Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:381

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
22-05-2020
Zaaknummer
CUR201801932
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

opzegtermijn termijndeposito

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak


GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in kort geding

In de zaak van:

de vennootschap naar Venezolaans recht

Supermercado Caracas S.A.,

gevestigd te Venezuela,

eiseres,

gemachtigde: mrs. A. Huizing en E.J.J. Huizing,

tegen

de naamloze vennootschap

Banco del Orinoco N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mrs. T.E. Matroos en R.U.A. Helberg-Proctor.

Partijen zullen hierna Supermercado en BdO genoemd worden.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Supermercado heeft op 15 juni 2018 een kort geding verzoekschrift met producties ingediend. De mondelinge behandeling heeft op 9 juli 2018 plaatsgevonden. Beide partijen zijn verschenen bij gemachtigde en hebben het woord gevoerd, beiden aan de hand van pleitaantekeningen, die in het dossier zijn gevoegd.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Supermercado houdt bij BdO een spaarrekening (nummer 503607) met een saldo van USD 25.855,87 per 29 december 2017 en een CD (nummer 315410) met een saldo van USD 200.000,00 per 27 december 2017. Rekeningnummer 315410 betreft een time deposit met maturity date 26 januari 2018. De vervaldatum is 30 juli 2018.

2.2.

Supermercado heeft geprobeerd de tegoeden op haar rekeningen bij BdO uit te laten keren. BdO heeft ondanks herhaalde aanmaning en ingebrekestelling niet gereageerd.

2.3.

Tot op heden heeft BdO geen uitvoering gegeven van het verzoek van Supermercado.

3 Het geschil en de beoordeling

3.1.

Supermercado vordert, kort gezegd, om BdO bij vonnis in kort geding, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van USD 225.855,87 of de tegenwaarde daarvan in Nederlands- Antilliaanse courant, ad NAf 411.057,68, vermeerderd met de geaccumuleerde rente vanaf 1 januari 2018 tot en met de dag der algehele voldoening, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten van NAf 10.000,- en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 16 maart 2018, met veroordeling van BdO in de proceskosten.

3.2.

Supermercado stelt zich op het standpunt dat BdO gehouden is het gevorderde uit te betalen. Voor het uitblijven van de uitkering heeft BdO geen valide reden gegeven. Dat leidt tot wanprestatie c.q. onrechtmatige daad zijdens BdO.

3.3.

BdO voert ten verwere aan dat zij geen verplichting heeft om tot betaling over te gaan omdat de termijndeposito niet rechtsgeldig is opgezegd en de kredietfaciliteit – tot zekerheid waarvan de termijndeposito strekt – nog steeds loopt.

3.4.

Partijen zijn het eens over het bedrag dat BdO namens Supermercado onder zich heeft. Voorts is niet in geschil dat BdO gehouden is tot betaling van de gevorderde gelden op de spaarrekening van Supermercado, mede nu de gegunde termijn niet heeft geresulteerd in de overboeking van de gevorderde gelden. Dit deel van de vordering is daarmee toewijsbaar.

3.5.

Ten aanzien van de termijndeposito heeft BdO aangevoerd dat deze niet binnen de opzegtermijn voor de vervaldatum is opgezegd. Supermercado heeft dat niet betwist. Naar het oordeel van het Gerecht staat dat in casu niet aan de uitkering van de tegoeden van Supermercado in de weg. Supermercado heeft gemotiveerd gesteld dat zij al een jaar, en dus ruim vóór de vervaldatum, probeert de tegoeden uitgekeerd te krijgen. BdO heeft nimmer (inhoudelijk) op haar uitkeringsverzoeken gereageerd. Vaststaat dat BdO ook niet op de verzoeken van de raadsman van Supermercado heeft gereageerd. Het had na de ontvangst van deze uitkeringsverzoeken door Supermercado op de weg van BdO gelegen om Supermercado erop te wijzen dat de opzegging op grond van de voorwaarden tien tot vijf dagen voor de vervaldata diende te worden gedaan. Door dit na te laten kan BdO zich er achteraf niet op beroepen dat de termijndeposito niet rechtsgeldig is opgezegd. Zulks geldt temeer aangezien het een feit van algemene bekendheid is dat termijndeposito’s tussentijds kunnen worden opengebroken, eventueel tegen betaling van een boete.

3.6.

Voor zover BdO uitkering van de tegoeden op de termijndeposito betwist in verband met de looptijd van de kredietovereenkomst, heeft zij dat onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. Immers, BdO heeft gesteld dat Supermercado per 6 april 2018 met Banco Occidental de Descuento (BOD) een kredietovereenkomst is aangegaan voor een periode van één jaar. De reeds bestaande termijndeposito van Supermercado bij BdO zou ter zekerheid van die kredietfaciliteit door Supermercado zijn gecedeerd aan BOD. Die stelling staat haaks op de stelling van Supermercado dat zij al een jaar bezig is haar tegoeden uit de termijndeposito uitgekeerd te krijgen. De raadsman van Supermercado heeft bij brieven van 16 maart 2018 en 3 april 2018 nog om uitkering verzocht. Daarbij past niet dat Supermercado kort daarna de termijndeposito ter zekerheid van een kredietfaciliteit zou hebben gecedeerd. Het had op de weg van BdO gelegen haar stelling ter zake met stukken te onderbouwen, hetgeen zij heeft nagelaten. Voorts is niet gesteld of gebleken dat BOD of BdO Supermercado heeft gewezen op eventuele voor beëindiging vereiste formaliteiten, terwijl in ieder geval BdO ervan op de hoogte was dat Supermercado uitkering van haar tegoeden wenste. Daar komt bij dat de kredietfaciliteit volgens BdO al geheel door Supermercado zou zijn afgelost, zodat de termijndeposito thans ook geen doel dient. Dat tenslotte aan enige andere uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichting niet zou zijn voldaan heeft BdO niet aangevoerd. Gelet hierop staat naar het oordeel van het Gerecht de gestelde kredietfaciliteit niet aan uitkering van de tegoeden in de weg.

3.7.

Gelet op het vorenstaande zal de vordering van Supermercado zoals geformuleerd onder rechtsoverweging 3.1. worden toegewezen zoals hierna vermeld, met dien verstande dat de geaccumuleerde rente niet is onderbouwd, zodat de wettelijke rente vanaf 16 maart 2018 zal worden toegewezen. In afwijking van wat partijen zijn overeengekomen, zal conform het Procesreglement 2016, een bedrag van NAf 4.500,- (1,5 punt van tarief 8) aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

3.8.

BdO zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten ad NAf 1.000,= aan gemachtigdensalaris, NAf 4110,- aan griffierechten en NAf 347,95 aan oproepingskosten.

4 De beslissing

Het Gerecht:

rechtdoende in kort geding:

- veroordeelt BdO tot betaling aan Supermercado van een bedrag van USD 225.855,87, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2018 tot en met de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt BdO in de proceskosten aan de zijde van Supermercado tot op heden begroot op NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris, NAf 4110,- aan griffierechten en NAf 347,95 aan oproepingskosten;

- veroordeelt BdO tot betaling aan Supermercado van de buitengerechtelijke incassokosten, ad NAf 4.500,-.;

- verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2018.