Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:358

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
17-08-2018
Datum publicatie
14-08-2019
Zaaknummer
500.00130/18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gewapende overval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 500.00130/18

Uitspraak: 17 augustus 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2018.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. B. Lie Atjam, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. M. Dennaoui-Simon, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de verdachte van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken, de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan diefstal met geweld bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

pimair

hij op of omstreeks 5 april 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een nog onbekend hoeveelheid geld uit een (kasregister van Tropical minimarket), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of
met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer], heeft gedwongen tot afgifte van voornoemd hoeveelheid geld in elk geval (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan anderen of een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk
- onverhoeds en/of met afgedekt gezicht en/of gewapend met een mes de
winkel van die [slachtoffer] binnen komen lopen en/of met overtal zich
aldaar ophouden en/of
- met dat mes in de richting uitwijzen van die [slachtoffer] en/of tegen die
[slachtoffer] uitroepen: “nami tur sen”;

(artikel 2:291 lid 1/2/3 jo 2:294 lid 1/3 jo 1:123 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 5 april 2018 te Curaçao, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een nog onbekend hoeveelheid geld uit een (kassa van Tropical minimarket), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2],
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2], met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of
met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer], heeft gedwongen tot afgifte van voornoemd hoeveelheid geld in elk geval (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan anderen of een ander dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2],

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk
- onverhoeds en/of met afgedekt gezicht en/of gewapend met een mes de
winkel van die [slachtoffer] binnen komen lopen en/of met overtal zich
aldaar ophouden en/of
- met dat mes in de richting uitwijzen van die [slachtoffer] en/of tegen die
[slachtoffer] uitroepen: “nami tur sen”,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 5 april 2018, althans in of omstreeks de maand april 2018 te Curaçao, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door de voornoemde dader(s) in een (huur)auto naar die Tropical minimarket te rijden en/of op die daders te (blijven) wachten bij die minimarket.


(artikel 2:291 lid 1,2,3 jo 1:124 onder b Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak
Ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit (medeplegen)

Het Gerecht is met de officier van justitie van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit (medeplichtigheid van afpersing)
Het Gerecht komt verder tot een partiële vrijspraak van het subsidiair ten laste gelegde feit. Het Gerecht is met de officier van justitie van oordeel dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde afpersing, nu het geldbedrag niet is afgegeven, maar weggenomen. De verdachte zal daarom daarvan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 5 april 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een nog onbekend hoeveelheid geld uit een (kassa van Tropical minimarket), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2],
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2], met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of
met het oogmerk om zichzelf en/of (een ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer], heeft gedwongen tot afgifte van voornoemd hoeveelheid geld in elk geval (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan anderen of een ander dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2],

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk
- onverhoeds en/of met afgedekt gezicht en/of gewapend met een mes de
winkel van die [slachtoffer] binnen komen lopen en/of met overtal zich
aldaar ophouden en/of
- met dat mes in de richting wijzen van die [slachtoffer] en/of tegen die
[slachtoffer] uitroepen: “nami tur sen”,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 5 april 2018, althans in of omstreeks de maand april 2018 te Curaçao, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door de voornoemde dader(s) in een (huur)auto naar die Tropical minimarket te rijden en/of op die daders te (blijven) wachten bij die minimarket.


Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1 De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

1. slachtoffer] deed op 6 april 2018 aangifte van diefstal. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

“Gisteravond (het Gerecht: 5 april 2018) stond ik achter mijn toonbank bij het kasregister van de Tropical minimarket in Curaçao. Omstreeks 21.55 uur zag ik een onbekende jongeman met zijn gezicht bedekt met een wit T-shirt de zaak binnenkomen. Dader 1 stak zijn mes in mijn richting en maande mij om al het geld aan hem af te geven. Dader 1 zei “atrako nami tur sen” (vrije vertaling verbalisant: beroving geef mij al het geld af). Kort hierna rende ook een vrouwelijke dader de minimarket binnen (hierna: dader 2). Dader 2 stak de hand in de lade van het kasregister en nam de dagopbrengst weg. Na hun daad te hebben gedaan vluchten de daders te voet richting de parkeerplaats. Kort hierna kwamen enkele klanten die buiten zaten naar mij toe. Van hun had ik vernomen dat de daders in een grijs gelakte personenauto met de kentekenplaat [kentekenplaatnummer] stapten tijdens hun vlucht.

Dader 2: een vrouw had ook haar gezicht bedekt met iets.” 2

2. Op 5 april 2018 omstreeks 23:20 uur, werden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding bij de Centrale Meldkamer van een beroving bij het Tropical Minimarket aan het FD Rooseveltweg 373 gedirigeerd naar Kaya Yobida alwaar de personenauto betrokken bij de beroving zich op dat moment bevond. Zij hebben het volgende gerelateerd:

“Op voornoemde datum omstreeks 23:15 uur bevonden wij verbalisanten ons in Kaya Yobida en kwamen de personenauto van het merk Suzuki Swift grijs gelakt voorzien van het kenteken [kentekenplaatnummer] ter hoogte van perceel nummer [huisnummer] die vermoedelijk betrokken was in de beroving op het Tropical Minimarket gelegen aan het adres FD Rooseveltweg.

In de auto op de bijrijdersstoel zat een voor ons verbalisanten onbekende jong meisje. Voor de voornoemd auto, ter hoogte van de motorkap, bevond zich een voor ons onbekende jonge man.

Ik verbalisant [verbalisant 1] vroeg meteen aan de voor ons onbekende man of hij de bestuurder en/of verantwoordelijke was voor de auto. De voor mij onbekende man gaf mij verbalisant [verbalisant 1] ja als antwoord en verklaarde spontaan dat hij deze auto vanaf 19:00 uur bij een vriend gehuurd had.

Als hun naam en verdere gegevens gaven ze op:

[verdachte]

Geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]

En wonende aan het adres [adres] te [woonplaats].

EN

[medeverdachte 1]

Geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats]

En wonende aan het adres [adres] te [woonplaats].

Hun signalementen kwamen overeen met de verdachten op de video-afbeeldingen.” 3

3 [medeverdachte 1] heeft ten overstaan van de politie het volgende verklaard:

“Verbalisant: Je bent aangehouden voor een beroving gepleegd op donderdag 05 april 2018 te Tropical Minimarket te F.D. Rooseveltweg nummer 373.

Verbalisant: Wat heb je allemaal hierover verklaren?
Verdachte: Ik ging die beroving inderdaad plegen. Ik en [bijnaam medeverdachte 2] (het Gerecht: de medeverdachte [medeverdachte 2]) renden de minimarket binnen. [bijnaam medeverdachte 2] hield een mes in zijn hand. Ik was direct naar het kasregister alwaar ik geld uithaalde en rende weg. [bijnaam medeverdachte 2] heeft ook geld uit het register gehaald .” 4

4 De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

“Ik heb gewoon geholpen door de auto te besturen. Ik wist wat ze gingen doen” 5

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto artikel 1:124 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.


Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen. De verdachte is behulpzaam geweest bij een beroving op de Tropical minimarket, waarbij de medewerkster/eigenares met een mes werd bedreigd. De verdachte heeft voorafgaand aan de overval zijn mededaders met een huurauto gebracht naar de plaats van de overval. Twee medeverdachten voorzien van gezichtsbedekking zijn de minimarket binnengerend en hebben, onder bedreiging van aangeefster met een mes, geld meegenomen uit de kassa. Ondertussen heeft de verdachte in de auto in de buurt van die minimarket op de medeverdachten staan wachten en toen zij terugkwamen bij de auto is hij met hen weggereden. Door zo te handelen heeft de verdachte eraan bijgedragen dat

het slachtoffer financieel is benadeeld en een angstige en traumatische ervaring is bezorgd. Dit soort berovingen versterken bovendien gevoelens van angst en onveiligheid in de Curaçaose samenleving.

Het Gerecht rekent de verdachte het voorgaande aan, maar is met de raadsman van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf in vergelijking met soortgelijke zaken te hoog is. Daarbij merkt het Gerecht op dat de rol van de verdachte geringer was dan die van de medeverdachten. Een lagere straf in de onderhavige zaak ligt dan ook in de rede.

Ten voordele van de verdachte weegt het Gerecht mee dat de verdachte nog jong is en niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast heeft de verdachte zijn eigen rol toegegeven en lijkt zich bewust van de ernst en de strafwaardigheid van zijn handelen. Verder heeft de verdachte ter terechtzitting aangegeven dat hij begeleiding van de reclassering wil krijgen. Het Gerecht ziet in deze omstandigheden aanleiding om een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk op te leggen en daaraan een proeftijd en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht te koppelen.

Dit laat onverlet dat gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat in dit geval een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.


Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21 en 1:125, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor vermeld onder ‘bewezenverklaring’;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 36 (zesendertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Curaçao, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters, bijgestaan door mr. T.M.A.D. de Lanoy, (zittingsgriffier), en op 17 augustus 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao Bureau Roofovervallen Bestrijding d.d. 10 juli 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 93/18 en de onderzoeksnaam “Tropical”.

2 Proces-verbaal d.d. 6 april 2018, pagina 2 tot en met 4.

3 Proces-verbaal d.d. 5 april 2018, pagina 7 tot en met 10.

4 Proces-verbaal 2de verhoor d.d. 7 april 2018, pagina 51.

5 Proces-verbaal van de op 27 juli 2018 gehouden terechtzitting.