Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2019:100

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
17-05-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
Lar CUR201703621
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet-verschuldigbare termijnoverschrijding. De datum van ontvangst van het bestreden besluit vormt geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

in het geding tussen:

[eiseres],

wonend in Nederland, domicilie kiezend in Curaçao,

eiseres,

en

de Sociale Verzekeringsbank,

verweerster,

gemachtigde: mr. M. Bonafasia, werkzaam bij verweerster.

Procesverloop

Bij beschikking van 10 mei 2017 heeft verweerster op de aan eiseres toegekende pensioenuitkering met ingang van 1 januari 2017 een korting van 10% toegepast en die nader vastgesteld op NAf 137,80. Voorts heeft verweerder daarbij bepaald dat eiseres vanaf 2016 niet in aanmerking komt voor een kerstgratificatie.

Bij beschikking van 1 november 2017, aangetekend verzonden op 8 november 2017, (het bestreden besluit), heeft verweerster het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerster heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.

De openbare behandeling ter zitting van het Gerecht heeft plaatsgevonden op 10 april 2019. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt aan op de dag na die waarop de beschikking is gegeven. Op grond van het tweede lid geldt als de dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, de dag waarop deze is gegeven. Op grond van het vierde lid blijft, wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kan worden.

2. Ambtshalve dient het Gerecht de ontvankelijkheid van het beroep te beoordelen.

Gebleken is dat verweerster het bestreden besluit op 8 november 2017 aan het juiste adres van eiseres heeft gezonden. De beroepstermijn liep derhalve van 9 november tot 21 december 2017. Eiseres heeft beroep ingesteld bij beroepschrift gedateerd op 22 december 2017, dat niet eerder dan op 9 januari 2019 bij het Gerecht is ingekomen. Zij heeft dan ook het beroep niet tijdig ingediend.

Dat naar eiseres heeft gesteld, zij het bestreden besluit op 25 november 2017 heeft ontvangen, laat onverlet dat zij toen nog voldoende tijd had om binnen de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen. De datum van ontvangst van het bestreden besluit vormt dan ook geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding. Nu daarvan ook overigens niet is gebleken, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding.

3. Het Gerecht wijst eiseres op zijn uitspraak van 14 januari 2019, gepubliceerd ECLI:NL:OGEAC:2019:6, waarbij het in een vergelijkbare casus wel een inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de ook door eiseres opgeworpen rechtsvragen. Die werden in die zaak niet op de door eisers voorgestane wijze beantwoord.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.

Beslissing

Het Gerecht verklaart het beroep van eiseres niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mrs. D. Haan, voorzitter, en J. Sybesma en L.C. Hoefdraad, leden, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019, in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.