Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:117

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
01-03-2019
Datum publicatie
21-06-2019
Zaaknummer
575.00061/18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 575.00061/18

Uitspraak: 1 maart 2019 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2019. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. U.F. Dickens, advocaat te Curaçao.

De officier van justitie, mr. M. Dennaoui-Simon, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Haar vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 11 september 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 98 dagen.

De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd en ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging bepleit dat de bij vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 11 september 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 januari 2018, althans in of omstreeks de maand januari 2018 te Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, (twee) flessen whisky (van het merk Black Label), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ludwengelo Sambo en/of Van den Tweel Supermarket, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

(artikel 2:288 Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht – op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 13 januari 2018, althans in of omstreeks de maand januari 2018 te Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, (twee) flessen whisky (van het merk Black Label), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ludwengelo Sambo en/of Van den Tweel Supermarket, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaats is gelegen in Curaçao.

1.persoon 1] deed op 13 januari 2018 aangifte van diefstal. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

“Ik ben door de assistent manager van de Van den Tweel Supermarket Zeelandia, gevestigd aan de Kaya Jacob Posner nummer 28, gemachtigd om aangifte te doen van diefstal. Op 13 januari 2018 had mijn collega geconstateerd op camerabeelden hoe [verdachte] 2 flessen Johnnie Walker Black Label whisky had weggenomen en met deze uit het gebouw liep. Na zijn terugkomst verklaarde verdachte [verdachte] spontaan dat hij twee flessen Johnnie Walker Black Label whisky die geheel aan de supermarkt toebehoren wegnam. Ik heb niemand de toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.” 2

2.De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

“Het klopt dat ik op 13 januari 2018 bij Van den Tweel Supermarket Zeelandia twee flessen whisky heb weggenomen.” 3

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:288 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich aan winkeldiefstal schuldig gemaakt. In het verleden heeft de verdachte zich vaker aan dergelijke vermogensdelicten schuldig gemaakt en hij heeft daarvoor ook (onder meer) gevangenisstraffen gehad. Deze veroordelingen hebben de verdachte er niet van weerhouden opnieuw een soortgelijk feit te plegen. Sterker nog, de verdachte heeft het onderhavige feit gepleegd terwijl hij nog in de proeftijd liep van een voorwaardelijke veroordeling, ook voor diefstal. Dit een en ander rekent het Gerecht de verdachte zwaar aan.

Ondanks een daartoe strekkend reclasseringsadvies, ziet het Gerecht onvoldoende reden om een deels voorwaardelijke straf met daarbij als bijzondere voorwaarde een behandeling in Brasami op te leggen. Uit hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, blijkt dat er geen redelijke kans op succes bestaat van een dergelijke behandeling. De verdachte heeft zelf verklaard niet voor deze vorm van hulpverlening open te staan. Ook de op het eiland woonachtige kinderen van de verdachte zijn ten einde raad en weten niet meer wat zij met de verdachte aan moeten. Het door de verdachte geschetste scenario dat mogelijk een zoon de verdachte mee zal nemen naar Nederland, is te weinig concreet om daar gevolgen aan te kunnen verbinden.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder het is begaan dan ook niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

In strafverlagende zin weegt het Gerecht mee dat de verdachte meteen heeft toegegeven dat hij de flessen whisky heeft gestolen en dat hij de politie de vindplaats van die flessen heeft gewezen. Om die reden zal een lagere straf worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij vonnis van 11 september 2017 in de zaak met parketnummer 555.00237/17 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao de verdachte ter zake van diefstal veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 98 dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op 2 jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

Nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, is het Gerecht van oordeel dat de tenuitvoerlegging van deze straf dient te worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:26 en 2:288, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 4 (vier) maanden;

gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 555.00237/17 bij vonnis d.d. 11 september 2017 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf, te weten:

een gevangenisstraf van 98 (achtennegentig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. drs. S.M. van Lieshout, bijgestaan door mr. R.J. Gras (zittingsgriffier), en op 1 maart 2019 in tegenwoordigheid van voornoemde griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige – en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte – processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao (Recherche & Informatiedienst) d.d. 20 maart 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 20180320_123600 en de onderzoeksnaam “Van den Tweel”.

2 Proces-verbaal d.d. 13 januari 2018, bijlage 1.

3 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 1 maart 2019, zoals die in het proces-verbaal van die terechtzitting is weergegeven.