangesloten bij de regels voor de voorkoming van dubbele belasting die daarin zijn vervat.

4.3

Uit de vaststaande feiten volgt dat belanghebbende in het onderhavige jaar inkomsten uit arbeid heeft genoten voor werkzaamheden uitgevoerd in de VS en dat deze inkomsten in de VS in de heffing zijn betrokken. Voor de heffing van inkomstenbelasting worden natuurlijke personen die in Curaçao wonen op grond van artikel 1 in verbinding met artikel 3 LvIB belast voor hun totale wereldinkomen. Het is daarbij niet van belang, waar ter wereld dat inkomen is verkregen. Tot dit wereldinkomen behoren de onderhavige inkomsten uit arbeid. Dit betekent dat een situatie ontstaat van dubbele belastingheffing.

4.4

Het Gerecht gaat uit van de juistheid van de stelling van belanghebbende dat hij inkomsten uit dienstbetrekking heeft genoten. Op basis van het OESO-Modelverdrag komt het heffingsrecht met betrekking tot inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid in beginsel toe aan het bronland, in dit geval de VS. Het heffingsrecht met betrekking tot de interest inkomsten komt in beginsel toe aan de woonstaat, Curaçao. Het voorgaande betekent dat enkel met betrekking tot de inkomsten uit arbeid, de woonstaat voorkoming van dubbele belasting moet geven.

4.5

Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen dient op basis van het beleid voor deze inkomsten (NAf 52.900) een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te worden verleend. Dit betekent dat de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting met toepassing van de vrijstellingsmethode alsdan NAf 5.289 bedraagt.

Belastbaar inkomen: NAf 53.145

Bedrag der belasting NAf 5.314

Voorkoming dubbele belasting

52.900/53.145 x 5.314 NAf 5.289 -/-

NAf 25

De verschuldigde belasting dient op NAf 25 te worden vastgesteld.

4.6

Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond.

5 PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

5.1

In artikel 15, lid 2, van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, nr. CUR2016H00008, ECLI:NL: OGHACMB:2017:54).

5.2

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Ingevolge artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan in bijzondere omstandigheden van een forfaitaire proceskostenvergoeding worden afgeweken. Anders dan belanghebbende voorstaat vindt het Gerecht in dit geval geen aanleiding om af te wijken van de forfaitaire proceskostenvergoeding. De kosten worden berekend op NAf 700 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 1). Voor de zitting wordt geen punt toegekend omdat de zaak gezamenlijk is behandeld met de zaak met BBZ nr. CUR201702043.

5.3

De Inspecteur dient op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

6 DE BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de aanslag tot op NAf 25;

  • -

    veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 700; en

  • -

    draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en uitgesproken op 16 augustus 2019, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf. 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500