Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:60

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
BBZ nrs. CUR201600816 t/m CUR201600818
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft onbetwist gesteld dat de uitspraken op bezwaar na de dagtekening aan hem zijn verzonden. In dat geval begint de termijn van beroep dienovereenkomstig later te lopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van 23 april 2018

BBZ nrs. CUR201600816 t/m CUR201600818

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[ X ], wonende in Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur,

1 PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn met dagtekening 5 februari 2016 over het jaar 2012

aanslagen inkomstenbelasting, premies AOV/AWW en AVBZ opgelegd naar een belastbaar en premie-inkomen van Naf. 89.119.

1.2

Belanghebbende is op 11 april 2016 (IB 2012), 8 april 2016 (AOV/AWW 2012) en

14 april 2016 (AVBZ 2012) tegen de aanslagen in bezwaar gekomen.

1.3

De Inspecteur heeft op 2 september 2016 uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren niet- ontvankelijk verklaard. Tegelijkertijd heeft de Inspecteur de aanslagen ambtshalve verminderd tot naar een belastbaar en premie-inkomen van Naf. 39.925.

1.4

Belanghebbende is op 3 november 2016 in beroep gekomen tegen de

uitspraken op bezwaar. Hij heeft daarbij een bedrag van Naf. 50 aan griffierecht voldaan.

1.5

De Inspecteur heeft op 17 november 2017 verweerschriften ingediend.

1.6

Ter zitting van 1 december 2017 te Willemstad zijn namens de Inspecteur verschenen [ A ] en belanghebbende in persoon bijgestaan door zijn gemachtigden [ B] en [ C ].

2 BEOORDELING VAN HET BEROEP

Ontvankelijkheid beroep inzake de inkomstenbelasting

2.1

Ingevolge artikel 31, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) kan de belanghebbende binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak op bezwaar in beroep komen bij het Gerecht. Belanghebbende heeft deze termijn overschreden.

2.2

Belanghebbende heeft aangevoerd dat de uitspraken op bezwaar met dagtekening van 2 september 2016 pas op respectievelijk 14 en 19 september 2016 naar hem zijn verzonden. Hij heeft ter staving van zijn stelling een afschrift van de voorkant van de vensterenveloppen van de Inspectie der Belastingen Curaçao overgelegd waarin aldus belanghebbende de uitspraken op bezwaar hebben gezeten. Het op desbetreffende afschriften voorkomende poststempel vermeldt de hiervoor vermelde data. De Inspecteur heeft de latere verzending niet betwist. Het Gerecht gaat daarom uit van de juistheid van de stelling van belanghebbende.

2.3

Het Gerecht is van oordeel dat in het geval van verzending van de uitspraak op bezwaar ná dagtekening ervan de beroepstermijn van twee maanden dienovereenkomstig later in dient te gaan. Gelet hierop is het beroep met betrekking tot de inkomstenbelasting tijdig.

Premieheffing AOV/AWW en AVBZ

2.4

Ten aanzien van het beroep tegen de uitspraken op bezwaar inzake de premieheffingen heeft het volgende te gelden. Ingevolge artikel 39, tweede lid van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering, artikel 40, tweede lid van de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering en artikel 39, tweede lid van de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten doet de Inspecteur indien de feiten en omstandigheden die in geding zijn tevens van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting, op een bezwaarschrift betreffende de premieheffing eerst uitspraak nadat de aanslag in de inkomstenbelasting onherroepelijk is komen vast te staan. De Inspecteur heeft vroegtijdig uitspraken gedaan omdat toen zij de uitspraken deed de aanslag in de inkomstenbelasting nog niet onherroepelijk vast stond. Het beroep tegen de uitspraken op bezwaar inzake de premieheffingen is derhalve gegrond.

2.5

Uit het hiervoor overwogene onder 2.3 volgt dat belanghebbende ontvankelijk is in zijn beroep inzake de aanslag in de inkomstenbelasting. Het Gerecht zal hierna ingaan op dit beroep.

Ontvankelijkheid bezwaar

2.6

In artikel 29, lid 1, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (verder: ALL) is geregeld dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bezwaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.

2.7

Het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2012 is buiten de wettelijke termijn van twee maanden als bedoeld in artikel 29, lid 1, van de ALL ingediend. Dat betekent dat, nu er naar het oordeel van het Gerecht geen gronden aanwezig zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten, belanghebbende niet- ontvankelijk is in zijn bezwaar. De Inspecteur heeft belanghebbende dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt het Gerecht niet toe.

3 PROCESKOSTENVERGOEDING

3.1

Omdat het beroep inzake premieheffingen gegrond is acht het Gerecht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. In artikel 15, lid 2 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) is bepaald dat de regels over de kosten en de wijze van de berekeningen van de hoogte daarvan, bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (zie ook Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54). In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen waaronder de kosten van door een derde beroepsmatig verleende bijstand.

3.2

Het Gerecht stelt de proceskosten, op de voet van artikel 15 LBB in verbinding met het vorengenoemde Besluit en de daarbij behorende bijlage, vast op Naf. 350 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van Naf. 700, en een wegingsfactor van ¼). Het Gerecht is van oordeel dat het gewicht van de zaak als zeer licht moet worden gekwalificeerd en bepaalt de wegingsfactor op ¼ omdat het beroep slechts om formele redenen gegrond is verklaard.

4 GRIFFIERECHT

In artikel 18, lid 5 van de LBB is bepaald dat, indien het Gerecht het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, de uitspraak tevens inhoudt dat de Inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. Het beroep inzake de uitspraken op bezwaar inzake de premieheffingen is gegrond zodat belanghebbende recht heeft op vergoeding van het griffierecht.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht:

  • -

    verklaart het beroep inzake de aanslag in de inkomstenbelasting ongegrond;

  • -

    verklaart het beroep inzake de aanslagen in de premies AOV/AWW en AVBZ gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op aanslagen in de premies AOV/AWW en AVBZ;

  • -

    veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van de zijde van belanghebbende vastgesteld op Naf. 350;

  • -

    gelast de Inspecteur tot vergoeding aan belanghebbende van het griffierecht, te weten Naf. 50 in verband met het beroep.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, N.N. Noël van der Biezen BSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17a, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17b, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).