Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:70

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
09-04-2018
Datum publicatie
08-05-2018
Zaaknummer
CUR201300065, CUR201601374, CUR201601543
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

nietigheid rechtshandeling tot verkrijging door advocaat van vordering tijdens aanhangigheid geding, paulianeus handelen, wetenschap, benadeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak met nummer CUR201300065 van:

de naamloze vennootschap

ZAHAVI & LUTJENS N.V.,

gevestigd in Curaçao,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in conventie in de tussenkomst,

eiseres in reconventie in de tussenkomst,

gemachtigde: mr. D.D. Zahavi,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

IDEALFX LIMITED,

gevestigd in het Verenigd Koninkrijk,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

gemachtigde: aanvankelijk mr. D.D. Zahavi, thans niet meer vertegenwoordigd,

in welk geding zijn tussengekomen:

de naamloze vennootschap

FIRST CURACAO INTERNATIONAL BANK N.V.,

gevestigd in Curaçao,

eiseres in conventie in de tussenkomst,

verweerster in reconventie in de tussenkomst,

gemachtigde: mr. D.M. Douwes,

en

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

SYSTEM 1 TRADING LIMITED (IN LIQUIDATION),

gevestigd in het Verenigd Koninkrijk,

eiseres in conventie in de tussenkomst;

verweerster in reconventie in de tussenkomst,

en

[NAAM], handelend in zijn hoedanigheid van curator van

SYSTEM 1 TRADING LIMITED (IN LIQUIDATION),

kantoorhoudende in het Verenigd Koninkrijk,

gemachtigden: mr. J. Eichhorn, mr. M.Th. Aanstoot en mr. N.E. Soon,

en in de zaak met nummer CUR201601374 van:

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

OWL LIMITED (IN LIQUIDATION),

en

[NAAM], handelend in zijn hoedanigheid van curator van

OWL LIMITED (IN LIQUIDATION),

gevestigd respectievelijk kantoorhoudende in het Verenigd Koninkrijk,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

gemachtigden: mr. M.T. Aanstoot, mr. J. Eichhorn en mr. N.E. Soon,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van Spanje

DANTEC ENTERPRISES S.L.,

gevestigd te Barcelona,

niet verschenen,

en

de naamloze vennootschap

ZAHAVI & LUTJENS N.V.,

gevestigd in Curaçao,

verweerster in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. D.D. Zahavi,

en in de zaak met rolnummer CUR201601543:

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

SYSTEM 1 TRADING LIMITED (IN LIQUIDATION),

gevestigd in het Verenigd Koninkrijk,

eiseres in conventie;

verweerster in reconventie,

en

[NAAM], handelend in zijn hoedanigheid van curator van

SYSTEM 1 TRADING LIMITED (IN LIQUIDATION),

kantoorhoudende in het Verenigd Koninkrijk,

gemachtigden: mr. M.Th. Aanstoot en mr. N.E. Soon,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

IDEALFX LIMITED,

gevestigd in het Verenigd Koninkrijk,

gedaagde,

niet verschenen,

en

de naamloze vennootschap

ZAHAVI & LUTJENS N.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. D.D. Zahavi.

Partijen worden aangeduid als ZL, IdealFX, FCIB, System Trading, [naam], Owl en Dantec. System Trading en [naam] respectievelijk Owl en [naam] worden ook gezamenlijk (in mannelijk enkelvoud) aangeduid als [naam] c.s.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop in de zaak CUR201300065 blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 12 september 2016 en de daarin genoemde stukken;

- de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie in de tussenkomst;

- de conclusie van antwoord in reconventie in de tussenkomst;

- de conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie in de tussenkomst;

- de conclusie van dupliek reconventie in de tussenkomst.

1.2.

Het gerecht heeft kennis genomen van de e-mails van mr. Zahavi van 30 januari 2017 en van mr. Douwes van 13 februari 2017, waaruit blijkt dat het geschil tussen ZL en IdealFX en het geschil tussen FCIB en ZL is ingetrokken, kennelijk zonder dat een beslissing omtrent de proceskosten nodig wordt gevonden. In het hierna volgende vonnis spelen deze geschillen daarom geen rol meer. Het gerecht zal in het dictum volledigheidshalve melding maken van deze intrekkingen.

1.3.

Het procesverloop in de zaak CUR201601374 blijkt uit:

- het verzoekschrift van 29 februari 2016;

- de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie;

- de conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie/repliek in conventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.4.

Het procesverloop in de zaak CUR201601543 blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 19 december 2016 en de daarin genoemde stukken;

- de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie;

- de conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie/repliek in conventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.5.

In alle drie de zaken heeft op 27 februari 2018 een pleidooizitting plaatsgevonden, bij welke gelegenheid ZL pleitnota’s heeft overgelegd. Ter voorbereiding op deze zitting heeft ZL tevens aanvullende producties in het geding gebracht. Ter zitting hebben [naam], IdealFX en System Trading producties overgelegd.

2 De feiten

in alle procedures

2.1.

In het eerste decennium van deze eeuw heeft zich een grootschalige BTW-belastingfraude voorgedaan. Het betrof hier zogenoemde MTIC-fraude (“Missing Trader Intra Community Fraud”). De Engelse belastingdienst heeft als gevolg van die fraude BTW-inkomsten gederfd. Het aan het licht komen van deze fraude heeft geleid tot strafrechtelijke onderzoeken in Engeland en Nederland.

2.2.

Geldverkeer dat plaatsvond in het kader van die BTW-fraude liep (mede) via rekeningen die bij FCIB werden aangehouden. Verschillende vennootschappen die bij de fraude betrokken waren hebben tegoeden op rekeningen bij FCIB.

2.3.

In 2006 is in verband met de BTW-fraude ten aanzien van FCIB de noodregeling als bedoeld in artikel 28 Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen uitgesproken. Sindsdien oefent de (rechtsvoorganger van de) Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: CBCS) toezicht uit op FCIB.

2.4.

In het kader van het onderzoek naar de herkomst van de tegoeden op de FCIB-rekeningen van een aantal vennootschappen, heeft FCIB die tegoeden geblokkeerd en geweigerd tot uitkering over te gaan.

2.5.

Bestuurder van ZL is mr. D.D. Zahavi (hierna: Zahavi). Zahavi is ingeschreven als advocaat bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.6.

Vanaf 2006 heeft Zahavi als procesgemachtigde voor een groot aantal (buitenlandse) vennootschappen (kortgeding)procedures aanhangig gemaakt tegen FCIB en CBCS.

in de procedures CUR201300065 en CUR201601543

2.7.

IdealFX is een geldwisselkantoor. In het kader van haar bedrijfsvoering ontvangt zij gelden van derden die zij tijdelijk stort op een door haar aangehouden bankrekening. IdealFX is rekeninghouder bij FCIB.

2.8.

System Trading heeft deelgenomen aan de BTW-fraude. Zij heeft als gevolg daarvan een grote schuld aan de Britse belastingdienst opgebouwd ter zake van ten onrechte niet afgedragen BTW. System Trading verkeert thans in liquidatie. In zijn hoedanigheid van liquidator behartigt [naam] de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van System Trading, van wie de belastingdienst de grootste is.

2.9.

System Trading heeft haar klanten geïnstrueerd betalingen niet aan haar te doen, maar aan een vennootschap genaamd Goldphone SL (hierna: Goldphone).

2.10.

In 2006 heeft Goldphone een bedrag van £ 130.331,23 op de rekening van IdealFX bij FCIB overgemaakt.

2.11.

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 6 januari 2009 een tussenvonnis gewezen (ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH0575) in een procedure tussen IdealFX (met Zahavi als gemachtigde) en CBCS over de vraag of CBCS als toezichthouder van FCIB gehouden was het tegoed van IdealFX bij FCIB vrij te geven. Aan het vonnis van het Hof ging, blijkens datzelfde vonnis, een vonnis van het gerecht in eerste aanleg vooraf van 18 augustus 2008 (waarin genoemde vraag ontkennend is beantwoord).

2.12.

In 2010 heeft IdealFX (bijgestaan door Zahavi als gemachtigde) een vordering bij het gerecht ingesteld tegen CBCS. Zij heeft gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat CBCS als toezichthouder onrechtmatig handelt door te weigeren om een deel van het door IdealFX bij FCIB aangehouden tegoed uit te keren. Bij vonnis van 8 augustus 2011 heeft het gerecht deze vordering toegewezen. Ook heeft het gerecht CBCS veroordeeld om ervoor zorg te dragen dat binnen zes maanden 75% van het tegoed van IdealFX wordt uitbetaald op de derdengeldrekening van ZL.

2.13.

FCIB heeft ingevolge dit vonnis een bedrag van (afgerond) £ 3,2 miljoen vanaf de rekening van IdealFX uitgekeerd.

2.14.

Een op 22 augustus 2012 tussen IdealFX en ZL opgemaakte “Deed of Assignment” luidt voor zover van belang als volgt:

WHEREAS:

[…]

- The Assignor and the Assignee have agreed in August 2008 that 28% and in December 2011 that a further 20% making a total of 48% of the funds that Assignor holds with FCIB will be assigned to the Assignee;

[…]

IT IS HEREBY AGREED AS FOLLOWS:

1. The Assignor irrevocably and unconditionally assigns to the Assignee a total of 48% […] of any and all funds that the Assignor holds with FCIB […]

2.15.

Bij brief van 22 augustus 2012 heeft ZL FCIB omtrent deze cessie geïnformeerd.

2.16.

Een tussen IdealFX en ZL opgemaakte cessieakte van 15 november 2012 vermeldt dat IdealFX aan ZL een bedrag van £ 222.300 overdraagt, welk bedrag deel uitmaakt van het bedrag dat IdealFX heeft gestort op een escrowrekening van een notaris te Curaçao.

2.17.

Bij vonnis van 3 december 2012 heeft The High Court of Justice in Engeland Goldphone veroordeeld tot betaling aan [naam] c.s. van £ 3.225.843,44.

2.18.

Bij vonnis van 11 juli 2013, gewezen in een geschil tussen [naam] c.s. als eisers en Goldphone en IdealFX als gedaagden, heeft The High Court of Justice voor recht verklaard dat het saldo op de rekening van IdealFX bij FCIB economisch eigendom is van Goldphone.

2.19.

Bij vonnis van 30 januari 2015 heeft The High Court of Justice IdealFX bevolen om het bedrag op haar rekening bij FCIB over te maken naar de rekening van de advocaat van [naam] c.s. en voorts voor recht verklaard dat deze overmaking zal gelden als betaling op de vordering van [naam] c.s. op Goldphone.

2.20.

Ter zake de Engelse vonnissen van 11 juli 2013 en 30 januari 2015 heeft het gerecht bij beschikking van 7 januari 2016 exequatur verleend.

2.21.

Bij brief van zijn gemachtigden van 19 november 2015 aan IdealFX en ZL heeft [naam] c.s. zich op het standpunt gesteld dat de cessie van 22 augustus 2012 nietig is, althans hebben zij die cessie vernietigd. Als reden voeren zij onder andere aan dat een geldige titel voor de cessie ontbreekt, dat de cessie in strijd is met de goede zeden, dat de cessie nietig is op grond van artikel 3:43 BW en dat deze vernietigbaar is op grond van artikel 3:45 BW.

2.22.

Een vergelijkbare brief heeft [naam] c.s. op 28 januari 2016 aan IdealFX en ZL gestuurd ter zake de cessie van 15 november 2012.

2.23.

[naam] c.s. heeft ter zake de vorderingen op IdealFX zowel ten laste van FCIB als ten laste van de notaris conservatoir en executoriaal beslag gelegd.

2.24.

Thans houdt FCIB nog een bedrag van £ 1.066.068,84 van IdealFX onder zich. Op de derdengeldrekening van de notaris bevindt zich een bedrag van £ 585.000.

in de procedure CUR201601374

2.25.

Owl en Dantec zijn beiden betrokken bij de BTW-fraude.

2.26.

Dantec is een van de vennootschappen die een tegoed heeft op een rekening bij FCIB. Het tegoed beloopt ongeveer £ 2,5 miljoen.

2.27.

Bij vonnis in kort geding van 16 februari 2007 heeft het gerecht afwijzend beslist op de vordering van 124 eisers, onder wie Owl en Dantec, om CBCS te veroordelen ervoor te zorgen dat FCIB de tegoeden van de eisers bij die bank vrijgeeft. Het gerecht heeft in dat verband overwogen dat blijkens een verklaring van CBCS pas tot uitkering kan worden overgegaan als aan enkele voorwaarden is voldaan, waaronder een nader onderzoek naar transacties tussen rekeninghouders onderling dat tot de conclusie heeft geleid dat redelijkerwijs niet aan de legale herkomst van het geld kan worden getwijfeld. Eisers in deze procedure werden bijgestaan door Zahavi.

2.28.

Op 18 augustus 2011 heeft Dantec (bijgestaan door Zahavi als gemachtigde) een vordering bij het gerecht ingesteld tegen FCIB. Deze vordering behelst onder andere een verklaring voor recht dat FCIB de gelden van Dantec op de rekening bij FCIB dient vrij te geven.

2.29.

Een “Deed of Assignment” van 22 november 2011, opgesteld tussen Dantec en ZL, luidt voor zover van belang als volgt:

WHEREAS:

  • -

    The Company holds certain funds with [FCIB];

  • -

    The Company wishes to irrevocably and unconditionally assign to the Assignee 33,33% […] of the funds that the Company holds with the FCIB.

IT IS HEREBY AGREED AS FOLLOWS:

1. The Company irrevocably and unconditionally assigns to the Assignee 33,33% […] of any and all funds that the Company holds with the FCIB in the account with number […];

2.30.

Bij brief van 11 april 2012 heeft Zahavi FCIB geïnformeerd over deze cessie.

2.31.

Op 10 april 2014 heeft [naam] c.s. conservatoir beslag doen leggen onder FCIB ten laste van Dantec. Bij vonnis van 2 juni 2015 heeft dit gerecht, oordelend in kort geding, de vordering van ZL tot opheffing van dit beslag afgewezen.

2.32.

Bij brief van 19 mei 2015 aan Dantec en ZL heeft [naam] c.s. zich op het standpunt gesteld dat de in 2.29 bedoelde cessie nietig is, althans heeft hij die cessie vernietigd. Als reden voert hij onder andere aan dat een geldige titel voor de cessie ontbreekt, dat de cessie in strijd is met de goede zeden, dat de cessie nietig is op grond van artikel 3:43 BW en dat deze vernietigbaar is op grond van artikel 3:45 BW.

2.33.

Bij vonnis van The High Court of Justice van 19 augustus 2015, gewezen in een geschil tussen c.s. als eiser en Dantec als verweerder, is laatstgenoemde veroordeeld tot betaling van afgerond £ 8,3 miljoen.

2.34.

FCIB heeft het bedrag op de rekening van Dantec nog niet vrijgegeven.

3 Het geschil

3.1.

In de zaak CUR201300065 vordert [naam] c.s. in de tussenkomst (in conventie) bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort samengevat het volgende:

  1. a. een verklaring voor recht dat de cessies van 22 augustus 2012 en 15 november 2012 nietig althans vernietigd zijn;

    b. subsidiair deze alsnog te vernietigen;

    c. meer subsidiair te bepalen dat IdealFX en ZL op die cessie geen beroep kunnen doen;

  2. afwijzing van de vordering van ZL op IdealFX;

  3. ZL te bevelen betalingsbewijs over te leggen ter zake de betaling door ZL aan IdealFX van het ingevolge het vonnis van 8 augustus 2011 op de derdengeldrekening gestorte bedrag;

  4. a. IdealFX te bevelen aan [naam] c.s. te betalen het bedrag waarop hij ingevolge de gelegde beslagen en het exequatur ter zake de rekening bij FCIB en de escrowrekening bij de notaris aanspraak heeft;

    b. subsidiair IdealFX te veroordelen aan [naam] c.s. te betalen al hetgeen de notaris en FCIB onder zich houden voor IdealFX;

    c. des dat de ene gedaagde betaalt, de ander zal zijn bevrijd;

  5. IdealFX te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat de notaris, FCIB dan wel ZL overgaan tot betaling aan [naam] c.s.;

  6. a. ZL te veroordelen aan [naam] c.s. te betalen het bedrag waarop hij ingevolge de beslagen en het exequatur aanspraak heeft;

    b. subsidiair ZL te veroordelen om uit het het escrowbedrag en het saldo van IdealFX bij FCIB datgene te betalen waarop [naam] c.s. aanspraak heeft uit hoofde van het exequatur;

    c. des dat de ene gedaagde betaalt, de ander zal zijn bevrijd;

  7. ZL te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat de notaris, FCIB dan wel IdealFX overgaan tot betaling aan [naam] c.s.;

  8. Ideal FX en ZL hoofdelijk te veroordelen om het op basis van het vonnis van 8 augustus 2011 uitbetaalde bedrag terug te storten op de rekening van IdealFX bij FCIB;

  9. IdealFX en ZL te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

ZL voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [naam] c.s. in de proceskosten.

3.3.

In de zaak CUR201300065 heeft ZL haar vordering in de tussenkomst (in reconventie) bij pleidooi ingetrokken.

3.4.

[naam] c.s. heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, kosten rechtens.

3.5.

In de zaak CUR201601543 vordert [naam] c.s., bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in conventie hetzelfde als vermeld in 3.1, met uitzondering van het vermelde sub 3 en sub 8.

3.6.

IdealFX heeft geen verweer gevoerd.

3.7.

ZL voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [naam] c.s., met zijn veroordeling in de proceskosten.

3.8.

In de zaak CUR201601543 heeft ZL haar vordering in reconventie bij pleidooi ingetrokken.

3.9.

[naam] c.s. heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, kosten rechtens.

3.10.

In de zaak CUR201601374 vordert [naam] c.s. in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hetzelfde als vermeld in 3.1, met uitzondering van het vermelde sub 3 en sub 8, en met dien verstande dat de vorderingen in de onderhavige procedure betrekking hebben op Dantec en de cessie van 22 november 2011.

3.11.

Dantec heeft geen verweer gevoerd.

3.12.

ZL voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Owl en [naam], met hun veroordeling in de proceskosten.

3.13.

In de zaak CUR201601374 vordert ZL n reconventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, een verklaring voor recht dat de akte van cessie van 22 november 2011 rechtsgeldig is, met veroordeling van [naam] c.s. in de proceskosten, inclusief de nakosten.

3.14.

[naam] c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, kosten rechtens.

4 De beoordeling

in alle procedures

4.1.

De (internationale) bevoegdheid van het gerecht staat ten aanzien van de vordering tegen ZL, gelet op haar plaats van vestiging, terecht niet ter discussie. Met de bevoegdheid ten aanzien van de vordering op ZL is ook de bevoegdheid ten aanzien van de vordering op IdealFX gegeven alsmede bevoegdheid in de tussenkomst en in de reconventie (vergelijk artikel 103 Rv).

4.2.

Partijen hebben zich niet expliciet uitgelaten over het recht dat op hun rechtsverhouding(en) van toepassing is. Het gerecht constateert echter dat partijen aan beide zijden, voor zover verschenen, in hun stellingnamen klaarblijkelijk uitgaan van het Curaçaose recht. Zij refereren immers beiden expliciet aan de artikelen uit het hier te lande geldende Burgerlijk Wetboek voor wat betreft de vereisten voor een rechtsgeldige overdracht en de aantasting van een rechtshandeling alsook aan de op die artikelen gebaseerde jurisprudentie. Het gerecht leidt hieruit af dat partijen hun geschil naar Curaçaos recht beoordeeld willen zien worden. Dat recht is daarom van toepassing.

in de procedure CUR201601543

- in conventie

4.3.

Aanleiding voor de onderhavige procedure is kennelijk dat [naam] c.s. zich in het kader van de liquidatie van System Trading op grond van de hiervoor genoemde Engelse vonnissen wil verhalen op het saldo van IdealFX bij FCIB, maar zich geconfronteerd ziet met het standpunt van ZL dat een deel van dat saldo aan haar is overgedragen. De in deze procedure ingestelde vorderingen strekken er klaarblijkelijk toe dat in rechte komt vast te staan dat IdealFX en ZL geen beroep kunnen doen op deze cessie, zodat [naam] c.s. zich alsnog op het tegoed van IdealFX bij FCIB kan verhalen, althans zonder in dat verband rekening te hoeven houden met eventuele aanspraken van ZL.

4.4.

ZL heeft zich bij conclusie van antwoord primair op het standpunt gesteld dat zij door middel van een rechtsgeldige cessie een deel van de vordering van IdealFX op FCIB heeft overgedragen gekregen en dat de rechtsgeldigheid van die cessie niet wordt aangetast door de door [naam] c.s. aangevoerde gronden. Bij conclusie van repliek heeft ZL evenwel aangevoerd dat zij geen aanspraak meer maakt “op de door IdealFX aan haar verstrekte cessies” en ook niet op het tegoed van IdealFX op de FCIB-rekening noch op het saldo van de escrow-rekening bij de notaris. [naam] c.s. heeft om die reden geen belang meer bij zijn vordering, aldus ZL. Zij heeft dit standpunt bij pleidooi herhaald.

4.5.

Het gerecht volgt ZL niet in dit betoog. ZL kan er weliswaar om haar moverende redenen voor kiezen om zich niet langer op het bestaan van de cessies te beroepen, maar dat impliceert niet dat die cessies (volgens haar) nooit hebben plaatsgevonden. Uit haar stellingname volgt integendeel dat zij nog altijd van mening is dat de cessies wel degelijk hebben plaatsgevonden en ook onaantastbaar zijn. Zowel in haar conclusie van dupliek als bij pleidooi heeft zij immers – subsidiair – uitvoerig haar standpunt herhaald dat de cessies rechtsgeldig zijn. Niet uitgesloten kan dus worden dat ZL dit verweer bij een andere gelegenheid in rechte weer wel voert. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de (beweerdelijk) aan ZL overgedragen vordering intussen aan een derde is overgedragen. [naam] c.s. heeft er dus belang bij dat het bestaan en/of rechtsgeldigheid van de cessies in rechte wordt beoordeeld.

de cessie van 22 augustus 2012 (de vordering op FCIB)

4.6.

Het meest verstrekkende standpunt van [naam] c.s. behelst een beroep op artikel 3:83 lid 2 BW. Volgens [naam] c.s. is geen rechtsgeldige cessie tot stand gekomen, omdat IdealFX heeft gehandeld in strijd met het in de algemene voorwaarden van FCIB opgenomen vereiste dat vooraf toestemming van FCIB moest zijn verkregen alvorens tot cessie over te gaan. Dit betoog faalt op grond van de navolgende overwegingen.

4.7.

De overdraagbaarheid van een vordering kan door middel van een beding tussen schuldeiser en schuldenaar worden uitgesloten. Of het desbetreffende beding daadwerkelijk die strekking heeft (en niet slechts beoogt een obligatoire verbintenis van de betrokken rekeninghouder in het leven te roepen om niet dan met toestemming van de bank zijn vordering aan een derde over te dragen), moet door middel van uitleg worden bepaald. Nu een beding als door [naam] c.s. bedoeld naar zijn aard mede is bestemd om de rechtspositie te beïnvloeden van derden die de bedoeling van de bank en de rekeninghouder niet kennen, moet deze uitleg plaatsvinden naar objectieve maatstaven met inachtneming van de Haviltex-maatstaf. Als uitgangspunt bij de uitleg van bedingen die de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht uitsluiten, moet worden aangenomen dat zij uitsluitend verbintenisrechtelijke werking hebben, tenzij uit de – naar objectieve maatstaven uit te leggen – formulering daarvan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in artikel 3:83 lid 2 BW is beoogd (HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682).

4.8.

Tegen deze achtergrond heeft [naam] c.s. zijn beroep op de onoverdraagbaarheid van de vordering op FCIB onvoldoende onderbouwd. Zo heeft hij de tekst van het desbetreffende beding uit de algemene voorwaarden van FCIB niet in het geding gebracht en evenmin uiteengezet om welke reden uit dat beding voortvloeit dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in artikel 3:83 lid 2 BW is beoogd. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat de vordering van IdealFX op FCIB, overeenkomstig het uitgangspunt van de wet, op zichzelf aan ZL kon worden overgedragen (artikel 3:83 lid 1 BW).

4.9.

In de tweede plaats stelt [naam] c.s. zich op het standpunt dat de beide cessies niet tot stand zijn gekomen, omdat niet is voldaan aan de vereisten voor een geldige overdracht. Op grond van het bepaalde in artikel 3:84 jo. 3:94 BW is voor een geldige cessie vereist een levering door een daartoe bestemde akte en mededeling daarvan aan de schuldenaar, krachtens een geldige titel door een beschikkingsbevoegde persoon. [naam] c.s. meent dat geen sprake is van een geldige titel en ook dat de cessieaktes niet zijn ondertekend door iemand die bevoegd was IdealFX te vertegenwoordigen. [naam] c.s. heeft voorts gewezen op de aard van het bedrijf van IdealFX (een geldwisselkantoor), welke aard zou meebrengen dat zij het geld op haar bankrekening bij FCIB niet voor zichzelf hield maar voor degenen die het geld aan haar ter beschikking hadden gesteld. Ook meent hij dat de cessies nietig zijn vanwege strijd met de goede zeden en met het bepaalde in artikel 3:43 BW. Ten slotte stelt hij zich op het standpunt dat de cessies vernietigd althans vernietigbaar zijn omdat zij paulianeus zijn. Onder 1a van zijn petitum vordert [naam] c.s. in dit verband een verklaring voor recht. Het gerecht overweegt als volgt.

4.10.

Met het oog op de geldigheid van de titel hebben partijen uitvoerig gedebatteerd over de vraag of ZL, althans Zahavi, als advocaat van IdealFX daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht die een honorarium rechtvaardigen dat overeenkomt met 48% van de vordering van IdealFX op FCIB. [naam] c.s. meent van niet, en hij verbindt daar kennelijk de conclusie aan dat de cessie om die reden een geldige titel ontbeert. Die opvatting is onjuist. De toets aan het vereiste van een geldige titel vergt niet een oordeel omtrent de ‘gerechtvaardigdheid’ van de cessie, of anders gezegd: van de vraag of de cedent gegronde redenen had om zijn vordering te cederen. Het vereiste ziet slechts op de vraag of aan de overdracht een geldige rechtsverhouding tussen partijen ten grondslag ligt die tot de overdracht verplicht. Die rechtsverhouding bestaat (daargelaten de hierna de nemen beslissingen omtrent de nietigheid en de vernietigbaarheid). Niet ter discussie staat immers dat IdealFX en ZL de cessie zijn overeengekomen.

4.11.

Naar het oordeel van het gerecht kan in het midden blijven of IdealFX bevoegd was om over het saldo op de rekening bij FCIB te beschikken en of zij bij de ondertekening van de cessieakte bevoegdelijk is vertegenwoordigd. Het gerecht is namelijk van oordeel dat het beroep van [naam] c.s. op nietigheid wegens strijd met artikel 3:43 BW slaagt. Daartoe overweegt het gerecht als volgt.

4.12.

Op grond van artikel 3:43 BW zijn nietig rechtshandelingen, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomende personen, strekkende tot verkrijging door (onder andere) advocaten van goederen waarover een geding aanhangig is voor het gerecht waar de desbetreffende advocaat zijn bediening uitoefent. Deze bepaling heeft blijkens de parlementaire geschiedenis tot strekking het algemeen belang te dienen, meer in het bijzonder gelegen in de onkreukbaarheid van het gerechtelijk apparaat in de ruime zin van het woord. Dat algemene belang vergt dat elke schijn van belangenverstrengeling dient te worden vermeden. In de woorden van de wetgever: “zelfs de schijn des kwaads moet worden vermeden”.

4.13.

Uit de cessieakte van 22 augustus 2012 blijkt dat IdealFX en ZL reeds in augustus 2008 zijn overeengekomen om een deel van de vordering van IdealFX op FCIB aan ZL over te dragen. Deze overeenkomst geldt als de titel krachtens welke de vordering bij gelegenheid van de mededeling van de cessieakte aan FCIB op 22 augustus 2012 is overgedragen. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de sanctie van artikel 3:43 BW zowel betrekking heeft op de obligatoire rechtshandeling waarbij een overdracht is overeengekomen als op de goederenrechtelijke rechtshandeling waarbij het goed wordt geleverd. Als een van de twee rechtshandelingen plaatsvindt op een moment dat over het betrokken goed een geding aanhangig is, dan is die rechtshandeling nietig.

4.14.

Bij conclusie van repliek (vanaf 29) heeft [naam] c.s. gesteld dat reeds in augustus 2008 een geding aanhangig was over het tegoed van IdealFX bij FCIB. [naam] c.s. heeft gewezen op het in 2.11 genoemde vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 6 januari 2009. Aan het vonnis van het Hof ging, blijkens datzelfde vonnis, een vonnis van het gerecht in eerste aanleg vooraf van 18 augustus 2008. Hoewel het hier een kortgedingprocedure betrof, ligt naar het oordeel van het gerecht in de rede dat de procedure in eerste aanleg al voor augustus 2008 aanhangig is gemaakt. In elk geval had van ZL verwacht mogen worden in het kader van haar betwisting aan te voeren dat de cessieafspraak al gemaakt was voordat het geding in eerste aanleg aanhangig was. Het gerecht wijst erop dat het hier een feit betreft dat bij uitstek in het domein van ZL ligt, nu immers Zahavi het geding voor IdealFX aanhangig heeft gemaakt. ZL heeft op de stellingen van [naam] c.s. bij conclusie van repliek evenwel niet gereageerd, noch bij conclusie van dupliek, noch bij pleidooi.

4.15.

De conclusie moet dan ook zijn dat al een geding aanhangig was bij het gerecht over de vordering van IdealFX op FCIB op het moment dat IdealFX en ZL overeenkwamen dat laatstgenoemde een deel van die vordering zou verkrijgen. ZL geldt hier als tussenkomende persoon als bedoeld in artikel 3:43 lid 1, aanhef, BW. De aan de cessie ten grondslag liggende overeenkomst is dus nietig.

4.16.

Blijkens de cessieakte hebben IdealFX en ZL in december 2011 aanvullend afgesproken dat ZL nog eens 20% van de vordering van IdealFX op FCIB zou verkrijgen. Partijen hebben in hun debat steeds gesproken over één cessie van 22 augustus 2012 die betrekking heeft op in totaal 48% van de vordering van IdealFX op FCIB. Het gerecht leidt daaruit af dat de afspraak uit december 2011 onlosmakelijk verbonden is met de afspraak uit augustus 2008. De nietigheid van de initiële afspraak strekt zich dan ook uit tot de aanvullende afspraak uit december 2011.

4.17.

Een en ander leidt ertoe dat de primaire vordering onder 1a toewijsbaar is voor wat betreft de cessie van 22 augustus 2012. In het midden kan dus blijven of de onderhavige rechtshandeling (ook) nietig is wegens strijd met de goede zeden als bedoeld in artikel 3:40 BW.

4.18.

De nietigheid van de cessie heeft tot gevolg dat het met de cessie gemoeide deel van de vordering van IdealFX op FCIB nooit in het vermogen van ZL is gevloeid. [naam] c.s. kan zich dus op deze vordering verhalen zonder rekening te hoeven houden met een aanspraak van ZL. Ingevolge het op 7 januari 2016 verleende exequatur beschikt [naam] c.s. al over een executoriale titel met betrekking tot de vonnissen van de Engelse rechter, waarbij IdealFX bevolen is om de vordering van Goldphone rechtstreeks aan [naam] c.s. te voldoen. [naam] c.s. heeft dit uitdrukkelijk onderkend (conclusie van repliek sub 4). Niet valt daarom in te zien om welke reden [naam] c.s. nog belang zou hebben bij het onder 2a en 2b gevorderde bevel aan IdealFX om het bedrag voortvloeiende uit de Engelse uitspraken aan [naam] c.s. uit te betalen. Deze vorderingen zijn daarom niet toewijsbaar. Wel heeft [naam] c.s. er belang bij dat wordt bepaald dat IdealFX het verhaal door [naam] c.s. op de bankrekening bij FCIB dient te dulden. De daartoe strekkende vordering onder 2c is toewijsbaar.

4.19.

Onder 3a en 3b vordert [naam] c.s. veroordeling van ZL om, samengevat, aan [naam] c.s. te voldoen het bedrag waarop hij ingevolge het exequatur aanspraak heeft. Deze vorderingen zijn niet toewijsbaar, nu [naam] c.s. niet heeft gesteld op grond waarvan op ZL een betalingsverplichting jegens hem zou bestaan. Wel dient ZL, gelet op het oordeel omtrent de nietigheid van de cessie, te dulden dat FCIB [naam] c.s. vanuit het saldo op de rekening van IdealFX voldoet. De daarop gerichte subsidiaire vordering onder 3c is toewijsbaar.

4.20.

[naam] c.s. heeft zich (subsidiair) ook op de vernietigbaarheid van de cessie beroepen wegens paulianeus handelen als bedoeld in artikel 3:45 BW. Het gerecht ziet aanleiding om ten overvloede op dit subsidiaire standpunt van [naam] c.s. in te gaan. Het gerecht overweegt als volgt.

4.21.

Een rechtshandeling is vernietigbaar wegens paulianeus handelen indien (1) de rechtshandeling onverplicht is verricht en (2) beide partijen bij de rechtshandeling wisten of behoorden te weten dat (3) benadeling van een schuldeiser in zijn verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn van de rechtshandeling.

4.22.

Een onverplichte rechtshandeling is aan de orde indien er geen sprake is van een op wet of overeenkomst berustende verplichting om de rechtshandeling te verrichten. Aan dit vereiste is in het onderhavige geval voldaan. Gesteld noch gebleken is dat IdealFX op grond van een wettelijke of contractuele verplichting gehouden was om de onderhavige overeenkomst tot overdracht van een deel van de vordering op FCIB aan te gaan. Anders dan ZL klaarblijkelijk meent, doet hier niet aan af dat IdealFX wellicht goede redenen had om deze overeenkomst aan te gaan (namelijk als vorm van voldoening van het honorarium van Zahavi). Dat er redenen waren voor IdealFX om een deel van haar vordering op FCIB aan ZL over te dragen, maakt immers niet dat IdealFX tot het aangaan van die overeenkomst ook verplicht was.

4.23.

Benadeling als bedoeld in artikel 3:45 BW moet volgens vaste rechtspraak bestaan op het moment waarop de schuldeiser zich beroept op de vernietigbaarheid van de rechtshandeling of zelfs uiterlijk op het moment waarop in rechte hieromtrent wordt beslist. Het andersluidende standpunt van ZL is onjuist. De vraag of sprake is van benadeling moet worden beantwoord door de hypothetische situatie waarin de schuldeisers zouden hebben verkeerd zonder de gewraakte rechtshandeling te vergelijken met de situatie waarin zij feitelijk verkeren als die handeling onaangetast blijft. Ook als één schuldeiser voordeel heeft van de rechtshandeling, kan het zijn dat de rechtshandeling vernietigbaar is wegens paulianeus handelen. Juist het voortrekken van de ene schuldeiser kan de oorzaak zijn van benadeling van anderen. Het moet wel gaan om daadwerkelijke benadeling. De mogelijkheid van of de kans op benadeling is niet voldoende.

4.24.

[naam] c.s. heeft onbetwist gesteld dat IdealFX, gelet op de aard van haar bedrijf als geldwisselkantoor, het tegoed op haar bankrekeningen niet voor zichzelf houdt maar voor degenen die haar het geld hebben toevertrouwd. [naam] c.s. heeft verder gesteld, met verwijzing naar het in 2.12 weergegeven vonnis van 8 augustus 2011 waarin zulks is overwogen, dat het geld op de rekening van IdealFX bij FCIB afkomstig is van zes vennootschappen (die alle zes door de Engelse belastingdienst worden verdacht van betrokkenheid bij de BTW-fraude). Hieruit volgt dat de zes vennootschappen moeten worden beschouwd als schuldeisers van IdealFX die alle zes een vordering hebben ter grootte van ongeveer de som die zij ieder voor zich aan IdealFX hebben betaald. Ingevolge het vonnis van The High Court of Justice van 30 januari 2015 moet aangenomen worden dat [naam] c.s. de plaats van een van de schuldeisers (Goldphone) heeft ingenomen. Aldus staat vast dat op nagenoeg het volledige tegoed van IdealFX aanspraak kan worden gemaakt door zes schuldeisers. Waar vervolgens een substantieel deel van dat tegoed wordt overgedragen aan ZL, kan dat niet anders betekenen dan dat de hier bedoelde schuldeisers worden benadeeld in hun mogelijkheden om zich op het tegoed te verhalen. Dit zou alleen anders zijn als er voor de overdracht van een deel van het tegoed een verhaalsobject in de plaats zou zijn gekomen, maar dat is niet aan de orde. Daarmee is de benadeling gegeven.

4.25.

ZL heeft als verweer gevoerd dat het (na de cessie resterende) tegoed van IdealFX bij FCIB nog ruimschoots voldoende is om [naam] c.s. te voldoen. Dit verweer slaagt niet. ZL miskent dat het totaal aan verhaalsmogelijkheden voor de schuldeisers van IdealFX kleiner is geworden. Dat dit niet louter in theorie van belang is, blijkt uit de hiervoor beschreven aard van het bedrijf van IdealFX, waaruit immers volgt dat er naast [naam] c.s. nog andere schuldeisers met substantiële vorderingen zijn. Hierop strandt ook het, overigens niet onderbouwde, verweer van ZL dat IdealFX beschikt over andere vermogensbestanddelen waarop [naam] c.s. zich zou kunnen verhalen. Ook heeft ZL aangevoerd dat [naam] c.s. dankzij de inspanningen van Zahavi als advocaat van IdealFX juist is bevoordeeld, omdat als gevolg daarvan 75% van het tegoed bij FCIB is vrijgegeven (ingevolge het vonnis van 8 augustus 2011). Ook dit verweer gaat niet op. De eventuele vrijgave van het tegoed door FCIB staat los van het al dan niet aanwezig zijn van verhaalsmogelijkheden.

4.26.

Voor een geslaagd beroep op vernietiging wegens paulianeus handelen is voorts vereist dat IdealFX en ZL wisten of behoorden te weten dat de cessie zou leiden tot benadeling van een of meer schuldeisers. Naar het oordeel van het gerecht is dat het geval. Van de aard van het bedrijf van IdealFX moeten zowel zijzelf als ZL, van wie Zahavi immers als haar advocaat optrad, uit de aard van de zaak op de hoogte zijn geweest. Zij moeten daarom ook hebben geweten dat de overdracht van een substantieel deel van de vordering op FCIB onvermijdelijk zou leiden tot benadeling van de schuldeisers van IdealFX in hun verhaalsmogelijkheden. Dat [naam] c.s. zelf als schuldeiser nog niet in beeld was op het moment dat de cessieafspraken werden gemaakt doet hier niet aan af. Niet vereist is dat de wetenschap van benadeling specifiek op deze schuldeiser betrekking heeft. Anders dan ZL heeft betoogd, is evenmin vereist dat IdealFX en ZL het oogmerk van benadeling hadden. Of zij al dan niet opzettelijk schuldeisers hebben benadeeld, kan dus in het midden blijven.

4.27.

De slotsom moet zijn dat de buitengerechtelijke vernietiging van de cessie door [naam] c.s. bij brief van 19 november 2015 doel heeft getroffen, indien zou moeten worden aangenomen dat de cessie niet reeds nietig is op grond van artikel 3:43 BW.

de cessie van 15 november 2012 (het saldo op de escrow rekening)

4.28.

Ook ten aanzien van het saldo op de escrow rekening is sprake van een cessie van een deel daarvan door IdealFX aan ZL. Ook deze cessie acht [naam] c.s. nietig althans vernietigbaar. [naam] c.s. vordert onder andere veroordeling van IdealFX (vordering sub 2a en 2b) en van ZL (vordering sub 3a en 3b) om [naam] c.s. uit het saldo op de escrow rekening te voldoen. De vorderingen met betrekking tot de cessie van 15 november 2012 zijn naar het oordeel van het gerecht niet toewijsbaar. Het gerecht overweegt daartoe als volgt.

4.29.

In de eerste plaats is van belang dat [naam] c.s. in zijn processtukken niet heeft toegelicht op grond waarvan hij meent aanspraak te kunnen maken op het bedrag dat de notaris in escrow houdt. Met betrekking tot het tegoed van IdealFX dat FCIB onder zich houdt beschikt [naam] c.s. over een veroordelend vonnis van de Engelse rechter, waarvoor het gerecht exequatur heeft verleend. Een dergelijke positie heeft [naam] c.s. niet ten aanzien van hetgeen de notaris in escrow houdt, althans [naam] c.s. heeft daaromtrent niets gesteld.

4.30.

Verder wijst het gerecht op de navolgende passage uit de conclusie van repliek (sub 3):

Eisers hebben in casu gevorderd (i) verklaringen voor recht dat de cessies waar ZL zich op beroept nietig althans vernietigd zijn althans bij Uw vonnis worden vernietigd en (ii) afgifte middels betaling uit het banksaldo ten name van IdealFX bij FCIB aan eisers ter hoogte van hun vordering. Het gaat thans nog om betaling uit het banksaldo bij FCIB. De beslagen namens eisers onder notaris Burgers zijnde respectievelijk het executoriale derdenbeslag en het conservatoire Pauliana beslag terzake de vordering op het excrowbedrag bij Burgers, hebben eisers inmiddels namelijk opgeheven. En (iii) tot het gehengen en gedogen van die afgifte aan eisers door ZL.

Het gerecht constateert dat [naam] c.s. zich in zijn conclusie van repliek beperkt tot een bespreking van de cessie van 22 augustus 2012, dat wil zeggen de cessie met betrekking tot de vordering van IdealFX op FCIB.

4.31.

Het gerecht is gelet hierop van oordeel dat [naam] c.s. zijn vordering met betrekking tot de cessie van 15 november 2012 onvoldoende gemotiveerd heeft gehandhaafd. Deze vorderingen zullen daarom worden afgewezen. Dit lot treft ook de vorderingen voor zover ingesteld tegen IdealFX, hoewel zij geen verweer heeft gevoerd. De reden voor de afwijzing is immers niet zozeer het slagen van een verweer van ZL, maar een gebrekkige onderbouwing van de vordering. Bovendien zou toewijzing van de vordering ten aanzien van IdealFX leiden tot een verklaring voor recht dat de cessie van 15 november 2012 nietig is, terwijl voor dat oordeel in de verhouding tot ZL geen grond bestaat. Deze onverenigbaarheid moet worden voorkomen.

4.32.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen zullen IdealFX en ZL worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 5.891,96 aan verschotten en NAf 16.000 aan salaris. Bij de begroting van het salaris is het gerecht uitgegaan van het werkelijke financiële belang van de zaak. De wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar zoals in het dictum omschreven.

- in reconventie

4.33.

Bij pleidooi (pleitnota sub 31) heeft ZL haar vordering ingetrokken. In processueel opzicht moet deze intrekking worden beschouwd als vermindering van de eis tot nihil, waartoe ZL op zichzelf bevoegd is (artikel 108 Rv). Het debat in reconventie behoeft dan ook geen inhoudelijke beoordeling.

4.34.

Als gevolg van de intrekking van de vordering moet ZL worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij. Zij zal dan ook in de proceskosten van [naam] c.s. worden veroordeeld. Met inachtneming van het werkelijke belang van de zaak en gelet op het feit dat de reconventie uit de conventie voortvloeit, worden deze begroot op NAf 6.000 aan salaris.

in de procedure CUR201300065

- in de tussenkomst in conventie

4.35.

Deze procedure gaat in wezen over dezelfde materie als de procedure CUR201601543, met dien verstande dat de onderhavige procedure is begonnen met een vordering van ZL op IdealFX tot betaling van een deel van het op 22 augustus 2012 door IdealFX aan ZL gecedeerde bedrag. Thans resteert nog uitsluitend het geschil in de tussenkomst tussen [naam] c.s. als eiser en ZL als verweerder.

4.36.

Onder 1a vordert [naam] c.s. primair een verklaring voor recht dat de cessie van 22 augustus 2012 nietig is. Deze vordering is toewijsbaar op grond van artikel 3:43 BW. Het gerecht verwijst naar het overwogene in 4.14. Voor zover de vorderingen onder 1a, 1b en 1c betrekking hebben op de cessie van 15 november 2012 geldt hetzelfde als overwogen in 4.31: [naam] c.s. heeft deze vordering onvoldoende gemotiveerd onderbouwd, zodat deze niet toewijsbaar is.

4.37.

Onder 2 concludeert [naam] c.s. tot afwijzing van de vorderingen van ZL op IdealFX. Die vordering is, zoals vermeld, ingetrokken.

4.38.

Onder 3 vordert [naam] c.s. een bevel aan ZL om, samengevat, bewijs over te leggen van de betaling door ZL aan IdealFX van hetgeen ingevolge het vonnis van het gerecht van 8 augustus 2011 op de derdengeldrekening van ZL is overgemaakt ten laste van de rekening van IdealFX bij FCIB. De vordering is niet toewijsbaar, nu [naam] c.s. daartoe onvoldoende heeft aangevoerd. Het lag op de weg van [naam] c.s. om voldoende feiten te stellen die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat op ZL jegens [naam] c.s. een verplichting rust om bewijs te produceren van de geldstroom tussen de Stichting Derdengelden ZL Attorneys (hierna: de stichting) en IdealFX. Dergelijke feiten heeft [naam] c.s. niet gesteld. Ook overigens ontbreekt een onderbouwing van de vordering.

4.39.

De vorderingen onder 4a tot en met 4c strekken ertoe dat IdealX wordt veroordeeld om aan [naam] c.s. te betalen hetgeen waarop hij aanspraak heeft uit hoofde van het exequatur en de daarin genoemde Engelse vonnissen. Deze vordering is niet toewijsbaar vanwege de in 4.18 genoemde redenen. Om de ook in die overweging genoemde redenen moet IdealFX het verhaal door [naam] c.s. wel dulden en is de daartoe strekkende vordering sub 5 wel toewijsbaar.

4.40.

Met de vorderingen onder 6a tot en met 6c beoogt [naam] c.s. een veroordeling tot betaling van ZL te verkrijgen. Met verwijzing naar het overwogene in 4.19 zijn die vorderingen niet toewijsbaar. De vordering sub 7 tot het gehengen en gedogen door ZL van het verhaal door [naam] c.s. is wel toewijsbaar.

4.41.

Onder 8 vordert [naam] c.s. hoofdelijke veroordeling van IdealFX en ZL tot terugbetaling op de FCIB-rekening van hetgeen uit hoofde van het vonnis van het gerecht van 8 augustus 2011 door FCIB is uitbetaald. Deze vordering kan niet worden toegewezen, nu [naam] c.s. daartoe onvoldoende feiten heeft gesteld. Ter toelichting overweegt het gerecht als volg.

4.42.

Vast staat dat CBCS er ingevolge het vonnis van 8 augustus 2011 voor heeft gezorgd dat 75% van het saldo op de rekening van IdealFX bij FCIB is uitbetaald op de rekening van de stichting. Uit de processtukken volgt dat hiermee een bedrag gemoeid is van in orde van grootte £ 3 miljoen. Gesteld noch gebleken is dat tegen het vonnis van 8 augustus 2011 hoger beroep is ingesteld. [naam] c.s., die geen partij was bij het geschil dat tot dit vonnis heeft geleid, meent dat het vonnis achteraf bezien onjuist is. Die opvatting maakt de uitbetaling door FCIB aan de Stichting op zichzelf niet onverschuldigd. Uit de stellingen van ZL leidt het gerecht af dat van het op de rekening van de Stichting overgemaakte bedrag een deel van ongeveer £ 1,2 miljoen naar ZL is gevloeid. Het gerecht neemt aan dat dit is gebeurd als uitvloeisel van de cessie van 22 augustus 2011. Deze cessie is nietig. Dat betekent dat de Stichting dit bedrag niet voor ZL hield, maar voor IdealFX. Het door ZL ontvangen geld komt dus toe aan IdealFX. Daarmee is echter nog geen verplichting van IdealFX of ZL gegeven om het bedrag terug te storten op de rekening van IdealFX bij FCIB. De rechtshandeling waarbij FCIB tot betaling op de rekening van de Stichting is overgegaan wordt immers niet getroffen door de nietigheid van de overeenkomst tussen IdealFX en ZL.

4.43.

Het had op de weg [naam] c.s. gelegen om in het licht van de hiervoor geschetste situatie uiteen te zetten op grond van welke feiten en op welke juridische grondslag er niettemin reden bestaat om IdealFX en ZL te veroordelen tot terugbetaling van het door FCIB uitbetaalde bedrag. [naam] c.s. heeft op dat punt echter niets aangevoerd. Het gerecht heeft in de processtukken geen onderbouwing gevonden die op het sub 8 gevorderde betrekking heeft.

4.44.

Vanwege het oordeel omtrent de nietigheid van de cessie van 22 augustus 2011 moeten IdealFX en ZL worden beschouwd als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen. Zij zullen daarom worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op NAf 16.000 voor salaris. Daarbij is het werkelijke belang van de zaak in aanmerking genomen. Niet gebleken is van beslagkosten die niet reeds in de kostenveroordeling in de procedure CUR201601543 zijn betrokken. De wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar zoals in het dictum omschreven.

- in reconventie in de tussenkomst

4.45.

Ook in deze procedure heeft ZL haar vordering bij pleidooi ingetrokken. Hier geldt hetzelfde als overwogen in 4.33 en 4.34. ZL zal in de proceskosten worden veroordeeld, begroot op NAf 6.000.

in de procedure CUR201601374

- in conventie

4.46.

In het kader van de liquidatie van Owl tracht [naam] zich ten behoeve van de schuldeisers van Owl (met name de Engelse belastingdienst) te verhalen op vermogensbestanddelen van Dantec. Als grondslag daartoe dient het vonnis van de Engelse rechter van 19 augustus 2015, waarin Dantec is veroordeeld tot betaling aan [naam] c.s. van ruim £ 8,2 miljoen. Vast staat dat Dantec hier te lande beschikt over een vermogensbestanddeel, te weten haar tegoed op de rekening bij FCIB. [naam] ziet zich in dat verband geconfronteerd met het standpunt van ZL dat een substantieel deel van dat tegoed door Dantec aan haar is overgedragen. [naam] meent dat die cessie niet rechtsgeldig is, zodat hij zich op het volledige tegoed kan verhalen. Zijn vorderingen strekken ertoe dat dit in rechte komt vast te staan.

4.47.

ZL heeft zich in de eerste plaats verweerd met het betoog dat [naam] c.s. misbruik van procesrecht maakt door ZL in deze procedure te betrekken. Volgens ZL heeft [naam] c.s. daarbij geen rechtens te respecteren belang, nu [naam] c.s. zich op Dantec dient te verhalen en ZL geen tegoeden van Dantec onder zich heeft. Dit betoog faalt. Het standpunt van [naam] c.s. is immers dat de gestelde aanspraak van ZL op een deel van het tegoed op de rekening bij FCIB niet rechtsgeldig is en dat het volledige tegoed aan Dantec toekomt. Daarmee is voldoende belang bij de onderhavige vordering gegeven. Onjuist is ook het kennelijke standpunt van ZL dat [naam] c.s. eerst zou moeten trachten verhaal te nemen op andere vermogensbestanddelen van Dantec alvorens bij ZL aan te kloppen. Een dergelijke verplichting bestaat niet.

4.48.

In de tweede plaats heeft ZL een beroep gedaan op verjaring. Hij heeft bij antwoord (p. 9) aangevoerd “dat wij nu vijf en een half jaar verder [zijn] sinds de akte van cessie is getekend”. Dit verweer slaagt niet. Een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling verjaart drie jaren nadat de bevoegdheid om zich op vernietigbaarheid te beroepen aan [naam] c.s. ten dienste is komen te staan (artikel 3:52 lid 1 onder d BW). Bij conclusie van repliek (sub 21) heeft [naam] c.s. gesteld dat hij pas van de cessie op de hoogte geraakte bij gelegenheid van de beslaglegging onder FCIB, dat wil zeggen op 10 april 2014. ZL heeft hierop niet gereageerd, zodat deze stelling vast staat. Vanaf dat moment stond de bevoegdheid tot vernietigen aan [naam] c.s. ten dienste. Het inleidend verzoekschrift dateert van ruimschoots binnen de termijn van drie jaren nadien. Overigens wijst het gerecht erop dat de vordering strekkende tot verkrijging van een verklaring voor recht dat de cessie nietig is uit de aard van de zaak niet kan verjaren. Nu uit het hierna volgende blijkt dat die vordering toewijsbaar is en slechts ten overvloede wordt ingegaan op de vernietiging wegens paulianeus handelen, is het oordeel over het verjaringsverweer niet bepalend voor de beslissing in deze procedure.

4.49.

Ook in de onderhavige procedure heeft [naam] c.s. zich beroepen op de onoverdraagbaarheid van de vordering van Dantec op FCIB uit hoofde van een daartoe strekkend beding. Het gerecht verwerpt dit standpunt op grond van de overwegingen die zijn opgenomen in de procedure tussen hem en IdealFX en ZL. Het gerecht verwijst naar 4.6 tot en met 4.8.

4.50.

[naam] c.s. stelt zich op het standpunt dat de cessie niet rechtsgeldig is, omdat niet is voldaan aan de vereisten voor een geldige overdracht en voorts omdat de cessie nietig is op grond van artikel 3:40 en artikel 3:43, althans vernietigbaar wegens onder andere paulianeus handelen (artikel 3:45 BW). Het gerecht is van oordeel dat het beroep van [naam] c.s. op artikel 3:43 BW slaagt, zodat de andere aangevoerde gronden geen behandeling behoeven. Met betrekking tot het partijdebat over de geldige titel verwijst het gerecht volledigheidshalve naar 4.10.

4.51.

Onder verwijzing naar 4.12 overweegt het gerecht met betrekking tot artikel 3:43 BW als volgt.

4.52.

Uit de bij conclusie van repliek overgelegde stukken (productie 13) volgt dat Zahavi als gemachtigde van Dantec op 18 augustus 2011 een verzoekschrift heeft ingediend tegen CBCS, waarin de vraag aan de orde was of de gelden op de rekening van Dantec bij FCIB moesten worden vrijgegeven. De eerstdienende dag van deze procedure was 3 oktober 2011. [naam] c.s. heeft deze stellingen herhaald in zijn conclusie van dupliek in reconventie (sub 12). ZL heeft hier niet op gereageerd, zodat als vaststaand moet worden aangenomen dat vanaf in elk geval 3 oktober 2011 een geding aanhangig was over de vordering van Dantec op FCIB. De hier relevante cessieakte dateert van 22 november 2011.

4.53.

Uit deze feiten volgt dat de rechtshandeling tot verkrijging door ZL van een deel van de vordering van Dantec op FCIB tot stand is gekomen op een moment dat daarover een geding aanhangig was bij het gerecht alwaar Zahavi als advocaat zijn “bediening” uitoefent. Dit betekent dat die cessie nietig is. De primaire vordering onder 1a, die strekt tot het verkrijgen van een verklaring van recht op dit punt, is dan ook toewijsbaar.

4.54.

De nietigheid van de cessie heeft tot gevolg dat het met de cessie gemoeide deel van de vordering van Dantec op FCIB nooit in het vermogen van ZL is gevloeid. [naam] c.s. kan zich dus op deze vordering verhalen zonder rekening te hoeven houden met een aanspraak van ZL, mits hij beschikt over een executoriale titel op grond waarvan Dantec verplicht is tot betaling aan [naam] c.s. Over die titel beschikt [naam] c.s. (nog) niet. Het Engelse vonnis van 19 augustus 2015 levert hier te lande niet zonder meer een executoriale titel op (artikel 431 lid 1 Rv). Weliswaar kan het geding bij het gerecht opnieuw worden behandeld (artikel 431 lid 2 Rv), maar daarop zien de stellingen van [naam] c.s. niet. Een exequatur ten aanzien van het Engelse vonnis heeft [naam] c.s. kennelijk nog niet verkregen (verzoekschrift sub 3). Bij die stand van zaken ziet het gerecht geen grond voor toewijzing van de vorderingen onder 2a en 2b, die ertoe strekken dat Dantec wordt veroordeeld om te betalen hetgeen zij ingevolge het Engelse vonnis verplicht is. Dantec dient wel het verhaal van [naam] c.s. op de rekening bij FCIB te dulden zodra [naam] c.s. een voor tenuitvoerlegging vatbare titel heeft verkregen. In zoverre zal de vordering onder 2c worden toegewezen.

4.55.

Voor de vorderingen onder 3a tot en met 3c geldt in deze zaak hetzelfde als is overwogen en beslist in de zaak van IdealFX. Het gerecht verwijst naar 4.19.

4.56.

Ook in deze zaak ziet het gerecht aanleiding om in te gaan op het subsidiaire beroep van [naam] c.s. op vernietiging wegens paulianeus handelen.

4.57.

Met betrekking tot het vereiste van onverplichtheid van de rechtshandeling geldt hetzelfde als overwogen en beslist in de zaak van IdealFX. Het gerecht verwijst naar 4.22.

4.58.

Ook aan het vereiste van benadeling is voldaan. Met verwijzing naar 4.23 voor het relevante beoordelingskader, stelt het gerecht voorop dat [naam] c.s. een door de Engelse rechter toegewezen vordering heeft op Dantec die het saldo op de bankrekening bij FCIB verre overschrijdt. Nu het gevolg van de cessie is dat een substantieel deel van die vordering uit het vermogen van Dantec verdwijnt, is daarmee gegeven dat schuldeisers van Dantec worden benadeeld. Dit zou alleen anders zijn als voor het overgedragen deel van de vordering een ander verhaalsobject in de plaats zou zijn gekomen, maar dat is gesteld noch gebleken.

4.59.

Voor de beoordeling van de vereiste wetenschap van de benadeling ten tijde van het tot stand komen van de cessie is naar het oordeel van het gerecht de context van belang. Die context bestaat uit het aan het licht komen van de grootschalige BTW-fraude, de daarop volgende strafrechtelijke onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland en het toepassen van de noodregeling door CBCS op FCIB. Deze feiten moeten hier te lande als feit van algemene bekendheid worden beschouwd. De aard van de aan het licht gekomen fraude impliceert het bestaan van een schuldeiser, te weten de Engelse belastingdienst, die immers BTW-inkomsten heeft gederfd. Als een van de betrokkenen bij de BTW-fraude moet Dantec uit de aard van de zaak hebben geweten dat vervreemding van haar vermogensbestanddelen zou leiden tot benadeling van in elk geval deze schuldeiser.

4.60.

Ten aanzien van ZL geldt dat zij vanaf het begin intensief betrokken is geweest bij de juridische perikelen die ontstonden als gevolg van het bevriezen door FCIB (op last van CBCS) van de tegoeden van rekeninghouders ten aanzien van wie de verdenking van betrokkenheid bij de BTW-fraude was gerezen. Tussen partijen staat immers vast dat Zahavi van aanvang af voor een groot aantal van deze rekeninghouders als advocaat heeft opgetreden in procedures tegen FCIB en CBCS. Onder andere heeft Zahavi opgetreden als procesgemachtigde voor zowel Owl als Dantec (en 122 andere rekeninghouders) in een kort geding tegen CBCS, waarin het gerecht op 16 februari 2007 afwijzend heeft beslist op de vordering om CBCS te verplichten de tegoeden bij FCIB vrij te geven. In zijn vonnis (overgelegd als productie 16 bij conclusie van dupliek in reconventie) refereert het gerecht aan de lopende strafrechtelijke onderzoeken naar aanleiding van de BTW-fraude. Ook volgt uit dit vonnis dat Dantec behoort tot de door CBCS geïdentificeerde “risicogroepen” van rekeninghouders. De kennis van Zahavi hieromtrent als procesgemachtigde van Dantec moet aan ZL worden toegerekend. De hier genoemde omstandigheden in het licht van de hiervoor als feit van algemene bekendheid benoemde achtergrond moet leiden tot de conclusie dat ook ZL al ruim voor de totstandkoming van de cessie moet hebben geweten dat derden rechten konden doen gelden op het tegoed van Dantec en dat deze derden zouden worden benadeeld als ZL zich een deel van tegoed zou toe-eigenen. In elk geval had ZL dit behoren te weten.

4.61.

De slotsom moet ook in deze zaak zijn dat de buitengerechtelijke vernietiging van de cessie door [naam] c.s. bij brief van 19 mei 2015 doel heeft getroffen, indien zou moeten worden aangenomen dat de cessie niet reeds nietig is op grond van artikel 3:43 BW.

4.62.

Als de gotendeels in het ongelijk gestelde partijen zullen Dantec en ZL worden veroordeeld in de proceskosten, met inbegrip van de beslagkosten. Deze worden begroot op NAf 900 voor griffierecht, NAf 2.232,15 voor overige verschotten en NAf 30.000 voor salaris gemachtigde (twee beslagrekesten, verzoekschrift, conclusie van repliek, pleidooi). Hierbij is het werkelijke belang van de zaak in aanmerking genomen. De wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar zoals in het dictum omschreven.

- in reconventie

4.63.

In reconventie vordert ZL dat voor recht wordt verklaard dat, samengevat, de cessie van 22 november 2011 rechtsgeldig is. Uit de beoordeling in conventie volgt dat deze vordering niet toewijsbaar is.

4.64.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal ZL worden veroordeeld in de proceskosten. Rekening houdend met het werkelijke belang van de zaak en met het feit dat de reconventie uit de conventie voortvloeit, worden deze begroot op

NAf 9.000 voor salaris (conclusie van antwoord, conclusie van dupliek, pleidooi).

5 De beslissing

Het gerecht:

in de procedure CUR201601543

- in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de cessieakte van 22 augustus 2012 nietig is;

5.2.

veroordeelt IdealFX om te gehengen en te gedogen dat [naam] c.s. zich verhaalt op de rekening van IdealFX bij FCIB;

5.3.

veroordeelt ZL om te gehengen en te gedogen dat [naam] c.s. zich verhaalt op de rekening van IdealFX bij FCIB zonder zich iets gelegen te hoeven laten liggen aan de cessie van IdealFX aan ZL;

5.4.

veroordeelt IdealFX en ZL hoofdelijk in de proceskosten van [naam] c.s., tot op heden begroot op NAf 22.341,96, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;

5.5.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde;

- in reconventie

5.7.

verstaat dat ZL haar vordering heeft ingetrokken;

5.8.

veroordeelt ZL in de proceskosten van [naam] c.s., tot op heden begroot op NAf 6.000;

in de procedure CUR201300065

- in de hoofdzaak

5.9.

verstaat dat ZL haar vordering heeft ingetrokken;

- in de tussenkomst in conventie

5.10.

verstaat dat FCIB haar vordering heeft ingetrokken;

5.11.

verklaart voor recht dat de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de cessieakte van 22 augustus 2012 nietig is;

5.12.

veroordeelt IdealFX om te gehengen en te gedogen dat [naam] c.s. zich verhaalt op de rekening van IdealFX bij FCIB;

5.13.

veroordeelt ZL om te gehengen en te gedogen dat [naam] c.s. zich verhaalt op de rekening van IdealFX bij FCIB zonder zich iets gelegen te hoeven laten liggen aan de cessie van IdealFX aan ZL;

5.14.

veroordeelt IdealFX en ZL hoofdelijk in de proceskosten van [naam] c.s., tot op heden begroot op NAf 16.000, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;

5.15.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.16.

wijst af het meer of anders gevorderde;

- in reconventie in de tussenkomst

5.17.

verstaat dat ZL haar vordering heeft ingetrokken;

5.18.

veroordeelt ZL in de proceskosten van [naam] c.s., tot op heden begroot op NAf 6.000;

in de procedure CUR201601374

- in conventie

5.19.

verklaart voor recht dat de cessieovereenkomst van 22 november 2011 nietig is;

5.20.

veroordeelt Dantec om te gehengen en te gedogen dat [naam] c.s. zich verhaalt op de rekening van Dantec bij FCIB indien en voor zover [naam] c.s. beschikt over een executoriale titel;

5.21.

veroordeelt ZL om te gehengen en te gedogen dat [naam] c.s. zich verhaalt op de rekening van Dantec bij FCIB indien en voor zover [naam] c.s. beschikt over een executoriale titel, zonder zich iets gelegen te hoeven laten liggen aan de cessie van Dantec aan ZL;

5.22.

veroordeelt Dantec en ZL in de proceskosten van [naam] c.s., tot op heden begroot op NAf 33.132,15, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening;

5.23.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.24.

wijst af het meer of anders gevorderde;

- in reconventie

5.25.

wijst de vordering af;

5.26.

veroordeelt ZL in de proceskosten van [naam] c.s., tot op heden begroot op NAf 9.000.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 april 2018.