Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:40

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
18-01-2018
Datum publicatie
21-03-2018
Zaaknummer
Cur201300082 (voorheen 64447/2013)
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Cur201300082 weigeren akte erkenning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN Curaçao

Beschikking in de zaak van:

verzoekers:

[DE MAN],

wonende te Curacao,

hierna ook te noemen: de man,

en

[DE VROUW],

wonende te Curaçao,

hierna ook te noemen: de vrouw,

allebei procederende in persoon,

--tegen--

verweerder:

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gezeteld te Curaçao,

hierna ook te noemen: de ambtenaar,

niet verschenen.

Als belanghebbenden worden aangemerkt: [ meerderjarige naam 1], geboren op [geboortedatum] 1995 te Cali (Colombia) en [ meerderjarige naam 2], geboren op [geboorte datum] 1996 te Cali Valle (Colombia) (hierna ook: de meerderjarigen).

1 De procedure

Verzoekers hebben op 9 september 2013 een verzoekschrift, met bijlagen, ter griffie ingediend. Bij brief van 16 september 2013 heeft het gerecht verzocht om aanvulling van het verzoekschrift met de nog ontbrekende stukken zoals opgesomd in de brief. Bij brief van 12 juni 2017 hebben de meerderjarigen verzoekers gemachtigd om namens hen op te treden in deze procedure. De behandeling van de zaak stond gepland voor 14 september 2017. Op verzoek van de ambtenaar is die behandeling aangehouden tot 7 december 2017. Verzoekers en de meerderjarigen zijn ter zitting verschenen; de ambtenaar, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet. De uitspraak is bepaald op heden.

2 De feiten en het verzoek

Het gerecht acht de volgende gestelde en niet weersproken feiten van belang. De meerderjarigen zijn geboren uit de vrouw. De man is niet de biologische vader van de meerderjarigen. De man heeft jarenlang met de vrouw en de meerderjarigen in gezinsverband samengeleefd. De relatie tussen de man en de vrouw is inmiddels beëindigd. Er is nog steeds sprake van een goede onderlinge verstandhouding tussen de man, de vrouw en de meerderjarigen. De man heeft zich in 2013 bij de Burgerlijke Stand vervoegd om alsnog tot erkenning van de meerderjarigen over te gaan. De ambtenaar heeft mondeling geweigerd om een akte van erkenning op te maken. Verzoekers komen op tegen deze weigering. Zij vragen het gerecht de ambtenaar te gelasten alsnog over te gaan tot het opmaken van een akte van erkenning met betrekking tot de meerderjarigen.

3. De beoordeling

3.1.

Op grond van artikel 1:204, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de man de meerderjarigen erkennen als zij daarvoor toestemming geven en voorts sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen hem en de meerderjarigen.

3.2.

Op grond van artikel 1:18b BW is de ambtenaar bevoegd te weigeren een akte van de burgerlijke stand op te maken wanneer hij meent dat de (belanghebbende) partij in gebreke is met het overleggen van vereiste bescheiden of dat deze bescheiden ongenoegzaam zijn of wanneer hij meent dat de Curaçaose openbare orde zich daartegen verzet. De (belanghebbende) partij ontvangt een schriftelijk gemotiveerde mededeling van de weigering, waarbij zij gewezen wordt op de mogelijkheid van artikel 1:27 BW om zich binnen zes weken na verzending van het besluit tot de rechter te wenden.

3.3.

Het gerecht stelt allereerst vast dat de formele procedure in deze zaak niet goed is verlopen, omdat de man nimmer de schriftelijke mededeling van de ambtenaar als hiervoor onder 3.2. bedoeld, heeft ontvangen. Niet is gebleken op welke datum in 2013 de ambtenaar mondeling heeft geweigerd om de akte van erkenning op te maken. Voor zover het verzoekschrift buiten de in artikel 1:27 BW gestelde termijn bij het gerecht is ingekomen, is het gerecht van oordeel dat die termijnoverschrijding verschoonbaar is, nu het niet aan verzoekers te wijten is dat zij door de ambtenaar niet schriftelijk zijn geïnformeerd over de mogelijkheid zich tijdig tot de rechter te wenden. Verzoekers zijn daarom sowieso ontvankelijk in hun verzoek.

3.4.

De ambtenaar heeft geen verweer gevoerd in deze procedure. Mede daarom is onduidelijk gebleven waarop de weigering van destijds is gegrond. Uit het verhandelde ter zitting en de overgelegde stukken is echter voldoende aannemelijk geworden dat tussen de man en de meerderjarigen een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Nu de meerderjarigen ter zitting uitdrukkelijk hebben verklaard toestemming te geven voor de erkenning, is er geen wettelijke belemmering tot het opmaken van een erkennningsakte. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.

3.5.

Gelet op de geschetste gang van zaken ziet het gerecht aanleiding om de ambtenaar te veroordelen in de proceskosten.

4 De beslissing

Het gerecht:

4.1.

gelast de ambtenaar een akte van erkenning op te maken inzake de erkenning door de man van: [ meerderjarige naam 1], geboren op [geboortedatum] 1995 te Cali (Colombia) en [ meerderjarige naam 2], geboren op [geboortedatum] 1996 te Cali Valle (Colombia);

4.2.

veroordeelt de ambtenaar in de kosten van dit geding, aan de zijde van verzoekers begroot op NAf 50,- (vijftig gulden) aan griffierecht;

4.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.B. van den Enden, rechter in het gerecht voormeld en op 18 januari 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Crc