Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:392

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
23-11-2018
Datum publicatie
20-11-2020
Zaaknummer
500.00187/19 en 500.00055/18 (TUL)
Rechtsgebieden
Penitentiair strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Voorhanden vwpn en munitie en TUL.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummers: 500.00187/19 en 500.00055/18 (TUL)

Uitspraak: 19 juli 2019 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2019. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.V.G. Rooijer, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. R.A. Koert, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden met aftrek van voorarrest.

Zijn vordering behelst voorts de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen voorwerpen.

De raadsman heeft verweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd:

dat hij op of omstreeks 26 mei 2019 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een automatisch pistool (van het merk Glock; serienummer [wapennummer]; kaliber 9x19 mm), in elk geval een zwaar vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en/of 20, in elk geval één of meerdere (scherpe) patronen, in elk geval munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 voorhanden heeft gehad;

(artikel 5 j◦ 3 j◦ 11 van de Vuurwapenverordening 1930)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling (tijds)verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op of omstreeks 26 mei 2019 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een automatisch pistool (van het merk Glock; model 18c; serienummer [wapennummer]; kaliber 9x19 mm), in elk geval een zwaar vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en/of 20, in elk geval één of meerdere (scherpe) patronen van kaliber 9x19 mm, in elk geval munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 voorhanden heeft gehad;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1 De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

1. Op 26 mei 2019 omstreeks 01.10 uur, hebben de verbalisanten [verbalisant 1] en

[verbalisant 2] hun collega’s van patrouille 10-48, geassisteerd nadat de patrouille ter hoogte van [naam bedrijf] gevestigd te [wijk] een motorvoertuig van het merk Toyota model Vitz en voorzien van kentekennummer [kentekennummer] heeft gestopt. Zij hebben het volgende gerelateerd:

“Patrouille 10-48 constateerde dat zich in voornoemd voertuig vier mannelijke inzittenden bevonden. De mannelijke inzittenden werden aan hun kleding gecontroleerd. Ik, verbalisant [verbalisant 1], deed een uitvoerige controle in het voertuig en trof, binnen in de voering onder het dashboard, bij de zitplaats van de mede-inzittende naast de bestuurder, een zwart gekleurd vuistvuurwapen en bij de filter van de koelingssysteem van het voertuig een zwart gekleurd patroonhouder inhoudende 20 (twintig) scherpe patronen aan.

Één van de verdachten gaf op te zijn:

[verdachte], geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] en wonende [adres].

De verdachte werd ter plaatse aangehouden. Het motorvoertuig, het vuurwapen en de patroonhouder werden inbeslaggenomen.” 2

2. Op 26 mei 2019 is de verbalisant [verbalisant 3], werkzaam bij het Team Forensisch Opsporing, verzocht een onderzoek in te stellen naar het inbeslaggenomen pistool en scherpe patronen. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd

“Aangeboden voorwerp: een pistool van het merk Glock, model 13c, kaliber 9x19 mm, voorzien van serienummer [wapennummer] en houder met de capaciteit van 31 kogels met 20 scherpe patronen (5 x S&B, 3 x CBC en 11 x WIN).

Het pistool is bestemd en geschikt om kogels door een loop af te schieten. De patronen zijn geschikt om met pistolen van het kaliber 9 mm Luger te worden verschoten.

Het pistool werkt optimaal en de scherpe patronen werden tijdens het proefschieten normaal tot ontbranding gebracht.

Het pistool is door het vuur selecteer apparaat een volautomatisch pistool geworden.” 3

3. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

“Het klopt dat ik op 26 mei 2019 een pistool en munitie bij me had. Het vuurwapen en munitie waren in de auto verscholen. De auto is van mij.” 4

Bewijsoverwegingen

Het verweer van de raadsman dat de verdachte niet voornemens was gebruik te maken van het vuurwapen en munitie noch dat hij daar gebruik van heeft gemaakt, kan reeds worden gepasseerd omdat slechts ten laste is gelegd dat de verdachte het vuurwapen en de munitie voorhanden heeft gehad. Daar komt bij dat hij wist waar het vuurwapen en munitie verscholen waren en daardoor al op gemakkelijke wijze over kon beschikken en daarmee die voorwerpen in zijn machtssfeer had. Het verweer behoeft derhalve geen nadere bespreking.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is zowel ten aanzien van het voorhanden hebben van het vuurwapen, als ten aanzien van het voorhanden hebben van de munitie voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 3, eerste lid, juncto artikel 5 van de Vuurwapenverordening 1930 en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, en artikel 5 van de Vuurwapenverordening 1930, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf en maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in de nachtelijke uren onbevoegd voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen en daarvoor geschikte munitie op de openbare weg. Hij heeft daarmee, ondanks dat het vuurwapen en munitie niet op dezelfde plek in zijn auto waren opgeborgen, gevaar voor de veiligheid van andere personen en zichzelf in het leven geroepen, omdat het voorhanden hebben van een vuurwapen vaak leidt tot het gebruik daarvan, hetgeen ook weer (vuurwapen)geweld uitlokt. Ook veroorzaakt een dergelijk feit gevoelens van angst en onrust in de samenleving. Tegen dit voorhanden hebben dient daarom streng te worden opgetreden.

Ten nadele van de verdachte heeft het Gerecht bij de hoogte van de op te leggen straf de strafkaart van de verdachte betrokken. Zo blijkt uit zijn strafkaart dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit, hetgeen hem kennelijk er niet van heeft weerhouden het onderhavig feit te plegen.

Het Gerecht rekent de verdachte zijn handelen dan ook zwaar aan en is gelet op de aard en ernst van het bewezen verklaarde van oordeel dat slechts een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt, als passende straf in aanmerking komt.

Evenals de officier van justitie is het Gerecht, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf van 36 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een automatisch pistool van het merk Glock, model 18c, kaliber 9x19 mm en voorzien van serienummer [wapennummer] en 20 scherpe patronen van het kaliber 9x19 mm.

Het vuurwapen en munitie zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

De voorwerpen zijn met betrekking tot het bewezen verklaarde begaan.

Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij vonnis van 23 mei 2018 in de zaak met parketnummer 500.00055/18 heeft het Gerecht in Curaçao de verdachte ter zake van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk. Ten aanzien van die voorwaardelijke gevangenisstraf is de proeftijd op 3 (drie) jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is op 26 juli 2018 onherroepelijk geworden.

De officier van justitie heeft gevorderd dat het Gerecht zal gelasten dat die voorwaardelijke gevangenisstraf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

Nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, is het Gerecht van oordeel dat de tenuitvoerlegging van deze straf dient te worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:74 en 1:75 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 36 (zesendertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een automatisch pistool van het merk Glock, model 18c, kaliber 9x19 mm en voorzien van serienummer [wapennummer] en 20 scherpe patronen van het kaliber 9x19 mm;

gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 500.00055/18 bij vonnis d.d. 23 mei 2018 van dit Gerecht voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.J. de Kort, bijgestaan door

R.A. Caupain, (zittingsgriffier), en op 19 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het relaas proces-verbaal van het Korps Politie Curaçao d.d. 7 juli 2019, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 201907081000.AMB.3294 en de onderzoeksnaam “[wijk]”.

2 Proces-verbaal van aanhouding op heterdaad d.d. 26 mei 2019, bijlage 01, pagina 1-8.

3 Proces-verbaal van inbeslaggenomen vuurwapen en scherpe patronen d.d. 16 juli 2019, los stuk.

4 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 19 juli 2019, zoals die eventueel later - indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld - in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.