Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:342

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
25-07-2019
Zaaknummer
500.00363/17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

overval herkenningen medeplegen onr aanh

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 500.00363/17

Uitspraak: 13 juli 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum]1996 in [geboorteland],

wonende in [woonplaats], adres [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2017, 28 maart 2018 en 22 juni 2018. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R.S.M. Moenir-Alam, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. S.A. van der Vliet, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft bepleit dat sprake is van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering zou moeten leiden. Voorts heeft zij bewijsverweren, subsidiair strafmaatverweren gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 10 augustus 2017, te Curaçao, (op de [locatie 1]) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

 het tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (door zijn, verdachtes en/of medeverdachtes, t-shirt omhoog te trekken waardoor een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij de broekrand van de verdachte en/of medeverdachte zichtbaar werd) en/of

 met zijn hand(en) uit de broekzak van voornoemde [slachtoffer 1] wegnemen/wegrukken van een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxy S7);

en/of

hij op of omstreeks 10 augustus 2017, te Curaçao, (op [locatie 1]) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een of meer mobiele telefoon(s) en/of een portemonnee in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

 het tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (door zijn, verdachtes en/of medeverdachtes, t-shirt omhoog te trekken waardoor een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij de broekrand van de verdachte en/of medeverdachte zichtbaar werd) en/of

 het (met kracht) losrukken/trekken/wegnemen van een mobiele telefoon (Merk Iphone) en/of een portemonnee (inhoudende ongeveer Naf 350 en 23 dollar en 300 pesos) uit de hand(en) en/of broekzak(ken) van die [slachtoffer 2];

(art. 2:291 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Feit 2:

hij op of omstreeks 09 augustus 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een halsketting en/of

  • -

    een mobiele telefoon (merk Iphone 7)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

  • -

    het tonen en/of afschieten en/of gericht houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan/op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

  • -

    het (vervolgens) (op dreigende toon) zeggen tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dat zij wel weten wat zij verdachte(n), komen/komt doen en/of

  • -

    het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van de hals, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4], en/of

  • -

    het (vervolgens) (op dreigende toon) zeggen tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dat zij hun geld en/of hun portemonnee(s) en/of mobiele telefoon(s) aan hem/hen, verdachte(n) moest(en) afgeven en/of het laten afstaan van een mobiele telefoon door [slachtoffer 3] (artikel 2:289 jo 2:291 Wetboek van Strafrecht);

en/of

hij op of omstreeks 09 augustus 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    een halsketting en/of

  • -

    een mobiele telefoon (merk Iphone 7)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en/of diens medeverdachte(n)

  • -

    het tonen en/of afschieten en/of gericht houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan/op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

  • -

    het (vervolgens) (op dreigende toon) zeggen tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dat zij wel weten wat zij verdachte(n), komen/komt doen en/of

  • -

    het (vervolgens) (met kracht) wegrukken van de halsketting van de hals, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4], en/of

  • -

    het (vervolgens) (op dreigende toon) zeggen tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] dat zij hun geld en/of hun portemonnee(s) en/of mobiele telefoon(s) aan hem/hen, verdachte(n) moest(en) afgeven en/of het laten afstaan van een mobiele telefoon door [slachtoffer 3] (artikel 2:294 jo 2:291 lid 1/2/3 Wetboek van Strafrecht).

Feit 3:

hij op of omstreeks 10 augustus 2017, althans in de periode van 26 juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 te Curaçao

  • -

    (een) mobiele telefoon (Iphone 5s) en/of

  • -

    een (zwart) beschermhoesje (van het merk UAG).

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon en/of het beschermhoesje wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof. (artikel 2:397-1a/399-1a Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 2

Het Gerecht is van oordeel dat voor het onder feit 2 ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Met herkenningen en de bewijskracht daarvan dient behoedzaam te worden omgegaan. Dit geldt te meer indien herkenningen de belangrijkste bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij het ten laste gelegde feit kunnen aantonen. Voor de betrouwbaarheid van een herkenning van een verdachte is naar het oordeel van het Gerecht van belang of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken.

In onderhavige zaak kreeg een van de aangevers, [slachtoffer 3], twee dagen na de overval een foto in de krant [naam krant] via Whatsapp toegestuurd, waarop hij de twee daders herkende; dat bleken de verdachte (als degene met “schele ogen”) en de medeverdachte (als degene met de rastaharen die de spullen had weggenomen). Tijdens een nadien verrichte meervoudige fotoconfrontatie heeft [slachtoffer 3] de verdachte wederom herkend, aan zijn linkeroog gelijkend op een lui oog en een slank ingevallen en hoekig gezicht. Naast de omstandigheid dat de bij de herkenning van de verdachte genoemde persoonskenmerken (scheel of lui ook, smal hoekig gezicht) door het Gerecht niet worden waargenomen op de fotosheet noch op de krantenfoto, is niet uit te sluiten dat deze laatste herkenning is beïnvloed door de eerdere herkenning van de krantenfoto. In ieder geval kan de onbevangenheid van [slachtoffer 3] in twijfel worden getrokken. Bovendien kan bij de herkenning van de krantenfoto de begeleidende tekst sturend zijn geweest. Het Gerecht merkt de herkenningen van [slachtoffer 3] van de verdachte derhalve als onvoldoende betrouwbaar aan en niet bruikbaar voor het bewijs.

De andere aangever, [slachtoffer 4], herkent de verdachte tijdens een meervoudige fotoconfrontatie niet. Nu er slechts sprake is van twee bewijsmiddelen, de twee aangiftes, die geen enkel verband leggen met het daderschap van de verdachte, ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs.

Het bewijs van daderschap kan evenmin worden gebaseerd op een schakelbewijsconstructie met het onder 1 bewezenverklaarde feit, nu specifieke en kenmerkende gelijkenissen tussen de beide overvallen ontbreken.

De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van feit 1:

hij op of omstreeks 10 augustus 2017, te Curaçao, (op de [locatie 1]) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

 het tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (door zijn, verdachtes en/of medeverdachtes, T-shirt omhoog te trekken waardoor een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij de broekrand van de verdachte en/of medeverdachte zichtbaar werd) en/of

 met zijn hand(en) uit de broekzak van voornoemde [slachtoffer 1] wegnemen/wegrukken van een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxy S7);

en/of

hij op of omstreeks 10 augustus 2017, te Curaçao, (op de [locatie 1]) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een of meer mobiele telefoon(s) en/of een portemonnee in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

 het tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (door zijn, verdachtes en/of medeverdachtes, T-shirt omhoog te trekken waardoor een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij de broekrand van de verdachte en/of medeverdachte zichtbaar werd) en/of

 het (met kracht) losrukken/trekken/wegnemen van een mobiele telefoon (Merk Iphone) en/of een portemonnee (inhoudende ongeveer Naf 350 en 23 dollar en 300 pesos) uit de hand(en) en/of broekzak(ken) van die [slachtoffer 2];

Ten aanzien van feit 3:

hij op of omstreeks 10 augustus 2017, althans in de periode van 26 juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 te Curaçao

  • -

    (een) mobiele telefoon (Iphone 5s) en/of

  • -

    een (zwart) beschermhoesje (van het merk UAG).

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon en/of het beschermhoesje wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

Ten aanzien van feit 1:

1. Een proces-verbaal, opgemaakt op 10 augustus 2017, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1]:

Op 10 augustus 2017 omstreeks 02:20 uur bevond ik mij op de bovenste verdieping van [locatie 1] nabij de trappen en de [bedrijfsnaam 1]. Ik werd benaderd door dader 1.Deze persoon benaderde mij agressief, hij zei in gebrekkig Engels herhaaldelijk dat ik mijn telefoon moest geven. Vervolgens liet hij mij een zwart pistool zien wat hij in zijn broeksband had. Hij tilde het shirt hiervoor op. Hij voelde met zijn handen in mijn broekzakken en haalde mijn telefoon eruit. Dader 1 liep vervolgens via de trap naar beneden, Ik liep hem achterna omdat hij mijn telefoon had. Dader 1 liep naar zijn vriend die op een agressieve wijze met mijn vriend [slachtoffer 2] aan het praten was. Zij bevonden zich op het strand bij een tafeltje. [naam 1] en [slachtoffer 2] waren met dader 2. Op het moment dat ik beneden kwam liepen dader 1 en 2 net weg. De reden dat wij niets tegen hen hebben gedaan is omdat dader 1 tegen mij zei ‘I will shoot you’ en ‘I’m a real life gangster’ en omdat hij een pistool had. Ook bij dader 2 zag ik een verdikking in zijn broeksriem. Ik heb niemand toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.

Weggenomen: een goudkleurige Samsung Galaxy S7 zonder hoesje met oranje sticker op de achterzijde.

2. Een proces-verbaal van herkenning, opgemaakt op 10 augustus 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:

Op 10 augustus 2017 omstreeks 03:30 uur werden twee toeristen op [locatie 1] beroofd van onder andere hun telefoons. Later die dag werden twee verdachten aangehouden voor de beroving [adres 1] en in dezelfde opsporingsactie een derde verdachte voor het niet voldoen aan de legitimatieplicht. Deze derde verdachte [verdachte], was bij aanhouding in het bezit van drie telefoons.

Op 10 augustus 2017 omstreeks 16:30 uur deed [slachtoffer 1] aangifte, zijn goudkleurige Samsung Galaxy S7 werd bij de beroving op [locatie 1] weggenomen. Na zijn aangifte vroegen wij verbalisanten om details van zijn telefoon. Wij hoorden hem zeggen dat de achterzijde volledig was gebarsten en dat er een oranje sticker op de achterkant was geplakt. Toen wij hem de in beslaggenomen telefoon toonden, herkende hij deze als de telefoon die bij de beroving was weggenomen. Hij herkende deze aan het merk, type. Kleur, de kapotte achterzijde, de sticker en de paarse inkt.

3. Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, opgemaakt op 12 augustus 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant 2] en[verbalisant 3]:

Op 12 augustus 2017 toonden wij aan de aangever [slachtoffer 1] een fotosheet. Op sheet A staan tien foto’s van mannen afgebeeld. Onder nummer twee staat afgebeeld de verdachte [verdachte]. De aangever verklaarde: “de man afgebeeld op nummer twee is de verdachte die ik in mijn verklaring had aangeduid als de andere verdachte die naast [naam 1] en [slachtoffer 2] stond.”

4. Een proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 10 augustus 2017, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 2]:

Op 10 augustus 2017 bevond ik mij bij [locatie 2] met enkele vrienden. Drie onbekende mannen kwamen op ons af en begonnen naar ons te schreeuwen. Dader 1 hield zijn T-shirt naar boven en ik zag een zwart vuistvuurwapen. Dader 2 nam mijn mobiele telefoon en portemonnee uit mijn handen. Ik heb niemand toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.

Weggenomen: een zwarte mobiele telefoon Iphone aangesloten op nummer [telefoonnummer 1] en ongeveer Nafl. 350,= en $23,= en 300 pesos.

5. Een proces-verbaal van herkenning, opgemaakt op 10 augustus 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 4]:

Op 10 augustus 2017 omstreeks 03:30 uur werden twee toeristen op [locatie 1] beroofd van onder andere hun telefoons. Later die dag werden twee verdachten aangehouden voor de beroving [adres 1] en in dezelfde opsporingsactie een derde verdachte voor het niet voldoen aan de legitimatieplicht. Deze derde verdachte [verdachte], was bij aanhouding in het bezit van drie telefoons.

Op 10 augustus 2017 omstreeks 10:15 uur deed [slachtoffer 2] aangifte, zijn zwarte Apple Iphone werd bij de beroving op [locatie 1] weggenomen. Na zijn aangifte vroegen wij verbalisanten om details van zijn telefoon. Wij hoorden hem zeggen dat het een Iphone 5 betrof en zwart van kleur. Hij verklaarde dat hijzelf op de achtergrond is afgebeeld in een camouflagebroek en pet.

Toen wij hem de in beslaggenomen telefoon toonden, herkende hij deze als de telefoon die bij de beroving was weggenomen. Hij wist de telefoon te ontgrendelen met de toegangscode. Wij verbalisanten herkenden aangever op de achtergrondfoto van het vergrendelscherm.

6. Een proces-verbaal van fotoconfrontatie, opgemaakt op 12 augustus 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3]:

Op 12 augustus 2017 toonden wij aan de aangever [slachtoffer 2] een fotosheet. Op de sheet staan tien foto’s van verdachten. Op foto nummer vijf staat afgebeeld de verdachte [verdachte]. Zonder te aarzelen wees de aangever foto nummer vijf aan en verklaarde: “ik herken de man onder nummer vijf als de man die de spullen van mij had weggenomen. Ik herken hem aan zijn gezicht. Ik weet zeker dat hij het was.”

7. Een proces-verbaal van inbeslagname en bevindingen camerabeelden, opgemaakt op 21 september 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 4]:

Op 10 augustus 2017 omstreeks 03:00 uur werden twee Amerikaanse toeristen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op [locatie 1] beroofd van hun telefoons en portemonnee. Diezelfde dag werden verdachten [verdachte] en [betrokkene 1] aangehouden voor andere strafbare feiten. Verdachte [verdachte] had op dat moment de twee telefoons in zijn zak die van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bleken te zijn. Op 15 augustus 2017 nam ik [verbalisant 1] de van [locatie 1] ontvangen camerabeelden opgenomen op 10 augustus 2017 tussen 02:00 en 04:00 uur in beslag. Om 03:06:05 uur is vermoedelijk [verdachte] te zien, dit gezien zijn postuur, huidskleur, manier van lopen en opdruk (NYC) van zijn T-shirt.

Vanaf 03:16:39 loopt vermoedelijk [verdachte] weg met een voorwerp in zijn handen. Voor hem uit loopt vermoedelijk [betrokkene 2]. Getuige [getuige 1] en [naam 2] lopen verdachten achterna. Ik [verbalisant 4] beluisterde de opgenomen audio bij de videobestanden en verstond het volgende: “…Stop met die dingen [bijnaam 1]…geld…portemonnee.”

Vanaf 03:17:06 uur is te zien dat [verdachte] wordt gevolgd door getuige [getuige 1] en [naam 2]. Verdachte loopt naar de balustrade en roept vermoedelijk naar beneden “[bijnaam medeverdachte 1]”. Vervolgens loopt [verdachte] met een voorwerp in zijn handen in tegengestelde richting wederom gevolgd door [getuige 1] en [naam 2]. Verdachte lijkt op een gegeven moment papier of geld uit een portemonnee te halen en weg te stoppen. Ik [verbalisant 4] beluisterde de audio en verstond het volgende: “…je weet niet waar wij mee bezig zijn, stop met dat gezeur… broer kom even luisteren, kom luisteren…He [bijnaam medeverdachte 1], laten we gaan man… portemonnee…Geef de mannen de dingen terug…geef maar iets…geld of portemonnee…wat ze aan jou hadden gegeven, dat hadden ze meegenomen…geef ze tenminste die portemonnee…broer, broer, alleen maar die portemonnee…” Verdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] noemden “[bijnaam medeverdachte 1]” in hun verhoor “[roepnaam medeverdachte 1]” en “[roepnaam medeverdachte 1]”. Op hun woonadres woont [medeverdachte 1].

Om 03:20:01 is een groep mensen bij de balustrade te zien, vermoedelijk [verdachte], een tweede verdachte met een wit shirt en een lange donkere broek, getuige [getuige 1] en drie van de Amerikaanse toeristen. Op een gegeven moment is er te horen “Give me my wallet”. Verdachte [verdachte] loopt als eerste weg van de groep en deze lijkt hem te volgen. Ik [verbalisant 4]beluisterde de audio en verstond het volgende: “…zeg de mannen om daar te blijven staan anders maak ik het erger…”.

Om 03:20:18 uur loopt de verdachte [verdachte] met de tweede verdachte bij de groep weg.

8. Een proces-verbaal van verhoor, opgemaakt op 27 februari 2018, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] (“[bijnaam medeverdachte 1]”):

Bij het tonen van de videobeelden: Ik was die avond op [locatie 1]. Mijn broer [roepnaam verdachte] riep mij, ik ben samen met hem weggegaan. Ik hoorde [roepnaam verdachte] zeggen dat hij niets aan hen terug ging geven. De lange jongen in het witte T-shirt met de opdruk NYC is [roepnaam verdachte].

9. De verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 22 juni heeft afgelegd, voor zover inhoudende:

Ik was die nacht 10 augustus 2017 op [locatie 1]. Ik heb de telefoons van de Amerikanen gepakt.

Ten aanzien van feit 3:

10. Een proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 27 juli 2017, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 5]:

Op 27 juli 2017 was ik bij uitgaansgelegenheid [locatie 2]. Omstreeks 01:45 uur zijn mijn collega en ik het water ingegaan. Wij hebben onze waardevolle spullen op een strandbedje neergelegd. Eenmaal in het water zag ik zes of zeven man bij onze waardevolle goederen en dat de mannen onze waardevolle spullen pakten. Het gaat onder andere om een telefoon merk Iphone 5s zwart met zwart beschermhoesje merk UAG. Ik heb niemand het recht dan wel toestemming gegeven om mijn goederen weg te nemen.

11. Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 14 september 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 1]:

In de nacht van 26 op 27 juli 2017 werden er goederen van een militair op het strand weggenomen. Vanuit het water zag hij dat een groep van zes a zeven mannen zijn goederen waaronder een zwarte Iphone 5s met hoesje van UAG wegnam. De aangever verstrekte het IMEI nummer van de weggenomen telefoon [IMEI nummer]. Op donderdag 10 augustus 2017 werd [verdachte] aangehouden voor het niet voldoen aan de legitimatieplicht. Bij zijn aanhouding had hij drie telefoons in zijn broekzak waaronder een zwarte Iphone 5s met een hoesje van het merk UAG. Op 14 september 2017 heb ik de onder [verdachte] in beslag genomen telefoon onderzocht. Ik zag op de achterzijde het IMEI nummer [IMEI nummer].

12. Een proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt op 10 augustus 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6]:

De verdachte, die later genaamd bleek te zijn [verdachte], werd op 10 augustus 2017 omstreeks 13:35 uur conform de Landsverordening Identificatieplicht artikel 3 lid 1 aangehouden. Bij de fouillering aan de kleding van de verdachte troffen wij verbalisanten in zijn rechter broekzak drie mobiele telefoons: 1 van het merk Samsung Galaxy en 2 van het merk Iphone. Deze werden in beslag genomen voor verder onderzoek.

Bewijsoverwegingen

Onrechtmatige aanhouding

De raadsvrouw heeft betoogd dat de aanhouding van de verdachte onrechtmatig was, zodat de vondst van de drie telefoons in zijn kleding van het bewijs moet worden uitgesloten dan wel strafvermindering op zijn plaats is.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Uit het proces-verbaal van aanhouding op heterdaad van de verdachte, opgemaakt op 10 augustus 2017 door verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6], volgt dat verbalisanten op 10 augustus 2017 omstreeks 12:30 uur een melding kregen dat bij de [adres 1] een beroving gaande was. De twee verdachten waren gevlucht in de oostelijke richting van de woning het bosschage in. Direct begaven verbalisanten zich in de omgeving van [naam wijk 1]. Bij [adres 1] volgden verbalisanten het pad te voet in oostelijke richting van de woning en zagen zij twee mannen die voldeden aan het signalement uit het bosschage lopen. Op de terugweg naar hun auto waarmee de verbalisanten de twee verdachten wilden gaan aanhouden, zagen zij vanuit hetzelfde bosschage een andere man lopen. Deze man zag er zeer nerveus uit en was druipnat. Bij het zien van de patrouillewagen versnelde deze man zijn stappen. Direct hielden verbalisanten de man staande. Verbalisanten relateren dat deze man zeer bezweet was en dat zijn T-shirt vuil was en dat hij spontaan over zijn broer begon te praten. Op de vraag van verbalisanten om zich te identificeren kon de man zijn identiteitsbewijs niet tonen. De verbalisanten vertrouwden de naam die de man had opgegeven niet en hebben de man vervolgens aangehouden op basis van overtreding van de Landsverordening Identificatieplicht.

Op basis van de bevindingen, feiten en omstandigheden zoals hiervoor weergegeven was er naar het oordeel van het Gerecht jegens de verdachte sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit ten tijde van de staande houding en de daarop volgende aanhouding. Tevens kunnen op basis van genoemde omstandigheden ernstige bezwaren worden aangenomen die nodig waren teneinde verdachte te fouilleren aan de kleding.

Vervolgens is de verdachte diezelfde dag op 10 augustus 2017 om 16:45 uur buiten heterdaad aangehouden ter zake van de verdenking diefstal met geweld c.q. heling en de Vuurwapenverordening 1930, op basis van het door de getuige [getuige 1] aangegeven signalement (onder andere tatoeages) en de mobiele telefoons die de verdachte bij zijn eerste aanhouding in zijn bezit had en die door de aangevers van de beroving te [locatie 1] werden herkend als hun telefoons. Ook deze tweede aanhouding berust op een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit en is derhalve rechtmatig.

Het verweer wordt verworpen.

Feit 1

Het Gerecht stelt ook bij dit feit voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. In het onderhavige geval staan de herkenningen van de beide aangevers van de verdachte niet op zichzelf. De herkenningen baseren zich weliswaar niet op specifieke en onderscheidende persoonskenmerken, maar vinden wel bevestiging over en weer en worden bovendien ondersteund door andere bewijsmiddelen. De verdachte heeft erkend dat hij die avond te [locatie 1] aanwezig was en de telefoons van de aangevers in zijn bezit heeft gekregen; deze telefoons zijn ook bij zijn aanhouding in zijn kleding aangetroffen. Voorts vindt de gang van zaken zoals verklaard door de aangevers steun in de videobeelden. Op de beelden, die ook ter zitting zijn afgespeeld, is onder andere de verdachte te zien en is waar te nemen en te beluisteren dat er gesproken wordt over het terugkrijgen van spullen, dat het woord portemonnee meermalen valt en dat de verdachte op enig moment in een portemonnee aan het kijken is. Voorts is er de verklaring van [medeverdachte 1] (“[bijnaam medeverdachte 1]”), een broer van de verdachte, die op die avond samen met de verdachte aanwezig was en die de verdachte heeft horen zeggen ‘dat hij niets aan hen ging teruggeven’.

Het alternatieve scenario dat door de verdachte is geschetst, namelijk dat hij drugs voor de aangevers is gaan halen in [naam wijk 2] met een door hen verstrekt dollarbiljet, dat het dollarbiljet vals bleek te zijn en hij de verkoper 25 gulden uit eigen zak heeft gegeven, dat [getuige 1] tegen hem had gezegd de telefoons van de aangevers te pakken als onderpand, met andere woorden dat sprake was van een civielrechtelijke overeenkomst, vindt geen enkel houvast in het dossier. Nu verdachte ook geen verifieerbare aanknopingspunten heeft willen noemen, zoals de naam van de verkoper van de drugs in [naam wijk 2], schuift het Gerecht deze verklaring als onaannemelijk terzijde.

Medeplegen

Het Gerecht is van oordeel dat de verdachte en zijn medepleger nauw en bewust hebben samengewerkt bij het plegen van de berovingen op beide aangevers. Niet alleen voorafgaand en ten tijde van het begaan van de berovingen, maar ook in het natraject was sprake van een significante bijdrage van de verdachte en de medepleger. De daders waren beide gericht op het afhandig maken van spullen van de aangevers. De dader die aangever [slachtoffer 1] een telefoon afhandig maakte en in het bezit was van een vuurwapen, vervoegde zich vervolgens bij de andere aangever [slachtoffer 2], in wiens nabijheid de andere dader zich al ophield. Na afloop zijn de daders samen weggelopen en moeten zij een afspraak hebben gemaakt over het behouden van de buitgemaakte goederen aangezien verdachte met beide weggenomen telefoons is aangetroffen.

Nu het Gerecht de verklaring van getuige [getuige 1], vanwege te onduidelijke verklaringen over rol en identiteit van de daders, niet voor het bewijs heeft gebezigd, kan het verweer van de raadsvrouw dienaangaande onbesproken blijven.

Feit 3

De raadsvrouw heeft betoogd dat blijkens de rapportages sprake is van zwakbegaafdheid bij de verdachte, hetgeen in de weg staat aan het kunnen aannemen van (voorwaardelijk) opzet.

De verdachte heeft aanvankelijk tijdens de voorgeleiding bij de politie verklaard dat hij de telefoon bij zijn tante had gekregen. In het verhoor op 22 maart 2018 en ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de telefoon heeft gekocht van een vriend van wie hij de naam niet wil noemen. Nu de verdachte niet alleen wisselend is in zijn verklaringen maar ook geen aanknopingspunt voor identificatie van deze vriend wil geven, acht het Gerecht zijn verklaring niet aannemelijk en kan daaruit ook worden afgeleid dat de verdachte wetenschap had van het risico dat hij met het op deze wijze kopen van een telefoon liep. Uit de rapportages blijkt bovendien niet dat bij de verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de gevolgen daarvan zou hebben ontbroken. De psychiater merkt immers op dat het niveau van functioneren niet dermate laag lijkt, dat bij hem het besef ontbreekt van wat mag en niet mag. Het Gerecht verwerpt dan ook het verweer en gaat bij de bewezenverklaring van de heling uit van opzet, op zijn minst genomen in voorwaardelijke zin.

Op grond van het voorgaande acht het Gerecht de feiten 1 en 3 wettig en overtuigend bewezen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 3 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld respectievelijk in de artikelen 2:291 en 2:399 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Feit 1: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

Feit 3: Opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In dit geval heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een overval op twee toeristen waarbij hij onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp spullen heeft weggenomen. De verdachte heeft niet alleen de slachtoffers maar ook de samenleving als geheel in het gevoel van veiligheid aangetast. Mede door toedoen van de verdachte is het imago van Curaçao als veilige vakantiebestemming geschaad. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Ten voordele van de verdachte weegt mee dat hij niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Voorts houdt het Gerecht rekening met de jonge leeftijd, het gebrekkig ontwikkelingsniveau en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals onder meer blijkt uit het rapport van de psychiater G.E. Matroos d.d. 26 augustus 2017 en de reclasseringsrapporten d.d. 30 augustus 2017 en 24 november 2017.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 3 (drie) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos, bijgestaan door mr. C. Bernsen, zittingsgriffier, en op 13 juli 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao d.d. 25 oktober 2017, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 2017030978 en de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam 1]”.