Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:51

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
26-03-2018
Datum publicatie
09-04-2018
Zaaknummer
CUR201601372 (voorheen AR 2016-78158)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot verlenen van diensten met betrekking tot afgifte loonbelasting en BTW, tussen welke partijen is overeenkomst tot stand gekomen, uitleg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de hoofdzaak van:

de besloten vennootschap

METAL KINGS B.V.,

gevestigd in Curaçao,

[EISER SUB 2 IN DE HOOFZAAK],

wonende in Curaçao,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

gemachtigde: mr. A.C. van Hoof,

tegen

de naamloze vennootschap

M&A FINANCIAL SERVICES,

gevestigd in Curaçao,

[GEDAAGDE SUB 2 IN DE HOOFDZAAK],

[GEDAAGDE SUB 3 IN DE HOOFDZAAK],

wonende in Curaçao,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

in persoon,

in welke procedure zich eerder heeft gemengd:

de besloten vennootschap

TC B.V. (voorheen genaamd Taxand B.V.),

gevestigd in Curaçao,

incidenteel eiseres,

in persoon,

en in de vrijwaringszaak van:

de naamloze vennootschap

M&A FINANCIAL SERVICES,

gevestigd in Curaçao,

[EISERES SUB 2 IN VRIJWARING],

[EISER SUB 3 IN VRIJWARING],

wonende in Curaçao,

eisers,

in persoon,

tegen

[GEDAAGDE SUB 1 IN VRIJWARING],

feitelijk verblijvende te Curaçao,

de besloten vennootschap

TC B.V.,

gevestigd in Curaçao,

gedaagden,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Metal Kings, [eiser sub 2 in de hoofzaak], M&A c.s. (en afzonderlijk M&A, [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak]), [gedaagde sub 1 in vrijwaring] en TC genoemd worden.

1
1. Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

- het incidentele vonnis van 6 maart 2017 en de daarin genoemde processtukken;

- de conclusie van eis in de vrijwaring, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie, met productie;

- de akte uitlating productie;

- de behandeling ter zitting van 7 februari 2018;

- de ter gelegenheid van de zitting door [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] overgelegde pleitnota.

1.2.

Vervolgens is de zaak verwezen voor vonnis.

2 De feiten

2.1. [

eiser sub 2 in de hoofzaak] is bestuurder van Metal Kings.

2.2.

Voor 2010 heeft [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] ten behoeve van [eiser sub 2 in de hoofzaak] (in privé) diens belastingaangiften verzorgd.

2.3.

In het verleden heeft [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] samengewerkt met [gedaagde sub 1 in vrijwaring] in de vennootschap Taxand B.V. (hierna: Taxand), thans TC geheten.

2.4.

Vanaf 2011 heeft Metal Kings diverse bedragen betaald aan [gedaagde sub 1 in vrijwaring], [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak]. Een aantal van deze bedragen is betaald op basis van facturen op briefpapier van Taxand. De facturen zijn voorzien van een “paid”-stempel die de naam van Taxand en een handtekening van [gedaagde sub 1 in vrijwaring] of [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] vermeldt. Andere betaalde bedragen zijn gebaseerd op overzichten op blanco papier die ook van een stempel van Taxand zijn voorzien. Voorts zijn bedragen betaald op basis van facturen op briefpapier van M&A (voorzien van een stempel van M&A) en van overzichten op blanco papier met een stempel van M&A.

2.5.

In 2015 heeft Metal Kings aanslagen van de belastingdienst en de SVB gekregen over de jaren 2010 tot en met 2014.

3 Het geschil

3.1.

Metal Kings vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het volgende:

  1. een verklaring voor recht dat M&A toerekenbaar jegens Metal Kings is tekortgeschoten, althans dat M&A een onrechtmatige daad jegens Metal Kings heeft gepleegd, althans dat er een onrechtmatige daad in groepsverband is gepleegd;

  2. een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] toerekenbaar jegens Metal Kings is tekortgeschoten althans dat [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] onrechtmatig jegens Metal Kings heeft gehandeld, althans dat er een onrechtmatige daad in groepsverband is gepleegd;

  3. een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] toerekenbaar jegens Metal Kings is tekortgeschoten, althans dat [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] onrechtmatig jegens Metal Kings heeft gehandeld, althans dat er een onrechtmatige daad in groepsverband is gepleegd;

  4. M&A dan wel [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] dan wel [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] dan wel verweerders gezamenlijk hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de schade die Metal Kings heeft geleden ten belope van NAf 24.293,75, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van NAf 3.644,06;

  5. M&A te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

M&A c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak] in de proceskosten.

3.3.

M&A vordert veroordeling van Metal Kings tot betaling van NAf 2.333,66 en voorts een “kostenvergoeding voor gespendeerde tijd”, met veroordeling van Metal Kings in de proceskosten.

3.4.

Metal Kings heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van M&A, met hoofdelijke veroordeling van M&A c.s. in de proceskosten.

3.5.

M&A c.s. vorderen in de vrijwaring primair, voor het geval in de hoofdzaak Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak] gelijk krijgen, [gedaagde sub 1 in vrijwaring] ter zake te veroordelen, en subsidiair onder dezelfde voorwaarde TC ter zake te veroordelen, kosten rechtens.

3.6. [

gedaagde sub 1 in vrijwaring] en TC hebben nog geen verweer gevoerd.

4 De beoordeling in de hoofdzaak

In conventie

4.1.

Aan de vordering legt Metal Kings het volgende betoog ten grondslag. Tussen Metal Kings en M&A heeft in het verleden een overeenkomst bestaan op grond waarvan M&A verplicht was van Metal Kings ontvangen bedragen af te dragen aan de ontvanger en de SVB. Dit laatste hebben M&A c.s. niet gedaan. Zij zijn daarom allemaal tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en schadeplichtig. Subsidiair geldt dat zij onrechtmatig jegens Metal Kings hebben gehandeld door de desbetreffende bedragen niet aan de ontvanger en de SVB af te dragen maar in eigen zak te steken. Meer subsidiair hebben zij in groepsverband onrechtmatig gehandeld. De schade van Metal Kings bestaat uit het bedrag dat in de loop der tijd is betaald voor de diensten van M&A (NAf 16.955,75), het bedrag dat Metal Kings heeft moeten maken ter voldoening van kosten van de ontvanger (NAf 1.900) en het totaalbedrag aan dwangbevelen van de ontvanger en de SVB (NAf 7.338). M&A c.s. dienen deze schade te vergoeden. Voorts heeft Metal Kings tot het gevorderde bedrag buitengerechtelijke incassokosten moeten maken, die eveneens voor vergoeding in aanmerking komen.

4.2.

In de visie van Metal Kings is sprake geweest van een overeenkomst met M&A. Dit betekent in elk geval dat de vordering op de grondslag van die gestelde overeenkomst niet toewijsbaar is jegens [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak]. Ten aanzien van M&A geldt het volgende.

4.3.

Het is aan Metal Kings om voldoende feiten en omstandigheden te stellen waaruit kan worden afgeleid dat de door haar gestelde overeenkomst met M&A daadwerkelijk heeft bestaan. Dergelijke feiten heeft Metal Kings niet gesteld.

4.4.

Metal Kings heeft ter zitting gesteld dat haar bestuurder [eiser sub 2 in de hoofzaak] voor 2010 in privé klant was bij [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] en dat bij gelegenheid van de oprichting van Metal Kings in 2010 ter sprake kwam in hoeverre [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] ook diensten kon verrichten ten behoeve van Metal Kings. Uit de stellingen van Metal Kings kan niet worden afgeleid wat er vervolgens concreet is afgesproken, maar vast staat dat het grootste gedeelte van de door haar overgelegde facturen op naam van Taxand is gesteld en niet op naam van M&A. Dit wijst er in beginsel niet op dat met M&A een overeenkomst is gesloten. Ook de geplaatste stempels ter bevestiging van de ontvangst van de desbetreffende bedragen vermelden in de meerderheid van de gevallen de naam van Taxand. Wanneer en hoe de gestelde overeenkomst met M&A tot stand zou zijn gekomen heeft Metal Kings op geen enkele wijze toegelicht, ook niet nadat M&A op dat punt specifiek verweer had gevoerd. Het enige concrete feit betreft de stelling dat [eiser sub 2 in de hoofzaak] [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] al eerder kende, maar het gerecht ziet niet in om welke reden dat feit zou kunnen leiden tot de conclusie dat de desbetreffende overeenkomst met M&A en niet met Taxand is gesloten. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de door Metal Kings gestelde overeenkomst met M&A tot stand is gekomen.

4.5.

Ter zitting hebben M&A c.s. verklaard dat Metal Kings zich op enig moment weer tot [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] heeft gewend, en dat [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] vanaf toen heeft getracht de administratie en afdrachten van Metal Kings in goede banen te leiden. Deze lezing wordt bevestigd door het feit dat de door Metal Kings overgelegde facturen uit de latere periode gesteld zijn op briefpapier van M&A en daarop stempels met vermelding van de naam van M&A zijn geplaatst. Voor zover hieruit moet worden afgeleid dat vanaf een zeker moment wel een overeenkomst met M&A tot stand is gekomen, op grond waarvan M&A verplicht was om ontvangen gelden af te dragen aan de ontvanger en de SVB, dan is van belang dat M&A c.s. onbetwist hebben gesteld dat zij tot die afdracht ook daadwerkelijk zijn overgegaan. Zij hebben dit onderbouwd met een excelsheet, waarop deze afdrachten zijn vermeld (productie 13). Hierop heeft Metal Kings niet concreet gereageerd, zodat de stellingen van M&A c.s. vast staan. Nu de gestelde wanprestatie bestaat uit het niet afdragen van ontvangen gelden, volgt hieruit dat van die wanprestatie geen sprake is.

4.6.

Op de grondslag van enigerlei overeenkomst tussen Metal Kings en M&A kan de vordering dus ook jegens M&A niet worden toegewezen.

4.7.

Subsidiair heeft Metal Kings aangevoerd dat M&A c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door de daarvoor bestemde bedragen niet af te dragen aan de Ontvanger en de SVB. Met betrekking tot dit standpunt overweegt het gerecht als volgt.

4.8.

Om op dit punt onrechtmatig handelen van M&A c.s. te kunnen aannemen, zal moeten kunnen worden vastgesteld dat zij de desbetreffende voor de Ontvanger en de SVB bestemde bedragen in ontvangst hebben genomen zonder deze af te dragen. Uit het onder 4.5 overwogene volgt al dat M&A c.s. wel degelijk gelden aan de Ontvanger en de SVB hebben afgedragen. Voor zover M&A nog andere bedragen in ontvangst heeft genomen, betekent dit niet dat die bedragen aan de Ontvanger en de SVB moesten worden doorgestort. Blijkens de omschrijving op de overgelegde facturen vormden die bedragen de verschuldigde tegenprestatie voor (kennelijk vooral door Taxand) verrichte administratieve en fiscale werkzaamheden. Niet aangenomen kan dus worden dat ook die bedragen bestemd waren om door te storten. Metal Kings heeft al met al onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat M&A c.s. dergelijke gelden in eigen zak hebben gestoken.

4.9.

Uit de verklaringen die ter zitting namens Metal Kings zijn gedaan zou kunnen worden afgeleid dat zij [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] ook in zijn hoedanigheid van (voormalig) bestuurder van Taxand wil aanspreken. Op deze eventuele bestuurdersaansprakelijkheid zijn de processtukken van Metal Kings echter in het geheel niet toegespitst, zodat het gerecht aan deze (mogelijke) grondslag als onvoldoende onderbouwd voorbij gaat.

4.10.

Ten aanzien van de positie van [eiser sub 2 in de hoofzaak] geldt nog dat niet is gebleken dat hij persoonlijk enige betrokkenheid heeft gehad bij of nadeel heeft ondervonden van het handelen van M&A c.s. Het enkele feit dat hij bestuurder is van Metal Kings is daarvoor onvoldoende.

4.11.

De vordering zal dus worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak] worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op NAf 3.750.

4.12.

Bij incidenteel vonnis van 6 maart 2017 heeft het gerecht de eisende partij in dat incident, TC, niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Het gerecht heeft de beslissing omtrent de proceskosten aangehouden. Nu Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak] in dat incident verweer hebben gemaakt en dus kosten hebben moeten maken, bestaat aanleiding om TC in de proceskosten van Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak] te veroordelen. Deze worden begroot op NAf 1.250 aan salaris. Van kosten aan de zijde van M&A c.s. is niet gebleken.

In reconventie

4.13.

In reconventie vordert M&A onder andere veroordeling van Metal Kings tot betaling van NAf 2.333,66. Het betreft hier het saldo van declaraties en ontvangen bedragen. Het resterende saldo houdt volgens M&A verband met een factuur van 5 juni 2015 (voor een bedrag van NAf 3.009,34) die grotendeels betrekking had op overleg van [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] met [eiser sub 2 in de hoofzaak].

4.14.

Bij antwoord heeft Metal Kings betwist dat zij met M&A is overeengekomen dat [gedaagde sub 3 in de hoofdzaak] aanspraak zou hebben op de door hem gedeclareerde bedragen. Op dit verweer heeft M&A gereageerd met het betoog dat de factuur inmiddels ruim twee jaar oud is en dat Metal Kings daarom de juistheid van die factuur niet meer kan betwisten. Deze reactie schiet naar het oordeel van het gerecht tekort. Het is M&A die meent op grond van een daartoe strekkende afspraak met Metal Kings aanspraak te kunnen maken op de hier bedoelde vergoeding. Het ligt dan ook in eerste plaats op haar weg om voldoende feiten te stellen die kunnen leiden tot de conclusie dat de desbetreffende afspraak daadwerkelijk is gemaakt. Dat Metal Kings mogelijk al (veel) eerder had kunnen laten weten het niet eens te zijn met de factuur, maakt niet dat zij dat verweer thans niet meer zou kunnen voeren.

4.15.

Nu aldus niet kan worden aangenomen dat de door M&A gestelde afspraak is gemaakt, ontbreekt een grondslag voor de aanspraak op voldoening van de factuur en komt de vordering in reconventie in zoverre niet voor toewijzing in aanmerking.

4.16.

Voorts vordert M&A een vergoeding voor de aan de onderhavige zaak gespendeerde tijd. Deze vordering komt reeds niet voor toewijzing in aanmerking, omdat M&A haar stelling niet heeft geconcretiseerd of onderbouwd.

4.17.

De vordering in reconventie zal dus worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen M&A c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op NAf 750 voor salaris.

5 De beoordeling in de vrijwaringszaak

5.1.

Met hun vordering in de vrijwaringszaak beogen M&A c.s. dat zij worden gevrijwaard indien de vordering van Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak] tegen hen in enig opzicht wordt toegewezen. Uit de beoordeling in de hoofdzaak volgt dat daarvan geen sprake is. M&A c.s. hebben daarom geen belang bij hun vordering in de vrijwaringszaak. Die vordering zal worden afgewezen.

5.2.

Nu [gedaagde sub 1 in vrijwaring] en TC nog geen verweer hadden gevoerd in de vrijwaringszaak, en dus geen kosten hebben gemaakt, zullen hun kosten op nihil worden begroot.

6 De beslissing

Het Gerecht:

In de hoofdzaak in conventie

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak] in de proceskosten van M&A c.s., begroot op NAf 3.750;

6.3.

veroordeelt TC in de proceskosten van Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak], begroot op NAf 1.250;

In de hoofdzaak in reconventie

6.4.

wijst de vorderingen af;

6.5.

veroordeelt M&A c.s. hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de een betaalt de anderen in zoverre zullen zijn gekweten, in de proceskosten van Metal Kings en [eiser sub 2 in de hoofzaak], begroot op NAf 750;

In de vrijwaringszaak

6.6.

wijst de vordering af;

6.7.

veroordeelt M&A c.s. in de proceskosten van [gedaagde sub 1 in vrijwaring] en TC, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2018.