Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEAC:2018:265

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
08-10-2018
Datum publicatie
06-11-2018
Zaaknummer
CUR201703043
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

gezag van gewijsde bij beschikking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR201703043

Vonnis d.d. 8 oktober 2018

inzake

[EISER],

wonende te Curaçao,

eiser,

gemachtigde: mr. M.M. Bloem,

tegen

de naamloze vennootschap

KOMPANIA DI PRODUKSHON DI AWA I ELEKTRISIDAD DI KORSOU (KAE) N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. L.N. Asjes,

Partijen zullen hierna [eiser] en Aqualectra genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het inleidend verzoekschrift met producties, op 12 december 2017 ter griffie ingediend;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de mondelinge behandeling op 23 augustus 2018 alwaar beide gemachtigden het woord hebben gevoerd. Beide gemachtigden hebben producties in het geding gebracht.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1. [

eiser] is in 1979 in dienst getreden van Aqualectra als engineer.

2.2.

In 2002 is door Bureau Berenschot een USB systeem (een functie waarderingssysteem) voor Aqualectra beschreven dat vervolgens door Aqualectra is ingevoerd.

2.3.

In 2006 is de functiebeschrijving van [eiser] opnieuw vastgesteld en werd met terugwerkende kracht tot 2002 in schaal 12 (E) geplaatst.

2.4.

Berenschot heeft d.d. 18 april 2012 een memo geschreven betreffende de functiewaardering van ICT functies bij Aqualectra.

2.5.

Per brief van 19 juli 2012 van Aqualectra werd aan [eiser] meegedeeld dat er weer een herwaardering was uitgevoerd met als resultaat dat het salaris vanaf 1 augustus 2012 werd vastgesteld in salarisgroep F.

2.6.

In 2014 heeft [eiser] een verzoekschrift ingediend bij het Gerecht in eerste aanleg waarin is verzocht om voor recht te verklaren dat de door hem beklede functie van Information Technology Engineer dient te worden beschouwd als ingeschaald in G. Het Gerecht in eerste aanleg heeft bij beschikking van 26 september 2014 (EJ 69191/2014) het verzochte afgewezen.

2.7. [

eiser] is in hoger beroep gegaan. Het Hof heeft de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd bij beschikking van 14 april 2015 ((EJ 69191/2014 – H 392/14).

3 Het geschil

3.1. [

eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht te verklaren dat Aqualectra jegens [eiser] onzorgvuldig, althans in strijd met het goed werkgeverschap heeft gehandeld bij vaststelling van de functie Information Technologie Engineer in schaal F bij brief van 19 juli 2012 aan de hand van memo van Berenschot van 18 april 2012;

  2. voor recht te verklaren dat Aqualectra op grond van het vorengaande onder punt a jegens [eiser] schadeplichtig is;

  3. Aqualectra te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan [eiser], op te maken bij schadestaat;

  4. Aqualectra te veroordelen in de proceskosten van [eiser].

3.2. [

eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. In de loop van de jaren is zijn functie en zijn functiewaardering een aantal keer gewijzigd. [eiser] vindt dat dit niet goed is gegaan en dat hij is ondergewaardeerd gezien de werkzaamheden die hij verrichtte. Door Berenschot is een taakomschrijving van [eiser] niet betrokken bij de waardering van de functie. Aqualectra heeft daardoor in strijd gehandeld met de beginselen van goed werkgeverschap.

3.3.

Aqualectra heeft primair als verweer gevoerd dat er sprake is van gezag van gewijsde in verband met de beschikking van het Hof van 14 april 2015. Voorts doet Aquelectra een beroep op verjaring en rechtsverwerking.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Artikel 70a Rv bepaalt met betrekking tot gezag van gewijsde: Beslissingen aangaande de rechtsbetrekking in geschil, vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hebben in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht.

4.2.

Gezag van gewijsde komt toe aan die beslissingen in een vonnis, waarin de rechter aan bepaalde feiten bepaalde rechtsgevolgen heeft verbonden. Dit leerstuk heeft als doel dat een einde wordt gemaakt aan geschillen tussen partijen omtrent dezelfde rechtsbetrekking. Als een partij zich niet kan verenigen met een rechterlijke beslissing dient deze tegen die beslissing in hoger beroep te gaan en niet nogmaals tegen dezelfde partij over dezelfde rechtsbetrekking een procedure aanhangig te maken. Aantasting van een rechterlijke beslissing is namelijk alleen mogelijk door aanwending van een in de wet voorzien rechtsmiddel, tenzij sprake is van aanvulling of verbetering van een uitspraak. Het komt er dus op neer dat partijen niet telkens een eerder door de rechter beslist geschilpunt aan de orde kunnen stellen, zich daarbij beroepend op nieuwe juridische en feitelijke stellingen op grond waarvan thans anders zou moeten worden geoordeeld. Hoewel artikel 70a Rv is geschreven voor vonnissen, leent het zich voor analoge toepassing bij beschikkingen.

4.3.

In onderhavig geval heeft [eiser] opnieuw een al eerder door de rechter beoordeeld geschilpunt naar voren gebracht. In deze procedure verzoekt [eiser] immers dat het Gerecht voor recht verklaart dat Aqualectra onzorgvuldig, althans in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld.

In de beschikking van het Hof van 14 april 2015 heeft het Hof hierover reeds overwogen onder 2.4. “ de rechter heeft in een geschil als het onderhavige te beoordelen of de werkgever binnen de grenzen van het toepasselijke functiewaarderingssysteem is gebleven, en, indien dat het geval is, of de werkgever in redelijkheid tot functiewaardering heeft kunnen komen. Daarbij dient tevens betrokken te worden de vraag of de werkgever bij de functiewaardering en inschaling heeft gehandeld als een goed werkgever in de zal van artikel 7A:1614y BW (goed werkgeverschap).”

In 2.6 oordeelt het Hof over de memo van 18 april 2012 waar [eiser] zich ook weer in deze procedure op beroept: “uit de memo van 18 april 2012 van Berenschot blijkt dat de aangepaste functieomschrijving waarop [eiser] doelt, alsnog door Aqualectra aan Berenschot is doorgestuurd. Na advies van Berenschot heeft Aqualectra vervolgens besloten om met terugwerkende kracht tot 1999 de functie van [eiser] hoger in te schalen, namelijk in schaal F. (..) [eiser] heeft niet aangetoond dat Aqualectra buiten de grenzen van het toepasselijk functiewaarderingssyteem is getreden en niet in redelijkheid tot de formele functiewaardering heeft kunnen komen. (..) niet met vrucht gesteld kan worden dat Aqualectra zich daarna niet als goed werkgever jegens [eiser] heeft gedragen. ” Deze beslissing draagt het afwijzend dictum en aan deze beslissing komt dus gezag van gewijsde toe. Het beroep van Aqualectra hierop slaagt.

4.4.

Het rechtsgevolg van een geslaagd beroep op gezag van gewijsde is dat de rechter in de latere procedure de standpunten waarvan de juistheid noodzakelijk voortvloeit uit de ingeroepen beslissing honoreert en dat hij elk standpunt dat daarmee onverenigbaar is in de latere procedure verwerpt. [eiser] heeft daarom geen belang meer bij zijn vordering en dit leidt tot afwijzing van de vordering (HR 9 december 2011, NJ 2011/602).

4.5. [

eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Aqualectra tot op heden begroot op NAf 1.500,- aan gemachtigdensalaris.

5 De beslissing

Het Gerecht:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Aqualectra tot op heden begroot op NAf 1.500,- aan gemachtigdensalaris;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma, rechter, en op 8 oktober 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

HH