Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:332

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
04-07-2018
Datum publicatie
11-07-2019
Zaaknummer
500.00554/17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

medeplichtigheid aan gekwalificeerde diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 500.00554/17

Uitspraak: 4 juli 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE]

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteland],

wonende in [woonplaats],

thans alhier gedetineerd.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2018 en 13 juni 2018. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.C. Vaders, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. I. Out, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft primair bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting –, ten laste gelegd dat:

Primair

DIEFSTAL MET GEWELD TE [BEDRIJFSNAAM 1]

hij op of omstreeks 28 januari 2012, althans in of omstreeks de maand januari 2012 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 één of meerdere (Rolex) horloges, te weten een totaal van 42 horloges (met een waarde van om en nabij AWG 416.000,=),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met (een) gemaskerde/(met valhelmen) bedekte gezicht(en) onverhoeds richting de zaak/lokaliteit [bedrijfsnaam 1] aan komen rijden, en/of,

 het voorhouden van een of meerdere vuurwapen(s) en/of op vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) aan die bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1], en/of,

 het (vervolgens) onder schot houden van die bewaker van [bedrijfsnaam 1], en/of,

 tegen die bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1] zeggen: “No bai ningun kaminda. No primi alarma. Hisa bo man den laira. Mi ta arma.”, en/of,

 (vervolgens) de vitrines bij de zaak/lokaliteit [bedrijfsnaam 1] met een moker kapot te breken en/of in te slaan,

(artikel 2:291 lid 1 en 2 jo 2:289 sub a en b jo 2:288 jo 1:123 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair

MEDEPLICHTIGHEID TOT/BIJ DIEFSTAL MET GEWELD TE [BEDRIJFSNAAM 1]

dat (wijlen) [MEDEVERDACHTE 1] (voorheen [MEDEVERDACHTE 1]) en/of [MEDEVERDACHTE 2]en/of [MEDEVERDACHTE 3] en/of anderen op of omstreeks op of omstreeks 28 januari 2012, althans in of omstreeks de maand januari 2012 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,

 één of meerdere (Rolex) horloges, te weten een totaal van 42 horloges (met een waarde van om en nabij AWG 416.000,=),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2] en/of [MEDEVERDACHTE 3] en/of diens mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

 het met (een) gemaskerde/(met valhelmen) bedekte gezicht(en) onverhoeds richting de zaak/lokaliteit [bedrijfsnaam 1] aan komen rijden, en/of,

 het voorhouden van een of meerdere vuurwapen(s) en/of op vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) aan die bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1], en/of,

 het (vervolgens) onder schot houden van die bewaker van [bedrijfsnaam 1], en/of,

 tegen die bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1] zeggen: “No bai ningun kaminda. No primi alarma. Hisa bo man den laira. Mi ta arma.”, en/of,

 (vervolgens) de vitrines bij de zaak/lokaliteit [bedrijfsnaam 1] met een moker kapot te breken en/of in te slaan,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, op of omstreeks 28 januari 2012, althans in of omstreeks de maand januari 2012 in Aruba, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

 het bespreken en/of doen van suggestie voor de wijze waarop de diefstal gepleegd zou kunnen worden en/of

 de naam en/of adres van [bedrijfsnaam 1] en/of andere informatie over [bedrijfsnaam 1] door te geven en/of ter beschikking te stellen aan verdachten [MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2] en/of [MEDEVERDACHTE 3] en/of anderen ten behoeve van de uitvoering van de diefstal en/of

 een of meer moker(s) en/of een of meer valhelm(en) en/of een of meer vuurwapen(s) en/of een of meer (gestolen) scooter(s) ter beschikking heeft gesteld en/of

 bij de voorverkenning van de plaats delict op 27 januari 2012 betrokken is geweest;

(artikel 2:291 lid 1 en 2 jo 2:289 sub a en b jo 2:288 jo 1:124 Wetboek van Strafrecht)

Meer subsidiair

VOORBEREIDING VAN DIEFSTAL MET GEWELD TE [bedrijfsnaam 1]

hij op of omstreeks 28 januari 2012, althans in of omstreeks de maand januari 2012 in Aruba ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf te weten een diefstal met geweld in vereniging, opzettelijk

 een of meer moker(s) en/of

 een of meer valhelmen en/of

 een of meer vuurwapen(s) en/of

 een of meer (gestolen) scooter(s),

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

(artikel 2:291 lid 1 en 2 jo 2:289 sub a en b jo 2:288 jo 1:120 Wetboek van Strafrecht) Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat het openbaar ministerie misbruik van zijn bevoegdheid heeft gemaakt, door de detentie van de verdachte te vorderen met het doel hem te bewegen een verklaring af te leggen in een andere zaak, namelijk in die van [naam 1]. Derhalve is sprake van détournement de pouvoir hetgeen tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moet leiden, aldus de raadsvrouw.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Bij de beoordeling van dit verweer wordt vooropgesteld dat het in artikel 413 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) bedoelde rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats indien een normschending (vormverzuim) daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Daar komt bij dat de toepassing van dat rechtsgevolg is beperkt tot onherstelbare normschendingen en dat telkens rekening dient te worden gehouden met het karakter, het gewicht en de strekking van de norm, de ernst van de normschending, het nadeel dat daardoor werd veroorzaakt en de mate van verwijtbaarheid van de degene die de norm schond.

Van de verdediging mag worden verlangd dat aan de hand van deze beoordelingsfactoren, duidelijk wordt gemotiveerd waarom een vermeende normschending tot het beoogde rechtsgevolg dient te leiden. Aan dat vereiste heeft de verdediging niet voldaan.

Het Gerecht merkt in dit verband nog op dat de enkele omstandigheid dat het openbaar ministerie de verdachte als getuige wilde horen in een andere strafzaak, niet met zich brengt dat bij de detentie van de verdachte in de onderhavige zaak normen zijn geschonden die tot het door de raadsvrouw beoogde rechtsgevolg moeten leiden. Evenmin is aannemelijk geworden dat de strafvervolging in de onderhavige zaak slechts is ingesteld om een verklaring van de verdachte in een andere zaak af te dwingen.

Gelet op het hiervoor overwogene kan het verweer van de raadsvrouw in verband met hetgeen daartoe is aangevoerd niet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

Het Gerecht stelt voorts vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.


Vrijspraak

Het Gerecht is van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Medeplegen

Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Dit geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen – bijvoorbeeld in de vorm van in vereniging – een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Niet is komen vast te staan dat de verdachte bij de feitelijke uitvoering van de diefstal met bedreiging met geweld bij [bedrijfsnaam 1] betrokken is geweest. Het ontbreken van enige rol in de uitvoering van dit delict moet dan worden gecompenseerd door bijvoorbeeld een grote(re) rol in de voorbereiding waarbij er aandacht dient te worden besteed aan de vraag waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen.

Het Gerecht is van oordeel dat uit de wettige bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte (direct) betrokken is geweest bij de verwerving van de bij de overval gebruikte valhelmen, de moker en de scooter. Wat naar het oordeel van het Gerecht wel vast is komen te staan, is dat de verdachte betrokken is geweest bij de voorverkenning van de plaats delict op 27 januari 2012. Dit is naar het oordeel van het Gerecht echter van onvoldoende gewicht om vast te stellen dat er sprake is van de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat (wijlen) [MEDEVERDACHTE 1] (voorheen [MEDEVERDACHTE 1]) en/of [MEDEVERDACHTE 2] en/of [MEDEVERDACHTE 3] en/of anderen op of omstreeks op of omstreeks 28 januari 2012, althans in of omstreeks de maand januari 2012 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft hebben weggenomen,

één of meerdere (Rolex) horloges, te weten een totaal van 42 horloges (met een waarde van om en nabij AWG 416.000,=),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2] en/of [MEDEVERDACHTE 3] en/of diens mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen de bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,

het met (een) gemaskerde/(met valhelmen) bedekte gezicht(en) onverhoeds richting de zaak/lokaliteit [bedrijfsnaam 1] aan komen rijden, en/of,

 het voorhouden van een of meerdere vuurwapen(s) en/of op een vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) aan die bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1], en/of,

 het (vervolgens) onder schot houden van die bewaker van [bedrijfsnaam 1], en/of,

 tegen die bewaker en/of het personeel van [bedrijfsnaam 1] zeggen: “No bai ningun kaminda. No primi alarma. Hisa bo man den laira. Mi ta arma.”, en/of,

(vervolgens) de vitrines bij de zaak/lokaliteit [bedrijfsnaam 1] met een moker kapot te breken en/of in te slaan,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, op of omstreeks 28 27 januari 2012, althans in of omstreeks de maand januari 2012 in Aruba, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

het bespreken en/of doen van suggestie voor de wijze waarop de diefstal gepleegd zou kunnen worden en/of

de naam en/of adres van [bedrijfsnaam 1] en/of andere informatie over [bedrijfsnaam 1] door te geven en/of ter beschikking te stellen aan verdachten [MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2] en/of [MEDEVERDACHTE 3]en/of anderen ten behoeve van de uitvoering van de diefstal en/of

een of meer moker(s) en/of een of meer valhelm(en) en/of een of meer vuurwapen(s) en/of een of meer (gestolen) scooter(s) ter beschikking heeft gesteld en/of

 bij de voorverkenning van de plaats delict op 27 januari 2012 betrokken te zijn is geweest.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

1. Een proces-verbaal van aangifte door [eigenaar bedrijfsnaam 1], voor zover als zijn verklaring inhoudende:

“Vandaag (het Gerecht: 28 januari 2012) omstreeks 19.40 uur werd er door 2 mannen een gewapende overval gepleegd in mijn juwelierszaak [bedrijfsnaam 1] gevestigd in de [naam winkelcentrum 1] (het Gerecht: in Aruba). De twee overvallers hebben tijdens het plegen van deze overval een groot aantal dure horloges van het merk Rolex vanuit de glazen etalages die zij hadden vernield, weggenomen. De tweeënveertig Rolex horloges die zij hebben weggenomen hebben een gezamenlijke waarde van 416.885,54 Noord Amerikaanse dollars.” 2

2. Een proces-verbaal van een politieverhoor van de getuige [getuige 1], voor zover als zijn verklaring inhoudende:

“Ik werk als bewaker in de juwelierszaak [bedrijfsnaam 1] gevestigd in de [naam winkelcentrum 1]. Op 28 januari 2012 stond ik bij de hoofdingang van voornoemde juwelierszaak. Op een gegeven moment parkeerde een scooter waarop twee mannen zaten voor de voordeur van de juwelierszaak. Ik zag dat beiden, zwarte valhelmen over hun hoofd droegen zodat ik hun gezicht niet kon zien. Ik zag dat één van de jongemannen een rugtas aan de voorkant van zijn bovenlichaam droeg. De jongeman liep de juwelierszaak binnen en hij kwam meteen naast mij staan. Ik zag dat hij zijn hand in zijn rugtas stak en hierna zei hij tegen mij in vloeiend Papiamento: “No bai ningun caminda. No primi alarma. Hisa bo man den laira. Mi ta arma”. Ik voldeed meteen aan de eisen. Ik zag hierna dat de andere jongeman ook een rugtas aan de voorkant van zijn bovenlichaam droeg. Ik hoorde dat de jongeman die naast mij stond tegen de andere overvaller in het Papiamento zei: “Cuminsa kibra numa”. Ik zag ook dat degene die mij in bedwang hield aanwijzingen aan de andere jongeman gaf welke glazen etalages hij moest vernielen om de dure horloges van daaruit weg te nemen. Ik zag dat de tweede overvaller zijn rugtas had opengemaakt en van daaruit een moker had gehaald en dat hij hiermee de glazen vitrines begon te vernielen. Nadat hij dit gedaan had, had hij de polshorloges in zijn rugtas geplaatst. Ik zag hierna dat degene die de polshorloges had naar buiten liep. Hierna liep degene die mij in bedwang had gehouden ook naar buiten en zij stapten beiden op de scooter. Ik zag dat de bestuurder van de scooter bijna tegen een lantaarnpaal was gereden waardoor verschillende horloges en de moker op de grond waren gevallen.” 3

3. Een proces-verbaal van een politieverhoor van de getuige [getuige 2], voor zover als haar verklaring inhoudende:

“Ik werk als verkoopster in de juwelierszaak [bedrijfsnaam 1]. Op 28 januari 2012, omstreeks 19:40 uur zag ik twee mannen de juwelierszaak binnenlopen. Ik zag dat beiden zwarte valhelmen met donkergetinte schermen over hun hoofd droegen zodat ik hun gezicht niet kon zien. Ik zag ook dat zij een schoudertas in hun bezit hadden. Zodra de twee mannen de juwelierszaak waren binnengestapt liepen zij direct naar de bewaker toe. Ik zag hoe één van de twee overvallers met een moker alle toonbanken kapot sloeg. Ik zag dat de andere overvaller alle Rolex-polshorloges vanuit de vernielde toonbanken haalde en deze in de schoudertas dat zij met zich mee hadden gebracht stak. Ik zag dat de overvallers nadat zij de polshorloges hadden weggenomen op een geel/zwartkleurige scooter die voor de zaak geparkeerd stond waren gestapt en wegreden.” 4

4. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 1], voor zover inhoudende:

“De beelden van de beveiligingscamera’s met betrekking tot de overval op [bedrijfsnaam 1] op 28 januari 2012 zijn bekeken. Op alle beelden staat de datum 01-28-2012. De verschillende camera’s worden aangeduid met CH (channel/Kanaal) en een nummer.

Ch13, CH15 en CH16: Tijdstip 19:37 uur

Er komt een geel/zwarte scooter aanrijden waarop 2 personen zitten. Er staat een persoon in een net pak bij de toegangsdeur van de winkel, waarschijnlijk een beveiliger. De scooter stopt direct voor de ingang van de winkel en de bijrijder stapt als eerste af. De bijrijder (hierna NN1 genoemd) loopt recht op de beveiliger af. In zijn linkerhand is een houten steel zichtbaar, vermoedelijk van een moker en over zijn schouder draagt NN1 een sporttas. Direct daarna stapt ook de bestuurder (hierna NN2 genoemd) af en beide personen lopen de winkel binnen. Beide personen dragen een donkere helm. NN1 neemt de verkoper/beveiliger mee in de winkel.

CH12 en Ch09 (2): Tijdstip 19:37:44 uur

NN2 loopt met de tas verder de winkel in en NN1 heeft een klein model zilverkleurig pistool in zijn rechterhand en loopt daarmee terug richting de beveiliger. NN1 neemt de beveiliger met fysieke dwang mee verder de winkel in.

CH08, CH09 (1) en CH10: Tijdstip 19:37:50 uur

NN2 pakt een klein model moker uit de tas en slaat hiermee het glas van de eerste toonbank/display kapot. NN2 pakt hierop diverse goederen uit de kapotgeslagen display en stopt deze in de sporttas. De gehele tijd loopt NN1 met het pistool in zijn rechterhand. NN2 slaat de tweede display kapot met de moker en pakt ook hieruit diverse goederen welke hij in de sporttas stopt. NN2 loopt iets verder en vernielt een derde display met de moker en neemt ook hieruit diverse goederen weg. NN1 komt naar NN2 toe gelopen en lijkt ook goederen aan te wijzen in de vernielde display waar NN2 staat. Hierna lopen beide verdachten richting de uitgang. NN2 stopt echter en vernielt nog enkele displays en loopt nog achter de balie langs.

CH09 (2): Tijdstip 19:39:01 uur

NN1 is bezig het pistool in zijn rechter broekzak te stoppen. NN2 loopt eerst naar een aantal displays op pilaren en vernielt het glas met een moker en pakt er iets uit, waarna hij deze goederen in zijn tas stopt.

CH07: Tijdstip 19:39:19 uur

NN2 komt vanachter de toonbank gelopen en vernielt nog 1 staande display en neemt de inhoud weg. NN1 komt aangelopen en trekt NN2 mee waarna beide personen richting de uitgang rennen.

CH15 en CH16: Tijdstip 19:39:20 uur

Beide personen komen de winkel uitgelopen. NN1 is als eerste bij de scooter en stapt erop. NN2 komt direct daarna aangelopen en geeft een donkerkleurige tas aan NN1. Hierna stapt NN2 ook op de scooter als bestuurder. Hierop rijdt de scooter weg.” 5

5. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 2], voor zover inhoudende:

“Op 28 januari 2012 werd ik door de dienstdoende wachtcommandant van de Sectie Centrale Post naar [bedrijfsnaam 1] in de [naam winkelcentrum 1] gestuurd in verband met een overval. Ik zag op het trottoir voor de ingang van de juwelierszaak bij één van de zuilen met lantaarns horloges en een moker liggen. De moker werd inbeslaggenomen. In de zaak zag ik dat 7 vitrinekasten vernield waren.” 6

6. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 3], voor zover inhoudende:

“Op 28 januari 2012 na de gewapende overval op [bedrijfsnaam 1] werd door personeel van de Sectie Technisch Opsporings- en Herkenningsdienst een onderzoek verricht op plaats delict. Gedurende dit onderzoek werd een groene moker aangetroffen. Op 6 februari 2012 werden de beveiligingsbeelden van “[bedrijfsnaam 2]” aan het personeel van het onderzoeksteam afgegeven. Bij het zien van de videobeelden werd gezien dat op 28 januari 2012, omstreeks 16:40 uur, de man [medeverdachte 2] twee groene mokers bij “[bedrijfsnaam 2]” had gekocht soortgelijk als de inbeslaggenomen moker die door de overvallers bij [bedrijfsnaam 1] in de [naam winkelcentrum 1] werd gebruikt. Op 1 februari 2012 werd naar aanleiding van de inbeslaggenomen zwartgelakte (voorheen geelkleurige) valhelm met de barcode 7450037498166 een onderzoek gedaan bij verschillende zaken waar valhelmen worden verkocht. Tijdens dit onderzoek werd bij de “[naam winkelcentrum 2]” dezelfde soort valhelmen met dezelfde barcode nummers als de valhelm die gebruikt werd tijdens de gewapende overval, aangetroffen. Op 2 februari 2012 werden de beveiligingsbeelden en foto’s van de aankoop van de valhelmen bij de [naam winkelcentrum 2] door de getuige [getuige 3] aan het personeel van het onderzoeksteam afgegeven (Het gaat gelet op de afgedrukte foto’s om videobeelden van 28 januari 2012 tussen 3:20 PM en 3:36 PM: opmerking rechter). Gezien kon worden dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in afzonderlijke personenauto’s bij de “[naam winkelcentrum 2]” aankomen en dat zij dan samen de supermarkt binnenlopen. Daar nemen ze elk een valhelm en lopen samen naar de kassa om deze te betalen. Op de foto’s van de videobeelden kan gezien worden dat zij na de aankoop van de valhelmen ook samen de supermarkt verlaten.” 7

7. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 3], voor zover inhoudende:

“Op 1 juni 2013 confronteerden wij de verdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] in persoon met elkaar. Tijdens deze confrontatie verklaarde de verdachte [medeverdachte 4]:

  • -

    dat hij de verdachte met wie hij zonet werd geconfronteerd als één van de Curaçaoënaars herkende die in de maand januari 2012 bij zijn woning was gekomen;

  • -

    dat hij de Curaçaoënaar is die samen met hem naar [naam winkelcentrum 2] was gegaan om twee valhelmen te kopen en ook voor de valhelmen had betaald;

  • -

    dat hij de Curaçaoënaar is die samen met hem naar de woning van [naam 2] was gegaan om de scooter van [naam 3] te bekijken en om deze later te kopen;

  • -

    dat hij de Curaçaoënaar is die hij de weg naar “[bedrijfsnaam 2]” had gewezen;

  • -

    dat hij de Curaçaoënaar is die hij vanuit “[bedrijfsnaam 2]” zag komen met een bruine zak in zijn handen.” 8

8. Een proces-verbaal van een politieverhoor van de getuige [getuige 4], voor zover als zijn verklaring inhoudende:

“Op 28 januari 2012, omstreeks 19:40 uur, reed ik met mijn personenauto over de [naam boulevard] Boulevard. Ik hoorde plotseling het luide gerinkel van brekend glas. Toen ik in de richting van het geluid keek, zag ik dat twee personen die helemaal in het donker gekleed waren in een juwelierszaak stonden. Ik zag dat zij met een voorwerp de glazen etalages van de zaak aan het vernielen waren en sieraden van daaruit wegnamen. Ik kon ook zien dat een scooter voor de ingang van de juwelierszaak geparkeerd stond. Ik stopte mijn auto op de brug. Ik zag dat de twee overvallers plotseling naar buiten kwamen en op de scooter stapten. Ik begon hen meteen te achtervolgen, maar ik had hen uit het oog verloren. Ik reed naar de verkeerslichten bij de [bedrijfsnaam 3]. Toen ik bij de verkeerslichten stond te wachten zagen [naam passagier van getuige 4], die bij mij in de auto zat, en ik een zwarte valhelm op de stoep rechts naast ons op de grond liggen. [naam passagier van getuige 4] en ik herkenden de valhelm meteen als die van de overvallers. Ik belde meteen de politie op om hen hiervan in kennis te stellen.” 9

9. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 2], voor zover inhoudende:

“Op 28 januari 2012 werd ik door de dienstdoende wachtcommandant van de Sectie Centrale Post naar de [bedrijfsnaam 3] gestuurd. Daar zou men een zwarte valhelm hebben gevonden. Ter plaatse zag ik de valhelm op de grond liggen. In het belang van het onderzoek werd deze inbeslaggenomen. De valhelm bleek een zogenaamde systeemhelm te zijn waarbij de voorkant (het vizier) omhoog geschoven kon worden. De helm was nieuw. De label zat er nog vast. Ik zag dat de kleur van de valhelm oorspronkelijk geel was, maar dat deze met zwarte verf werd overgespoten. Het vizier was met zwarte folie geplakt. De valhelm had als serienummer 7 450037 498166.” 10

10. Een proces-verbaal van bevindingen vingerafdruk valhelm zaak [zaaksnaam 1] van de verbalisant [verbalisant 3], voor zover inhoudende:

“Op zaterdag 28 januari 2012 heb ik een sporenonderzoek verricht in de winkel [bedrijfsnaam 1] gelegen in de [naam winkelcentrum 1] te [naam wijk 1]. Op dezelfde dag werd op de [straatnaam 1] ten oosten van [bedrijfsnaam 3] een valhelm gevonden. Het vizier van de valhelm werd door mij gedemonteerd en door het indampen van cyanoacrylaat, werd aan de binnenzijde van het vizier dactyloscopische sporen zichtbaar. De op dit vizier gevonden dactyloscopische sporen werden fotografisch vastgelegd en aan een dactyloscopisch onderzoek onderworpen.” 11

11. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 3], voor zover inhoudende:

Vraag: U geeft in uw proces-verbaal d.d. 14 februari 2018 aan dat de op dit vizier gevonden dactyloscopische sporen fotografisch werden vastgelegd.

Antwoord verbalisant: Er zijn 40 foto’s gemaakt van de vingerafdrukken en werden ten behoeve van de justitie digitaal in het fotobestand van het Korps Politie Aruba bewaard.” 12

12. Een proces-verbaal van bevindingen dactyloscopisch onderzoek van de verbalisant [verbalisant 4], voor zover inhoudende:

“Na de overval bleef er onder andere een helm achter. Van de helm zijn er dactyloscopische sporen veiliggesteld en vergeleken in de daarvoor bestemde databanken. Het aangetroffen dactyloscopisch profiel bleek van [verdachte] te zijn. Verwezen wordt naar de bijlage bij dit proces-verbaal. “ 13

13. Rapport dactyloscopisch onderzoek opgemaakt door J.A.J.M. Riemen, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen dactyloscopisch onderzoek van de verbalisant [verbalisant 4], voor zover inhoudende:

“Onderzoek in Havank met het spoor met nr. IMG_7951.JPG en Havanknummer 00120917000000202, heeft geleid tot individualisatie op de door u in de aandachtsvestiging genoemde donor geregistreerd in Havank onder biometrienummer 310001834276 ten name van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats]. Uit het onderzoek blijkt dat zowel een zeer grote mate van overeenkomst is geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 00120917000000202 en de afbeelding van de rechter wijsvinger van incidentnummer 313200775729 geregistreerd in Havank onder biometrienummer 310001834276. Deze bevindingen liggen geheel in de lijn der verwachtingen wanneer het spoor van de donor afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurige ander person is verwaarloosbaar klein. De individualisatie op deze persoon is gebeurd conform de beschreven procedures en op basis van de toepasselijke forensisch-technische normen.” 14

14. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [verbalisant 1], voor zover inhoudende:

“Zoals geverbaliseerd op pagina 5 van het relaas van de 6e aanvulling (onder 3.10) van het procesdossier, zijn de 40 foto’s van het forensisch onderzoek op Aruba als bijlage gevoegd. Deze foto’s zijn digitaal aan mij verstrekt waarna ze zijn uitgeprint en afzonderlijk zijn toegevoegd aan het procesdossier (pagina 1311 t/m 1330). Deze digitale afbeeldingen waren voorzien van bestandsnamen waaronder IMG_7951.PG.” 15

15. Een proces-verbaal van een politieverhoor van de getuige [getuige 5], voor zover als haar verklaring inhoudende:

“Ik werk als store manager in de juwelierszaak [bedrijfsnaam 1] gevestigd in de [naam winkelcentrum 1]. Op 27 januari 2012, rond de middaguren, was ik bezig met klanten bij het gedeelte van de Rolex-polshorloges. Ik zag dat een man de juwelierszaak binnenliep. Deze man keek naar de Rolex-polshorloges en had mij vervolgens een vraag gesteld. Doordat ik de man niet had verstaan, vroeg ik hem wat hij mij had gevraagd. De man antwoordde mij dat hij alleen maar aan het rondkijken was en kort hierna liep hij de juwelierszaak weer uit. Een paar minuten later kwam dezelfde man weer de juwelierszaak binnen. Ik zag dat hij op dat moment niet alleen was maar in gezelschap van drie voor mij onbekende jongemannen was. Ik vroeg hen van waar zij waren en zij zeiden dat zij Curaçaoënaars zijn. Zij vertelden mij dat zij vanuit Curaçao naar Aruba waren gereisd. Eén van de jongens vroeg mij welke polshorloge het duurste was en ik gaf hen een aantal prijzen dat ik uit het hoofd wist. Zij toonden veel interesse voor de polshorloges met diamanten.” 16

16. Een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 5], voor zover inhoudende:

“Op 28 januari 2012 werd er een overval gepleegd op [bedrijfsnaam 1] in de [naam winkelcentrum 1] te Aruba. Uit de videobeelden van [bedrijfsnaam 1] blijkt dat 4 verdachten op 27 januari 2012 een voorobservatie in de winkel hebben verricht. Het gaat om de verdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] ([roepnaam medeverdachte 1]) en [verdachte]. De verdachten [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn door mij [verbalisant 5] persoonlijk verhoord waardoor ik met zekerheid kan zeggen dat deze mannen dezelfde mannen zijn die afgebeeld zijn op de beveiligingsbeelden.” 17

17. Een proces-verbaal van een politieverhoor van de getuige [getuige 6], voor zover als zijn verklaring inhoudende:

“Over een gewapende overval in januari 2012 op een juwelierszaak in Aruba, heeft [voornaam medeverdachte 1] mij verteld dat hij samen met zijn ploeg de overval had gepleegd. Zij zijn samen op dezelfde vlucht naar Aruba gereisd. Als jullie willen weten wie allemaal aan die overval hebben deelgenomen, moeten jullie de vluchtlijst raadplegen.” 18

18. Een proces-verbaal van bevindingen vliegbewegingen van de verbalisant [verbalisant 4], voor zover inhoudende:

“Ik heb een onderzoek ingesteld in het BMS-systeem dat de ingaande en binnenkomende vluchten van Curaçao registreert en een aantal gegevens. Ik heb in eerste instantie naar [medeverdachte 1] gekeken rondom de datum van de overval op [bedrijfsnaam 1] op Aruba. Daaruit komt naar voren dat [medeverdachte 1] op 27 januari 2012 naar Aruba is gevlogen met vlucht [vluchtnummer 1] van [bedrijfsnaam 4]. Het tijdstip dat [medeverdachte 1] door de immigratie is gegaan is 06:36:22 uur. Bij het raadplegen van de vluchtlijst vanuit BMS van vlucht [vluchtnummer 1] blijken ook te zijn ingecheckt [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en de verdachte [verdachte]. Aan de tijden van het passeren van de immigratie van [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [verdachte] is te zien dat ze net na elkaar door de immigratie zijn gegaan. Ditzelfde patroon is ook te zien op de [bedrijfsnaam 4] [vluchtnummer 2] van Aruba naar Curaçao op 29 januari 2012.

Vluchtlijst [vluchtnummer 1] op 27-01-2012 naar Aruba vanuit Curaçao

Naam

Vertrek datum

Passage Immigratie Curaçao

[medeverdachte 1]

2012-01-27

06:39:22

[medeverdachte 3]

2012-01-27

06:39:44

[medeverdachte 2]

2012-01-27

06:41:30

[verdachte]

2012-01-27

06:43:10

Vluchtlijst [vluchtnummer 2] op 29-01-2012 naar Curaçao vanuit Aruba

Naam

Vertrek datum

Passage Immigratie Curaçao

[medeverdachte 1]

2012-01-29

21:39:19

[medeverdachte 3]

2012-01-29

21:39:07

[medeverdachte 2]

2012-01-29

21:39:25

[verdachte]

2012-01-29

21:39:52” 19

19. Een proces-verbaal van een door de rechter-commissaris gehouden verhoor van de verdachte [medeverdachte 2], voor zover als zijn verklaring inhoudende:

“Vraag: U bent op de video van [bedrijfsnaam 1] gezien op de dag voor de overval. Wat deed u daar? Antwoord: Ik ben in de winkel gaan rondkijken.

Vraag: Wie zijn de andere op de video c.q. anderen met wie u die dag was?

Antwoord: Dat zijn bekenden van Curaçao. Ik weet hun volledige namen niet, maar wel hun roepnamen. Ik noem hen: [roepnaam medeverdachte 1], [roepnaam medeverdachte 3] en [roepnaam verdachte]. Ik ken hen van Curaçao uit de buurt van [naam wijk 2] en [naam wijk 3]. We zaten op dezelfde heen- en terugvlucht naar Curaçao. We vlogen met [bedrijfsnaam 4]. We verbleven ook op hetzelfde logeeradres, [naam hotel]Hotel.” 20

20. Een proces-verbaal van een door de rechter-commissaris gehouden verhoor van de getuige H41, voor zover als zijn/haar verklaring inhoudende:

“Bij de overval op de juwelierszaak [bedrijfsnaam 1] op Aruba waren betrokken: [roepnaam medeverdachte 1], [roepnaam medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 2]. Het was een groep die vaker overvallen pleegden. Ze zijn gezamenlijk naar Aruba gegaan om de overvallen te plegen. Ik heb dat van [verdachte] gehoord. [roepnaam medeverdachte 1] was de leider van de groep. [verdachte] was de rechterhand van [roepnaam medeverdachte 1]. [roepnaam medeverdachte 3] zat ook in het team van [roepnaam medeverdachte 1]. [roepnaam medeverdachte 1] heeft veel geld voor de buit gekregen. Ze hebben bij de overval heel veel dure horloges weggenomen. [roepnaam medeverdachte 1] leverde het geld c.q. de beloning aan de overige betrokkenen bij de overval. [verdachte] heeft ook geld aan de overvallen overgehouden. [voornaam medeverdachte 2] was de rechterhand van [verdachte].” 21

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft het Gerecht verzocht de verdachte vrij te spreken bij gebrek aan wettig bewijs op de grond dat de verdachte het hem tenlastegelegde ontkent en de bewezenverklaring niet grotendeels kan worden gebaseerd op de verklaring van de bedreigde getuige. Zij heeft voorts aangevoerd dat zowel de gang van zaken rondom de aangetroffen vingerafdruk van de verdachte op de valhelm, alsook de herkenning van de verdachte op de videobeelden van de voorverkenning van [bedrijfsnaam 1] door verbalisanten twijfels oproepen, waardoor de processen-verbaal daaromtrent van het bewijs uitgesloten moeten worden. Tot slot heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er onvoldoende ondersteunend bewijs voorhanden is dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft gepleegd.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Getuige H41:

In tegenstelling tot hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd, is de bewezenverklaring niet grotendeels gegrond op de verklaring van de getuige H41, maar ontleent deze in belangrijke mate steun aan het overig gebezigd bewijsmateriaal, waardoor het verweer feitelijke grondslag mist.

De aangetroffen vingerafdruk op de helm:

De enkele omstandigheid dat de verbalisant [verbalisant 2] in zijn proces-verbaal van 13 april 2012 niet direct heeft gerelateerd dat er een vingerafdruk op de valhelm is aangetroffen en veiliggesteld, leidt niet automatisch tot bewijsuitsluiting hiervan. Op verzoek heeft verbalisant [verbalisant 2] in de processen-verbaal van bevindingen van 14 februari 2018 en 10 april 2018 uitvoerig uiteengezet en voldoende inzichtelijk gemaakt hoe de gang van zaken omtrent het aantreffen, veiligstellen en vastleggen van de vingerafdruk op de valhelm heeft plaatsgevonden. Dat de vingerafdruk veilig is gesteld en is vastgelegd blijkt tevens uit het proces-verbaal van bevindingen van 12 juni 2018 van de verbalisant [verbalisant 1], aan wie de foto’s digitaal waren verstrekt.

Het Gerecht is gelet op het voorgaande van oordeel dat de gang van zaken omtrent de vingerafdruk voldoende inzichtelijk is gemaakt.

De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat de resultaten van het onderzoek zijn aangetast, nu het onderzoek alleen gericht was op de verdachte.

Uit het rapport van het dactyloscopisch onderzoek opgemaakt door J.A.J.M. Riemen blijkt dat verdachte op grond van fotonummer IMG_7951.JPG door twee dactyloscopische deskundigen22 tijdens een afzonderlijk en onafhankelijk onderzoek is geïndividualiseerd gelet op de zeer grote mate van overeenkomsten, respectievelijk 15 en 13 punten, tussen het spoor en de referentieafdruk als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen. Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt is de kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon verwaarloosbaar klein en is de individualisatie van verdachte gebeurd conform de beschreven procedures en op basis van de toepasselijke forensisch-technische normen. Het Gerecht heeft geen aanleiding de betrouwbaarheid hiervan in twijfel te trekken.

De raadsvrouw heeft verder ter terechtzitting een verslag contra-expertise forensische dactyloscopie overgelegd opgemaakt door T.J. Dankers (hierna: Dankers), waarin wordt geconcludeerd dat het dactyloscopisch spoor niet aan de 12-punten regel voldoet en daarom niet gesproken kan worden van een match. Door de onderzoeker zouden twee mogelijke oorzaken hieraan ten grondslag liggen, namelijk dat de als dactyloscopische aangemerkte punten van overeenkomst dat in werkelijkheid niet zijn dan wel dat de kwaliteit van het onderzoeksmateriaal matig is.

Het Gerecht merkt ten aanzien van het voorgaande op dat Dankers in zijn verslag niet relateert op grond waarvan hij tot de conclusie komt dat de deskundigen bepaalde dactyloscopische punten van overeenkomst ten onrechte als zodanig kwalificeren. De enkele omstandigheid dat Dankers een aantal punten niet zelf heeft kunnen reconstrueren zou heel goed te maken kunnen hebben met het feit dat hij gebruik heeft gemaakt van onderzoekmateriaal van matige kwaliteit. Ten aanzien van de kwaliteit van het onderzoeksmateriaal is het Gerecht van oordeel dat de raadsvrouw om aanhouding van de zaak had kunnen verzoeken, in afwachting van de betere kwaliteit foto’s ten behoeve van het uitvoeren van de contra-expertise. Rekening houdende met al hetgeen hiervoor is overwogen, hecht het Gerecht meer waarde aan het rapport van J.A.J.M. Riemen dan aan het contra-expertise verslag van Dankers.

De herkenning van de verdachte op de videobeelden van de voorverkenning:

De raadsvrouw trekt het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 4] met betrekking tot de herkenning van verdachte in twijfel, nu zij niet aangeeft hoe zij tot herkenning van de verdachte is gekomen en op foto’s van de voorherkenning is te zien dat de persoon op de foto’s, in tegenstelling tot verdachte, geen tatoeages heeft.

De raadsvrouw merkt verder op dat, anders dan verbalisant [verbalisant 4], verbalisant [verbalisant 6] gerelateerd heeft dat hij de man [naam 4] herkent op de videobeelden van de voorherkenning.

Het Gerecht stelt voorop dat het proces-verbaal van herkenning van de verdachte door verbalisant [verbalisant 4] niet als bewijsmiddel is gebezigd, waardoor deze herkenning geen verdere bespreking behoeft.

Met betrekking tot de herkenning van de man [naam 4] door verbalisant [verbalisant 6] merkt het Gerecht op dat [verbalisant 6] in zijn oorspronkelijke proces-verbaal niet heeft gerelateerd op grond waarvan hij tot herkenning van de betreffende persoon als zijnde [naam 4] is gekomen. Op nadere vragen hieromtrent in een aanvullend proces-verbaal van 11 juni 2018 heeft [verbalisant 6] gerelateerd dat hij zich de details van de herkenning van [naam 4] niet meer kan herinneren. Het Gerecht hecht derhalve geen waarde aan deze herkenning.

Het Gerecht heeft als bewijs dat de verdachte de persoon is die bij de voorherkenning aanwezig was, naast het proces-verbaal van de verbalisant [verbalisant 5] onder meer de verklaring van [medeverdachte 2] voor het bewijs gebezigd. [verbalisant 5] heeft aangegeven dat zij de verdachte in persoon heeft gezien en dat zij hem met zekerheid herkent. [medeverdachte 2] is een goede bekende van de verdachte. Hij heeft verklaard dat naast [roepnaam medeverdachte 1] (Gerecht: [medeverdachte 1]) en [roepnaam medeverdachte 3] (Gerecht: [medeverdachte 3]),

[ roepnaam verdachte] een van de anderen is die met hem op de videobeelden te zien is op de dag van de voorverkenning en dat zij samen op dezelfde heen- en terugvlucht zaten naar Curaçao. Uit de reisbewegingen blijkt dat de verdachte, en niet [naam 4], op dezelfde heen- en terugvlucht zat als [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], waaruit naar het oordeel van het Gerecht de conclusie kan worden getrokken dat [medeverdachte 2] met [roepnaam verdachte] de verdachte bedoelt en niet [naam 4].

Ten aanzien van de stelling dat de tatoeages op de armen van de verdachte een contra-indicatie vormen ten aanzien van de herkenning van de verdachte overweegt het Gerecht dat gesteld noch is gebleken dat de verdachte deze voor of op 27 januari 2012 heeft aangebracht. Het Gerecht neemt hierbij in aanmerking dat de verdachte zich ter terechtzitting van 13 juni 2018 op zijn zwijgrecht heeft beroepen op de vraag wanneer hij deze tatoeages heeft laten zetten.

Naar het oordeel van het Gerecht slagen geen van de door de raadsvrouw opgeworpen verweren en worden deze derhalve verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291, eerste en tweede lid jo 2:289 sub a jo 1:124 Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een gewapende overval die op 28 januari 2012 heeft plaatsgevonden op [bedrijfsnaam 1] in de [naam winkelcentrum 1] in Aruba. Bij het plegen van deze overval zijn de daders zeer planmatig te werk gegaan. De verdachte en zijn mededaders zijn speciaal hiervoor op 27 januari 2012 naar Aruba gereisd. Aldaar aangekomen heeft nog diezelfde dag een voorverkenning plaatsgevonden waarbij ook de verdachte betrokken is geweest. Vervolgens zijn de bij de overval gebruikte valhelmen, scooter en moker aangeschaft, is op 28 januari 2012 uitvoering gegeven aan de overval en zijn de verdachte en zijn mededaders op 29 januari 2012 teruggevlogen naar Curaçao.

De overval waarbij de bewaker met een vuurwapen is bedreigd, meerdere vitrines kapot zijn geslagen en 42 Rolex-horloges ter waarde van ruim AWG 416.000,00 zijn weggenomen moet voor de bewaker een angstige en schokkende ervaring zijn geweest. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog langdurig de gevolgen hiervan ondervinden. Feiten zoals deze veroorzaken hiernaast niet alleen gevoelens van angst bij de directe slachtoffers ervan, maar versterken ook de gevoelens van onveiligheid in de Arubaanse samenleving. Dit wordt de verdachte zwaar aangerekend.

Ten gunste van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat hij een blanco strafblad heeft.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde

niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de drie (3) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M.T. Paulides, en op 4 juli 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Recherche Samenwerkingsteam vestiging Curaçao d.d. 5 juni 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 264162 en de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam 1]”.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 28 januari 2012, pagina 41-46.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 januari 2012, pagina 120-123.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 januari 2012, pagina 124-126.

5 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 5 juni 2018, pagina 1296-1298.

6 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 13 april 2012, pagina 303-309.

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 december 2012, pagina 369-382.

8 Proces-verbaal van bevindingen voortvloeiende uit de confrontatie van [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] d.d. 10 december 2012, pagina 622-624.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 1 februari 2012, pagina 178-181.

10 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 13 april 2012, pagina 310-313.

11 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 14 februari 2018, pagina 1256.

12 Proces-verbaal van bevindingen: vragen van de officier van justitie uit Curaçao m.b.t. de gewapende overval te [bedrijfsnaam 1] op Aruba in 2012, d.d. 10 april 2018, pagina 1290- 1293.

13 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 18 oktober 2017, pagina 15-16.

14 Bijlage behorende bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 oktober 2017, pagina 17-22.

15 Proces-verbaal van bevindingen (los stuk) d.d. 12 juni 2018.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 3 februari 2012, pagina 206-208.

17 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 19 januari 2018, pagina 652-655.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 oktober 2017, pagina 10-12.

19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 oktober 2017, pagina 74-76.

20 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 31 oktober 2013, opgemaakt door rechter-commissaris mr. M.J.L. Yarzagaray, pagina 1252-1255.

21 Een proces-verbaal van verhoor bedreigde getuige d.d. november 2017, opgemaakt door rechter-commissaris mr. S.M. Christiaan, pagina 81-82.

22 Rapport Dactyloscopisch Onderzoek opgemaakt door J.A.J.M. Riemen, pagina 21 en 22.