Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:98

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
07-03-2018
Datum publicatie
23-05-2018
Zaaknummer
KG CUR201800255
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nakoming Overeenkomst - verstek - beroep vereenzelviging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS IN KORT GEDING

In de zaak van:

[EISER],

wonende in Curaçao,

eiser,

gemachtigden: mrs. E.R. de Vries en G.D. Maria,

--tegen--

1 [GEDAAGDE SUB 1],

wonende in Curaçao,

2. de besloten vennootschap IFUSION ICT B.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagden,

beiden niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde sub 1] en iFusion, althans gezamenlijk gedaagden, genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1. [

eiser] heeft op 25 januari 2018 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 14 februari 2018 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij [eiser] is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigden voornoemd. Voor zowel [gedaagde sub 1] als iFusion is niemand verschenen. De griffier heeft getracht telefonisch contact te leggen met [gedaagde sub 1] echter zijn telefoon is doorgeschakeld op voicemail. Bij de oproeping zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat op die grond verstek aan [gedaagde sub 1] en iFusion is verleend.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1. [

eiser] heeft, ten behoeve van Madero Ocean Club, in april 2017 een aanbod tot levering van beveiligingscamera’s en de daarbij behorende onderdelen, voor een bedrag van NAf 21.158,63, aanvaard. Blijkens de factuur, die op naam staat van iFusion ICT B.V. (hierna: iFusion), diende de levering uiterlijk 6 juni 2017 plaats te vinden. Betaling van het overeengekomen bedrag moest plaatsvinden op de privébankrekening van [gedaagde sub 1], eigenaar/bestuurder van iFusion.

2.2.

Ondanks betaling door [eiser], is tijdige levering achterwege gebleven.

2.3.

Bij brief van 12 december 2017 is [gedaagde sub 1] namens [eiser] aangemaand tot deugdelijke levering van bedoelde camera’s binnen zeven (7) dagen na dagtekening van de brief. Ook na de aanmaning is (volledige) levering uitgebleven.

3 Het geschil

3.1. [

eiser] heeft het Gerecht verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde sub 1] en iFusion te bevelen hoofdelijk, des dat de een presteert, de ander zal zijn bevrijd, om binnen twee (2) dagen na datum van het in deze te wijzen vonnis de overeengekomen beveiligingscamera’s, voor zover deze nog niet zijn geleverd, tegen bewijs van ontvangst aan [eiser] te doen afleveren, zulks op straffe van een door [gedaagde sub 1] en iFusion aan [eiser] te verbeuren dwangsom van
NAf 5.000,00 per dag, een gedeelte van een dag tot een gehele dag gerekend, dat het te geven bevel niet mocht worden nageleefd, met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente indien de proceskosten niet binnen 14 dagen na de datum van het te wijzen vonnis zijn betaald.

3.2. [

eiser] heeft, naar het Gerecht begrijpt, aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde sub 1] en iFusion toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat de beveiligingscamera’s nog niet geleverd zijn.

3.3. [

gedaagde sub 1] en iFusion zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de zaak.

4.2.

De vordering jegens iFusion is, nu deze niet is weersproken, het Gerecht deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en niet is gebleken dat levering van de camera’s onmogelijk zou zijn, toewijsbaar behoudens ten aanzien van de dwangsom en de termijn van de levering van de beveiligingscamera’s. De dwangsom zal, op de hierna te melden wijze, worden gematigd en gemaximeerd. Voor wat betreft de levering van de beveiligingscamera’s stelt het Gerecht een termijn van twee weken na de betekening van dit vonnis, nu twee dagen, zoals gesteld in de vordering van [eiser], een te korte termijn is voor de hoeveelheid camera’s die geleverd moeten worden..

4.3.

Voor wat betreft de vordering jegens [gedaagde sub 1] overweegt het Gerecht het volgende. Blijkens de tenaamstelling van de factuur heeft [eiser] [gedaagde sub 1] gecontracteerd in zijn hoedanigheid als (managing) director van iFusion, een bedrijf gespecialiseerd in de handel en kennis van producten ter zake van elektrotechniek, telecommunicatie, datacommunicatie, internet en automatisering in de ruimste zin des woords. Daaronder valt ook het leveren van beveiligingscamera’s. Dat betaling van de factuur ter zake de levering van die beveiligingscamera’s op de privébankrekening van [gedaagde sub 1] diende plaats te vinden, is in het licht van het voorgaande naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende om te spreken van ‘uitzonderlijke omstandigheden’ die een beroep op vereenzelviging zouden rechtvaardigen. Voorts is, ook binnen het beperkte kader van een kort geding-procedure, door [eiser] onvoldoende gemotiveerd dat het communiceren door [gedaagde sub 1] vanuit een ander e-mailadres de conclusie zou rechtvaardigen dat de ondernemingsactiviteiten van iFusion zouden zijn beëindigd en zijn voortgezet door een andere rechtspersoon met het doel schuldeisers, waaronder [eiser], te benadelen. Het gestelde en ongemotiveerde vermoeden dat iFusion geen verhaal biedt is daartoe niet voldoende.

5 De beslissing

Het Gerecht:

rechtdoende in kort geding

- veroordeelt iFusion om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan [eiser] de overeengekomen en nog niet geleverde beveiligingscamera’s te leveren;

- veroordeelt iFusion om aan [eiser] een dwangsom te betalen van NAf 250,00 voor elke dag dat zij geen uitvoering geeft aan de veroordeling tot levering van de beveiligingscamera’s, na twee weken na de betekening van dit vonnis, met een maximum van in totaal NAf 25.000,00;

- veroordeelt iFusion in de proceskosten aan de zijde van [eiser] gevallen en tot op heden begroot op NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris, NAf 450,00 aan griffiekosten alsmede NAf 377,95 aan betekeningskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. S.M. Christiaan en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2018.