Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:111

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
25-02-2019
Datum publicatie
12-06-2019
Zaaknummer
CUR201800736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfrecht, geen vernietiging testament op grond van misbruik van omstandigheden (artikel 43 van boek 4 BW)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2019/188
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201800736

Vonnis d.d. 25 februari 2019

inzake

1 [eiseres sub 1],

2. [eiseres sub 2],

3. [eiser sub 3],

4. [eiser sub 4],

5. [eiser sub 5],

allen domicilie kiezend aan de Grebbelinieweg nr. 42/44 in Curaçao, ten kantore van mr. Larmonie,

eisers in conventie, gedaagden in reconventie,

gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

2. [gedaagde sub 2],

3. [gedaagde sub 3],

allen wonende te Curaçao,

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez.

Partijen zullen hierna (zowel in conventie als in reconventie) eisers en gedaagden genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het inleidend verzoekschrift met producties, op 6 maart 2018 ter griffie ingediend;

  • -

    de incidentele conclusie tot overlegging van boeken en bescheiden ex artikel 142 Rv, alsmede de incidentele conclusie tot voeging ex artikel 214 Rv;

  • -

    de conclusie van antwoord in incident;

  • -

    het vonnis in incident, waarin gedaagden sub 2 en 3 zijn toegelaten zich aan de zijde van gedaagde sub 1 te voegen en het verzoek ex artikel 142 Rv is afgewezen;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;

  • -

    de mondelinge behandeling op 15 januari 2019.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft op 15 januari 2019 plaatsgevonden in aanwezigheid van eisers en hun gemachtigde. Aan de zijde van de gedaagden is alleen Mason verschenen en haar gemachtigde. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.2.

Eisers zijn kinderen en erfgenamen van wijlen [naam 1] is overleden op 20 november 2017.

2.3.

De overledene was op 17 juli 1997 getrouwd met [gedaagde sub 1], op huwelijkse voorwaarden.

2.4.

Het laatste testament van overledene is van 12 december 2014. In dit testament zijn zowel eisers als gedaagden tot erfgenamen van [naam 1] benoemd.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    integrale vernietiging van het testament van 12 december 2014; en

  • -

    om gedaagde sub 1 te bevelen haar volledige medewerking te verlenen aan de doorhaling van de mogelijke inschrijving in de openbare registers van het kadaster van Curaçao en daarbij zorg te dragen dat de registergoederen (wederom) ten name wordt gesteld van de rechtmatige eigenaren;

  • -

    dat als gedaagde sub 1 toch weigerachtig blijft, dit vonnis in de plaats treedt van de te verlenen medewerking;

  • -

    doorhaling van de inschrijving van het bestreden testament, binnen dezelfde termijn, in de Centraal Testamentenregister van Curaçao te bevelen;

  • -

    gedaagde sub 1 te veroordelen in de algehele proceskosten aan de zijde van eisers gevallen, inclusief de griffierechten.

3.2.

Eisers leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. Het testament van 12 december 2014 moet vernietigd worden omdat het onder invloed van een wilsgebrek en/of misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.

3.3.

Gedaagden betwisten het standpunt van eisers en vorderen in reconventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht te verklaren dat het testament van 12 december 2014 rechtsgeldig is;

  2. eisers te bevelen mee te werken aan de afwikkeling van de onverdeelde boedel , hetgeen inhoudt dat zij het werk van de executeur testamentair (Shendly Osepa) op geen enkele wijze zullen verhinderen en alle goederen behorende tot de onverdeelde boedel aan hem zullen afdragen, zich zullen onthouden van het innen van de huren van de tot de onverdeelde boedel behorende panden ([adres] [nr]A, C en D) en alle medewerking te verlenen opdat de executeur testamentair de huur kan innen, op straffe van een dwangsom van NAf 5.000,- per dag of dagdeel dat zij dit nalaten;

  3. Eiser 5 te veroordelen tot betaling van de door hem geinde huren van de appartementen [adres] [nr]A (NAf 750,- per maand), [adres] [nr]C (NAf 450,- per maand) en [adres] [nr]D (NAf 400,- per maand), berekend vanaf 20 november 2017 tot en met de dag der algehele voldoening, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het vervallen van iedere termijn tot en met de dag der algehele voldoening, met de bepaling dat deze sommen geld aan de boedel (aan de executeur testamentair) verschuldigd zijn;

  4. Eiser 5 te bevelen tot ontruiming van de woning plaatselijk bekend als [adres] [nr]B, met medeneming van alle zijnen en de woning in goede staat en schoon achterlatende, op straffe van een dwangsom ten faveure van [gedaagde sub 1] van NAf 2.500,- voor iedere dag of dagdeel dat hij nalaat te voldoen aan het bevel van het Gerecht;

  5. Eiser 5 te veroordelen tot betaling van NAf 1.000,- per maand aan gebruiksvergoeding voor het gebruik van de woning te [adres] [nr]B, berekend vanaf juli 2017 tot en met de dag dat de woning zal zijn ontruimd;

  6. Eisers 3, 4 en 5 te verbieden zich te begeven binnen een straal van 500 meter van (1) [adres 1], (2) de appartementen te [adres] [nr] A, B, C en D, (3) gedaagde 1, (4) gedaagde 2 en (5) gedaagde 3, en/of enig contact te hebben met (a) de huurders van de appartementen te [adres] [nr], A, B, C en D, (b) gedaagde 1, (c) gedaagde 2 en (d) gedaagde 3, onder verbeurte van een dwangsom;

  7. Eisers hoofdelijk te veroordelen in de kosten zowel in conventie als in reconventie, met de bepaling dat de wettelijke rente verschuldigd zal zijn over de kostenveroordeling.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De vordering in conventie

4.1.

Eisers stellen dat het testament van 12 december 2014 onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen. Gedaagde 1 zou misbruik gemaakt hebben van de slechte fysieke toestand van haar echtgenoot, hij was zo goed als blind en hij was in de war, aldus eisers.

4.2.

In artikel 4:43 lid 1 BW staat het volgende:

Niet vatbaar voor vernietiging op de grond dat zij door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen is een uiterste wilsbeschikking getroffen ten voordele van iemand die bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, stief- of pleegkind van de erflater is. Evenmin is vatbaar voor vernietiging op de grond dat zij door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen een uiterste wilsbeschikking ten voordele van een echtgenoot of een andere levensgezel met wie de erflater samenleefde als waren zij gehuwd, (…). Gedaagde 1 en de erflater waren sinds 17 juli 1997 getrouwd. Op grond van het in dit artikellid bepaalde is het testament dus niet vatbaar voor vernietiging op de door eisers aangevoerde gronden. Hieruit volgt de conclusie dat het door eisers gevorderde zal worden afgewezen.

De vordering in reconventie

4.3.

Voorgaande betekent voorts dat de vorderingen onder A en B van gedaagden kunnen worden toegewezen. De patstelling tussen partijen die is veroorzaakt door het verschil van mening over de geldigheid van het testament is hiermee als het goed is doorbroken. De onder B gevorderde dwangsom zal daarom niet worden toegewezen. De noodzaak van het opleggen van een dwangsom bij deze huidige stand van zaken is immers (nog) niet gebleken.

4.4.

De eis in reconventie onder C, D en E zal worden afgewezen. Dit onderdeel van de vordering loopt vooruit op de resultaten van de afwikkeling van de boedelverdeling.

4.5.

Het onder F gevorderde contactverbod wordt ook afgewezen. Een dergelijk verbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te bewegen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet daarom sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Deze omstandigheden zijn door gedaagden niet in voldoende mate gesteld. In het verleden zijn weliswaar incidenten geweest tussen partijen, maar niet is gebleken dat de huidige omstandigheden dusdanig ernstig zijn, dat dit de beperking van een contactverbod rechtvaardigt.

De vorderingen in conventie en reconventie

4.6.

Eisers zullen als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op NAf 3.750,- aan gemachtigdensalaris (zijnde 3 punten ad tarief 5). In reconventie zullen eisers eveneens in de proceskosten van gedaagden worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op NAf 1.000,- gezien de samenhang met de conventie en het gegeven dat een deel van de vordering in reconventie is afgewezen.

5 De beslissing

Het Gerecht:

In conventie

5.1.

wijst af de vordering;

In reconventie

5.2.

verklaart voor recht dat het testament van de erflater van 12 december 2014 rechtsgeldig is;

5.[nr]. beveelt eisers (in conventie) mee te werken aan de afwikkeling van de onverdeelde boedel (nalatenschap [naam 1]), hetgeen inhoudt dat zij het werk van de executeur testamentair (Shendly Osepa) op geen enkele wijze zullen verhinderen en alle goederen behorende tot de onverdeelde boedel aan hem zullen afdragen, zich zullen onthouden van het innen van de huren van de tot de onverdeelde boedel behorende panden ([adres] [nr]A, C en D) en alle medewerking te verlenen opdat de executeur testamentair de huur kan innen;

5.4.

wijst af het meer of anders gevorderde;

In conventie en reconventie

5.5.

veroordeelt eisers (in conventie) hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op NAf 4.750,- en bepaalt dat hierover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn vanaf twee weken na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

5.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma, rechter, en op 25 februari 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.