Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:357

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
17-08-2018
Datum publicatie
14-08-2019
Zaaknummer
510.00011/18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gewapende overval, minderjarige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 510.00011/18

Uitspraak: 17 augustus 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2018.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. B. Lie Atjam, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. M. Dennaoui-Simon, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een jeugddetentie voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie als bijzondere voorwaarde begeleiding door de jeugdreclassering gevorderd.

De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd.


Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 5 april 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een nog onbekend hoeveelheid geld uit een (kasregister van Tropical minimarket), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte en/of haar mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd door haar, verdachte, en/of haar mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of haar mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of
met het oogmerk om zichzelf en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer], heeft gedwongen tot afgifte van voornoemd hoeveelheid geld in elk geval (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan anderen of een ander dan aan haar, verdachte, en/of haar mededader(s),

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk
- onverhoeds en/of met afgedekt gezicht en/of gewapend met een mes de
winkel van die [slachtoffer] binnen komen lopen en/of met overtal zich
aldaar ophouden en/of
- met dat mes in de richting uitwijzen van die [slachtoffer] en/of tegen die
[slachtoffer] uitroepen: “nami tur sen”.

(artikel 2:291 lid 1/2/3 jo 2:294 lid 1/3 jo 1:123 Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Partiële Vrijspraak


Het Gerecht is met de officier van justitie van oordeel dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde afpersing, nu het geldbedrag niet is afgegeven, maar weggenomen. De verdachte zal daarom daarvan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op of omstreeks 5 april 2018 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een nog onbekend hoeveelheid geld uit een (kasregister van Tropical minimarket), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte en/of haar mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd door haar, verdachte, en/of haar mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of haar mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk
- onverhoeds en/of met afgedekt gezicht en/of gewapend met een mes de
winkel van die [slachtoffer] binnen komen lopen en/of met overtal zich
aldaar ophouden en/of
- met dat mes in de richting wijzen van die [slachtoffer] en/of tegen die
[slachtoffer] uitroepen: “nami tur sen”.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1 De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

1. slachtoffer] deed op 6 april 2018 aangifte van diefstal. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

“Gisteravond (het Gerecht: 5 april 2018) stond ik achter mijn toonbank bij het kasregister van de Tropical minimarket in Curaçao. Omstreeks 21.55 uur zag ik een onbekende jongeman met zijn gezicht bedekt met een wit T-shirt de zaak binnenkomen. Dader 1 stak zijn mes in mijn richting en maande mij om al het geld aan hem af te geven. Dader 1 zei “atrako nami tur sen” (vrije vertaling verbalisant: beroving geef mij al het geld af). Kort hierna rende ook een vrouwelijke dader de minimarket binnen (hierna: dader 2). Dader 2 stak de hand in de lade van het kasregister en nam de dagopbrengst weg. Na hun daad te hebben gedaan vluchten de daders te voet richting de parkeerplaats. Kort hierna kwamen enkele klanten die buiten zaten naar mij toe. Van hun had ik vernomen dat de daders in een grijs gelakte personenauto met de kentekenplaat [kentekenplaatnummer] stapten tijdens hun vlucht.

Dader 2: een vrouw had ook haar gezicht bedekt met iets.” 2

2. Op 5 april 2018 omstreeks 23:20 uur, werden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding bij de Centrale Meldkamer van een beroving bij het Tropical Minimarket aan het FD Rooseveltweg 373 gedirigeerd naar Kaya Yobida alwaar de personenauto betrokken bij de beroving zich op dat moment bevond. Zij hebben het volgende gerelateerd:

“Op voornoemde datum omstreeks 23:15 uur bevonden wij verbalisanten ons in Kaya Yobida en kwamen de personenauto van het merk Suzuki Swift grijs gelakt voorzien van het kenteken [kentekenplaatnummer] ter hoogte van perceel nummer [huisnummer] die vermoedelijk betrokken was in de beroving op het Tropical Minimarket gelegen aan het adres FD Rooseveltweg.

In de auto op de bijrijdersstoel zat een voor ons verbalisanten onbekende jong meisje. Voor de voornoemd auto, ter hoogte van de motorkap, bevond zich een voor ons onbekende jonge man.

Ik verbalisant [verbalisant 1] vroeg meteen aan de voor ons onbekende man of hij de bestuurder en/of verantwoordelijke was voor de auto. De voor mij onbekende man gaf mij verbalisant [verbalisant 1] ja als antwoord en verklaarde spontaan dat hij deze auto vanaf 19:00 uur bij een vriend gehuurd had.

Als hun naam en verdere gegevens gaven ze op:

[medeverdachte 1]

Geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]

En wonende aan het adres [adres] te [woonplaats].

EN

[verdachte]

Geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats]

En wonende aan het adres [adres] te [woonplaats].

Hun signalementen kwamen overeen met de verdachten op de video-afbeeldingen.” 3

3 [medeverdachte 1] heeft ten overstaan van de politie het volgende verklaard:

“Verbalisant: Je bent aangehouden voor een beroving gepleegd op donderdag 5 april 2018 te Tropical Minimarket.
Verbalisant: Wat kan je allemaal hierover verklaren?
Verdachte: Ja het berust op de waarheid.

Verbalisant: Hoe zijn jullie naar Tropical Minimarket gegaan ?
Verdachte: In een grijze verhuurauto, van het merk Suzuki, model Swift.

Verbalisant: Wie trad op als bestuurder van bedoelde auto ?

Verdachte: Ik was de bestuurder.” 4

4 De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

“U vraagt mij wat mijn reactie is op de beschuldigingen (het Gerecht: de op 5 april 2018 gepleegde diefstal). Ik heb het gedaan. Wij stonden naast de toko buiten. Toen ging [medeverdachte 2] de toko binnen. Hij draaide vervolgens om en keek mij aan met een gezicht. Ik moest toen naar binnen. Toen hebben we geld uit de kassa gepakt.” 5

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een beroving van de Tropical minimarket, waarbij de medewerkster/eigenares met een mes werd bedreigd. De verdachte en haar medeverdachte [medeverdachte 2] hebben daarbij de grootste rol gehad. Zij waren beide voorzien van gezichtsbedekking de minimarket binnengerend en hebben geld meegenomen uit de kassa. Door zo te handelen hebben de verdachte en haar mededaders het slachtoffer niet alleen financieel benadeeld, maar hebben haar ook een angstige en traumatische ervaring bezorgd. Dit soort berovingen versterken bovendien gevoelens van angst en onveiligheid in de Curaçaose samenleving.

Het Gerecht heeft acht geslagen op de rapporten die omtrent de persoon van de verdachte zijn opgemaakt door de psychiater F.G.M. Heijtel, de psychologen
L. Bonofacia en S. Wichard en de Stichting Ambulante Justitiële Jeugdzorg Curaçao (AJJC). De psychiater concludeert dat de verdachte niet lijdt aan een stoornis of gebrekkige ontwikkeling. Daarnaast werkt zij mee, doet wat ze wordt gevraagd en protesteert niet. Ook de psychologen concluderen dat er geen aanwijzingen zijn voor ontwikkelings- of persoonlijkheidsstoornis en dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar is. Het Gerecht verenigt zich, mede gelet op de indruk die de verdachte ter terechtzitting heeft gemaakt en het beeld dat uit het rapport van de AJJC naar voren komt, met deze conclusies en maakt deze tot de zijne.

De psychiater, de psychologen en de AJJC zijn het er over eens dat de verdachte structurele begeleiding nodig heeft om de kans op recidive te verlagen en om haar te leren weerbaar te zijn tegen slechte invloeden van buitenaf. De psychologen en de AJJC adviseren om de verdachte geen PIJ-maatregel op te leggen, maar een alternatieve straf waaruit zij lering zou kunnen trekken.

Ter terechtzitting heeft een medewerkster van de AJJC verklaard dat de verdachte nu al twee maanden onder elektronisch toezicht staat. De verdachte staat open voor hulp, maar moet nog leren aanwijzingen op te volgen en zich aan afspraken te houden.

Ten voordele van de verdachte houdt het Gerecht bovendien rekening met de omstandigheid dat de verdachte ten tijde van het plegen van het strafbaar feit slechts 15 jaar oud was en niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. De verdachte heeft daarnaast ook spijt betuigd.

Het Gerecht acht, op grond van de persoonlijke omstandigheden, niet wenselijk de verdachte terug te sturen naar een justitiële jeugdinrichting. Het Gerecht acht het van belang dat ten volle wordt ingezet op de begeleiding van de verdachte, teneinde te voorkomen dat zij in de toekomst opnieuw strafbare feiten zal plegen. Het Gerecht zal de verdachte – ondanks de ernst van het bewezen verklaarde en de grote rol die de verdachte daarin heeft gehad – geen onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen.

Het Gerecht is, na een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat in dit geval een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 100 uren met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde van jeugdreclasseringstoezicht, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:163, 1:165, 1:169, 1:170, 1:180, 1:181 en 1:182 zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hiervoor vermeld onder ‘bewezenverklaring’;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50(vijftig) dagen jeugddetentie;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van 2 (twee) uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat de jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Ambulante Justitiële Jeugdzorg Curaçao, ook indien dit inhoudt dat verdachte zich voor maximaal zes maanden onderwerpt aan elektronisch toezicht, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters, bijgestaan door
mr. T.M.A.D. de Lanoy, (zittingsgriffier), en op 17 augustus 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van
het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao Bureau Roofovervallen Bestrijding d.d. 10 juli 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 93/18 en de onderzoeksnaam “Tropical”.

2 Proces-verbaal d.d. 6 april 2018, pagina 2 tot en met 4.

3 Proces-verbaal d.d. 5 april 2018, pagina 7 tot en met 10.

4 Proces-verbaal 1ste verhoor d.d. 6 april 2018, pagina 23.

5 Proces-verbaal van de op 27 juli 2018 gehouden terechtzitting.